De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GEEN KENNISGEVING, MAAR: TOT KENNIS GEGEVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GEEN KENNISGEVING, MAAR: TOT KENNIS GEGEVEN

Adventsbericht:

6 minuten leestijd

„gij zult Zijn Naam noemen Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden". Mattheüs 1 vs. 21b.

I. De Naam.

a. De Naam is de poort, die leidt tot de eerste kennismaking met iemand. Vaak is de aldus verkregen kennis uiterst oppervlakkig. De diepere zin van de naam — aanduiding van iemands wezen, persoon, karakter, innerlijk — is onder ons meestal vervluchtigd tot een uiterlijke aanduiding, waardoor we mensen en dingen uit elkaar kunnen houden. In de Schrift vinden we nog vaak de diepere strekking van de naam aan, waarbij iemands naam en wezen overeenkomen : denk aan Nabal, die is, zoals hij heet, n.l. dwaas. Ook wij weten nog van die diepere zin: de dingen bij de naam noemen is hetzelfde als het wezen, de kern der dingen aan de orde stellen. En onder „naam maken" verstaan wij: grote bekendheid verwerven. Maar een uitdrukking als „iemand van naam kennen" — ongeveer niets van hem weten — toont, hoe zwak soms de relatie tussen naam en drager is ; ze kunnen geheel uiteenvallen. Een naam — Christen is iemand, wiens persoon niet gekenmerkt is door de kennis van Christus in bijbelse zin. Vaak typeren scheld- of bijnamen iemand beter dan zijn echte naam.

b. Dikwijls bereikt ons via de post een kennisgeving van geboorte. We lezen op zo'n kaartje: „Wij noemen hem (haar)".... Dan volgen één of méér namen, die ons soms niets zeggen, omdat we de berichtgevers en hun familierelaties weinig kennen; iets, wanneer we hen beter kennen of wanneer vrouwelijke intuïtie precies de reden, het motief tot de naamgeving weet aan te wijzen.

Afgezien van een eventuele gelukwens zullen we zo'n bericht in de meeste gevallen bij andere van dezelfde aard leggen. Het raakt ons leven niet. Wij nemen het voor kennisgeving aan. Wat zegt ons uiteiudelijk de naam van een kind?

c. Via het Woord Gods bereikt ons in de boodschap van de Engel aan Jozef (Matth. 1 VS. 21) en aan Maria (Luc. 1 VS, 31) het bericht aangaande de op handen zijnde geboorte van de Beloofde. Net als in ieder geboortebericht, staat de naam van het kind er duidelijk bij. Wie deze tijding uit het Nieuwe Testament niet voor kennisgeving aanneemt, merkt ook een verschil. Allereerst kan men zeggen, dat ónze namen anders zijn. Op zichzelf al een reden, deze berichtgeving niet zonder meer naast zich neer te leggen. Bij nader toezien echter blijkt de naam Jezus (Oude Testament: Jozua of Jesua) rondom de christelijke jaartelling in brede lagen der Joodse bevolking voor te komen. Sporen van het gebruik van de naam Jezus zijn duidelijk aan te wijzen in het Nieuwe Testament en elders. Eén van Paulus' medewerkers heet zo (Col. 4 vs. 11). Op Cyprus ontmoet de apostel de tovenaar Bap-Jezus (Hand. 13 vs. 6). Vanuit dit gegeven zijn dus meerdere geboorteberichten denkbaar met de naam Jezus. Maar het verschil ligt op een ander vlak. Niet de ouders geven dit kind zijn naam : hun overwegingen, tradities en motieven spelen hierbij geen rol. Uiterst leerzaam is in dit verband het feit, dat èn Jozef (Matth. 1) èn Maria (Luc. 1) de Naam van de Verlosser ontvangen van Hoger Hand. God Zélf geeft Zijn Zoon een naam.

