Kroniek
„Terra incognita" - Een prognose van „Trouw" - De voortgezette Synode der Geref. Kerken - Onze Synode en prof. Smits - De eis der situatie.
Rondom Kerstmis en de jaarwisseling zijn vele bladen met een bijzonder nummer, of artikelen verschenen, meer of minder afgestemd op die gedenkdagen. Het is traditie geworden. Een goede traditie, die onderhouden dient te worden.
De N.R.Crt. gaf ter gelegenheid van de jaarwisseling behalve verschillende artikelen, een zeer sprekende tekening.
Ze geeft een oude man en een jongen te zien, maar van beiden slechts de benen tot aan de knieën. De oude man daalt moeizaam, in uitgetrapte schoenen, waarop de verfomfaaide broekspijpen afhangen, een trap af. Daartegenover ziet men de jongen met zijn sterke benen vol moed de voet zetten op de eerste trede van een trap tegenover de ander.
Zijn wij als die jongen vol moed en durf het jaar 1960 ingegaan? „Terra incognita" plaatste prof. dr. G. C. Berkouwer boven zijn artikel in „Trouw" dd. 2 januari j.l. Ja, terra incognita kunnen we het jaar vóór ons benoemen: onbekend land.
Maar Berkouwer wees ook op die treffende naam waarmede Psalm 65 de Heere God noemt: „vertrouwen aller einden der aarde" (vs. 6). Alleen als wij de Heere kennen als „God onzes heils" — die woorden staan vlak vóór de zoeven genoemde — zullen we in diep vertrouwen op Hem, moedig het „onbekende land" ingaan, zolang als Hij ons hier nog een taak en roeping geeft. Dan zullen de ouderen onder ons zich verkwikken aan de moed en het élan der jongeren. En deze zullen de bezadigdheid en rijpere levenservaring der ouderen niet hautain en overmoedig minachten, doch er winst mede doen.
Wat vóór ons ligt moge „onbekend land" zijn, toch kan er zich reeds aan het begin iets aftekenen, dat dringt tot een zekere prognose, een voorzegging van wat zal komen, een aanvoelen van wat er te wachten staat. „Trouw" dd. 2 januari j.l. waagde zich aan zulk een prognose. Het blad is beducht voor wat gaande is op radiogebied. Men wil het „omroepbestel" te lijf gaan. In de strijd tegen de „verzuiling" begint men met „het breekijzer in het radiobestel". „Trouw" rept in dit verband van „het adagium van de heer van Walsum". „En dat breekijzer heet commerciële televisie bedreven door een zelfstandige commerciële maatschappij". „De heer van Walsum gaat in zijn ijveren daarvoor", volgens „Trouw" „hand in hand met de Telegraaf".
Over „commerciële televisie" hebben wij de laatste tijd nogal het een en ander kunnen lezen. Ik ben op dit terrein helemaal niet deskundig. Wel weet ik dat „Trouw" en de heer Voskuil, redacteur van „Het Vrije Volk" er fel tegen zijn. Laatstgenoemde hoorde ik onlangs zeggen, dat de A.R.-fractie in de Tweede Kamer fel tegen „commerciële televisie" zou opkomen, indien de regering in haar regeling van 't televisiebeleid de kant op ZOU gaan van een „zelfstandige commerciële maatschappij", ja, het desnoods op een crisis zou laten aankomen. De heer Voskuil zou dit toejuichen, naar hij zeide. Heel begrijpelijk!
Voor de heer Van Walsum — „hand in hand met de Telegraaf' — is, volgens „Trouw", zulk een „maatschappij" „een fase in de strijd om aan de zelfstandig georganiseerde christelijke activiteit in staat en maatschappij een einde te maken". Daar zal de neer Voskuil ook wel voor voelen. Niettemin is hij inzake de „commerciële televisie" in de zin van de heer Van Walsum, diens tegenstander. „Profeet contra profeet", zou ik in dezen ten opzichte van deze twee vocalen in de P.v.d.A. kunnen zeggen. De heer Van Walsum behoort immers ook tot de P.v.d.A.?
Maar terzake. Bij dit alles komt nog dat de N.C.R.V. de wind tegen kreeg, „omdat zij de laatste zondag van het jaar niet wilde afstaan om de uitzending van een Duitse operette mogelijk te maken".
We hebben dit besluit te prijzen, al was het niet anders te verwachten. Want de C. in de naam N.C.R.V. moet gelden. Voor mijn besef geldt hij wel eens te weinig in bepaalde uitzendingen, muzikale en orale.
