De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Legitiem confessioneel?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Legitiem confessioneel?

6 minuten leestijd

V.

Ds. L. is in Hervormd Weekblad dd. 8 okt. '59 aan zijn slotartikel gekomen, waarin hij enkele toepasselijke opmerkingen maakt „voor de praktijk van ons confessioneel-zijn".

Hij begint met het advies: Beslist geen opheffing der CV. Een en ander heeft uit de aard der zaak betrekking op de G.V. zelf en draagt min of meer een huishoudelijk karakter.

In een volgend nummer, dd. 5 november '59 handelt de schrijver over reacties op zijn artikelenreeks. Ook dat regardeert ons niet, althans niet direct, zodat wij ook daaraan kunnen voorbijgaan.

In het daarop volgende nummer dd. 12 november 1959 wordt de vraag door hem aan de orde gesteld: Wat en wie is gereformeerd? Dat heeft vanzelfsprekend onze belangstelling. Helaas brengt het ons niet veel verder. Behalve enkele wetenswaardige opmerkingen, die iedereen wel mag weten, laat de schrijver zich meer uit over wat ongereformeerd is naar zijn idee, dan over wat het nu eigenlijk wel is. 

Op een zeker ogenblik gaat het over instemmen of medelijden: „U gevoelt wel, dat tussen die twee woorden een groot verschil is. Instemmen is zo vaak 'n zaak van ons verstand alleen; men vindt iets wel redelijk, men is er in groot gebracht, men heeft het altijd in de kerk gehoord. Maar een belijdenis belijden is heel wat anders: daarbij is uw hele persoon betrokken, ja u hebt er alles voor over, desnoods uw leven. Belijden is in het Grieks marturein, en daarvan is ook 't woord martelaar afgeleid. Daar­ om viel ik mij terstond in de rede, toen ik sprak van instemmen. Dat betekent allerminst, dat ik de waarde van een schriftelijke belijdenis zou klein achten of dat ik zelfs maar een ogenblik de belijdenis in een hoek zou willen werpen."

Even onderbreken. Denk u eens in: „alles er voor over hebben, desnoods uw leven" .... of „de belijdenis in een hoek werpen". De tegenstelling is wel groot en dat, terwijl niemand heeft gezegd, dat ds. L. de belijdenis  in een hoek werpt. Maar ds. L. is als Dienaar des Woords wel schuldig op zijn plaats in de strijdende kerk voor die belijdenis en haar handhaving op te komen, omdat zij overeenstemt met de Heilige Schrift, óf alarm te maken, als dat op enig punt niet het geval is. Hij moet dat zelfde ook van de Synode eisen. Daarover vernemen wij echter maar heel weinig.

Het komt ons ook voor, dat de wijze, waarop ds. L. nu verder schrijft, al heel weinig bevorderlijk is om de weg te banen tot het echte belijden. Hij vervolgt nl. de door ons zoeven afgebroken volzin aldus:

„Maar wel is het gebiedend nodig, dat wij ons losmaken van dat waardeloze roepen over de gereformeerde belijdenis, terwijl men in de meeste gevallen de belijdenis nog nooit gelezen heeft en onder gereformeerdheid alleen maar verstaat, wat m het eigen dorp of m de eigen groep voor gereformeerd wordt aangezien.

Hier moeten wij toch weer even onderbreken. Het zal wel eens voorkomen, dat men roept over de gereformeerde belijdenis, zonder die gelezen te hebben. Doch dat het in de kringen van de CV. zó veel voorkomt, hadden wij niet gedacht. Wel is het ons bekend, dat in verschillende kringen afwijzend over de gereformeerde belijdenis wordt gesproken, hoewel men die niet kent. Voor het overige zijn er gelukkig nog tal van predikanten, die de belijdenisgeschriften op de catechisatie behandelen: de catechismus in de eerste plaats en zover zij er aan toe kunnen komen ook de 37 artikelen.

„Ik ben er vast van overtuigd", zo gaat ds. L. verder, „dat heel veel mensen in onze kerk, die hun mond vol hebben met gereformeerd, door en door ongereformeerd zijn, omdat zij hun eigen inzichten verre boven onze gereformeerde belijdenis stellen."

Naar de letter ben ik dat helemaal met ds. L. eens, nl. dat er zo zijn. Maar ik weet niet, welke mensen hij op het oog heeft. Mogelijk bedoelt hij met die „heel veel" mensen een ander soort dan waaraan ik denk. Dat zijn er nl. niet zo heel veel. Ik heb het oog op theologen, die, hoewel ze niets van de leer van Calvijn moeten hebben, indien ze zich eens op een zinsnede van Calvijn menen te kunnen beroepen, dat met grote ophef doen. Zo zijn er ook, die te pas en te onpas, maar meestal te onpas en met bravour zeggen, dat hun stelling „gereformeerd" is, al geloven ze zelf niet, dat iemand dit ernstig neemt.

Is onze kerk nog gereformeerd? zo vraagt ds. L. In een vorige kolom heeft hij beweerd, dat men op de belijdenis van een kerk moet letten om die vraag te beantwoorden. Daarin toch - en niet in de kerkregering of kerkgebruiken - komt het uit.

Volgens deze aanwijzing is onder de organisatie van 1816 dus het gereformeerd karakter der kerk gebleven. Niemand behoeft zich er over te verwonderen, dat ds. L. bovenstaande vraag onder de nieuwe kerkorde „van harte" bevestigend beantwoordt en zegt, dat de Hervormde Kerk een Gereformeerde Kerk is.

„Want", zegt hij, in de eerste plaats heeft ze nooit de belijdenis der vaderen veranderd of verworpen, maar in de tweede plaats heeft ze in haar nieuwe kerkorde in het beroemde en heerlijke artikel X over het belijden der kerk zeer uitdrukkelijk haar gereformeerd karakter uitgesproken "

Als je dat zo leest, moet je toch nog eens kijken, of het er heus wel staat. De beüjdenis der vaderen niet veranderd of verworpen!

En de belijdenis der vaderen aangaande het goddelijk gezag der Heilige Schrift dan?

Heeft ze die niet veranderd en daarmede de leer der vaderen verworpen? En de leer der kerk? Het z.g. apostolaat? Heeft de nieuwe koers de kerk niet tot een functie gemaakt? Dan verder de doorbraak-gedachte, die daarmede saamhangt? En de leer der verkiezing?

Of wil iemand beweren, dat al deze uitvindsels gedekt worden door de gemeenschap met de belijdenis der vaderen?

Men kan zich van deze feiten niet afmaken met de bewering, „dat alle kerken, die zich gereformeerd noemen, aan het nakomen van deze belijdenis 'mank gaan en dat allen, die zich zelf voor uiterst gereformeerd aanzien en zich daarop verheffen, vaak het verst van de belijdenis der vaderen afgeweken zijn".

Het is moeilijk te aanvaarden, dat zulke argumenten kenmerken van echte gereformeerd zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Legitiem confessioneel?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's