De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Prof. Smits, ons allen langzamerhand wel bekend om zijn onchristelijke ideeën aangaande de persoon en het werk van Christus, is boos en ontstemd. Hij meent, dat de pers hem onrecht aangedaan heeft door een volkomen verkeerde voorstelling van zaken te geven omtrent hetgeen hij 21 december j.l. gezegd heeft in de Haagse Moskee over de betekenis van de geboorte van Jezus. Hij kan het onmogelijk op zich laten zitten, dat zijn woorden verdraaid en zelfs met de nodige individuele fantasie zijn weergegeven. De aanwezige journalisten blijken niet de kunst te hebben verstaan van een scheiden tussen hoofdzaken en bijzaken.

In een artikel onder de titel „Journalistieke Woord-Verdraaiing" in het vrijzinnige blad „Kerk en Wereld" van 15 januari j.l. schrijft prof. Smits o.a. het volgende:

Duidelijk is, dat alle andere kranten in Nederland voor hun berichten over deze zaak afhankelijk waren van de Haagse kranten.

Hoe staat het dus met de Haagse couranten?

In het Vaderland verscheen een kort, wat onbeholpen en eenzijdig verslagje onder de sobere titel „Jezus en de Islam". Maar wat ik daarna onder sensationele headlines toevallig (!, deze redacties stuurden nl. geen nummer toe) te lezen kreeg in De Nieuwe Haagse Courant en De Haagse Courant, deed mij mijn ogen uitwrijven. Ik zou gezegd hebben, dat Jezus een heel gewoon mens was geweest; ik haalde zonder meer een rode potloodstreep door de centrale leerstukken der kerk als de goddelijkheid van Jezus, de maagdelijke geboorte enz. Ja, wat de maagdelijke geboorte betreft bestond ik het zelfs om het geloof hierin met ons intelligentiequotiënt in verband te brengen. De bijbelse geboorteverhalen zijn „maar" fantasie en ik zou pathetisch hebben uitgeroepen, dat ik thans beter versta wat het betekent dat er geen plaats was in de herberg.

Deze voorstelling van zaken moet ik echter geheel op rekening stellen van beide bovengenoemde Haagse couranten en met name van de fundamentalistische „bron" waaruit beide hebben geput. Want dat beide sensationele verslagen uit een-en-dezelfde bron afkomstig zijn, staat voor mij persoonlijk vast. Want dat twee mensen, onafhankelijk van elkaar, op praktisch gelijke wijze mijn woorden dermate verminkt en verdraaid hebben kunnen weergeven, lijkt me in strijd met alle logica.

Wanneer we dit lezen en goed op ons laten inwerken, dan verwachten wij, dat prof. Smits iets heel anders in die Haagse Moskee gezegd heeft, iets, dat de beweringen van de Haagse pers logenstraft. Maar in deze verwachting worden wij teleurgesteld. Prof. Smits schrijft:

Ziet hier, wat ik in feite gezegd heb: Te midden van de andere grote wereldgodsdiensten is het christendom in feite één weg tot God, niet dé weg. Principieel geloof ik dat ook, maar praktisch is voor mij als christen en Europeaan het christendom dé weg, nl. de enige voor mij begaanbare weg. Ik behoor niet tot die christenen, die zich gelukkig en gerust voelen bij de gedachte, dat al die miljoenen niet-christenen zich op een dwaalweg bevinden.

Dit zijn de eigen woorden van prof. Smits. Verschilt nu de wezenlijke inhoud hiervan met de volgende weergave in de pers?:

„Nadrukkelijk zei prof. Smits dat voor hem het christendom de godsdienst is, waartoe hij door geboorte en volksaard behoort. Maar dé (enige) weg is het z.i. niet, al gunde hij mensen die het christendom wel zo beschouwen, naar hij verklaarde, die „genoegen". Als de drie grote wereldgodsdiensten noemde hij Buddhisme, Mohammedanisme en Christendom. Jezus is met Buddha en Mohammed een stichter van een godsdienst.

Weer laten we prof. Smits aan het woord:

Over de persoon van Jezus wordt niet gelijk gedacht onder de christenen. De ene stroming meent, dat Jezus echt en normaal mens is geweest, ziet in hem een unieke profetische gestalte, de andere stroming ziet in hem een goddelijk wezen (2e persoon der drieëenheid), dat slechts tijdelijk en bij wijze van incognito de menselijke zienswijze heeft aangenomen. Het spreekt vanzelf dat alle verhalen rond de geboorte van de stichter van het christendom een andere „duiding" ontvangen, al naar dat men op het eerste dan wel het tweede standpunt staat. Ikzelf sta op het eerste standpunt, zodat de geboorteverhalen voor mij geen historische betekenis hebben, doch als godsdienstige mythen worden gezien, die wezenlijk bedoelen te zeggen: Jezus was een door Gód gezondene, een boodschapper van God.

