DANKSTOND VOOR'T GEWAS 2
En Ik zal u Mij ondertrouwen in eeuwigheid; ja Ik zal u Mij ondertrouwen in gerechtigheid en in gericht en in goedertierenheid en in barmhartigheden. En Ik zal u Mij ondertrouwen in geloof; en gij zult de Heere kennen. En het zal te dien dage geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de Heere; Ik zal de hemel verhoren en die zal de aarde verhoren; en de aarde zal het koren verhoren mitsgaders de most en de olie en die zullen Jizreël verhoren. Hosea 2 : 18-21.
Ondertrouwen „in barmhartigheden en in goedertierenheden". In Christus, Zijn lieve Zoon, Die zich heeft gegeven tot een rantsoen voor velen, wil de Vader een arm zondaar genadig zijn.
Die dierbare Christus heeft voor al de schuld van Zijn volk betaald.
Om Christus' wil wil de Heere de zonden uitdelgen. Hij wil arme zondaren wassen en reinigen in Zijn dierbaar alles reinigend bloed. Hij heeft het zelf gezegd: „Al waren uw zonden als scharlaken. Ik zal ze maken als de sneeuw en al waren ze rood als karmozijn. Ik zal ze maken als witte wol".
Ondertrouwen , ; in geloof". Geloof betekent hier het zelfde als „trouw". Denk maar aan de bekende uitdrukking uit het huwelijksformulier: elkaar trouw en geloof houden in alle dingen, die tot het tijdelijke en eeuwige leven behoren.
Ja, de Heere laat nooit varen het werk Zijner handen. De ontrouw van Zijn volk kan Zijn eeuwige trouw niet te niet doen.
Is dat niet een eeuwig wonder? „Als hoer verloren en toch nog als bruid verkoren". En dat alleen uit louter genade. Alleen die het zo hebben geleerd, zullen de Heere kennen. Dit is het eeuwige leven, dat ze U kennen, de enige waarachtige God en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Lezers, het zomer jaargetijde is voorbij. We zijn de winter ingetreden. Kunt ge door genade zeggen, dat gij het ook moogt weten, dat een heilig en rechtvaardig, maar ook barmhartig en genadig God u deze zomer heeft opgezocht om met u in zulk een geestelijke ondertrouw te treden?
Boven deze overdenking schreven we „dankstond voor 't gewas". Over „het gewas" hebben we tot nog toe niet gesproken. De geestelijke zegeningen gaan voorop. Wat baat het al of een mens de hele wereld zou gewinnen en schade zou lijden aan zijn ziel.
Toch worden de stoffelijke zegeningen niet vergeten.
We lezen, dat Hosea aan zijn ontrouwe huisvrouw na haar terugkeer weer heerlijke wijngaarden heeft gegeven. Haar wordt het goud en het zilver weer vermenigvuldigd.
Als Israël de Baälsdienst verlaten wil en tot de Heere wil terugkeren, dan zal de Heere opnieuw rijke zegeningen geven op de akkers.
Daarvan spreekt ook onze tekst. En het zal geschieden, dat Ik verhoren zal, spreekt de Heere; Ik zal de hemel verhoren, en die zal de aarde verhoren en de aarde zal het koren verhoren, mitsgaders de most en de olie, en die zullen Jizreël verhoren.
Wat is dat op schone dichterlijke wijze gezegd! Jizreël heeft koren, most en olie nodig. Hij bidt, dat de aarde het hem zal geven. Maar de aarde kan dat zelf niet geven. De aarde bidt het van de hemel. En de hemel kan het ook niet schenken, tenzij de Heere het gebed van de hemel verhoort.
Wat een schone harmonie in de verhoring van al die gebeden.
Zelfs het gebed van de redeloze schepping is niet uitgesloten.
Op het volk, hetwelk berouwvol tot Hem wederkeert, dalen de zegeningen neer. Op de akker, in de werkplaats, op de zee, in het kantoor!
Ondanks de grote droogte van de zomer, die achter ons ligt, gaf de Heere rijke zegeningen.
Elke bete broods, elke druppel water is verbeurd en verzondigd. We hadden nergens recht op. Het is alleen uit loutere genade ons geschonken.
Maar daarmee is de zin van de tekst niet uitgeput.
In het vers, wat aan onze tekst voorafgaat, lezen we van een verbond hetwelk de Heere zal maken met het wild gedierte van het veld. Dat zijn de leeuwen, de hyena's, maar ook de kevers en de kruidwormen, die de oogst kunnen vernietigen.
Inderdaad neemt de Heere menigmaal wat van de vloek weg, die om der zondewil op het aardrijk rust en vervult de aarde nog met Zijn zegen. Straks breekt de tijd aan van de eeuwige vrede en de eeuwige harmonie.
Dan zullen de koe en de berin samen weiden. Dan zal de leeuw stroo eten gelijk de os. En dan zal men nergens leed doen of verderven op de ganse aardbodem.
Wondervolle genade!
Lo-Ruchama, zal voortaan weer Ruchama, de ontfermende, heten en Lo- Ammi, niet mijn volk, ziet zijn naam weer veranderd in Ammi, mijn volk.
Kan het anders of Israël moet eindigen in de taal der aanbidding? Het zal zeggen: o mijn God!
Of mag ik het zeggen in de taal van een eenvoudig kind van God, die in het dal Achor de deur der hope geopend zag en toen mocht getuigen in de taal der aanbidding: „En dat voor zulk een arm zondaar gelijk ik ben".
O lezers, wat zal het zijn om op zo grote zaligheid geen acht te geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 november 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's