De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De oude Simeon

6 minuten leestijd

Lukas 2 : 25-32

Toen het kindeke Jezus veertig dagen oud was, brachten Jozef en Maria Hem te Jeruzalem, opdat ze Hem de Heere voorstelden. De Heiland heeft Zich zo diep willen vernederen, dat er ook voor Hem een reinigingsoffer zou worden gebracht, als zou Hij Zijn moeder hebben bezoedeld.

Ik zie in mijn gedachten Maria met het kindeke Jezus bij de priester staan, die het reinigingsoffer uit de hand van de schuchtere Jozef aanvaardde. Het waren slechts een paar tortelduifjes. De priesters en de levieten zullen slechts weinig of niets hebben begrepen van de diepte van het grote mysterie, hetwelk daar plaats greep.

Al onze zonden getuigen tegen ons. We hebben de Wet des Heeren overtreden met daden, met woorden en met gedachten.

David riep het uit voor het aangezicht van God, dat de Heere de zonden zijner jonkheid niet zou gedenken.

Maar in de een en vijftigste psalm grijpt hij nog verder terug in het grijze verleden en belijdt het, dat hij in ongerechtigheid geboren was en dat zijn moeder hem in zonde had ontvangen. O, wie zal de zonden uitdelgen? Wie zal de schuld verzoenen, die er ligt van de ure van de ontvangenis af. En het antwoord kan alleen maar luiden: Die dierbare Heiland en Zaligmaker Jezus Christus, Die de hemel der hemelen verliet en naar het vlees geboren wilde worden uit een zondige moeder.

Wat was er weinig belangstelling bij de voorstelling in de tempel. De hogepriester was er niet. Herodes was nergens te zien. Het loopt heel schraal af.

Toch niet, lezers, de Heere zorgt voor de eer van Zijn heilige kind Jezus.

Daar schrompelen twee oude mensen naar de tempel, de oude Simeon en de oude Hanna. Het was een droeve tijd, toen Christus werd geboren. Israël, eens een vrij volk, moest zich buigen onder de Romeinse scepter.

Geestelijk was het met dat oude bondsvolk nog droeviger gesteld. In de tempeldienst speelde het Farizeïsme hoogtij. Voor de leer van de vrije genade was geen plaats meer te vinden. Toch gebeurden er in die zelve dagen grote dingen. In de woningen van eenvoudige herders werd toch nog de vreze Gods gevonden. Op het gebergte van Judea en in Nazareth verschenen engelen aan arme zondaren. En ook in Jeruzalem werden mensen gevonden als Simeon en Hanna, al zijn het er maar weinigen geweest.

Van Simeon staat geschreven, dat hij rechtvaardig was. Wij weten uit de Heilige Schrift dat een zondaar alleen maar rechtvaardig kan heten, als de Vader in de hemel de zondaar niet meer aanziet zoals hij in zichzelf is, maar hem de gerechtigheid van Christus komt toe te rekenen.

De mens, die door genade hiervan iets leert kennen, begeert niet alleen zijn zonden te belijden, maar wil er ook in beginsel mee breken. Aan de wereld der ongerechtigheden moet de scheidsbrief worden gegeven. Hoe kan het anders, of er wordt dan een liefde geboren in het hart om te leven naar al de geboden en inzettingen des Heeren.

Zulk een rechtvaardige was ook Simeon. Uit zijn handel en wandel bleek ten zeerste, dat hij een mens was, die God had leren vrezen.

Daarom wordt er ook van hem gezegd, niet alleen dat hij rechtvaardig was, maar ook godvrezend. Meer wordt er nog vermeld van deze merkwaardige grijsaard: „hij verwachte de vertroosting Israels."

We zeggen te weinig, als we alleen maar zouden beweren, dat Simeon hoopte om de dag te aanschouwen, waarin de Romeinse adelaars zouden worden nedergeveld.

Neen, deze mens was er een, die de smart had leren kennen over zijn zonde en zijn schuld. Huet zegt in een van zijn Afrikaanse gedichtjes: Ween, ween o mens, omdat ge een zondaar zijt.

De droefheid naar God werkt immers een onberouwelijke bekering tot zaligheid.

Als we ons oor te luisteren leggen, dan horen we over veel noden en zorgen en bekommernissen. Weinigen zeggen echter met de dichter: Ik ben bekommerd vanwege mijne zonden.

Gelukkig de mens, die met de belijder is gekomen tot kennis van zijn schuld en zonden en nu leert vragen: Is er nog een middel om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen?

Van de zulken zegt de Heere: Zalig zijn ze die treuren, want ze zullen vertroost worden. Dat dit alles de vrucht was van de Heilige Geest die op hem was, zullen de lezers wel begrepen hebben.

Lang heeft deze Simeon uitgezien naar de komst van het beloofde zaad. Ook hij stemt in met de roep der ouden: Och of Gij de hemelen scheurdet! Hij had een Goddelijke openbaring ontvangen door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zien zou, eer hij de Christus des Heeren zou zien.

Wie weet hoe de duivel het van alle kanten heeft bestreden: „Simeon, ge wordt al zo oud en ge hebt al zo lang te vergeefs op die komst gewacht. Zoudt ge ook misschien een dwaallicht hebben gevolgd? "

Maar ziet, op die gedenkwaardige morgen drijft de Heilige Geest hem naar de tempel. Nu moet hij er zijn, want de Heere zal Zijn Woord zekerlijk waarmaken.

En daar ziet hij in de tempel dat eenvoudige ouderpaar, Maria en Jozef.

Eer Maria het weet, neemt de grijsaard het kindeke van hare armen en nu begint de grijsaard God te loven:

„Nu laat Gij, Heere, uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw Woord, want mijn ogen hebben Uw Zaligheid gezien".

Stellig heeft de grijsaard met dat heengaan het sterven bedoeld.

De dood is immers voor Gods kinderen een knecht, die het kind brengt naar het Vaderhuis. O, waarin ligt toch het geheim van dat zalige sterven. Wel, lezers, Simeon had dat kindeke, als zijn Zaligmaker mogen omhelzen.

Dat kindeke zou immers ook voor hem lijden en sterven aan het kruis. U kunt toch immers in het volgende schriftgedeelte lezen, dat Simeon een profeet is geweest. In de schaduw van de kribbe heeft hij het kruis zien verrijzen.

O lezers, welk een zaligheid ligt er in dat Kind van Bethlehem: „een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van uw volk Israël."

De heidenen zouden Israël zelfs wel voorgaan.

Lezers, gaat ook uw hart uit naar dat kindeke? Is ook van dat Kind uw verwachting? Arm is de mens die zijn troost van de wereld verwacht.

(Woerden)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's