De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

De liefelijke nodiging des Heeren

9 minuten leestijd

Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt. Mattheüs 11:28a.

Het hierboven neergeschreven woord is een bekend woord. Het is een woord vol klank, vol bemoediging, rijk aan vertroosting. Het is een bron, waaruit velen hun dorst hebben gelest. Ongetwijfeld al des Heeren woorden zijn voor het arm zondaarshart liefelijk, maar dat neemt niet weg, dat er onder al die woorden zijn, die bijzondere aantrekkingskracht hebben. Welnu, zulk een woord is ook dit tekstwoord, 't Is terecht genoemd geworden een parel onder de parelen. Dikwijls is alzo over deze tekst gepreekt en geschreven geworden. En wanneer wij hier een korte mediatie over deze tekst willen schrijven, dan vleien wij ons ook niet met de gedachte, dat wij nieuwe dingen naar voren zullen brengen, maar moge 't dan zo zijn, dat de oude dingen hier geschreven nieuwe glans voor ons ontvangen.

Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt.

Wie hier nodigt? Niemand minder toch dan Jezus.

Waarschijnlijk heeft Jezus deze Zijne woorden gesproken bij zonsondergang, toen Hij zelf, na een dag van afmattende arbeid vermoeid, voor Zich de mensen na volbrachte arbeid naar huis zag terugkeren. Zo een hier, die onder een zware last gebukt, en ginds weer een ander met zijn nog zwaarder last van zijn zorgen. Onder die mensen zal het oog van Jezus ook gezien hebben diegenen, die innerlijk vermoeid en belast waren. Bij die gelegenheid nu denken wij, dat Jezus vol medelijden Zijn stem ter nodiging heeft laten horen. Doch, hoe dat zij, lezers, ziet daar voor uw geest Jezus staan, nodigend met uitgebreide handen. Ja hoort Hem in uw gedachten met innerlijke ontferming bewogen, roepen: Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt. O, wie zal in waarheid kunnen beschrijven wat er in het hart van Jezus zal omgegaan zijn, toen Hij deze goddelijke woorden sprak! Zijn hart brandde van zondaarsliefde toch. Was Hij niet juist daartoe in de wereld gekomen om het verlorene te zoeken? Door de drang van Zijn barmhartigheid was 't dan ook, dat Jezus nodigde. Wij lezen ergens, dat Jezus eens gesproken heeft: „Hoe worde Ik geperst, totdat het volbracht zij". Ziet, met die persing werd Jezus ook hier geperst toen Hij uitriep: „Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt". Jezus ziende die mensen kon, met eerbied gezegd. Zijn mond niet houden. Nodigen moest Hij. De drang in Jezus was die goddelijke liefdesdrang. De liefde was hier aan het woord. De zichzelf gevende liefde, die geen wateren zouden kunnen uitblussen.

Jezus nodigt. Hoort Zijn stem!

Immers niet alleen tijdens Zijn omwandeling op aarde nodigde Jezus, maar ook thans. Zo nodigt Jezus iedere dag. 's Zondags en door de week. In dagen van gezondheid en van ziekte, in tijden van blijdschap en rouw. Zo nodigt Jezus op alle plaatsen. In de kerk en daarbuiten. In het veld en op de zee, in de fabriek en op het kantoor. Echter wanneer en waar Jezus ook nodigt, het is altijd en overal: Komt herwaarts tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt.

Ja, vraagt gij wie hier door Jezus worden genodigd? Jezus zegt het ons hier Zelf: allen, die vermoeid en belast zijn. En wat voor mensen dat zijn, die hier als vermoeiden en belasten worden aangeduid? Dat zijn mensen, die op andere' plaatsen in de Heilige Schrift onder verschillende benamingen onder onze aandacht worden gebracht. Zo is nu eens sprake van degenen, die dorsten, dan weer van degenen, die hongeren. Al diegenen nu, hoe ook onder verscheidene namen genoemd als dorstigen, hongerigen, en zo zouden we dan voort kunnen gaan, zij zijn tenslotte een soort mensen waartoe ook de vermoeiden en belasten uit onze tekst behoren.