De zin van de Naam.

a. Het goddelijk motief, dat hier de doorslag geeft, is duidelijk. Jezus is, zoals Hij heet. Alleen God kan met God verbinden. En Jezus wil zeggen : de Heere maakt ruimte, redt, verlost. Dan is Zijn Naam de poort tot de ruimte der kennis Gods. Maar zij is óók de poort tot de kennis van onszelf. In Jezus noemt God ons zondaren. De Naam van de Zoon Gods wil een diepte-boring in ons mens-zijn verrichten, ons hart raken en onze diepste nood aanwijzen : de ergste, waarin wij leven, onze vervreemding van God.

Dan wordt in dit geboortebericht het antwoord gegeven op de klacht uit de diepte over de verscheurdheid en verlorenheid van het leven, dat God en daarmee alles kwijt is. (Psalm 130!) Het antwoord uit de Hoogte, waarin doorklinkt de triomf van Gods genade, die nergens voor staat en geen grenzen kent. Er staat niet: Hij kan of Hij wil, maar Hij zal Zijn volk verlossen van hun zonden.

b. Wij mogen de Heere niet binden aan een Naam voor Zijn Zoon, maar Hij wilde ons volstrekt binden aan de Naam Jezus. Het luistert zeer nauw, als God noemt. Alle willekeur is daarbij uitgesloten. Er zijn in de wereld namen, die het lang „doen". Ze zijn in een bepaalde periode niet van de lucht en oefenen soms een verbijsterende macht uit in het leven van mensen en volkeren. „Mannen van naam" schijnen het schip der geschiedenis te sturen. Ze kunnen diep ingrijpen in een mensenleven. Maar ze kunnen dat niet voeren van de engte naar de ruimte. Alleen in de Naam Jezus wordt de poort naar de gemeenschap met God ontsloten. Want het heil is des Heeren. Daarom is in de Schrift de naam Jezus niet van de lucht en is ook de prediking naar de Schrift vol van die naam. Zeker in de Adventstijd. Geen wonder. Want zij is de rijke samenvatting van het Evangelie van zonde en genade, de verkondiging van de almacht en ontferming des Vaders, die hemel en aarde verenigt tesaam. Zij is de opgang in onze neergang, voert ons uit de engte naar de ruimte. Zij „doet" het voor tijd en eeuwigheid.

c. Eén dezer dagen wordt bij u het bericht aangaande Jezus' geboorte en Naam bezorgd. Misschien hebt u het al ontvangen. U mag het niet achteloos naast u neerleggen, want uw leven en toekomst zijn in het geding. Jezus' Naam wil niet iets, maar alles voor u betekenen. Hij wil naam bij u maken. Buiten Zijn Naam is geen leven, maar een eeuwig zielsverdriet. En als u Jezus alleen van naam kent, wordt het hoog tijd, dat u Hem bij Zijn Naam leert kennen. Het kan nog! Maar de grote Advent komt, de Dag, waarop de Zender van' het Bericht ons zal vragen, wat we met de Naam van Zijn Zoon hebben gedaan: voor kennisgeving aangenomen of : tot kennis gebruikt. Wie in Jezus' Naam tot de Vader gaat, zal van Hem alle inlichtingen ontvangen. Het bericht en de Naam (Gods gave) worden alleen in het gebed (onze opgave) recht ontvangen en verstaan. Wie ze zó ontvangt, zal merken — tot zijn verwondering!) — dat het licht van Gods Geest over dit oude bericht valt. Het wordt nieuw. Hij gaat het lezen met nieuwe ogen en leert de Naam van Jezus spellen.

Want: Jezus is, zoals Hij heet. Hij heeft èn geeft alles wat wij nodig hebben. „Mannen van naam" kunnen ons niet redden. Wij moeten het hebben van een kind van Naam, dat bij ons wonen, ons behouden en Thuis brengen wil. Dat mogen wij horen via dit bericht van Hoger Hand. Wat zegt u dat: niets, iets of alles ?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GEEN KENNISGEVING, MAAR: TOT KENNIS GEGEVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's