Uit de pers
In de Kroniek in dit blad van de vorige week heeft de kroniekschrijver reeds even geattendeerd op de verhouding tussen de Ned. Herv. Kerk en de Geref. Kerken. Ook in andere kerkelijke periodieken is aan dit probleem aandacht geschonken.
Zo schrijft prof. Herman Ridderbos in het „Gereformeerd Weekblad" (uitgave Kok, Kampen) in een korte nabetrachting over het jaar 1959:
Het gesprek met de Herv. hield in landelijk verband op. Het wil niet zeggen, dat de verhouding tussen de Herv. en de Geref. Kerk er slechter op geworden is dan bijv. voor tien jaar, toen dit gesprek begon. Ik geloof eerder, dat wij in vele opzichten elkander beter leren verstaan en bijv. minder behoefte gevoelen ons tegen elkaar af te zetten. Maar wat ons verhindert van het kerkelijk gesprek tot kerkelijke hereniging of voorbereiding tot hereniging te komen, is en blijft volkomen duidelijk. Het is de tot nu toe onopgeloste kwestie van het effectieve toezicht, dat de kerk zal hebben op hetgeen de ambtsdragers in haar midden verkondigen.
Men kan zeggen, dat voor de gereformeerden de vraag waar men precies de grenzen van de kerk en van het ambt moet trekken, er in de loop der jaren ook niet gemakkelijker op geworden is. Maar dit neemt hun beslistheid t.a.v. de door de hervormden tot nu toe gehandhaafde praktijk niet weg. En dit is ook de oorzaak, dat het kerkelijk gesprek tenslotte geen voldoende uitzichten bood om het met kracht voort te zetten. De thans tegen prof. Smits aanhangig gemaakte tucht-procedure kan een aanwijzing zijn van een koersverandering, al is hetgeen voorshands aan reacties is losgekomen van uiterst links en uiterst rechts nog niet veel meer dan een kennelijke verlegenheid, een verrast-zijn, dat het dan toch zover in de Herv. Kerk kon komen. Het valt niet te betwijfelen, dat het laatste woord over deze zaak in 1960 voorlopig nog niet gesproken zal zijn.
Uit de dagbladen kan bekend zijn, welke beslissing de generale synode der Geref. Kerken de vorige maand genomen heeft ten aanzien van het contact met de Ned. Herv. Kerk. Dit contact zal een andere en een intensievere zijn dan voorheen. Het gesprek tussen beide kerken zal worden uitgebreid en verdiept.
De synode besloot om deputaten voor contact en overleg met de Hervormde Kerk te danken voor de wijze, waarop zij hun verantwoordelijke en moeilijke taak hebben vervuld. De synode zal de besprekingen met de Hervormde Kerk niet in de huidige vorm voortzetten en niet opnieuw deputaten benoemen met een opdracht zoals vorige synoden die hebben gegeven. Het contact met deze kerk zal nu op andere wijze worden onderhouden. Het moderamen ontving opdracht, contact te zoeken met het moderamen van de Hervormde Kerk, teneinde, aldus de ontwikkeling van de gedachte en bezinning over zaken, die beide kerken gemeenschappelijk aangaan, te bevorderen. Dit was ook voorgesteld door de hervormde synode.
Voorts zal de gereformeerde synode de plaatselijke kerken er op wijzen, dat contact met de Hervormde Kerk aanbeveling verdient waar zulks mogelijk is, met inachtneming van de besluiten, die de generale synode te dezer zake reeds vroeger heeft genomen. De synode droeg aan het moderamen op, ook met andere protestantse kerken contact op te nemen, zoals dit met de Hervormde Kerk het geval is. De plaatselijke kerken worden opgewekt, waar dit mogelijk is, met andere kerken van gereformeerde confessie eveneens contact op te nemen.
Hoe zijn de reacties op deze besluiten in beide kerken? In „Hervormd Nederland" van 16 januari jl. schrijft de hoofdredacteur, ds. Landsman, dat het water tussen beide kerken nog diep is, maar dat er gelukkig toch een brug over dat water ligt. De beslissing der synode was moeilijk. Moest men toenadering zoeken of afstand bewaren? Zij, die afstand wilden bewaren, wezen erop, dat in het Hervormd-Gereformeerd gesprek toch wel was gebleken, dat de Hervormden in meerderheid over een fundamentele zaak als het belijden der kerk en de handhaving van de belijdenis anders denken dan de Gereformeerden. Het was in de gesprekscommissie wel duidelijk geworden dat dit het grote struikelblok blijft. Ze vreesden voor een te grote toenadering bovendien een verzwakking van het Gereformeerd kerkelijk besef en bemoeilijking van de zozeer gewenste toenadering tot andere kerken van de Gereformeerde gezindte. Maar hoewel de andere woordvoerders de afstand tot de Hervormde Kerk niet wilden verdoezelen, legden zij toch het zwaarste accent op het feit, dat beide kerken niet los van elkaar staan en met elkander te maken hebben. Ze lieten zich niet van hun stuk brengen door synodeleden, die de verhouding tot de andere kerken en die tot de Hervormde, onder de éne noemer van „de pluriformiteit en de oecumeniteit wilden brengen. Een der woordvoerders achtte de verhouding tussen de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk de grote kwestie van het Nederlandse protestantisme. Wij zijn dit helemaal met hem eens.