Daar is nog iets, dat „Trouw" drukt. Vele voorstanders van een commerciële Televisie regeling als de heer Van Walsum voor ogen staat, „realiseren zich minder goed dan deze wat het (c.t.v.) betekent". Zijn dat misschien mensen uit „eigen kring"? Zo ja, dan kan ik de bedruktheid van „Trouw" verstaan. Het zou inhouden, dat er in de komende strijd geen ongebroken front zou zijn en in eigen gelederen geen commimis opinio, geen eenstemmigheid.
Ja, dat zou jammer zijn. Strijd om een heilig beginsel kan een weldaad zijn. Gods Kerk heeft er altijd wel bij gevaren en de zaak des Heeren in het algemeen. Men wil heden — en het geldt met name de jongere generatie, ook onder ons — geen strijd. We behoeven hem ook niet te zoeken. Hij komt wel op Gods tijd, als wij maar trouw zijn in het beUjden en leven uit het Woord. We hebben, wat dat betreft, in het verleden goede tijden gehad. Misschien kan de strijd, die „Trouw" ziet komen, een aanleiding, een middel zijn, dat de A.R.P., naar wat prof. Gerbrandy bij zijn promotie tot ereUd van het Centraal Comité zei, weer als voorheen gaan spreken tot het hart van het gehele volk, het grijpend door het getuigenis naar het Woord. Dat zou winst betekenen. Want we kwamen dan uit de fase der middelmatige dingen — ze moeten behartigd worden doch staan op het tweede plan — weer tot het grote, waarom het in elke tijd moet gaan. En ook gaat. Zij het maar niet zonder ons! Een dergeHjk verlangen beluisterde ik ook in de rede door drs. Van Dijk gehouden op een samenkomst belegd door de Vereniging voor Calvinistische wijsbegeerte, waarin het ging over de positie der gereformeerde gezindte.
In de avond van de 4e januari jl. is de in het najaar verdaagde Synode der Geref. Kerken opnieuw samengekomen om haar arbeid voort te zetten. Er staan nog heel wat punten op de agenda. Ds. v. d. Woude uit Leeuwarden, de praeses der Synode noemde ze op. Er moet een professor aan de Theologische Hogeschool te Kampen benoemd worden in de vacature prof. Den Hartogh, die in 1959 is overleden. Inmiddels is op ds. v. d. Woude de keus gevallen. Ook moet de Synode haar oordeel geven over een uitbreiding van een bundel gezangen, die in contact met de commissie ad hoc in de Herv. Kerk is samengesteld. Ik las onlangs ergens, dat een samenstemming in deze materie o.m. wenselijk was voor het kind, het schoolkind dan, opdat er eenstemmigheid zij ten opzichte van de te leren en te zingen liederen.
Deze gedragslijn — in het synodedebat over de „gezangenbundel", dat „Trouw" dd. 6-l-'60 gaf staat niets van het scholenmotief — zal dan straks als de nieuwe psalmberijming klaar is, ook wel worden gevolgd. Maar ja, dan kan men de situatie krijgen, dat de Geref. Kerken de nieuwe bundel gebruiken en verschillende gemeenten in de Herv. Kerk de oude. Want hoe men over de nieuwe berijming moge oordelen, dat zij binnen afzienbare tijd in algemeen gebruik is, veronderstelt wel niemand. Ik vrees, dat de aanvaarding van een uitgebreidere bundel gezangen in de Geref. Kerken de psalmen wel eens in een minderheidspositie kon brengen. Dat zou bedenkelijk zijn, omdat de psalmen, ook naar besluit van een der vorige synodes, de voorrang moeten hebben. Dr. Kunst, geref. predikant te Amsterdam, is het met die uitspraak niet eens, gelijk hij onlangs in zijn kerkbode schreef. Wellicht meerderen met hem. Doch doorvoering van dit standpunt zal de diepgang voor het geloofsleven, meen ik, niet bevorderen. Hoe dit ook zij, de Synode is met de aangeboden gezangenbundel niet klaar gekomen. Er was uit de gemeenten veel kritiek op geoefend, zo zelfs, dat van de 134 liederen slechts 3 vol waren bevonden.
De Synode zal ook het rapport betreffende een nieuw zendingsterrein behandelen. Bedriegen de tekenen niet, dan zal die expansie van de zending wel doorgaan.
En dan zal de Synode zich nog hebben te bezinnen op het rapport betreffende gezinsvorming.
Men ziet het; er is werk aan de winkel. De Synode vreest dan ook in twee weken nog niet klaar te komen. De rest zal eventueel begin april e.k. behandeling ontvangen. Ook nu weer blijkt, dat de Geref. Synode zich de tijd gunt en de zaken niet overhaast doet.
