De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Ds. J. v.d. Haar. Het geestelijke leven bij Calvijn (De onbekende Calvijn). De Banier, Utrecht, 1959, ƒ 9,75

„Naar mijn bescheiden mening", zo schrijft ds. v.d. Haar op blz. 8, „is er nog steeds een aanzienlijke leemte in het onderzoek van Calvijns leven en zijn theologische opvattingen". De schrijver heeft daarbij het oog op Calvijns' persoonlijke geloofsleven en acht het eis en roeping „van en voor onze tijd.. om dus weer het rechte licht te doen vallen op Calvijns leer en om deze dan te belichten van zijn leven uit". (blz. 10). Dit schijnt niet zo gemakkelijk, want „zomin als Luther gaf immers Calvijn een eigen levensverhaal" (blz, 10).

Toch wil de schrijver een poging wagen om temidden van tekortkomingen en misvattingen, welk hij bij verschillende schrijvers signaleert, een Calvijn te tekenen, die zij niet blijken te kennen. Vandaar de ondertitel: „De onbekende Calvijn". Deze „onbekende Calvijn" of liever de sleutel tot de „verborgen kamer van zijn hart" heeft ds. v.d. Haar gevonden in de Voorrede op zijn Psalmencommentaar, deze woorden: „En de lezers zullen, als ik mij niet vergis, merken, dat, wanneer ik de verborgen gevoelens zowel van David als van anderen uitleg, ik niet anders spreek dan van hetgeen ik persoonlijk heb ondervonden.

'Het is duidelijk, dat de schrijver daarbij bijzonderlijk ziet op de laatste woorden: hetgeen ik persoonlijk heb ondervonden, m.a.w. Calvijn zet de stempel van zijn bevinding op zijn psalmencommentaar, „want wij vinden", zo merkt ds. v. d. H. op, - „als wij echt lezen, n.l. met verlichte ogen des verstands, (oculati, om met Calvijn te spreken) - de neerslag en weergave van Calvijns eigen geestelijke leven!"

Ds. v.d. Haar volgt hier een methode, welke zeer ongeschikt is om de leermeester van Geneve te eren. Immers Calvijn wijst ons altijd weer op de Heilige Schuift als de regel des geloofs, waaraan wij ons hebben te toetsen. En nu wil ds. v.d. Haar ons de deur openen van Calvijns hart om van uit zijn leven zijn leer te belichten.

Calvijn heeft echter nooit bedoeld met zijn psalmencommentaar een geestelijk zelfportret te schilderen, opdat de mensen van uit dit licht zijn leer zouden verstaan. Hij heeft ook nooit bedoeld een leer van Calvijn te geven, maar het is zijn leven geweest de leer der Schriften te verstaan.

De zaak ligt derhalve juist andersom. De Kerk van Christus heeft in de psalmen haar leven, het leven der kerk, gevonden. Wanneer wij in ons hart de trekken van datzelfde leven mogen ontdekken, is dat een voorrecht en vinden wij in de psalmen een veilige gids en toetssteen.

Zo ook, als Calvijn zegt, dat hij niet anders spreekt dan van hetgeen hij zelf ondervonden heeft, wil hij daarmede betuigen, dat hij hetzelfde leven van David en die anderen kent en deelachtig is.

Het is ook waarlijk niet nodig eerst die sleutel van ds. v.d. Haar gevonden te hebben, alsof wij niet zonder deze bonden verstaan, dat Calvijn zijn „Onderwijzing in de Christelijke religie, zijn psalmencommentaar en nog zoveel meer niet had kunnen schrijven en niet zó had kunnen schrijven, indien hij vreemd ware gebleven aan het leven van de Kerk des Heeren.

Ds. v.d. Haar vindt tekortkomingen en misvattingen bij verschillende schrijvers over Calvijn. Hij trekt daaruit de conclusie, dat zij Calvijn niet kennen. Dat komt zeker voor, maar het komt ook voor, dat men aanstoot neemt aan zijn geloof. Bovendien ligt het voor de hand, dat een man van zo veelzijdige en verstrekkende invloed op dogmatisch, sociaal en politiek terrein, velerlei reacties èn van verschillende zijden wekt en voortvloeiende uit geheel verschillende levensbeschouwingen. Deze zijn uit de aard der zaak ook altijd min of meer subjectief gekleurd. Zo zijn er, die Calvijn naar zich toe exegetiseren vanwege zijn grote naam en er zijn er, die van hem niets willen weten.

Op die wijze zou men een galerij van gelijkende of van meer of minder mistekende portretten van Calvijn kunnen vertonen al naar de gevoelens van gemeenschap of distantie, welke de schilders bezielden. Uit dien hoofde was er aanleiding om, een boek te schrijven: Calvijn naar Calvijn (Viquet et Tissot, Calvin d'après Calvin).

Daarom betreuren wij de ondertitel van het boek van ds. v. d. Haar: „De onbekende Calvijn". Wij vrezen trouwens, dat mensen, die meer dan oppervlakkige kennis van Calvijn hebben, daaraan aanstoot zullen nemen, ook al spreekt ds. v.d. Haar van zijn bescheiden mening. Nu lijkt het wel erg veel op een Calvijn, volgens ds. v.d. Haar.

Het zou o.i. aanbeveling verdiend hebben, als ds. v.d. Haar, hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk, de psalmencommentaar van Calvijn had behandeld om het leven der kerk te schetsen. Dit zou hem tevens gelegenheid hebben gegeven het licht op Calvijns geeste­lijke leven te doen vallen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's