De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 54

Bekijk het origineel

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 54

5 minuten leestijd

Zondag 50

We herinneren ons, dat Calvijn in zondag 50 over de Heilige Doop spreekt, nader over de kinderdoop. In het begin van deze zondag hoorden we „doperse" en andere bezwaren tegen die kinderdoop, die Calvijn echter afwijst. Zoals de kinderen waren toegelaten tot de besnijdenis, zo ook tot de Heilige Doop. We bemerken weer, hoe doopsformulier en Heidelberger zeer goed de calvijnse gedachten weergeven.

Doop en besnijdenis.

Nu vervolgt Calvijn: Maar volgt daaruit (de overeenkomst van Doop en besnijdenis) dat wij dit teken moeten gebruiken? Antwoord: Zo is het inderdaad, als we alles recht beschouwen. Want Jezus Christus heeft ons niet deelgenoten gemaakt van de genade, die tevoren het deel van het volk Israël was, om die in ons te verkleinen of ze duisterder te maken, dan ze tevoren was. Maar Hij heeft ze eerder helderder gemaakt en ze nog vermeerderd. Calvijn heeft de Dopers verweten, dat ze de gemeente van Christus armer maken dan het volk Israël.

Schijnbaar zijn de Dopers radicaal en en vooruitstrevend, maar in werkelijkheid zetten ze de klok terug. Voor Calvijn is tekenend de nadruk, die hij legt op hetgeen Oud en Nieuw Verbond verbindt, maar dit verhindert hem geenszins, de heerlijkheid van het Nieuw Verbond groter te achten dan die van het Oude.

Gods genade was vroeger alleen het deel van Israël. Maar, wel verstaan: van de groten en de kleinen (Ps. 115). Maar zou de komst van de Heere Jezus Christus dan betekenen, dat die genade in de vervulling kariger, beperkter zou zijn? Integendeel! Christus heeft er nieuwe luister aan toegevoegd. Hij heeft ze ook nog milder en rijker gemaakt. Om die reden mag en moet het teken van de HeiHge Doop, dat onder het Nieuwe Testament die rijke(re) genade uitbeeldt en bezegelt, ook door ons worden ontvangen, door groten en door kleinen.

Oud- en Nieuw-Verbond.

Wat hij daar zoeven opperde, nl. dat de heerHjkheid van het Nieuwe Verbond toch groter is dan die van het Oude, geeft Calvijn aanleiding om daar wat aan door te spinnen. De vraag rijst: Dus versta je het zo, dat, wanneer we de Heilige Doop niet aan de kinderen gaven, Gods genade door de komst van de Heere Jezus zou zijn verminderd? Hoewel Calvijn er immers nooit aan denkt het teken en de zaak te vereenzelvigen, vergeet hij toch niet ze zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen en te houden. Dit kan hij omdat hij zo diep doordrongen is van de trouw van de Belovende God, Die daarom ook de Volbrenger is. Om die reden kan gezegd worden, dat, wie zijn kinderen de Heilige Doop onthoudt, Gods genade beperkt en verschraalt: Ja, zeker, want het teken van de goedheid en de barmhartigheid Gods, die naar onze kinderen uitgaat en die de Ouden zo kenden, zou ons dan ontbreken. Maar dit teken dient krachtig tot onze vertroosting en om de belofte, die van de beginne gedaan is, te bevestigen.

Aan de gegeven uitleg hebben we niets toe te voegen. Alleen zeggen we nog: Let u op die woorden: de goedheid en de barmhartigheid Gods en op onze vertroosting. Calvijn geldt velen voor zo'n hard man: ze kunnen, op woorden als de genoemde, die gedurig terugkeren lettend, begrijpen, dat dat oordeel onjuist is.

De heerlijkheid van het Nieuwe Verbond groter dan die van het Oude.

Calvijn gaat het gezegde samenvatten. Dat doet hij niet zo vaak, hij heeft een heldere, klare betoogtrant, die wel geschikt is de zaken te doorlichten. Maar blijkbaar is er hem alles aan gelegen, dat de catechisanten en heel de gemeente hun Doop zullen verstaan en hij vraagt dus: Je verstaat het dus zo, dat waar God Zich vanouds als de Redder der kinderen betuigde en gewild heeft, dat deze belofte aan hun lichaam verzegeld werd door het uiterlijk sacrament, dat ook de reden is, dat die bevestiging er niet minder zou zijn sinds de komst van Christus, omdat immers dezelfde belofte is gebleven en ze zelfs klaarder door het Woord is 'bevestigd en in feite is vervuld?

Op deze vraag werd eigenlijk geen antwoord meer verwacht, daar het er al in opgesloten ligt. Ten overvloede geeft Calvijn toch ook nog het antwoord compleet: Ja en dat des te meer, omdat het een overbekende zaak is, dat de kracht en de kern van de Heilige Doop voor de kleine kinderen bestemd zijn: men zou hen onrecht doen, door hen het teken daarvan, dat daarbij vergeleken het mindere is, te onthouden.

Waartoe en hoe te dopen?

Zo komt het tot de slotvraag: Op welke voorwaarde mogen wij de kinderen dus dopen? Antwoord: Tot een teken en getuigenis, dat zij erfgenamen zijn van de zegen Gods, die Hij beloofd heeft aan het geslacht der gelovigen, opdat ze tot hun jaren gekomen, de waarheid van hun Doop erkennen, om er winst mee te doen.

De Heilige Doop, juist de kinderdoop, verzegelt geen „innerlijke genade", maar de waarachtigheid van de belofte der genade, die gedaan wordt aan mensen, die van zich zelf „kinderen des toorns" zijn.

We ontvangen de Doop, eer we dat alles wisten, maar daarom dan ook, opdat we het zouden weten. D.w.z. opdat het in het kader van heel de dienst des Woords en des gebeds, de huiselijke en de openbare, zou gaan „functioneren" en we verstaan en belijden gaan die dingen, van God ons geschonken, eer wij het wisten en zonder dat we het verdienden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE CATECHISMUS VAN CALVIJN 54

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 november 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's