De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De geplante boom

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De geplante boom

9 minuten leestijd

Want hij zal zijn als een boom, geplant aan waterbeken, die zijn vrucht geep op zijn tijd en welks blad niet afvalt, en al wat hij doet, zal wèl gelukken. Psalm 1 vers 3

In het eerste vers van deze Psalm wordt gesproken van de man, die niet wandelt in de raad der goddelozen, noch staat op de weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters. Deze wordt welgelukzalig genoemd en in onze tekst vergeleken met een boom, geplant aan waterbeken....

De welgelukzalige gelijk een boom, die geplant is. Niet gezaaid, maar geplant. Er is dus iets gebeurd met de mens, die welgelukzalig wordt genoemd.

Van nature zijn alle mensen in zonde geboren. Komen als zondaren ter wereld. Gezaaid als onheiligen, komen we op uit de verdorven natuurgrond, uit de verkeerde bodem : deze wereld. De natuurlijke mens slaat zijn wortelen uit in een Gode vijandige wereld. Zijn lust is niet in des Heeren wet, maar zijn hart gaat uit naar de dingen der wereld. Van nature zijn we gezaaid in de akker, wereldliefde genaamd.

We voelen ons alzo thuis op deze wereldakker. Het allerliefst zouden we alzo maar willen doorleven, daar we met de wereld zijn samengegroeid. De liefde tot de wereld beheerst ons geheel en al, daar we vastgegroeid zijn aan de wereld en aan de zonde.

De welgelukzalige nu is uit de wereldakker overgeplant in een andere bodem, de akker des Heeren.

Wat dat is ? Dat is de wedergeboorte. Door de wedergeboorte komt de mens van de onvruchtbare grond in de vruchtbare te staan.

Hoe gebeurt dat overplanten nu ? Door Gods Woord en Geest.

Veracht dan het Woord Gods niet. Het is onmisbaar. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods. De apostel Petrus spreekt er van dat we wedergeboren worden door het levende en eeuwig blijvende Woord Gods.

Ook de Heilige Geest hebben wij nodig. Geestelijk zijn we immers onmachtig. De Heilige Geest bedient zich van het Woord Gods. Zo hebben wij ons te stellen onder de bediening van het Woord.

Woord en Geest gebruikt de Hemelse Hovenier om de plant, die met de wortels van ziel en lichaam vastgegroeid zit in de natuurgrond, los te wrikken en over te planten in de goede grond. Zo wordt er weer een levensboom losgerukt uit de wereld en geplant bij de bomen, die al staan in dé goede grond. 

Hoe gaat het nu met die overgeplante boom ? Wanneer wij iets overplanten, is het aanvankelijk zo, dat de bladeren slap hangen en het boompje of plantje dreigt te sterven. Het gaat achteruit, omdat het nog geen vastigheid heeft door de wortels in de nieuwe bodem. Welnu, zo gaat het met de mens, die overgeplant is, die wedergeboren is, oud of jong. Dan is er aanvankelijk achteruitgang in zichzelf. Ontdekt wordt, dat, al is men overgezet in een nieuwe grond, en al is er een scheiding tussen de wereld en ons, al zijn de wortels doorgehakt, er nog zoveel is in ons, dat we meegenomen hebben naar die nieuwe grond. Men leert zichzelf kennen. Men valt zichzelf tegen. Zou ik wel wedergeboren zijn ? , slaakt de ziel. Ik moest toch geheel anders zijn. Niet zo zondig, niet zulke boze gedachten en verkeerde neigingen, veel heiliger, meer gebed, enz. Er is in mij zoveel, dat tegen Gods wil ingaat.

De overgeplante gaat achteruit, is nog zo zwak, daar bij de aanvang van het nieuwe leven, het geestelijke leven klein is, en de oude natuur is zo sterk. De kracht der zonde is zo machtig. Deze achteruitgang is tevens vooruitgang. Zalig worden is immers een omgekeerd werk. Minder worden in zichzelf, maar meer in de Heere, door het te verwachten van Hem, Die dit werk der overplanting Zelf ter hand heeft genomen. De overgeplante boom is immers Zijn boom. Alles, wat Hij begonnen heeft, zal Hij ook voleindigen.

De boom is geplant aan waterbeken. Alzo is het met de mens, die de Heere vreest. Waterbeken zijn Gods beloften, de prediking van het Woord. Hoe kunnen de beloften, vervat in Gods Woord, de ziel versterken. En kan de prediking van het Woord Gods niet een verkwikking zijn ? Wordt er dan niet gedronken van de wateren des heils ? Wordt het moede hart niet gesterkt, als door het Woord en ook door de Sacramenten op Ghristus wordt gezien ? Ja, wie zal ze kunnen opsommen, al de waterbeken, die leven en groeikracht geven aan de geestelijke bomen ? Ze zijn geplant aan die waterbeken, die de liefde van Christus in het hart uitstorten, want èn Woord èn Sacrament dienen toch om te spreken van de liefde van Christus. Welk een grote vreugde schenken die waterbeken aan de geestelijke bomen, als zij Christus door de Heihge Geest aan hunne harten toepassen, zó, dat zij Hem aannemen. Want die waterbeken hebben hun voorraad water van één rivier, en dat is Christus, en die rivier is vol water.

Deze waterbeken, die het levenswater ontvangen uit de levensrivier Christus, en het water doen vloeien in het hart van Gods kind, maken dat de boom ook vast staat. De poorten der hel zullen Gods gemeente niet overweldigen. Niemand zal ze rukken uit de hand Mijns Vaders ! Geen vloek der wet kan hen meer treffen. Stormen — geestelijke en natuurlijke — mogen opsteken, maar geen enkele storm rukt hen uit de grond. Zelfs de dood werpt hen niet omver, want Gods werk is niet teniet te doen. Gods werk is immers eeuwigheidswerk. ;

Hij laat nooit varen de werken Zijner handen.