Nu valt het niet te ontkennen, dat onder die vermoeiden en belasten ook begrepen moeten worden diegenen, die in uitwendige zin in een treurenswaardige toestand verkeren. Gewis, ook dezulken roept Jezus tot Zich. Daartoe had Jezus het volste recht. Ging Hij niet goeddoende door het land? O, hoevelen heeft Hij niet geholpen ook in uitwendige zin! Hij heeft ze allen geholpen, die tot Hem om hulp kwamen, ook al kwam men uit verre streken.

Ach, dat wij dan allen onze noden en zorgen, onze behoeften en bekommeringen voor Hem neerleggen. Evenwel gij gevoelt, dat wij bij de vermoeiden en belasten in ons tekstwoord bijzonder moeten denken aan vermoeiden en belasten in geestelijke zin. Geestelijk vermoeiden, geestelijk belasten.

Vermoeiden. Naar het oorspronkelijke woord hebben wij te denken aan zwoegenden. 't Zijn zulke mensen, die besef hebben van God en Zijn Wet. De keus en de drang van hun hart is om in overeenstemming met Gods Wet te leven en God alzo niet te beledigen met zonden. Horen zij de zweep van de drijver: vervloekt, die niet blijft in al hetgeen, dat geschreven is in het boek der Wet, zij werken. Vernemen zij de vele voorschriften en bepalingen der Farizeeërs, gebod op gebod en regel op regel, zij werken harder, ja zij zwoegen, evenwel gerechtigheid vinden zij niet. Hoe meer zij wérken, hoemeer zij zwoegen, hoe meer schuld en zonden zij zien, die op hen ligt. Zo worden zij dan ook genoemd vermoeiden en belasten.

Belasten. Het woord „belast" is een merkwaardig woord, dat in onze samenleving nog voorkomt als gesproken wordt van erfelijk belaste kinderen. Daaronder worden dan verstaan die kinderen, die in misdadige kring geboren, bij hun geboorte reeds de geneigdheid tot de misdaad meedragen. Die belasten, die zwoegenden nu, zij zijn, wat meer is, zij gevoelen het, dat zij erfelijk belast zijn, geen reinen uit onreinen, dat zij, evenals die kinderen aan dat belast zijn, misdaden toedoen, dat zij alzo zonde op zonde, schuld op schuld stapelen. Kortom zij gevoelen zich belasten, belasten met zonde en schuld, met verzoeking «en vreze des doods.

En ziet nu die vermoeiden, die zwoegenden, die belasten, die beladenen, worden door Jezus genodigd, ja die allen, niet één uitgezonderd.

Misschien zult gij opmerken: worden zij niet genodigd die in genoemde zin niet vermoeid en belast zijn? Weet dit, Jezus sluit in Zijn nodigingen niemand uit. 't Is: wendt u naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God en niemand meer. Neen, de mens sluit zichzelf uit. 't Zit toch zo. De mens, die niét vermoeid en belast is, gelijk in de tekst hier bedoeld, de natuurlijke mens, och hij bekommert zich niet om God en Zijn gebod en hij heeft Jezus' uitnodiging allerminst nodig. Of zo hij zich al bekommert om God en Zijn gebod, ja, zo zelfs, dat hij zwoegt, hij meent het met dat al een aardig eind te brengen. Vroom en deugdzaam als hij wordt zit zulk een mens in werkelijkheid met Jezus verlegen. Gans anders is het met hem, die de gesteldheid des harten hebben als van de vermoeiden en belasten uit onze tekst. Neen, zij zijn niet met Jezus verlegen, integendeel, zij zijn om Jezus verlegen. Lezers, is het zo opk met u?

Gij, die vermoeid en belast zijt, gij, allen, wordt genodigd, genodigd door Jezus met de woorden: „Komt herwaarts tot Mij".