Vervolgens ben ik in detail op de geboorteverhalen ingegaan, belichtte de historische problematiek ervan, maar vroeg ook telkens nadrukkelijk aandacht voor de aangrijpende schoonheid ervan en zei: u moet die verhalen verstaan zoals we de gelijkenissen van Jezus zelf verstaan, nl. naar hun godsdienstige prediking en niet naar hun onhoudbare projecties op het vlak der geschiedenis. Zo is het verhaal van de kerstnacht geen ooggetuigeverslag van wat zintuigelijk waarneembaar was voor de herders; niet open oren en ogen, maar open harten hadden en hebben deel aan het wezenlijke kerstgebeuren.

Ik wees erop hoe in het Mt. evangelie bij het bezoek dat de drie wijzen aan Bethlehem brachten, niet langer sprake is van een stal bij een herberg, maar van een woning en slechts heel terloops naar aanleiding van een discussie over deze tegenstrijdigheid tussen stal en woning zei ik met een knipoogje: dat komt wel vaker voor dat er geen plaats is in de herberg. Van een pathetische exclamatie en het spelen van een martelaarsrol, is eenvoudig geen sprake geweest.

Van de maagdelijke geboorte zei ik, dat dit ook weer een van die mythische overleveringen is, die men naar zijn religieuze bedoeling moet nemen (Jezus is door God gezonden) en niet naar zijn letterlijke voorstelling. Ik wees erop hoe deze overlevering aanknopingspunten vond in het verhaal van Abraham en Sarai, van Zacharias en Elisabeth en wees, in aansluiting bij Emil Brunner, ook op de morele risico's, die dit verhaal bij letterlijke opvatting, voor de sexuele opvoeding van onze jongeren inhoudt. Verder zei ik, dat voor de christen, die weet dat hij God ook moet dienen met zijn verstand, het een onverdragelijke logische tegenstrijdigheid moet heten, bij letterlijke opvatting van de maagdelijke geboorte, dat volgens de stamboom in het Mt. evangelie het juist Jozef is, die Jezus met het huis van koning David verbindt. In dit verband viel even het woord i.q.!

Ik eindigde met de woorden: Als christenen (maar niet alleen als christenen) past ons diepe dankbaarheid voor wat God de hele mensheid in de profetische persoon van Jezus heeft willen schenken.

Duidelijker kan het niet. Prof. Smits ontkent het goddelijk Zoonschap van de Heere Jezus en de Drieëenheid Gods. Hij staat niet op het standpunt van die stroming onder de christenen, die in Jezus een goddelijk wezen (2e persoon der drieëenheid) ziet, dat slechts tijdelijke en bij wijze van incognito de menselijke zienswijze heeft aangenomen, maar is van mening, dat Jezus een echt en normaal mens is geweest, een unieke profetische gestalte. Dit is in feite het 19de eeuwse, oud-moderne Jezus-beeld, afgezien nog van de volkomen onjuiste interpretatie van de klassieke, bijbelse dogma's van het goddelijke Zoonschap van de Heere Jezus en de Drieëenheid Gods.

Verder loochent prof. Smits de maagdelijke geboorte." Dit is een mytische overlevering, voor het verstand een onverdragelijke logische tegenstrijdigheid met de stamboom van Jezus in Matth. 1.

Was het nu zo onjuist, toen deze opmerkingen van prof. Smits aldus in de pers zijn weergegeven? :

Met grote nadruk wilde prof. Smits vaststellen dat voor hem Jezus een „gewoon" mens is. „Natuurlijk kan een gewoon mens buitengewoon zijn, maar daarmee blijft hij gewoon mens", zei hij. Prof. Smits haalde daarna het rode potlood door de volgende leerstellingen der kerk: de godheid van Jezus en zijn maagdelijke geboorte. Zijns inziens was Jezus, die hij wel een historische figuur noemde, een gewoon mens, die op latere leeftijd als profeet ging optreden maar zelfs door zijn naaste verwanten voor krankzinnig werd gehouden. '

„We weten niet wanneer Jezus geboren is en evenmin waar, alleen dat Jozef zijn vader is en dat er van een maagdelijke geboorte geen sprake is" zei prof. Smits.

Fel keerde hij zich tegen de leer der maagdelijke geboorte. „Dit kan niet gebeurd zijn", aldus spr., „dat is 'n kwestie van I.Q." Bovendien weigerde hij deze leer te aanvaarden omdat z.i. daarmee het huwelijk veroordeeld zou zijn. „Dan was het huwelijk te min voor Jezus en dat aanvaard ik niet", aldus prof. Smits.