En wat zal in de voorjaarszitting onzer Synode zijn te behandelen? De zaak prof. Smits? Gelijk men weet, is hij van het besluit van de Commissie voor het Opzicht, ingesteld door de P.K.V. van Zuid-Holland in beroep gegaan bij de Synode.
De formulering van het besluit van genoemde commissie is nogal onder kritiek genomen. Afgaande op verslagen in de pers, heb ik ook gemeend en uitgesproken, dat de commissie te formeel was te werk gegaan. Na kennisname van de uitspraak zelve — ik las ze in „Kerk en Wereld", dat ze heeft afgedrukt — moet ik dit herroepen. De commissie heeft afwijking in de belijdenis als de grond van haar besluit aangegeven. Die grond — „onchristelijke belijdenis" — zal bij de behandeling in de Synode wel moeten gelden. Deze behandeling zal zeker wel een der moeilijkste worden, waarvoor de Synode wordt gesteld.
Inmiddels is prof. Smits „over grenzen" gegaan. Berichten in „De Rotterdammer" meldden zijn optreden in de Moskee in Den Haag. Wat hij daar — althans naar het verslag — gezegd heeft, laat wel zien, dat hij zich allerminst beweegt „binnen de grenzen van het belijden der kerk" (Art. X van de kerkorde). Prof. Smits heeft in het gebouw der Mohammedaanse missie te 's-Gravenhage, zijn visie op de persoon van Jezus — hij noemde hem „een mens", zij het „een buitengewoon mens" — aan de saamgestroomde menigte vertolkt. De „maagdelijke geboorte" werd geloochend. „Dit kan niet gebeurd zijn", riep hij uit. Jezus' vader was Jozef. Wanneer en waar Jezus geboren was, was niet met zekerheid te zeggen, volgens prof. S. Ook de Godheid van de Heere Jezus werd geloochend.
Aan het slot van de samenkomst gaf de Iman der Moskee zijn visie op de figuur van Christus. Van Moslemzijde werd opgemerkt, dat er praktisch tussen de voorstelling van prof. Smits en de Iman geen verschil was.
Prof. S. riep naar aanleiding van het „geen plaats in de herberg", uit, dat hij, na de uitspraak van de commissie voor het Opzicht beter dan ooit verstond, dat er voor hem „geen plaats meer is in de herberg der kerk". Heeft hij met wat hij in de Moskee in Den Haag zeide, zijn eigen vonnis niet geveld? Wijlen dr. Louis Bahler stelde Christendom, Boeddhisme en Mohammedanisme op één lijn. Prof. Smits doet het zelfde. Bahler — we wezen er in een vorige kroniek op — behield ondanks de procedure tegen hem- ingezet, zijn plaats in de kerk. Een dacapo daarvan zal ons wel bespaard blijven. De geschiedenis herhaalt zich niet, ook al geeft het syclisch rhythme paralelle verschijnselen te zien. Zal prof. van Niftrik na de rede in de Moskee, blijven weigeren prof. S. uit de kerk te zetten?
Na het voorafgaande — het is een trieste geschiedenis; het zou rijk zijn als prof. S. zich van de dwaUng zijns wegs bekeerde — kan de vraag rijzen: wat zullen de vrijzinnigen in deze zaak doen? „Kerk en Wereld" wijdde een bijzonder nr. aan deze zaak; een „leertuchtnummer". Blijft de Vereniging van vrijzinnig hervormden, die prof. Smits handhaafde als redacteur van haar orgaan, hem trouw? 't Blad geeft de stand van zaken weer, en onthoudt zich grotendeels van beoordelingen zolang de zaak „sub judice", onder de rechter, is. Zullen de vrijzinnigen in bovengenoemde vereniging samenverbonden, zich straks, als het door prof. S. zelf over zich gevelde vonnis in een uitspraak van of namens de Synode valt, in massa achter hem stellen? Wie zal het zeggen? We staan ook in dezen voor „terra incognita". Zo als het nu lijkt, zal de eerste „leertuchtprocedure" niet rechts, gelijk wel eens gezegd is, maar links treffen. Doch men zij aan de rechtervleugel op zijn hoede. „Nood der tijden eist aaneensluiting" is vroeger wel als parool uitgegeven. Het is nog van kracht. „Nood der tijden" en de nood der kerk, de nood ook, waarin met name wij, herv.-gereformeerden ons bevinden, eist aaneensluiting en samenbinding. Allereerst rondom de Koning der Kerk. Doch ook onderling, in eigen kring. En dan naar het woord van Johannes: „indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wi gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde" (1 Joh. 1 : 7).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's