De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BOEKBESPREKING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BOEKBESPREKING

11 minuten leestijd

K Sluys, Het wonder van Boechout, 182 blz., prijs geb. ƒ 7, 50. Uitg. T. Wever, Franeker.

In 1952 is het in Boechout begonnen. Enige protestaniten hiëbben de Ihandeii in elkaar geslagen om het evangelie in Vlaanderen uit te dragen. Op een wonderlijke wijze is dit werk gezegend en daarom is dit boek geschreven „Om de struikelende knieën in de werkers in Gods Koninkrijk weer vast te maken; om te laten zien, dat God Zijn Koninkrijk voortbouwt, zelfs op plaatsen, waar niemand het verwacht; om te bewijzen, dat Hij hiervoor gewone mensen en heel gewone middelen gebruikt".

Het is hartverheff'end van deze „doorbraak van het evangelie in Vlaanderen'" te lezen. We lezen van tegenkanting en moeilijkheden, van de kant van de R.K. Kerk, maar ook van de moeilijkheden in de eigen kring; van de grote betekenis van de school met de Bijbel voor de groei van de kerk en van zoveel meer. Al lezende raakt Boechout op de achtergrond en betrapt de lezer zich op de vraag: moeten wij het ook zo gaan doen? Wat heeft deze methode van werken voor ons in ons evangelisatiewerk te zeggen?

Het werk laat zich vlot lezen, het is geen propaganda-geschrift, al is op de laatste pagina wel het gironummer van de school met de Bijbel te Boechouit opgenomen.

Ja, het wonder Gods is onze enige kans, in Vlaanderen, maar ook hier. De Koning der Kerk zegene de arbeid der evangelisatie in Vlaanderen.

Bt.

„Mus Piet", door F. H. Ch. Sothmaun. Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen.

Een boekjie voor de eerste klas van de lagere school. (De kinderen leren lezen uit het verhaal van de mus en het jongetje, en, als dit nog te moeilijk is, zijn de tekeningen zó goed geslaagd, dat ze na enkele keren voorlezen, zeker gaan meelezen. Een gezellig boekje, goed uitgegeven.

c. s. s.

„Toen Josje en Jaapje vakantie kregen", door Nel Verschoor-v. d. Vlis. Uitg. J. H. Kok N.V., Kampen.

Al eerder maakten de jonge lezertjes kennis met Josije en Jaapje. ln dit verhaal, dat overigens geheel op zich zelf staat, willen broer en zus geld verdienen om zelf iets te kunnen bijdragen aan een tehuis voor blinde kinderen. Hoe ze dat proberen en hoe ze verward raken, en toch de ingeving van h'un hart kunnen volgen, is hier tot een prettig, goed verhaal geworden. Voor kinderen van 5-10 jaar.

C. S. S.

Morgen, door Berendien Meyer-Schuiling. Uitg. J.H. Kok N.V., Kampen.

Een bundel korte gedichten, die we in zijn geheel aanbevelen kunnen. „Onze naam", een gedichtje van vier regels, maar dat ons niet loslaat; „Zomervreugden", en zo vele andere, het zijn eenvoudige  waarheden en daarom hebben ze iets wezenlijks te zeggen. Mooi uitgegeven, en ook als geschenk zeer aan te bevelen.

C. S. S.

Licht en schaduw rond Oranje, door A. G. Eggebeen. Uitg. „de Banier", Utrecht. Prijs geb. ƒ4, 95.

Na het boek gelezen te hebben, zal de lezer de conclusie trekken, dat de schaduw in het leven van Willem van Oranje, zijn beide laatste vrouwen en Philips - Willem wel wat overheerst.

Het begint met de beschrijving van de reis van de hertog van Montpensier, die Charlotte, als wiegekind nog, naar het klooster van Jouarre brengt, waar ze als dertienjarige, abdis zal moeten worden. Er gebeurt veel vóór ze als abdis protestant wordt en later de vrouw van Willem van Oranje is, tot ze 9 mei 1582 in Antwerpen begraven wordt. De beschrijving van haar leven is wel een der beste gedeelten van het boek. Het tweede hoofdstuk brengt ons. de jeugd van Louise de Coligny, haar huwelijk met Oranje, de dood van de Prins, en daarna de kommervolle jaren van deze grote vrouw. Tenslotte: de gevangene van Madrid", Philips Willem. Ook over hem weet de schrijver verschillende episoden te vertellen die weinig bekend zijn, . Het boek eindigt met „enkele gegevens", waardoor het geheel een populair karakter krijgt. Vele lezers en lezeressen zullen dit boek willen lezen. Het is onopgesmukt en eenvoudig; prettig leesbaar.

(Meisjes- en jongelingsverendgingen zou ik het gaarne willen aanbevelen om het in hun bibliotheek op te nemen.

