Boekbespreking
„Kerkelijk vooruitzicht", door dr. F.H. von, Meyenfeldt. N.V. Gebr. Zomer & Keunings' Uitg. Mij., Wageningen. Prijs 8,90
Een vlot geschreven boek over de Kerk. Verschillende misverstanden en misvattingen worden gesignaleerd en rechtgezet. De Kerk is Gods' - werk. Karakteristiek van het reformatorische christendom: alleen door genade. Een kort intervieuw over kerk en - wereld. (Hoofddst. VII). Het interview gaat tussen dr. Karl Barth, dr. A.A. v. Ruler en dr. Abraham Kuyper, waarin de kerkopvatting van de nieuwe koers in de Hervormde Kerk getekend wordt. Schrijver noemt deze: „Het toonaangevende standpunt in protestantse kring" en somt de kenmerken daarvan op (blz. 76). Het is slechts een kort interview, maar men zal moeten beamen, dat zijn conclusie juist is. Op blz. 111 wijst de auteur op „het gevaar van de theologie voor een belijdende kerk". Voor wie theologie en geloof ongeveer hetzelfde is, klinkt dit misschien vreemd, maar de 'opmerking is juist. De geschiedenis der theologie in vroeger en later tijd, ja, in onze dagen, kan dat aantonen.
Een boek, dat om zijn actueel karakter hartelijke aanbeveling verdient.
S.
A. Goes, „Het was een vreemde nacht; Het brandoffer". 160 (blz., ƒ 1,75. J. Hersey, „Hirosjima.". 158 blz., prijs ƒ 1,75. Uitg. W. ten Have iN.V., Amsterdam, 1959.
Deze beide boeken verplaatsen ons naar de oorlogsdagen. „Wat eenmaal gebeurd is weer oproepen: maar tot welk doel, niet opdat de haat voortdure. Het gaat er slechts om een teken op te richten in gehoorzaamheid jegens het teken van God, dat luidt: Tot hier en niet verder. De mens vergeet snel. En dat is goed, want hoe zouden wij verder kunnen leven als wij niet vergeten konden? Maar soms moet er iemand zijn, die gedenkt."
Goes was gedurende de "tweede wereidoorlog Kriegspfarrer en dat betekende wat tijdens een regiem, dat voor zulk een instelling in de grond der zaak niets gevoelde.
De eerste van de twee novellen, die hier opnieuw worden uitgegeven, verhaalt van de legerpredikant, die geroepen wordt de executie bij te wonen van een ter dood veroordeelde korporaal.
De tweede novelle, het brandoffer, plaatst ons midden in de Jodenvervolging in Duitsland: „Hoe zit dat eigenlijk met die synagoge laatst en waarom hebben jullie de 'brand niet kunnen blussen?" zo vraagt een vrouw aan haar man, die bij de vrijwillige brandweer was. „Een kunststuk", zegt de man. „we hadden de slangen gewoon .niet aangesloten op de brandkranen" en, zei hij - en hij werd spierwit, - Je moet niet alles willen weten."
Het zijn twee aangrijpende geschiedenissen.
Het boek van John Hersey uit het Engels vertaald, vertelt sober wat er in Hirosjima gebeurd is op 6 augustus' 1945 ; het is een authentiek verhaal over twee mensen, die de atoombom van Hirosjimia overleefden: de ene had juist plaats genomen op haar kantoor, een ander stond op het punt een wagen af te laden, een dokter had juist een bloedmonster genomen voor een Wasserman-reactie ; toen gebeurde het - een lichtflits zonder geluid, een 'huiveringwekkende steekvlam - men wist niet wat er gebeurde: Hirosjima werd één grote baaierd van ellende. Van de negentigduizend huizen waren er 62000 verwoest; 80.000 doden waren te betreuren.
Het is geen wonder, dat dit werk in vele duizenden exemplaren verspreid is. De BBC liet het compleet voorlezen vier dagen achtereen. Het is een stuk journalistiek, dat diep ontroert.
Boven de aankondiging van de Carillonreeks waartoe deze boeken behoren, staat: 'Pockets die men tweemaal leest; en dat geldt van deze twee oorlogsverhalen stellig.
Bt, U.
Vilh. Möller-Christensen en K.E. Jordt Jörgensen, „Plantenleven in de Bijbel", 158 blz.,prijs ƒ 2,90. Uitg. Bosch & Keuning N.V., Baarn. (Voor abonnees ƒ 2, 25.)
