DE STAF GODS
„En Mozes nam de staf Gods in zijn hand."Exodus 4 VS. 20 b
Nieuwjaar.
In de eerste dagen van het nieuwe jaar wensen we elkaar geluk, wensen we elkaar heil en zegen. Uitnemend, want een nieuw jaar is een gave en wij mogen elkaar toewensen, dat die éne gave vele goede gaven met zich meebrenge. Maar voor onszelf zijn we daar niet mee klaar, want een gave van God is altijd tegelijk „opgave".
Mozes ontving van God ook een gave. De staf in zijn hand. Van huis uit was het een gewone staf, maar door de tekenen die God er aan verbond, werd het de staf van Zijn wonderen. En op de grote „nieuwjaarsdag" in zijn leven, nam Mozes de staf Gods in de hand. Hij ging nu het doel van zijn leven vervullen: Israël uit Egypte leiden. Hij aanvaardde de opdracht.
Nu kan ik mij voorstellen dat u zegt: u moet ons, kleine mensjes, niet met Mozes vergelijken, noch ook onze taak met de zijne. Dat is veel te dik, veel te sterk aangezet. In zekere zin hebt u daar gelijk aan. We moeten van Mozes' opdracht een „klein-beeld" opname maken om te verstaan wat deze dingen ons te zeggen hebben. En toch staat het wezenlijke van die opdracht veel dichter bij ons dan we denken. Immers, de opdracht die Mozes ontving was niet iets nieuws. Hij was er veertig jaar geleden al mee begonnen! Op eigen houtje — ja, en 't was misgelopen — inderdaad, maar deze ex-prins had zich dan toch al eerder geroepen gevoeld om Israël te verlossen. Geen wonder ook, want hij was er voor in de wieg, hij was er voor in het biezen kistje gelegd. Daarom was heel zijn levensweg op zijn latere taak aangelegd.
Wij spreken wel eens over de „kans" van iemands leven, maar dat is iets incidenteels, de opdracht van iemands leven is datgene waarvoor God hem bestemd en in de wieg gelegd heeft. Het is de taak die ingebed is in de weg waarlangs Hij ons leven leidt.
Dat geldt ook van ons, al is die opdracht maar heel klein vergeleken bij die van Mozes. Er gebeurt op 1 januari niets bijzonders. Het is in wezen een dag als alle andere. Er breekt wel een nieuw jaar aan, maar dat nieuwe jaar komt met de oude opdracht. Wij moeten in het nieuwe jaar eenvoudig datgene doen, waartoe God ons bestemd heeft, in ons gezin, in ons werk, in kerk en maatschappij.
t Kan wel zijn dat we het anders moeten doen dan voorheen! Dat was met Mozes ook zo. Hij moest Israël op een andere manier gaan verlossen dan hij het vroeger had willen doen. En ook wij mogen ons de vraag wel stellen of er in ons leven niet veel veranderd moet worden. Wetende hoe we zijn en hoe we doen, denk ik zo dat dit zeker wel het geval is. We bederven het immers telkens weer en daarom is een nieuw jaar een van God gegeven gelegenheid om het beter te doen. De wereld zegt: tijd is geld. Maar God zegt: tijd is taak — gelegenheid om ons leven te leven als voor Zijn aangezicht. Laten we daarom in het nieuwe jaar de oude opdracht biddend aanvaarden.
Biddend, want de opdracht is moeilijk, net als die van Mozes. 't Ergste was dat de moeilijkheden voor hem vooral kwamen van de kant van zijn eigen volk. In de woestijn was er geen Egyptenaar meer te bekennen, maar 't was elke dag wat. Zo zullen ook wij met moeilijk materiaal moeten werken — ons zondige hart! We kennen dat eigen ik van vroeger wel. Dat spelt niet veel goeds! Maar we moeten er 1960 mee in. Dat wil dus zeggen: ook wanneer alles goed gaat, zoals we dat noemen, dan ligt er een moeilijk jaar voor ons wanneer we ernst maken met ons leven. Het leven is: geen vreed' alhier, geen wapenstilstand vragen. Het leven is: de kruisbanier tot in Gods handen dragen.
