De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT HET OUDE TESTAMENT De roeping van Jesaja 2

Bekijk het origineel

UIT HET OUDE TESTAMENT De roeping van Jesaja 2

Jesaja 6

7 minuten leestijd

Tempel op aarde of in de hemel?

Waar zag Jesaja dit visioen? Was dit de tempel van Jeruzalem? Of het hemelse paleis? De meningen zijn verdeeld. Ik ben geneigd te denken aan een verschijning des Heeren in Zijn heilige tempel te Jeruzalem. Anderen denken aan de hemelse woning Gods en verwijzen daarbij naar Micha 1: 2 en 3: De Heere HEERE zal tot een getuige zijn tegen u, de Heere uit Zijn heilige tempel, want zie de Heere gaat uit van Zijn plaats en Hij daalt neder en treedt op de hoogten der aarde: hier is het paleis Zijner heiligheid de plaats waar de troon Gods is (Ps. 11 : 4). Zie ook Ps. 29 : 2. „God is hoger dan de tempel, alleen de zoom van Zijn gewaad vervulde de tempel en de tempel bevatte niet eens de zoom, hoeveel minder God zelf" (Luther).

Met grote terughoudendheid geeft Jesaja een indruk van de ongrijpbare heerlijkheid Gods; het is slechts stamelend, dat hij dit visioen onder woorden kan brengen, maar hoe is het mogeljk, dat deze tempel een schouwplaats kon zijn van Gods heerlijkheid? Was het niet een plaats, waar de ongerechtigheid tierde? In hoofdstuk 1 horen wij van de uiterlijke godsdienst van Israël van die dagen. Schaamteloos betrapt men de voorhoven des Heeren, men bracht zijn offers en hield zijn vierdagen, maar het ging er niet om de Heere te ontmoeten in Zijn heilige tempel, maar men wilde gestreeld worden in zijn nationale hoogmoed. Hun godsdienst was een stuk egoïsme en dan zegt de Heere: Houdt maar op met uw reukwerk en uw offers, met uw nieuwe maanden en sabbatten. Het was vorm en nog eens vorm, alles verliep automatisch, want de Heere gerandeerde immers in Zijn verbond het welzijn van Israël! Én in het midden van dát volk en van dat heiligdom laat de Heere Zijn heerlijkheid zien en verleent Hij majesteitelijke audiëntie aan Jesaja.

De zang der Serafim.

En als de mensen zwijgen zullen de serafs spreken. Boven de heerlijkheid des Heeren ziet Jesaja serafim, die als wachters het heiligdom bewaken; ieder had zes vleugels; met twee bedekte ieder zijn aangezicht en met twee de voeten en met twee vloog hij. Zoals de serafim, zo bedekken Mozes en Elia hun aangezicht voor de verschijning van de heerlijkheid Gods. Is het bedekken van de voeten een herinnering aan of een toespeling op de geschiedenis van Adam en Eva, die hun naaktheid voor God bedekten? Zo menen sommige uitleggers. De oude kerkvaders meenden, dat er hier van twee Serafim sprake is. Serafim, dat betekent: de brandenden. Jesaja is de enige in de Schrift, die de serafim in verbinding brengt met de Heere God. Het hebr. woord saraf betekent branden. Nu is er in Num. 21:6 sprake van „vurige slangen", serafim-slangen, en in Jes. 14 : 29 lezen wij van een vliegende seraf, wat de Statenvertaling weergeeft met vurige vliegende draak. Zie ook Jes. 30:6 en Deut. 8 : 15. Ik geloof niet, dat het juist is deze wezens in verbinding te brengen met en verwantschap te veronderstellen tussen deze wezens en de Serafim van Jes. 6. Als hemelse wezens worden deze engelen alleen hier in het Oude Testament genoemd. De veronderstelling, die wel is geopperd, dat het woord Serafim een nadere aanduiding zou zijn van de Cherubim, de wachters over het heiligdom is niet vreemd. In elk geval is er m.i. een nauwe verbinding tussen Cherubim en Serafim. Indien de engelen met hun vleugelen hun aangezicht moeten bedekken, hoeveel te meer zal de mens onder de diepe indruk van eigen onheiligheid en onvolkomenheid beven voor de majesteit en heiligheid Gods.

De één riep tot de ander: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol (vs. 3). De herhaling van een woord dient om een bijzondere klemtoon te leggen. Zo lezen wij in Jer. 22 : 29: O land, land, land, hoor des Heeren woord. Zie ook Jer. 7 : 4 des HEEREN tempel, des Heeren tempel, des HEEREN tempel is dit. En Ezechiël 21: 27: Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen of zoals de N. Vertaling heeft: een puinhoop zal ik ze maken.