C. S. S.

H. de Jong, Kerkbank in, kerkbank uit, 80 blz., prijs göb. ƒ 3.90, Uitg. Gebr. Zomer & Keuning, Wageningen.

Henk de Jong bekend uit zijn pennevruchten, die hij; regelmatig publiceert in het Geref. Weekblad Uitg. Kok, Kampen, beschikt over een journalistieke pen en niet minder over een scherp geheugen.

In dit werkje zijn verzameld een aantal indrukken, anekdoten, herinneringen over kerkdiensten en gemeenten. Op smakelijke wijze dist hij zijn verhalen op; het gaat in alle tien hoofdsitukken over de gemeente over de kerkgaande gemeente, de pratende gemeente, de luisterende gemeente, de offerende gemeente: hiji vertelt daar van een jong gestorven dorpsdominee. Toen hij als kind niee naar de kerk geweest was om een zendingsrede te horen, waarbij natuurlijk ook gecoliecteerd werd, zei hij tegen zijn ouders': „Hoe graag zou ik mijzelf in die offerschaal hebben willen leggen". Dat is het offer: iets of alles van jezelf geven. Maar daarnaast lezen wij over een pronkende, een snoepende, een graverende en een onzichtbare gemeente. Ook over de slapende gemeente, ik heb de indruk, dat dit historie is. Er wordt, geloof ik, in de kerk met de ogen dicht niet meer geslapen. Een aardig werkje. Bandontwerp en illustraties zijn van Piet Donkersloot, die voor een modern gewaad heeft gezorgd.

Bt.

C S. Lewis, Brieven uit de hel, 160 blz. prijs ƒ 1.75, Uitg. W. ten Have N.V. Amsterdam, 1959. C. S. Lewis, De sleutel tot het geheim, 160 blz., prijs ƒ 1.75, Uitg. W. ten Have N.V., Amsterdam, 1959.

Deze beide werkjes zijn verschenen in de Carillon-reeks. Schrijver doceert Engelse letteren in Oxford en Cambridge; zijn boeken zijn in vele duizenden exemplaren verspreid en in vele talen vertaald.

In de sleutel tot het geheim" zijn opgenomen drie series radiovoordrachten, waarin schrijver de vragen rondom goed en kwaad aan de orde stelt bv: is de zedewet één van onze instincten of niet meer dan maatschappelijke conventie? Daarna lezen wij hier over „Wat een christen gelooft", waarbij schrijver op de betekenis van de bekering wijist; in het derde gedeelte handelt schrijver over de christelijke levenshouding: vergevingsgezindheid, christelijk huwelijk, over geloof, hoop en liefde. Het gaat bij het christendom niet om een opgaan in plichten en, voorschriften, maar om een leven uit en met Chistus.

De brieven uit de hel hebben een geweldige weerklank in Engeland gevonden en ook in ons land; het zegt iets, dat deze editie de negende is. Ook vele jonge mensen blijken dit werk zeer te kunnen waarderen. Schrijver geeft een varklaring van de opzet van, dit werk in de spreuk, die hij van Liuther aanhaalt: , Als de duivel niet wijken wil voor de woorden der Heilige Schrift is de beste manier om hem te verdrijven, dat men hem bespot en uitlacht; want verachting kan hij niet verdragen".

Ik kan niet ontkennen dat men aan deze schrijfwijze wel moet wennen, maar wij vinden hier heel wat opmerkingen, waarbij schrijver volkomen in de roos schiet. „Door omkering van de duivelse bedoeli-ngen horen wij van het plan, dat God met de mensen voor heeft". Het is wel eens goed, nu in deze tijd velen van geen duivel of hel meer weten willen, dat de bedoelingen van de duivel en zijn trawanten ons op zulke een suggestieve wijize worden getekend. Wat echt niet zeggen wil, dat ik dogmatisch achter alles  zou kunnen staan.

Bt.

H. Michaud, Op steen en klei, 144 blz., prijs geb. ƒ 5.90 (bij intekening ƒ 5.25), Uitg. G. F. Callenbach N.V., Nijkerk.

Dit is weer een deeltje uit de serie „Bijbel en Archelogie", evenals de acht voorgangers met vele foto's en tekeningen verlucht.

Het behandelt de Hebreeuwse inscripties en het Oude Testament en volgt de ontwikkeling van het oud-Hebreeuiwse schrift van de vroegste -tijden tot de ballingschap. Dat schrijver zich vele beperkingen moest opleggen spreekt vanzelf; er is immers zo ontzaggelijk veel materiaal. Te vermijden was niet, dat sommige onderwerpen - in andere delen reeds aan de orde zijn gekomen.