„'t Is trouw, al wat Hij ooit beval;

Het staat op recht en waarheid pal,

Als op onwrikh're steunpilaren.

Hij is het, die verlossing zond,

Aan al Zijn volk. Hij zal 't verbond.

Met hen, in eeuwigheid bewaren".

Dat kan, omdat dit de rivier Christus, Zijn Middelaarsbloed heeft gekost. Zijn tong kleefde aan het gehemelte. Zijn God legde Hem in 't stof des doods. Deze boom geeft ook vruchten op zijn tijd. Welke zijn die vruchten, die Gods Geest doet groeien aan de levensboom ? Het zijn de vruchten van zondebelijdenis en schulderkentenis ; van Gods recht te erkennen, dat Hij geen onrecht doet als men wordt afgewezen, want alles is verzondigd, maar waar men tevens pleit op Gods genade.

Verder is daar de vrucht om uit liefde de Heere te dienen, want Hij is het zo waard, om geëerd, gediend en geprezen te worden. Verder is daar de vrucht , van het geloof in het volbrachte werk van Christus, zodat geleefd wordt uit de bron des Levens. Dan is er niet meer werken om de zaligheid, maar een leven uit de zaligheid, uit de Fontein des levens.

Is daar verder niet de vrucht van het ééns zijn met Gods weg, als Gods kind de diepte in moet, als Gods hand zwaar op hém drukt. Wordt dan niet beleden dat alle dingen móeten medewerken ten góéde, degene, die er door geoefend wordt ? 

Zo zouden we kunnen doorgaan, om vruchten op te sommen die daar groeien aan de levensboom.

Van deze boom wordt verder gezegd, dat deze zijn vrucht geeft op zijn tijd, dat is op de bestemde tijd. In dagen van tegenspoed wordt de vrucht gekweekt van onderwerping onder Gods Vaderlijke hand, wetende', dat men uit lïèfde wordt gekastijd , en dat het geen straffen zijn maar vaderlijke  kastijdingen. Zijn er vóórspoedige dagen, dan zijn er vruchten der dankbaarheid, zeggende : „Wie ben ik en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe hebt, geleid ? Een boom welks blad niet afvalt. De boom is dus altijd groen. omdat het nieuwe leven een leven-is, dat eeuwig leven is dat nimmer sterft. 

En alles wat hij doet, zal wèl gelukken. Wèlgelukken, is ,dat wel waar ? Is Gods kind in alles voorspoedig ? , Moet men met Jacob soms niet zeggen : "Al deze dingen zijn tegen mij" ? !

Gods kinderen hebben toch menigmaal met teleurstellingen te kampen ? Het komt er nu maar op aan, hoe men dat beziet. Oppervlakkig gezien moet van menig leven gezegd worden dat het een mislukt leven is. Een geestelijk  oog ziet dat echter anders. Dat leést in Gods woord : wij wètèn dat degenen, die Göd liefhebben, alle dingen moeten medewerken ten goede".

Alle dingen, ook de teleurstellingen de moeiten, de zorgen, wat de wereld voor mislukt ziet, brengt immers dichter bij de Heere, doet afhankelijker leven, leert schuilen bij Hem, grijpt de Heere aan in Zijn kracht en sterkte. Dan laat de Heere zich niet onbetuigd en geeft kracht naar kruis, legt Zijn hand onder het kruis, zodat het gedragen wordt door Zijn kracht. Zo wordt de Heere meer en meer gekend in Zijn ondersteunende genade en het geloof leert het belijden, dat Zijn wegen de beste zijn.

Zo is er zelfs een zegen in dat, wat oppervlakkig gezien, als mislukt wordt beschouwd. En uit dat oogpunt gezien is het Psalmwoord waar, dat alles wat hij doet, welgelukken zal. Het werk zijner zaligheid zal gelukken, want het is God, Die in hem werkt beide, het willen en het volbrengen naar Zijn welbehagen.

Zijt gij, lezer(es), nu ook zo'n levensboom ? In welke grond staat gij ? Waaruit trekt gij uw levenskrachten en welke wateren versterken uw ziel ?

Wee ons, als we onze levenskrachten ophalen uit de akker der wereld en onze ziel laven met de brakke wateren der wereld. Dan moeten we verdorren, verschroeien van droogte door de verzengende stralen van Gods toorn. Onze wateren drogen eenmaal op.

Wat moet er nu gebeuren? Wij moeten losgerukt worden uit de zondige voedingsbodem dezer wereld. Dat wil — zo hebben we gezien — de Heere doen door Zijn Woord en Geest. Laat de wereld dan los en zoek het bij Hem, Die van dood levend kan maken en alzo overplant in een goede grond.

Weet gij, dat ge overgeplant zijt? Is het u niet vreemd, dat uw hart uitgaat naar God en Zijn dienst ? Is uw begeerte de Heere te dienen ? Kost het verder strijd, omdat de Geest staat tegenover het vlees en omgekeerd ? Valt ge uzelf tegen? Dan zijt ge wedergeboren en overgeplant. Dan zijt ge een kind Gods, al kunt ge het zelf nog niet geloven. De wedergeboorte houdt alles in. Wie wedergeboren is, heeft alles. Is kind en blijft kind. Kan alzo nooit meer verloren gaan, daar men geplant is in de grond van Gods eeuwig welbehagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De geplante boom

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's