Weet u, wat kolokwinten zijn? Of wat de Schrift bedoelt met kasia of welke boom de wonderboom uit het boek Jona was of de nardusplant? Welnu, dit uit het Deens' vertaalde werk, dat in de serie , Bibliotheek van Boeken bij de Bijbel" uitkwam, geeft van alle planten en bomen, die in de Bijbel genoemd worden een beschrijving.
Het begint bij de acacia, in de Statenvertaling sittimhout, en eindigt met de wijnstok en het zeewier genoemd in Jozua.
Dit boek is geen botanisch handboekje, maar het geeft wel veel en betekent stellig een aanwinst. Ik noem slechts enkele sprekende opmerkingen: Bij de palmboom halen schrijvers het woord aan uit (Psalm 92 : 13: de rechtvaardige zal groeien als een palmboom en daarbij tekenen zij aan: De slanke, altijd groene boom, die niet knakt door een windstoot of bezwijkt onder het gewicht, maar zich alleen gracieus buigt, kan een treffend voorbeeld zijn voor de vrome. Over de tarwe: wanneer in de gelijkenis over de zaaier wordt gezegd, dat het in goede aarde gevallen zaad tot honderdvoud vrucht draagt, is dat geen overdrijving. Ook al is dat geen regel, men kan tot 150 korrels tellen aan één halm.
Het boekje is met vele tekeningen versierd. Aanbevolen lectuur, die niet duur is.
Bt.
Zielszorg aan maatschappelijk getypeerde mensen. Serie : Practisch theologische handboekjes. Boekencentrum N.V. 's-Gravenhage. Prijs ƒ 7.90.
Deze uitgave is een vervolg op een eerder verschenen handboekje over zielszorg aan hen die twijfelen, die dwalen, die moeilijk beslissingen nemen, die een zondig leven leiden, die bekommerd zijn, die lichtvaardig zijn, die lauw zijn, die zelfverzekerd zijn, die leed dragen enz.
Dit boekje typeert mensen niet zozeer in de aard van hun geloofshouding maar op de persoonlijke en maatschappelijke omstandigheden, waarin hij als christen heeft te leven.
Achtereenvolgens wordt aandacht besteed aan hen die ongehuwd zijn, die kinderloos zijn, die zorg hebben over hun kinderen, die weduwe of weduwnaar zijn, die gescheiden zijn, die huwelijksmoeilijkheden hebben, die homosexueel zijn, die ziek zijn, die invalide zijn, die bejaard zijn en die het steeds zeer druk hebben.
Over ieder van hen wordt gesproken door een auteur. Een auteur, want het boek is een verzameling van opstellen geworden, waarbij min of meer uit dezelfde theologische achtergrond is geschreven. Soms roept deze achtergrond allerlei bedenkingen op (pag. 18, 26, 110, 150), De ethiek heeft immers vooronderstellingen, of beter is organisch verweven met de leer. Daarom kan uit een minder juiste, om niet te schrijven, een verkeerde leer ook een verkeerde ethiek tevoorschijn komen. Wanneer wij dit signaleren, betekent dit niet, dat dit boekje niet zeer instructief zou zijn. Het is zélfs een boekje, dat de ouderlingen en predikanten veel biedt. Het geeft veel voor de ambtelijke practijk, weet de psychologie dienstbaar te maken aan het spreken van het Woord Gods in allerlei concrete situaties. Ds. A. Hijmams citeert een woord van prof. Smelik: „Zielszorg is een profetische functie in een priesterlijke verhouding." Vooral het laatste wordt in dit boekje uitvoerig aan de orde gesteld. Daarvan is — als hulpmiddel — veel te leren. Met bovengenoemde reserve van harte aanbevolen.
B.
„Geloof en Sekte", Kurt Hutten. Uitgev. T. Wever, Franeker. (Prijs ƒ 7,90. Als ondertitel fungeert: (Het sektarisme als anti-reformatorisch geloofsverschijnsel. Zijn doelstelling en tragiek. Vertaling ds. J. J. Poort.
De oorspronkelijke titel van dit boek is: Die 'Glaubenswelt der Sektierers. Het is vertaald met: Geloof en Sekte. Of dit juist is, betwijfel ik. Overigens verdient ds. Poort alle dank voor deze vertaling. Dr. Hutten is zo 'diep in de gedachtenwereld van de sekten ingedoken en heeft deze zozeer persoonlijk leren kennen, dat hij' als expert op dit gebied kan beschouwd worden'. Wie een afzonderlijke behandeling van allerhande sekten verwacht, wordt teleurgesteld. Dat is niet de bedoeling van dr. Hutten. Trouwens handboeken over de diverse sekten zijn er voldoende. Het is dr. Hutten erom te doen door te dringen tot de achtergronden van de sekten, om te zien of er achter de bonte verscheidenheid soms een, diepere eenheid steekt en zo ja, welke.