In den brede bespreekt de schrijver de stele van Mesa en de geschiedenis in II Koningen 3, waar wij over deze koning lezen. De stele van Mesa werd in 1868 in Dibbon !(het oude Dibbon) gevonden en wordt thans in het Louvre te Parijls bewaard. Ook lezen wij van de Siloa-inscripitie uit de dagen van Hizkia, gevonden in de tunnel, die het water van buiten de stad naar de binnenstad moest voeren. Door deze inscriptie weten wij wat bedoeld wordt als wij in de Bijbel lezen over de „bovenste uitgang van het water van de Gihon". Het trof ons, dat de auteur in dit verband schrijft: Eens te meer bestaat er harmonie tussen de teksten en de archeologische feiten. Het zou vreemd zijn, als wij geen apart hoofdstuk vonden over de brieven van Lachis, die - dateren uit de bewogen dagen van vóór 5186. - Van verscheidene stukken geeft schrijver een eigen vertaling en verklaring. Tenslotte volgt nog na de inscripties van Qasileh en van Hasor, waar men in '95 met opgravingen begon een hoofdstuk over de zegels, die men in de loop der jaren gevonden heeft o.a. dat van Azaf, mlsschien de vader van Joah, de kanselier van Hizkia en dat van Gedalja.

Aanbevolen lectuur voor allen, die zich voor de studie van het Oude Testament interesseren, ook al maken wij wel eens toezwaar tegen een enkele opmerking; ik geloof b.v. niet, dat in II Kon. 3 de schrijver probeert de nederlaag van de Israëlieten te verkleinen. Het is een keurig uitgevoerde serie.

Bt.

C. H. Gordon, Het Oude Testament in historisch perspectief,. 272 blz., prijs ƒ 2.95, Uitgave Het Spectrum N.V., Utrecht, 1950.

Schrijver, een bekend Assyroloog en Egyptoloog, wil Israël tekenen op de achtergrond van de wereldhistorie. De talloze vondsten van de laatste eeuw, niet het minst van de laatste 25 jaar, laten zien in welk een - wereld Israël heeft gewoond en geworsteld, wij trekken met schrijver in de geest de eeuwen door tot de dagen van de ballingschap en de terugkeer. De auteur is, althans voor ons, op zijn best, waar hij. bij de historie blijft, b.v. van Egypte voor en in de Amarmatijd, ais de benden van - de Apiru ((schrijver ontkent, dat - wij hier met de Hebreen te doen hebben) rondzwerven, als de godsdienstige revolutionair Amenophis IV zijn hervorming doorzet; of als schrijver ons verplaatst naar de dagen van Oegarit met de vele parallellen, die Oegarit met de Bijbel heeft. Gods openbaring voltrekt zich in het vlak van de histor.ie en „geen ander volk heeft getracht de wereldgeschiedenis te beschouwen van eeuwigheid tot eeuwigheid, beginnende met de schepping, dan de geheie wereldgeschiedenis bestrijkend en eindigend met de verwachting van het einde der dagen".

Schrijver houdt vast aan de juistheid van, de vermelding van de Filistijnen, ondanks de tegenspraak van vele geleerden, die menen, dat voor 1200 geen Filistijnen in Kanaan woonden.

Waar de auteur het  terrein van de historie verlaat, moeten  wij wel eens van mening verschillen. Ik geloof b.v. niet, dat de Atondienst monotheïstisch kan worden genoemd of dat  wij mogen zeggen, dat het bijbelse zondvloed verhaal aan Babel ontleend is.

Als geheel een boek, dat veel geeft, op de hoogte van de stand van de Oud-Testamentische wetenschap is, populair van aard en zeer geschikt voor wie iets meer wil weten van de bijbelse tijd.

Het is een , mooi deeltje van de Aula-boeken.

Bt.

Ds. H. Veldkamp, Dubieuze posten, 184 blz., prijs gebonden ƒ 6.80. Uitgave T. Wever, Franeker.

„Wie ons met zorg vervullen, dat zijn de halven, de slomen, de slordigen ... de dubieuze posten. Zorg, dat niemand over u in dubio verkeert". Zo spreekt ds. Veldkamp nog, nadat hij gestorven is. Hij praat niet langs de vragen heen., maar richt zich rechtstreeks en persoonlijk tot zijn lezers, het Woord bedienend voor de mens van deze tijd. Altijd weer legt hij de nadruk op de noodzakelijkheid van persoonlijke en dagelijkse bekering. De auteur - tekent een dertiental figuren uit de Bijbel, o.a. Lot, Jefta, Gehazi, Damas. Exegetisch verantwoord werk; stichtelijk in de goede zin des woords, omdat het opbouwt in de kennis der Schriften.

Ook deze derde druk zal stellig zijn weg vinden naar vele lezers.

Bt,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BOEKBESPREKING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's