De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE WAARDIGHEID EN HET BELANG DER KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE WAARDIGHEID EN HET BELANG DER KERK

3 minuten leestijd

Prof. van Itterzon schrijft in het Hervormd Weekblad dd. 18 febr. j.l. onder de titel: Geen leertucht?... wat nu? een uitvoerig stuk naar aanleiding van de uitspraak in hoger beroep inzake prof. dr. P. Smits.

Zoals men weet, heeft de commissie voor het opzicht uit de provinciale kerkvergadering van Z.-Holland prof. Smits zijn emeritaats-rechten ontnomen. Prof. Smits is toen in hoger beroep gegaan bij de commissie voor het opzicht uit de synode. Deze commissie heeft uitgesproken, dat de Zuid-Hollandse commissie onbevoegd is.

Daarbij komt nog, dat de commissie uit de synode ook zich zelf ter zake onbevoegd heeft verklaard.

In het licht van de volgende gegevens is dat een wonderlijk gedoe.

Wij lezen n.l. in het genoemd stuk van prof. van Itterzon: „Op 17 juni 1959 vraagt het breed moderamen der provinciale kerkvergadering van Zuid-Holland aan het breed moderamen der generale synode, of dit breed moderamen der synode wellicht ord. 13.29.5 op dr. Smits zou toepassen".

Een week later, 24 juni '59, stelde het breed moderamen der generale synode, zoals prof. v. Itterzon mededeelt, vast, „dat toepassing van ord. 13.29.5 niet in overweging genomen kon worden" ...

Waarom niet? vraagt prof. v. Itterzon en velen zullen dat met hem vragen. Het breed moderamen der synode motiveert n.l. deze conclusie met geen woord.

Voorts werd aan de provinciale kerkvergadering van Zuid-Holland gevraagd, of zij in overweging wilde nemen, wat in verband met ord. 11.5.2 door haar zou kunnen worden gedaan.

En wat zegt nu de commissie uit de synode, nadat Zuid-Holland ord. 11.5.2 heeft gehanteerd? Niet in orde. Gij zijt niet bevoegd.

Zie, welk een verwarring het breed moderamen der synode in deze zaak teweeg brengt!

En lees nu eens ord. 13.29.5. Daar staat het volgende:

Aan hem, die eervol van zijn ambt ontheven is, kan het breed moderamen der generale synode op zijn verzoek, het breed moderamen der provinciale kerkvergadering gehoord, de bevoegdheden als van een emeritus-predikant verlenen, wanneer dit in het belang der Kerk wordt geacht, welke bevoegdheden hem echter door het breed moderamen der generale synode bij met redenen omkleed besluit kunnen worden ontnomen, indien het voortduren daarvan niet strookt met de waardigheid of de belangen der Kerk.

Men zou zo zeggen: dat geval is hier precies aanwezig. Het breed moderamen der synode heeft slechts te handelen. En wij vragen: Waarom doet het dat niet? Waarom schuift het de zaak op een verkeerd spoor?

Acht het breed moderamen het dan in overeenstemming met de waardigheid en de belangen der Kerk om zulke schandelijke gedragingen te laten passeren en over te gaan tot de orde van de dag?

Of ontbreekt het aan de nodige moed om terwille van de waardigheid der Kerk te doen, wat gedaan moet worden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE WAARDIGHEID EN HET BELANG DER KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's