Op zijn speurtocht door de sekten ontmoette hij: niet alleen geldingsdrang, heerszucht en verwrongen, agressief fanatisme, maar ook een overgave aan de geloofde waarheid, getuigenis en opofferingsgezindheid. Op deze tocht ontdekte hij ook de vele verzuimen, leemten en zwakke punten van de kerk. Tegelijk ontdekte hij - wat de waarheidsvraag betreft - de enorm diepe tegenstelling tussen de kerk en de sekten.
In dit boek wil hij; de sekten van binnenuit verstaan. Bij het gebruik van deze methode kan er niet alleen veel puin worden geruimd (misverstanden, troebele oordeelvellingen en bittere ressentimenten) maar ook en vooral de eigenlijke vragen worden gesteld, waarbij de beslissingen vallen.
In het eerste deel': Het wezen van de Sekte wordt achtereenvolgens gehandeld over het verschijnsel van de sekte, dat zo oud is als de Kerk; wat is een sekte? het antithetisch karakter en de confessionele bepaaldheid van de sekten.
Wij komen hierbij onder de indruk van de veelheid der sekten zowel in de jonge kerk, als in de middeleeuwen; zowel in de Grieks- Orthodoxe Kerk als in het Protestantisme.
Bij de definitie van de sekten: kleine gemeenschap tegenover de grote kerk; geen staatskerk; zuiver vrijwillige gemeenschap in tegenstelling tot de volkskerk, waarin men geboren wordt (Troeltsch); geen geloofsbelijdenis tot kenmerkend onderscheid; armere gemeenschappen, (sociale achtergronden); psychologische verkenning onder de leiders (psychopatische en en schizophrene psychozen); bekrompen en fanatische aanleg; theologische waarderingen; philologische peilingen (komt van secare: afsnijden) komen peilingen voor, die de waarheidselementen in deze beschouwingen aanwijzen, maar volstrekt onvoldoende zijn om een karakteristiek te geven.
Daarom wordt daarna aandacht geschonken aan de godsdienstgeschiedenis. In alle godsdiensten komt de afscheiding en aftakking voor. In dit onderzoek komen het antithetisch karakter en de confessionele bepaalheid uit de verf.
In het tweede deel wordt de haard van de afsplitsing gezocht in de kern van de Reformatie. Vooral in het sola gratia. Daartegen gaat het oerprotest van de mens 'in de sekte, die de beslissing naar de mens verlegt, roepstem en antwoord verwisselt en de heilskrachten 'wil realiseren op spiritistische, cultische en enthousiastische wijze.
Dit kan men doen door het gevolmachtigd ambt hoog op te voeren, dit kan ook door half'goden of vleesgeworden goden.
Daardoor bindt de sekte de genade. Deze hoogmoed van de sekte wordt geoordeeld door God en stelt de Kerk schuldig.
Het opsluiten van en het beschikken over de genade verduistert de eer van God, onttroont God, stelt de Middelaar in het duister, devalueert het kruis, vervlakt de zonde en geeft nederzettingen rondom het 'kruis.
In hoofdstuk 5 wordt de kritiek van de sekte op de kerk duidelijk. De sekte draagt echter als kiemen des doods in zich: streng isolement, teistering door innerlijke conflicten, leven in een uithoek.
Tenslotte worden de vragen van de sekten aan de Kerk indringend en verootmoedigend behandeld!
Waarom deze uitvoerige informatie over de inhoud? Om u voor deze vraagstukken en dus voor dit boek te interesseren. Want het loont de moeite deze kundige gids te volgen! Bij het lezen en herlezen wordt ge telkens gedwongen rekenschap te geven van uw standpunt.
De grote vraag is of dr. Hutten het geheel der sekte , niet teveel ziet door de bril van de twintigste eeuwse theologie en daardoor ook de leer van de Heilige Geest, zoals hij die in de sekten aantreft, recht doet.
Ook kan de vraag worden gesteld, of anthroposofie en theosofie anti-reformatorische sekten zijn. Zijn ze niet veeleer onchristelijk of antichristelijk?
Hartelijk aanbevolen aan allen, die over dit onderwerp willen nadenken!.
B.
Dr. A. Aggebo, De kunst van ziek zijn en van het omgaan met zieken, 288 blz., prijs geb. ƒ 9, 90. Uitg. Boekencentrum N.V., Den Haag, 1959.