Prof. Smits heeft nog meer gezegd, maar het komt allemaal op hetzelfde neer: een niet willen buigen onder het gezag van het Woord Gods. Het bijbelse geloof in de Christus der Schriften moet wijken voor de overleggingen van 's mensen ratio, die - dat is zonneklaar - een verdorven ratio is.

Het merkwaardige is, dat prof. Smits al zijn ketterijen spuit met een aplomb alsof hij iets volkomen nieuws beweert. Heeft hij dan nog niet door, dat hij ge­woon ouderwets modern is? Dat hij in wezen reactionair en helemaal niet progressief is?

Hier kan de kerk maar één ding doen, nl. weren, wat haar belijden weerspreekt. Dit belijden der kerk geschiedt o.a. in gemeenschap met de belijdenis der vaderen. Die belijdenis der vaderen heeft de heilswaarheid Gods ondubbelzinnig beleden. Daarom bevreemdt enigszins een opmerking van ds. Groenewoud in het , Hervormd Weekblad „De Gereformeerde Kerk", wanneer hij in een artikel „Het gaat om de fundamenten der kerk" schrijft:

De zaak van prof. Smits gaat intussen voort langs de weg van de kerkordelijke bepalingen; we wachten maar af, wat daar ten slotte uit voortkomt.

Maar we moeten niet uit het oog verliezen, dat het gaat om het belijden der kerk. Dit bijzondere geval is een teken, dat het met het belijden der kerk niet in orde is. Het zou o.i. van grote betekenis kunnen zijn, als de vergadering der synode die binnenkort bijeenkomt naar aanleiding van de beweringen van prof. Smits een theologische verklaring kon publiceren die het karakter draagt van een door haar uitgesproken belijdenis; een verklaring, waarin beslist wordt afgewezen wat Schrift en belijdenis weerspreekt en de fundamenten der kerk aantast.

Bij alle waardering voor dit overigens goede artikel, moet gevraagd worden of het nodig is, dat de kerk, telkens als een centraal leerstuk wordt aangetast, een theologische verklaring publiceert, die het karakter draagt van een door haar uitgesproken belijdenis. Nog niet zo lang geleden heeft de synode een verklaring gepubliceerd over art. X van de kerkorde. Dat was in juli 1958 naar aanleiding van de discussie tussen dr. A. de Wilde en dr. J.J. Buskes. Nadrukkelijk, met bijbelse kracht en overtuiging, is in die verklaring o.a. het een en ander gezegd over de persoon van Jezus Christus en over Jezus Christus en de godsdiensten der wereld, impliciet ook over de verzoening. Dit heeft blijkbaar niet geresoneerd bij prof. Smits.

Gaat het er ook nu weer om, dat wij als kerk opnieuw belijden alleen of moet niet in en door dit alles heen, ja, vóór alles de belijdenis, die de kerk van Christus heep, vastgehouden worden? Hier wreekt zich de in de kerkorde onklaar gestelde verhouding tussen de belijdenis en het belijden. Met nadruk worden hier nog eens in herinnering geroepen enkele opmerkingen van wijlen ds. I. Kievit, gemaakt in zijn referaat „De Belijdenis vasthouden", gesproken op een van de jaarvergaderingen van de Mannenbond.

„Wat geloofd en beleden is, moet bij de voortduur worden geloofd en beleden". „Wat vroeger waar was, is dit ook thans. Wat weleer gebod Gods was, is ook heden van kracht. Wat in verleden tijden noodzakelijk was om zalig te worden, is dat nog. De weg van het belijden is levensgevaarlijk, nu de belijdenis in feite wordt losgelaten en losgelaten moet worden, -omdat men weigert het volle gezag des Woords te aanvaarden, wat ook in de belijdenis is aanvaard en beleden". „Het zal duidelijk zijn, dat het statische onlosmakelijk is verbonden met het dynamische, het vaststaan met het in beweging-zijn door de Geest". Aldus ds. I. Kievit in 1948.

Wij vragen: is het nodig, dat de kerk weer opnieuw gaat belijden op dit punt van de heilswaarheid Gods? Is het niet haar roeping en opdracht van Christus' wege om te verwijzen naar de belijdenis, die zij heeft en die zij mag vasthouden?

Talloos velen hebben bezwaren tegen het belijden der kerk. Is het niet veel kerkelijker, als door die velen hun bezwaren inzake dat belijden — onder beroep op het Woord Gods — worden voorgelegd aan het oordeel der Kerk, die zich daarover uitspreekt? Of moeten wij vrezen, dat de kerk dit oordeel niet kan uitspreken? Omdat zij zichzelf in haar organen niet gans en al stelt onder het gezag van het Woord Gods? Dan zitten wij helemaal in de mist!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's