En dan gaat ds. Landsman even heerlijk dromen. Hij denkt aan kanselruil en avondmaalsgemeenschap tussen Hervormden en Gereformeerden, en aan samenwerking op vele terreinen van het organisatieleven met als uiteindelijk perspectief: hereniging. Dit zou een bloedeloze en heilzame revolutie in het Nederlandse volksleven kunnen betekenen.
Maar laten we niet verder dromen. Dan zouden we op die twee koningskinderen gaan gelijken die niet veel anders konden doen dan een liedje van verlangen zingen, maar die tegelijk wisten, dat ze elkander „niet konden krijgen", omdat het water veel te diep was. Het water was en is erg diep tussen Hervormden en Gereformeerden. Toch is er een brug geslagen. Ook de Gereformeerde synode heeft de voorstellen van de gesprekscommissie, die door eigen deputaten waren overgenomen, aanvaard. Daar zijn we blij mee. Er blijft dus een mogelijkheid voor Hervormden en Gereformeerden om „over de brug te komen!"
En verder:
De afstand blijft bewaard en ze blijft nog behoorlijk groot. Geen wederzijdse vertegenwoordiging ter synode-vergadering. Dit besluit van Leeuwarden 1955 blijft gehandhaafd. Geen voortzetting van het topgesprek. En toch toenadering: plaatselijk en landelijk. Daarmede moeten we voorlopig tevreden zijn, maar voldaan zijn we niet. We weten dat in sommige opzichten, b.v. wat betreft de opvattingen over de kerkelijke tucht en de oecumenische samenwerking, de lijnen dwars door beide kerken heenlopen en dat daarom de huidige situatie iets onwerkelijks heeft. Maar dat is het belangrijkste niet. Belangrijker is, dat we ons in Nederland de „weelde" van de huidige gescheidenheid geestelijk eigenlijk niet meer kunnen veroorloven, als het ons ernst is met het evangelie en de opdracht van de Kerk der reformatie in de huidige cultuur.
Ds. Landsman wijst dan op de dubbelzinnige verhouding tot de Roomse Kerk en op de strijd tegen de neutrahstische, nihilistische en bewust anti-christehjke krachten in de hedendaagse cultuur. Wij moeten nodig de handen ineen slaan en niet als reformatorische christenen onze krachten verspillen en versnipperen. Alleen zo kunnen wij iets van gezamenlijke opdracht terecht brengen. Ds. Landsman eindigt aldus:
We vechten nog maar al te vaak tegen de fronten van gisteren, die er eigenlijk niet meer zijn, terwijl we de fronten van nu zelfs nog niet verkend hebben.
Daarom willen wij dan ook eindigen met de hoop uit te spreken, dat er een druk verkeer zal plaatsvinden op de brug, die, hoe smal ze dan ook moge zijn, toch is geslagen. Er zullen in de toekomst nog belangrijke beslissingen moeten worden genomen, zowel door de Hervormde- als door de Gereformeerde Kerken. Daarbij zal het er voor beide inderdaad om gaan of ze nog „kerkbesef" hebben. Maar dan: kerkbesef in de zin van onze belijdenis, die spreekt over één heilige en katholieke (d.i. algemene) kerk.
Dit is een hervormde persstem over deze zo uitermate belangrijke zaak van de verhouding Hervormd-Gereformeerd. Nu een geluid uit de Geref. Kerken, nl. de stem van prof. H. Ridderbos in het „Gereformeerd Weekblad" van 15 jan. jl.
Deze merkt op, dat het onderlinge gesprek tussen beide kerken is afgebroken, niet omdat men tot een bevredigend resultaat is gekomen, maar omdat men het ten principale met elkaar niet eens is naar welk een kerk-inrichting men tezamen zou moeten streven. Prof. Ridderbos legt dus grote nadruk op de afstand. Maar hij heeft ook oog voor de onderlinge gemeenschap.
