Uit het Nieuwe Testament
1 Corinthe 11 vers 1, 2
II
Wij zouden nu nader ingaan op de inhoud van 1 Cor. 11
De vorige maal merkten wij reeds op, dat een christen in zijn nieuwe leven niet los is van de zeden en gewoonten van zijn omgeving waar hij midden in staat. Hier behoeft op zichzelf niets verkeerds in te schuilen, integendeel, dit heeft positieve betekenis ook voor het christelijk leven, als die zeden en gewoonten ten minste niet in strijd zijn met de ordinantiën Gods en met de Wet des Heeren en zij de geestelijke toestand van de gemeente niet bedreigen. Dit wordt echter gans anders, wanneer dit laatste wel het geval is. Dan zal een blijven vasthouden aan die zeden en gewoonten het eigenlijk karakter der gemeente in deze wereld verduisteren en zal de verwereldlijking zich in haar midden breed maken.
Zo lagen de stukken in de Corintische gemeente. Er waren voetangels en klemmen op het gebied van de verhouding tussen de man en de vrouw, van het optreden en de houding van de vrouw in het openbaar.
De apostel was blijkbaar met deze feiten bekend. Had men hem officieel er over geschreven en om zijn oordeel gevraagd; hadden particulieren hem erover bericht? In elk geval acht hij dus de zaak belangrijk genoeg om er over te schrijven. Evenals over de kwesties, welke gerezen waren en de misstanden, welke er heersten, rondom het Avondmaal.
Wellicht zegt iemand: is die eerst genoemde zaak nu zo belangrijk? Overgebracht op onze tijd: hoe een vrouw net haar draagt, of zij met of zonder hoed in de kerk komt, is dat nu zo belangrijk? Moeten wij ons daar nu wel druk om maken? Is dit niet een kwestie van gewoonte en mode, zonder meer? Kom, er zijn ook in deze tijd wel belangrijker dingen om ons druk over te maken en mee bezig te zijn! En ons antwoord luidt: zeker zijn er belangrijker dingen. En vooral bij die kwesties, welke hier aan de orde zijn, moeten wij waken tegen muggezifterij en moeten wij er goed op letten, waar het nu eigenlijk, bij wat de apostel hier schrijft, om gaat en waar het niet om gaat. Toch zijn blijkbaar deze kwesties niet geheel van belang ontbloot. De apostel wist ook wel, wat belangrijk was en wat niet. Dat blijkt uit al zijn brieven. Toch gaat hij op deze kwesties in. Hij vindt dat blijkbaar de moeite waard. Ze zijn hem méér dan alleen gewoonte-modekwesties.
Dit kunnen wij begrijpen, als wij bedenken, dat achter datgene, waar Paulus hier op ingaat, iets toch wel belangrijks ligt. 't Is volkomen Bijbels om de mens als een éénheid te zien, ziel en lichaam. Zo heeft God hem geschapen, daarom is er ook een nauwe relatie tussen ziel en lichaam en werken beide op elkaar in. Wat heeft men daar vooral de laatste tijd, b.v. ook in de medische wetenschap, weer meer aandacht voor. De psyche, de geestelijke gesteldheid, van de mens werkt met andere factoren in op bepaalde ziekten; bepaalde ziekten zijn weer van invloed op de psyche. Afgezien van dit laatste, het is een onomstotelijk feit, dat wat in de ziel van de mens zich afspeelt, vaak zijn afspiegeling vindt in het lichaam en in het uiterlijk optreden. Innerlijke schaamte werpt een blos op het gelaat, droefheid vult de ogen met tranen, toorn doet het oog fonkelen. Soms kan de mens met goede of met kwade bedoelingen in zijn uitwendige houding juist verbergen wat er innerlijk in hem omgaat, soms treedt er een kortsluiting op tussen zijn innerlijk leven en zijn optreden naar buiten. Doch als regel, normaal, zal dit laatste harmoniëren met wat er in zijn ziel omgaat.
Aan dit feit moeten wij denken, als wij lezen wat Paulus schrijft in het eerste gedeelte van 1 Corinthe 11. Het gaat daarin om het optreden van de vrouw naar buiten, in het openbaar. Is dit op zichzelf zo van belang? Dit optreden is echter niet los te maken van wat er innerlijk bij haar leeft. En zo kan heel deze kwestie een diepere achtergrond krijgen en krijgt ze dat ook inderdaad. En daarom moet het ons ook gaan. En zo stellen wij de vraag, wat dit gedeelte ons, in onze tijd, nog te zeggen heeft!
Wij benaderen nu het hoofdstuk zelf. U zult willen aannemen, dat 1 Corinthe 11 eigenlijk bij vers 2 begint. Immers, wij moeten ook hier weer even er aan denken, dat daar eerst van de Heilige Schrift de oude handschriften waren, in de oorspronkelijke taal, wat het Nieuwe Testament betreft, dus in het Grieks, en daarna de verschillende vertalingen, in allerlei talen. In die oude handschriften liep de tekst alsmaar door, zonder onderbreking en zonder indeling in hoofdstukken. Deze indeling is later gemaakt; hoewel over het algemeen niet onverdienstelijk, aansluitend bij de inhoud, toch niet onberispelijk, zodat die indeling niet altijd klopt met de inhoud.
Een voorbeeld van dit laatste treffen wij aan in het begin van ons hoofdstuk. Vers 1, „Weest mijn navolgers, gelijkerwijs ook ik van Christus", behoort stellig nog bij caput 10.
In dit hoofdstuk vinden wij eveneens enkele vermaningen, welke de apostel de gemeente geeft. En dan vat hij samen: waartoe hij anderen vermaant, dat doet hij ook zelf. Hij, de apostel des Heeren, is niet een gezant van zijn Koning, die een Evangelie brengt, waar hij zelf vreemd aan is. Integendeel, hoe is dat Evangelie als door hem heengegaan. De kracht der Wet heeft hem neergeslagen, de kracht van het Evangelie heeft hem wonderlijk opgericht. En in zijn optreden als apostel én in zijn leven als „gevangene" van Jezus Christus, openbaart zich nu de kracht van het Evangelie. Zijn geloof is niet zonder de liefde en de vruchten. Het voorwerpelijke en het onderwerpelijke, waarover onder ons zo vaak geredeneerd wordt en welke twee, als het goed is, niet te scheiden zijn van elkaar, noch in de prediking, noch in het echte geestelijke leven, lagen ook in Paulus leven, nauw verstrengeld. Welk een liefde, metterdaad, jegens de ere Gods en Zijn volk, was er in het leven van Christus. En als vrucht, uitstraling daarvan, eveneens in het leven van de apostel. Bescheiden, maar terecht, noemt hij zich een navolger van Christus. Nu wekt hij de gemeente op, zijn navolger te zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's