De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

6 minuten leestijd

Vrijzinnige geluiden — Verontrusting over groei van het Nederlandse volk — Falen der techniek.

De N.R.Crt. geeft de laatste jaren weinig kerkelijk nieuws. Die rubriek was voorheen — de jaren vóór de wereldoorlog — meer in de kolommen van „de pers van Nijgh", gelijk wijlen dr. A. Kuyper het deftige blad uit de Maasstad placht te noemen. Het „kerknieuws" was die jaren ook pittiger. Vooral de stukken waarboven men de woorden kon aantreffen : „men schrijft ons van gereformeerde zijde".

Evenwel, het nr. van 4 dec. j.l. had weer eens een stuk „kerknieuws", getiteld : „De Kerkbouwactie en de Hervormde Kerk".

Er stond heel wat in. Vrijzinnige — uit die hoek kwam het stuk onmiskenbaar — boutades, zou ik samenvattend kunnen zeggen. Waarover die spijtigheden gingen? Niet over de Kerkbouwactie als zodanig. Geen optimistisch geluid, als in het bureau in Den Haag beluisterd werd door een correspondent van „Trouw", die in „Klein Beeld" schreef, dat men niet twijfelde of de 16 millioen zouden er komen.

Neen de schrijver in de N.R.Crt. stelde in het licht, dat men op het nederlandse volk een beroep had gedaan, daarbij het woord „volkskerk" had gebezigd, maar dat bij een dergelijk „beroep op steun van buitenaf", het ons volk niet onverschillig kan laten „welke koers die kerk vaart". En op die koers is de schrijver wel gerust. Hij klaagt dan, dat er van de 8 kerkelijke hoogleraren geen enkele meer vrijzinnig is. Verder heeft de schrijver het over het „cónfessionalisme", dat op verschillende wijze zich doet gelden, o.a. in de drang van meerdere kerkeraden op predikanten uitgeoefend om „het dienstboek", welks gebruik nog niet verplichtend is gesteld, toch te gebruiken en zulks met instemming van hogere instanties. De schrijver vreest, dat eerlang doop en avondmaal, gelijk dr. Lekkerkerker onlangs reeds had betoogd, op enerlei wijze moeten bediend worden. Dit alles, gepaard met de dreiging van 1961, maakt dat het aantal vrijzinnige studenten in de theologie sterk afneemt, door vrees voor de dreigende leertuchtprocessen, welke ambtsdragers zullen treffen, die zich aan de „gangbare" leer niet kunnen onderwerpen. Al met al, weinig nieuws, doch een geheel van bekende klanken, en zoveel redenen, dat duizenden de hervormde kerk niet meer zullen zien als hun „geestelijk tehuis".

Wat dit artikel nu op het oog heeft is niet met preciese woorden uitgedrukt. De tendens is echter een volkskerk „van elck wat wils", m.a.w. dat de hervormde kerk in deze zin volkskerk zij, dat haar leven weerspiegelt, wat woelt en gist in het geestelijk leven des volks.

Is mijn vermoeden juist, dan is zulk een volkskerk het bedoelde „geestelijk tehuis" voor duizenden.

Op de jaarvergadering van de Protestantenbond, 26 en 27 november j.l. te Arnhem gehouden, heeft prof. Hidding de positie van het vrijzinnig protestantisme getekend als : „Tussen orthodoxie en humanisme". Ik laat dat voor zijn rekening. Hij klaagde ook over „gebrek aan zelfkennis", in verband met de onbevredigende situatie, waarin het vrijzinnig protestantisme zich bevindt. Houdt daarmede wellicht verband, dat de schrijver van het boven besproken artikel meent zich in de Ned. Herv. Kerk, zoals ze is, als in een „geestelijk tehuis" te kunnen vinden ? In een „tehuis" — men denke aan de bejaardencentra — zal men zich moeten houden aan de voorschriften der directie. Op het eigen apartement in zulk een tehuis is men vrij. Misschien bedoelt de scribent uit de N.R.Crt. zulk een apartement. Laten dan de vrijzinnigen het de Synode vragen.

De stichting „Volk en Ruimte" heeft in een adres aan de regering haar „verontrusting over de groei van het nederlandse volk" tot uitdrukking gebracht. De stichting, welker bestuur als volgt is samengesteld: prof. dr. J. J. Fahrenfort, . voorzitter, prof. dr. J. P. van Rooyen, vice-voorzitter, mevr. dr. H. M. in 't Veld-Langeveld, secretaresse, mr. dr. K. W. P. Klaassen, penningmeester, is beducht, dat bij een bevolkingsaanwas van circa 140.000 personen per jaar, dit land het volk niet meer kan dragen. En om deze reden verzoekt het stichtingsbestuur" de raad van ministers :

„Zich te beraden over de wijze waarop de regering het Nederlandse volk rechtstreeks of indirect kan doordringen van de ernst van het probleem der bevolkingsaanwas onder volledig respecteren van ieders persoonlijke levensbeschouwing".

Verder zegt het adres :

„Zij (de Stichting) is zich ook bewust van het feit, dat het inzicht hieromtrent verband houdt met opvattingen op het gebied van religie en wereldbeschouwing. Dat de overheid bij het bepalen van haar houding inzake de gezinsvorming grote omzichtigheid dient te betrachten, is duidelijk".

Adressanten menen, dat een „zich beraden", als boven aangegeven, ligt op de weg der overheid". Tenslotte geef ik nog het volgende, waarmede de toelichting eindigt:

„Van belang daarbij is, dat geen enkele kerkelijke organisatie van haar leden verlangt, dat zij gezinnen vormen naar de wetten der natuur. Sedert de wetenschap op het overlijden naar de wetten der natuur sterke invloed heeft geoefend, kan een ongebreidelde voortplanting tot een ramp worden".

Dit fraais (!) trof ik aan in de N.R.Crt. d.d. 7-12-'59, en enigszins verkort in „Trouw" van die zelfde datum.

Nu ben ik niet overtuigd van de waarheid der uitspraak, dat „geen kerkelijke organisatie van haar leden vraagt, dat zij gezinnen vormen naar de wetten der natuur". Ik meen, dat als Gods Woord onvervalst gepreekt wordt, in die prediking, welke heel het leven in het licht van de Schrift moet betrekken, wel genoegzame logenstraffing van die stelling ligt, althans moet liggen. Wel weet ik, dat onlangs de Wereldraad van Kerken een uitspraak heeft gedaan, die „preventieve" practijken niet afkeurt. Maar dat is de Wereldraad. Hij ging daarmede een weg op, die m.i. door Gods Woord verboden is. Ook al, wijl hij beducht is voor overbevolking. Dat was indertijd Malthus — zijn naam leeft voort in het neo-malthusianisme — ook reeds. En de levensontwikkeling, naar God, Die haar leidt, heeft hem (Malthus) in het ongelijk gesteld. Zullen we God de Heere nu maar niet het stuur in handen laten, en ons voegen naar Zijn wil ? Dat kost in deze vaak godvergeten samenleving strijd en verachting. Gelukkig degenen, die zich daartegen sterken in hun God. Hij beware onze regering voor de verkeerde weg, haar in het betreffende adres gesuggereerd. Ingeval de regering niet de weg gaat, die de stichting wenst, dan wijze zij ook het verzoek af de stichting subsidie te geven, opdat deze de voorlichting door haar aanbevolen kunne geven. Indien het de stichting waarlijk een consciëntiezaak is, moet zij ook de financiële offers dragen, welke haar beginsel eist. De illustere namen der bestuurders waarborgen, dunkt me wel, dat men capabel is die gelden te fourneren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1959

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's