Intussen — en dit is men wèl met elkander eens geworden — zou het niet verantwoord zijn héél het verkeer tussen beide kerken enkel door het onmiskenbare verschil te laten bepalen en niet ook naar mogelijkheden te zoeken, om de gemeenschap die daarnaast in meer dan een opzicht geoefend zou kunnen worden, tot uitdrukking te brengen. Metterdaad is er reeds in allerlei zaken contact en consult, zij het ook incidenteel en wanneer daartoe een bepaalde aanleiding is. Besloten is thans, dat nu de besprekingen over de kern-kwesties niet tot gewenst resultaat geleid hébben, toch de moderamina van beide Synoden, als de meest respresentatieve figuren van de uitvoerende organen van beide kerken, een meer geregeld contact met elkaar zullen onderhouden.
Meer een praktische, dan een principiële toenadering dus tot elkaar! Hoe dient deze toenadering gewaardeerd te worden? Niet als een kerkelijke liefdesverklaring, evenmin als een slappe beleefdheidsmaatregel.
Het is, dacht ik, een realistische aanvaarding van de situatie, zoals die zich tussen beide kerken heeft ontwikkeld en die men zowel als een van bereidheid tot toenadering als van een behoefte aan distantie kan kenschetsen. Al kunnen beide kerken niet samengaan, dit betekent niet, dat zij als de twee grote protestantse kerken in Nederland t.a.v. tal van problemen niet een zeer vruchtbaar contact met elkander zouden kunnen onderhouden, elkander niet zoveel mogelijk zouden moeten en kunnen steunen, ook in samenwerking met of althans met medeweten van elkander in allerlei opzicht zouden kunnen optreden. Begrijp ik het goed, dan is dit dan ook de bedoeling van het thans geprojecteerde regelmatige contact der moderamina. Dat deze daarbij hetgeen beide kerken scheidt niet minder in hun besprekingen zullen tegenkomen en in rekening zullen brengen dan hetgeen verenigt, mag men veilig aannemen. Maar men zal toch vanwege het „neen" het „ja" evenmin kunnen wegcijferen als het omgekeerde.
Dit over het contact op landelijk niveau, een contact, dat er al op vele punten is. Denk maar bijv. aan de zaak van de nieuwe psalmberijming, e.a. Maar al deze contacten zullen contacten blijven, zolang de kern-kwesties beide kerken nog verdeeld houden, d.w.z. in feite; zolang in de Herv. Kerk de worsteling om het rechte functioneren van de reformatorische belijdenis doorgaat, 't Is een wonderlijke zaak, dat t.a.v. deze worsteling de gereformeerden in en buiten de Herv. Kerk dezelfde doelstelling hebben, terwijl zij op plaatselijk niveau maar dikwijls heel weinig met elkaar in gemeenschap treden. Dan lopen de verbindingsdraden plotseling heel anders. Maar genoeg hierover.
Ook prof. Ridderbos schrijft over dat contact op plaatselijk niveau.
Op plaatselijk niveau liggen de zaken nog genuanceerder, deels negatiever, deels positiever dan van beide Synodes geldt. Er zijn plaatsen, waar samenwerking vrijwel onmogelijk is en toenadering slechts verwarrend zou werken. Er zijn andere, waar het samengaan ver zou kunnen worden doorgezet, indien de consequenties van het kerk-verband niet telkens alles weer op een dood punt brachten. De Synode heeft de kerken er op gewezen, dat contact, saimenwerking etc., waar mogelijk, aanbeveling verdient wanneer zij de ware eenheid der kerk, zoals die in de confessie der kerk wordt beleden ten goede zal komen. Zij heeft er van afgezien zich nader (d.w.z. anders dan op vroegere Synodes reeds geschied is) uit te spreken over kanselruil en intercommunie. M.i. een wijs besluit. Het is moeilijk in te zien, wat men daarmee zou vorderen, zolang men over de dieper liggende vragen, die het gehele kerkverband raken, elkander niet dichter genaderd is, dan thans het geval is. Daarmee is niet gezegd, dat op bepaalde plaatsen incidenteel een nader overeen te komen gemeenschappelijke dienst of iets dergelijks geen positieve betekenis zou kunnen hebben. Maar als algemene gedragsregel lopen deze manifestaties, zoals ook reeds de praktijk leert, op teleurstelling uit. Want men heeft wederzijds het gevoel dat men vooruitgrijpt op een kerkelijke eenheid die er niet is en waarvoor de grondslagen ook nog geenszins bezig zijn gelegd te worden. Ook hier schijnen de geestelijke belangen het beste gediend door een kerkelijke beoordeling van de situatie. Want geestelijk is niet alleen de verhouding van de ene Christen tot de andere; geestelijk is ook hoe het in de kerk moet toegaan. En dat is de zaak, die hier aan de orde is.
Dit zijn nuchtere opmerkingen. Laten wij God bidden, dat Hij alle reformatorische kerken in Nederland de genade geeft van het samengaan in de waarheid Gods en de eenheid van het ware geloof.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's