Het is erg ziek te worden en het is erg ziek te blijven. Pascal bad: „Gij hadt mjj, o God, de gezondheid gegeven om U te dienen, en ik heb er een werelds, gebruik van gemaakt. 'Nu zendt Gij mij de krankheid tot mijn verbetering; laat niet toe, dat ik ze bestede om U door mijn ongeduld te vertoornen. Heb ik van mijn gezondheid een slecht gebruik gemaakt, Gij hebt er mij rechtvaardig voor bezocht. Bewaar mij thans, dat ik Uw kastijding niet verkeerd toepasse".
'Schrijver, die jarenlang met zieken heeft omgegaan als huisarts, als assistent aan een groot instituut voor chronische zieken, wil trachten binnen te dringen in de situatie van de zieke, zoals die er uit ziet vanuit het gezichtspunt van de zieke en vanuit het gezichtspunt van de bezoeker, van de dokter en van de verpleegster. Dit boek is dus geen werk over ziekte, maar over ziek zijn en het omgaan met zieken. Het richt zich eerlijk en eenvoudig tot gezonden en zieken samen.
In de eerste hoofdstukken wordt gesproken over het begrijpen van mensen, over levenskunst, over het zich inbeelden van ziekten en daarna voert schrijver ons binnen de cirkel der ziekte: Angst, slapeloze nachten, het gevoel van onveiligheid. Hij haalt aan een woord uit een leerboek van de 15de eeuw, waarin de taak van de geneesheer aldus omschreven wordt: indien mogelijk genezen, meestal verzachten, altijd troosten. De beoefenaars van de verpleegkunde moeten niet alleen iets kunnen, maar ook iets zijn.
Breed gaat schrijver in op de invloed van de ziekte op het zieleleven, hij spreekt van de oude mensen als de besten van ons allen, over de chronische zieken als onze opvoeders. Heel het smartelijke vraagstuk van het lijden wordt bezien. Alle christelijke zielszorg moet uitlopen op: Laat u met God verzoenen.
Een apart hoofdstukje handelt over de dood, ondergang of overgang, waar de schrijver de vraag stelt: Moet men de patiënt de waarheid zeggen? „Indien men ergens tactvol en stil te werk moet gaan, dan is dit wel bij het sterfbed. 'Maar de christendokter ontkomt er niet aan zo nu en dan een belijdenis af te leggen vanuit het geloof, dat de steunpilaar is van zijn levensbeschouwing".
Dit boek geeft veel stof tot nadenken; het brenge velen, gezonden en zieken, tot bezinning. In het laatste hoofdstuk zijn een aantal gebeden voor de zieken opgenomen; o.a. van Augusitinus en Pascal.
Bt.
E. Brunner, Ons geloof, 160 blz., prijs ƒ 1,75. Uitg. W. ten Have N.V. Amsterdam, 1959, Carillon-reeks no. 8.
Brunner tracht in dit boekje de hoofdwaarheden van het christelijke geloof te geven. In 35 korte hoofdstukken richt hij zich speciaal tot de jongeren. Er is een ondervoeding van de zielen en aan deze chronische ondervoeding lijden tegenwoordig vele mensen. Het feit, dat dit boek in zevende druk voor ons ligt bewijst, dat het door velen gelezen en gewaardeerd is. Vele markante opmerkingen treffen ons bij het doorlezen ervan b.v.: bidden is het vermetelste en het ootmoedigste wat een mens doen kan of een gesloten ziel heeft ieder mens, wiens leven om hem zelf draait. Het is jammer, dat de schriftbeschouwing van schrijver een andere is, dan die van de belijdenis en daarom moeten wij soms beslist neen zeggen op schrijvers' beschouwingen b.v. als hij het heeft over de verwerping.
Bt.
W. J. Kooiman, Luther - zijn weg en werk - , 190 blz., prijs ƒ 1,75. Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam, 1959, 'Carillon-reeks, 3.
Deze pocket bevat de lezingen, die schrijver gehouden heeft voor de radio. Het leven van Luther wordt door schrijver op een boeiend'e, indrukwekkende en zeer persoonlijke wijze beschreven. In een voorwoord op de Faust lezen we: Grijp naar het volle mensenleven; ieder leeft het; niet velen 'is het bekend, maar waar men het pakt, daar is het interessant. Indien van één leven, dan geldt dat van het bewogen leven van Luther.
