De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

Theorie en praktijk

5 minuten leestijd

Lucas 13 : 23, 24 En er zeide een tot hem: Heere, zijn er ook weinigen, die zalig worden? En Hij zeide tot hen: Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen (zeg Ik u) zullen zoeken in te gaan en zullen niet kunnen.

Men kan van die man, die tot Jezus kwam, met de vraag of er veel zijn, die zalig worden zeggen, wat men wil, maar één ding is zeker: hij heeft meer van het werk en het onderwijs van de Heere Jezus begrepen dan velen, die vol bewondering overal achter de Heere Jezus aanliepen. Verreweg de meeste bewonderaars van Jezus ging het om aardse, tijdelijke dingen: om wonderen en genezing van ziekte en pijn. Deze man heeft heel wat dieper verstaan, wat de Heere Jezus wilde: het gaat om zaligheid, om eeuwig behoud. Het werk van de Heere Jezus beperkt zich niet tot de zichtbare, tijdelijke werkelijkheid. Het gaat Hem niet in de eerste plaats om de mensen te bevrijden van aardse nood en pijn. Nee, Jezus is gekomen om te bevrijden van de nood, die op de bodem aller vragen ligt: de schuld van de zonde, die als ondraaglijke last op de mensen ligt. Leven en werk van Christus is erop gericht de redding te brengen van de macht van zonde, dood en hel, die de mensen beheerst en hen onontkoombaar meetrekt in het verderf en de Godverlatenheid. Deze man heeft begrepen, dat deze redding pas de werkelijke zaligheid is.

Ook dat andere heeft deze man goed gezien; dit behoud, deze zaligheid is niet iets, wat zo gemakkelijk gaat. Het is niet iets om lichtvaardig over te spreken. Hij beseft in zijn hart iets van het wonder, dat gebeuren moet, voordat een mens gered wordt van dit verderf. Daar is die geweldige afstand tussen de heilige God en de kleine mens, daar is de diepe kloof, die de zonde geslagen heeft, daar zijn de geweldige machten van Satan en dood, die het mensenleven vast in hun greep hebben. Wie kan naderen voor God? Daar moet zoveel zonden vergeven, zoveel schuld verzoend worden! Heeft Jezus zelf niet gesproken over de kameel en het oog van een naald? Nee, het is geen eenvoudige zaak. Daarom komt deze man met zijn vraag tot Jezus. Hij bedoelt te zeggen: er zijn er zeker niet veel, die zalig worden. Het zijn er zeker maar weinig. Als ik alles zo eens aanzie, de discipelen, de mensen rondom Jezus, dan wordt er weinig van het nieuwe leven gezien.

Het antwoord, dat de Heere Jezus deze man geeft is eigenlijk geen antwoord. Het is veeleer een scherpe terechtwijzing, waarin deze man precies wordt aangewezen, wat hem ontbrak. Hij heeft veel van het onderwijs van Jezus begrepen, hij is ernstig, hij denkt na over de grote vragen van het leven, hij loopt er niet licht overheen, hij weet van de verlorenheid van het menselijk leven, maar het ontbreekt hem aan één ding: hij doet niets, hij strijdt niet. Hij staat als een toeschouwer aan de kant. En dat is een heel gevaarlijke positie. Want de kern van de prediking des Heeren is de oproep tot geloof en bekering! Door dat woord is hij niet geraakt, zo geraakt, dat de worsteling in zijn leven begonnen is. Hij is toeschouwer, die beschouwingen houdt over de smalle weg, maar die weg zelf niet gaat. Het is makkelijker om aan de kant te staan met ernstige woorden en zwaarwichtige beschouwingen dan zelf zelf strijdend en struikelend de weg te gaan, die Christus ons wijst. Dan kan men zichzelf blijven. Het is wel gevaarlijk, levensgevaarlijk! Want het lééft dan niet. De woorden, die we dan spreken zijn dood, omdat ons hart met al zijn noden er niet bij betrokken is.

De Heere Jezus zegt: Strijdt om in te gaan door de enge poort. Hij wijst deze man en de omstanders op datgene, wat Hij als antwoord verwacht van mensen, die Zijn Woord horen. Jezus zegt het ook: het is geen geringe zaak: zalig worden. De weg is smal en de poort is eng. Maar eerst in de strijd van het geloof wordt die engheid werkelijk gezien. Strijden doen we tegen vijanden. Er zijn talloze vijanden in ons leven, die alles op alles zetten om ons ervan af te houden de enge poort door te gaan. Daartegen gaat de strijd: tegen onszelf, tegen onze steunsels en ons zelfvertrouwen, tegen onze verborgen zonde, die we niet los kunnen laten, tegen de trekkracht van de wereld. Alleen door die strijd gaan we in door de enge poort.

Is die strijd niet hopeloos? Kan iemand zo strijden? In eigen kracht niet. Juist in deze strijd gaan we verstaan, geleerd door Woord en Geest, wat zonde is - maar ook wat de genade Gods vermag. We leren hoe machteloos we staan tegen onze vijanden - maar ook wat het is te leunen op Christus en door Hem gedragen worden. En als we niet verder kunnen en moe neerzinken, dan is daar De Goede Herder, die Zijn verloren schapen in Zijn armen dragen wil.

De strijd is niet hopeloos. De poort is wel eng, maar niet te eng. Een zondaar, die alles kwijt is geraakt, kan er altijd doorheen om te komen in de lichte velden van Gods eeuwige liefde. Want op de achtergrond staat de strijd van Jezus Christus, die door de enge poort van lijden, dood en graf is heengegaan en zo heeft overwonnen en vergeving en gerechtigheid heeft gebracht. De eigenlijke strijd is gestreden. De overwinning is behaald. Wie strijdt in de Naam van Jezus Christus door de Kracht van de Heilige Geest met de wapenen van het Woord en het gebed, zal met Hem overwinnen. Dat is de belofte en de vreugde en de zaligheid middenin de strijd.

De weg door de enge poort is de weg van de strijd. Een andere weg is er niet. Velen zullen het wel zo zoeken, maar niets vinden dan een gesloten deur. We worden geroepen vanuit onze beschouwing en overwegingen te gaan op de smalle weg van strijd en geloof, in afhankelijkheid en overgave om te komen door de wonderlijke genade van de ontfermende God in het land, waar de strijd voorbij is en het eeuwig vrede zal zijn.

(Nieuwpoort.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's