Ja, op deze wijze worden hier door Jezus genodigd alle vermoeiden en belasten. Kan het nog liefelijker? Wel mochten wij dan ook boven deze overdenking als opschrift schrijven: De liefelijke nodiging des Heeren. Daarom daarbij nog een ogenblik stilgestaan.

Eerst zij onze aandacht bepaald bij het woordje „herwaarts". Want wij, mensen, kunnen verschillende kanten uitgaan. Zo gaan wij naar rechts of links, naar noorden of zuiden, naar oosten of westen. Doch ziet, o mens, hoe Jezus u wenkt. Gaat niet naar welke kant ook. Komt herwaarts, naar deze kant, naar Mijn kant. Ja, 't komt bepaaldelijk uit 't Heilands mond: Komt herwaarts tot Mij.

En 't is goed dat wij ook daarop letten. Immers wij, mensen, zoeken onze zaligheid en welvaart zo graag bij onszelf of ook bij een ander. Maar hoort, o mens, hoe Jezus u roept. Blijft niet bij u zelf, of gaat niet naar een ander. Komt herwaarts tot Mij.

O, met welk een zelfbewustzijn heeft Jezus deze woorden niet gesproken! Jezus toch kende niet alleen die mensen, die Hij zag gaan, vermoeid en belast als zij waren, maar Hij kende ook Zichzelf. Ja, Jezus wist wie Hij was. Blijkens de aan ons tekstwoord voorafgaande verzen heeft Jezus gesproken over de geheel enige en innige verhouding tussen Vader en Zoon. Als Zoon des Vaders is Hem het Middelaarswerk opgedragen krachtens het welbehagen, dat bij de Vader is geweest van eeuwigheid en in Zijn komst het begin van Zijn volle verwerkelijking heeft gekregen.

En ziet, in dat volle zelfbewustzijn dan deed Jezus die vermoeiden en belasten de roep horen: „Komt herwaarts tot Mij".

O lezers, een mens moest in zijn vermoeid en belast zijn nergens en nooit komen dan allereerst en allermeest tot Jezus.

Maar, zo horen wij iemand zeggen: „Wat moeten wij eigenlijk onder dat komen tot Jezus verstaan? Gaarne willen wij op deze gewichtige vraag, zij nog een kort ogenblik, ingaan. Natuurlijk hebben wij onder dat komen tot Jezus niet te verstaan het lichamelijke komen tot Jezus. Gij begrijpt, dat is onmogelijk. Jezus is in de hemel en wij zijn op de aarde. Dat is dus ten enenmale onmogelijk. Trouwens, dat is helemaal niet nodig ook. Wel verstaan komt men tot de Heere Jezus door het aannemen van de leer des Evangelies, ook door tot Hem de toevlucht te nemen in het geloof. Wij, allen, kennen toch de uitdrukking: het toevluchtnemend geloof.

Om nog wat dieper op deze zaak door te gaan: het komen van een mens tot Jezus is een uitgaan uit zichzelf, een af­ zien van alle eigengerechtigheid, het is een in 't oog krijgen van Jezus in de volheid van Zijn gerechtigheid, getekend in het Evangelie, voorgesteld in het Sacrament.

Kort samengevat: het komen tot Jezus is een begingen te hongeren en dorsten naar Zijn gemeenschap, het is een uitgaan naar Jezus, een zich overgeven aan Hem.

„Komt herwaarts tot Mij", zo nodigde Jezus en zo nodigt Hij nog. Lezers, zijn wij reeds als een vermoeide en belaste tot Jezus gekomen? Mogelijk zegt iemand: Ik ben niet vermoeid en belast genoeg; de Heere Jezus is voor mij té groot; ik ben te vuil, ik heb te lang gewacht en tegen menigvuldige nodiging gezondigd.

Gij, die zo spreekt of zo denkt, ten laatste zij u hierop nog gewezen, dat wij hier naar de vorm van doen hebben met een bevel, een opwekking, een verzoek, een bede, kortom met een nodiging, liefelijk, aller liefelijkst: 

Komt herwaarts tot Mij en Ik zal u rust geven.

(Arnemuiden)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's