Het zijn oude en nieuwe dingen, die schrijver naar voren brengt. Zeker heel veel nieuwe momenten uit Luthers leven. Het begint bij de geloften en vertelt verder van de worsteling in het klooster, van de aflaat en zo gaat het door. 'Onze jonge mensen moesten, geloof ik, meer biografieën lezen; ze zouden merken, 'dat het vroeger ook niet gemakkelijk was, maar dat dwars door alles heen de Heere Zijn werk in stand houdt. Hij, heeft het niet gemakkelijk gehad; 'daarvan komen we opnieuw onder de indruk, als wij dit boek van de rusteloos werkende reformator lezen; maar zijn leven is één machtig getuigen'is van de kracht van het eeuwige woord Gods. De dag na zijn dood vond men op de tafel in de sterfkamer een briefje, waarop o.a. stond, in het Latijn: de Heilige Schrift mene niemand voldoende te hebben geproefd, als hij: geen honderd jaar lang •met profeten als Elia, Elisa, Johannes de Doper, Christus en de apostelen de gemeente heeft geregeerd. Probeer niet dit goddelijk heldendicht te begrijpen, maar buig u diep aanbiddend voor zijn sporen"; en dan in zijn moedertaal: „wij zijn bedelaars; dat is waar". "We lezen van zijn zware aanvechtingen en zijn sterk geloof, van waanzinnige vorsten, hemelse profeten en opstandige 'boeren. Het eindigt met een Vaste Burcht, in oorspronkelijke melodie opgenomen. Het boek bevat een aantal goede illustraties. Het is prettig, dat dit boek in deze goedkope reeks is verschenen en daardoor voor iedereen toegankelijk geworden is.
Bt.
M.L.W. Schoch, Voorsorteren, 158 blz., prijs ƒ 1,75. Uitg. W. ten Have N.V. Amsterdam, 1959, Carillonnreeks 1.
Dit is de tweede druk van een aantal toespraken in de Flevozaal te Rotterdam gehouden en door IKOR destijds uitgezonden. Dit werk heeft vele bewonderaars, maar ik kan mij goed 'begrijpen, dat de kritiek niet mals is. Theologisch vind ik dit werk zwak. Wel geeft dit boek een inzicht in wat er bij de jeugd van de grote stad in deze tijd leeft.
Bt.
H.J. Baden, De grenzen van de vermoeidheid, 191 blz., prijs ƒ 1,75, Carillonreeks nr. 4. Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam, 1959
In onze tijd heeft iedereen het druk; wij lijden onder een chronisch gebrek aan tijd. Wij zien de mensen — en onszelf— als schietspoelen heen en weer schieten tussen dé meest uiteenlopende afspraken van de ene naar de andere, moe, zenuwachtig, afgejakkerd en op. Het gebrek aan tijd wordt zelfs bewijs van iemands gewichtigheid; hoe meer tijd een mens tekort komt, des te hoger wordt zijn betekenis aangeslagen. Het geen tijd hebben is het kenmerk van een ontkerstend tijdperk, waarin het leven boordevol is met nietigheden. Men heeft geen tijd en de mens kan zich niet ontplooien; de tijd om te worden, wat men had behoren te zijn, ontbreekt. Vandaar de ontaarding van vriendschap en liefde; vandaar het verlies van de sleutel tot de natuur en haar geheimen.
Maar daarnaast staat het merkwaardige, dat de mensen niet weten wat ze met hun tijd zullen beginnen. Hoevele uren worden er gedood, die eens tegen ons zullen getuigen!
Ziehier een zeer scherpe typering van de mens van deze tijd. Hoe moet deze dodelijk vermoeide mens geholpen worden? Er zijn narcotica en vergiften genoeg; ook velerlei verstrooiing, maar de tas^ van de mens is niet gelegen in het zich verstrooien, maar in het zich concentreren. In de verstrooiing vervloeit het leven, het wordt het slachtoffer van eigen leegheid. Wij' stuiten overal op de vermoeidheid, die stelselmatig en grondig onze krachten uitput. Qns leven zou anders worden, wanneer de ketenen van ons afvielen en wij. uit de gevangenschap van het verleden werden bevrijd. In hert geloof ontmoet de macht Gods de onmacht van de mens. Hier, in de kracht en de liefde Gods, ligt het geheim van de overwinning op de vermoeidheid naar het woord van de profeet: Wie de Heer e verwachten zullen de kracht vernieuwen. Hij geeft de moede kracht en vermenigvuldigt de sterkte die, die geen krachten heeft.
Dit werk, dat in 1955 voor het eerst in het Holland verscheen, is nu in de Carillonreeks opgenomen. Het zegt wat, dat dit een vierde druk is.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 januari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's