We moeten ons realiseren dat we ook in 1960 „op weg" zijn. Dat was Mozes ook vanaf het ogenblik dat hij de staf Gods in de hand nam. Die staf Gods betekende immers dat hij Israël naar een bepaald doel moest leiden — naar Kanaän! Zelfs in de 38 jaren van omzwerving in de woestijn, waarvan in de Bijbel weinig vermeld staat omdat er blijkbaar weinig „bijzonders" in gebeurde, moest hij het doel in het oog houden en het Israël inprenten dat het (alle omzwervingen ten spijt) toch naar Kanaän op weg was, en dat het zich dus geestelijk op Kanaan moest voorbereiden.
Maar zo is het met ons ook! God wijst ons het doel — het Kanaän dat boven is. Daarop moet ons leven gericht zijn. Misschien is er jarenlang niets bijzonders in ons leven gebeurd en mogelijk gebeurt er dit jaar ook weer niets bijzonders. Maar toch moeten we ons elke dag realiseren, dat die dagen en weken en jaren, die soms zeer eentonig zijn, maar in elk geval heel snel voorbijschieten, eeuwigheidswaarde hebben. We zijn op weg! En 't is waarlijk niet hetzelfde of we Kanaän bereiken of dat we in de woestijn omkomen. Daarom ontvangen we met het nieuwe jaar tevens de opdracht om op onze ziel te passen en ons leven te richten naar het doel dat God wijst.
En Mozes nam de staf Gods in zijn hand.
Dat was een opdracht, maar nu de andere kant: 't was ook een belofte! Die staf in zijn hand betekende immers dat God Zelf meeging! God had die staf tot de staf van Zijn tekenen gemaakt. Vandaar ook dat we telkens weer van die staf lezen. Bij Farao, bij de Rode Zee, bij Raphidim — telkens weer: de staf! Die staf mocht Mozes het onderpand van Gods nabijheid zijn. Hij mocht die staf omklemmen in de wetenschap, dat hij de toekomst niet alléén inging.
En, wil het goed zijn, dan zullen wij zo ook 1960 moeten ingaan! Gelukkig is dat mogelijk, want we hebben pas weer het Kerstfeest gevierd. Het Kerstfeest is het feest, waarop we gedenken hoe God uit genade Zijn hand uitstrekte naar zondige mensen. Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn een-geboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe.
Wij gaan het nieuwe jaar in met de vernieuwde verzekering, dat Hij met ons mee wil gaan, want al moeten wij ons wegschamen vanwege onze zonden. Hij zoekt tóch ons heil en ons behoud.
Als we de staf Gods dan maar opnemen! Want wanneer we in Zijn hart niet willen lezen en naar Zijn hand niet willen tasten, dan gaan we alléén! En dan moet alles meezitten wil het niet openbaar komen, dat we zo arm zijn als we zijn kunnen. En van de opdracht komt dan helemaal niets terecht, zodat het dan in 1960 totaal verkeerd gaat, ook al gaat het om zo te zien uitstekend.
Laten we over onze nood niet heenleven maar beseffen dat er zonder God niets van terecht komt. God, die ons weer opnieuw heeft doen verkondigen dat Hij in Jezus Christus onze God wil zijn, zegt vandaag tot ons: Neem deze staf in uw hand. Verwacht van Jezus Christus uw heil, zoek in Hem uw kracht en heb in Hem uw troost.
De staf Gods in de hand nemen — dat wil voor óns zeggen: leven uit het Evangelie der genade. Wie zó het jaar ingaat, komt niet verkeerd uit. Want die zal van Gods wonderen kunnen leven, al was het alleen al van het wonder, dat degenen, die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede.
De staf Gods in de hand — zo kunnen we verder, een onbekende toekomst tegemoet.
'k Sla d' ogen naar 't gebergte heen,
vanwaar ik dag en nacht
des Hoogsten bijstand wacht.
Mijn hulp is van de Heer alleen.
Die hemel, zee en aarde
eerst schiep, en sinds bewaarde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 december 1959
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's