Verscheidene kerkvaders dachten bij het driemaal herhaalde heilig aan de Drievuldigheid Gods. Toch is dit een gekunsteld Schriftgebruik. Ik wijs de mening van de ouden niet af, zegt Calvijn, maar tegenover de ketters zou ik mij van beter argumenten bedienen. „Ik twijfel er niet aan, dat de enige God in drie personen hier door de engelen beschreven wordt, en immers kan men God niet prijzen zonder dat gelijktijdig de lof van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest weerklinkt, doch ik meen, dat men betere argumenten moet gebruiken, wil men zich niet, bij het bewijs van het hoofdstuk van ons geloof tegenover de ketters, belachelijk maken". (Calvijn).

Heiligheid en heerlijkheid.

Een verschijning als waarvan wij hier lezen moet de mens afschrikken van al te gemakkelijk over de Heere God te spreken. De stem van de Serafim is niet minder krachtig dan het gedreun des donders. De Serafim tekenen de afstand tussen de Schepper en het schepsel. In onze tijd is er een nivellerende tendens in de omgang van de mensen; de afstanden vallen steeds meer weg. Maar zo doet men ook voor Gods aangezicht; men spreekt met en over God haast op voet van gelijkheid. Het is goed naar de profeet te luisteren, als hij de afstand God en mens tekent. Dat roept het gehele Oude Testament ons toe; de afstand, zeker ook de verbondenheid, maar eerst de distantie. Welk een diepe indruk dit visioen op Jesaja gemaakt heeft blijkt wel uit het vervolg; telkens weer lezen wij van de heiligheid Gods. Hij spreekt van de Heere als de heilige Israels: hoofdst. 1:4; 5 : 19, 24; 10 : 20; 12 : 6; 17:7; 29 : 19 enz. Ik ben God en geen mens, de Heilige in het midden van u Hozea 11: 9. Hier vinden wij de vereniging van de twee polen, waarom het gehele Oude Testament zich beweegt: afstandsgevoel en verbondenheid: de Heilige en toch in het midden van u.

Deze lofzang van de Serafim spreekt van een God, die Zich niet van de wereld losmaakt. Dat is het onbegrijpelijke. Hier is sprake van heiligheid en van heerlijkheid. De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol. Die twee zijn van elkaar niet los te maken: „Zijn heiligheid is Zijn verborgen, toegedekte heerlijkheid. Zijn heerlijkheid is Zijn ontdekte heiligheid" (ik meen, dat dit een woord van Bengel is) In de heerlijkheid komt Gods heiligheid tot uitdrukking.

Eschatologisch uitzicht.

Ligt er in dit woord een afwijzing van de gedachte, die bij Israël leeft, dat God alleen de God van Israël is? Dat Hij alleen in Israël Zijn heerlijkheid openbaart? Een afwijzen dus van de eigen roem der Israëlieten, die God de Heere voor zich annexeerden? Dat ligt er wel mede in, al lijkt mij dat niet het eerste en het voornaamste. De Serafim zingen de mensen van alle tijden voor het lied van de heerlijkheid en de heiligheid Gods. De mens zingt eigen lof, maar van de hemel wordt hij vermaand en opgewekt om de deugden Gods te verheerlijken en de lof van de Drieënige God te zingen. Ook in de gevallen wereld ziet Gods Kerk iets van de heiligheid en heerlijkheid des Heeren. In deze uitroep en zang van de Serafim zit iets van de toekomende bedeling. Wij kunnen het ons niet voorstellen, maar eens zal de ganse aarde van de heerlijkheid Gods zijn vervuld. Alle onheiligheid zal zijn weggedaan. De Heere geeft Zijn eer en heerlijkheid aan geen ander; Hij heeft er recht op; het volk wordt er toe vermaand: Geeft eer de HEERE uw God (Jer. 13:16). Hij zal Zijn eer niet aan een ander geven, noch Zijn lof aan de gesneden beelden (Jes. 42 : 8). Er is een echo van deze zang van de Serafim bij de Kerk van alle eeuwen. Geloofd zij de HEERE God, de God Israels, die alleen wonderen doet en geloofd zij de naam Zijner heerlijkheid tot in eeuwigheid en de ganse aarde worde met Zijn heerlijkheid vervuld (Ps. 72: 18v.). Om de openbaring van Gods heerlijkheid bidt de psalmist: Uw eer zij over de ganse aarde (Ps. 57:6, 12).

De duivel zal het laatste woord niet hebben; Gods wil zal toch geschieden. In een wereld vol van ontrouw, waar de heerlijkheid Gods wordt verduisterd, voor een volk, vol van vormendienst verkondigen de Serafim, dat Gods ere zal worden gezien, in gericht en in behoudenis. Jes. 66:18.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT HET OUDE TESTAMENT De roeping van Jesaja 2

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's