De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

LEGITIEM CONFESSIONEEL?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

LEGITIEM CONFESSIONEEL?

6 minuten leestijd

EN EEN STUKJE KRONIEK UIT DE HERVORMDE KERK

VI

In hetgeen ds. L. in het orgaan van i 19 nov. '59 vervolgt over „Confessioneel", vinden wij geen aanleiding tot reacties. Hier wordt ons Hoedemaker : nog eens in den brede geciteerd. Wij bestrijden de C.V. geenszins het recht om dr. Hoedemaker tot hun profeet te maken. Eén ding echter moeten wij toch opmerken in verband met de concrete kerkelijke situatie, waarin wij thans ver­keren. En dat is dit: Het kan geen vergissing van ons zijn, als we menen, dat de Hoedemakerianen nog al tevreden zijn met de „kerkelijke vernieuwing" onder de kerkorde van 1951. Men krijgt zelfs de indruk, dat de mannen van de C.V. van oordeel zijn, dat deze in de geest van Hoedemaker is tot stand gekomen of althans in die geest wordt voortgezet. Zeker is, dat uitge­sproken vereerders, volgelingen of aan­hangers van Hoedemaker, met ijver aan de nieuwe kerkorde hebben gewerkt. 

Zien we nu op de gang van zaken in de kerk, en mogen we deze als „goed Hoedemakeriaans" beschouwen, ja, als de vrucht van een reformerend streven in zijn geest, dan zuUen velen met ons ' daarin toch geen voorbeeld kunnen zien, ' dat tot navolging noopt.

Met dat al is nog niet helder gewor­ • den wat men onder „legitiem confessioneel" of wat voor ons hetzelfde bete­ ; kent onder „gereformeerd" verstaan wil hebben. In beide benamingen hgt o.i. • een hartelijk gemeende positieve betrekking tot de gereformeerde beHjdenis der kerk, een van harte geloven en ^ medebeHjden met de reformatorische ' vaderen in en door de gemeenschap van hetzelfde geloof.

Dr. Streeder maakt in hetzelfde nummer van het Hervormd Weekblad in zijn ^ Kroniek enige opmerkingen, die ook - voor ons van belang kunnen zijn. Hij I schrijft o.a. naar aanleiding van de kerkbouw-actie: „Zonder overdrijving mogen wij van een „wonder" spreken, dat - de kerkbouw-actie zó ingeslagen is".

In welk een zin hij dat bedoelt, wordt h duidelijk door wat er volgt. Ten eerste ; merkt hij op, dat „hoogstens een derde > van al, wie als „hervormd" bekend staan, meedoen". Dan wijst hij er op, dat niet - zelden het plaatsehjk kerkelijk leven [ zorg wekt. De kerkgang gaat hier en ^ daar zienderogen achteruit. Met inspaiining van alle krachten weet men elders ; op peil te blijven. Volgens sommigen ^ doen de jeugddiensten het niet meer. Bijgevolg komt men in bioscopen of [ vergaderzalen samen. Het orgel valt uit, de jazz moet het doen. Op het terrein i van het jeugdpastoraat zoekt men be-slag op onze jonge mensen te krijgen i door de lokaUteiten der kerk open te ; zetten voor dansen". Uit de aard der r zaak heeft dr. Str. geen verwachting ; van deze methoden. Hij vreest terecht, , dat op die wijze het doel wordt voor-bijgestreefd. Een kerk, die bij het Woord l leeft, moet zich daarover schamen, In het Hcht van deze ontzinking aan waarHjk geestehjk leven is er stellig iets wonders in, dat zoveel geld voor de kerkbouw-actie 1959 wordt gegeven, Veeleer zou men een algemene onverschilligheid of hopeloosheid verwachten.

Er is nog een verschijnsel, dat de aandacht trekt en ook door dr. Str. wordt gememoreerd. Het aantal theologische studenten, zegt hij, loopt in de laatste jaren schrikbarend terug. „Noodzaakt de toeloop van studenten in andere faculteiten tot uitbreiding en spreiding van het hoger onderwijs, aan een nieuw te stichten theologische faculteit bestaat, gelet op het getal aankomende studenten, geen behoefte. Er bestaat bUjkbaar weinig animo onder leerlingen van gymnasia en leerhngen van lycea om predikant te worden. Er is sprake van aarzeHng bij wie zich rekenschap geeft, wat het wezenhjk inhoudt nu predikant te zijn".

Inderdaad loopt het aantal studenten in de Godgeleerdheid sterk terug. Voor zekere richtingen of geestesstromingen, bij welke dat het geval is, kunnen wij daarin nog geen verschijnsel zien, dat de kerk grote schade zal berokkenen. Predikanten, die de zo even genoemde afkeiurenswaardige methoden in zwang gebracht hebben en toepassen, hebben daarmede hun ambt als Dienaar des Woords misbruikt. Dezulken kan de kerk gevoegehjk zonder deernis missen. Het verschijnsel doet zich echter ook onder de orthodoxe jongeren voor. Daarom vefdient het wel onze aandacht.

Dr. Str. noemt nog een gegeven, dat hij als „nóg pijnhjker" kwalificeert en we zijn dat met hem eens: n.l. de vlucht uit het ambt, al aarzelt hij even om het zo te noemen. „Ontstellend groot is het aantal predikant-sollicitanten voor de betrekking van leraar voor het geven van godsdienstonderwijs op christelijke rhiddelbare scholen of voor het lesgeven in de cultuturgeschiedenis van het Christendom, om van andere betrekkingen te zwijgen".

Bij ervaring weten wij, dat het zo is. Dat de financiële toestand der predikanten hierbij een rol speelt, is althans ten dele wel juist, doch de algemene geesteHjke status van het modem bewustzijn en daarmede in verband de invloed van de z.g. nieuwe theologie, komt ons voor een rol van meer doorslaande betekenis te vervullen,

„Dat desondanks de kerkbouw-actie doorzet, "

Juist, desondanks !

Dat kan verwachting geven voor de toekomst. Het kan zeggen: „God laat de kerk nog niet los. Hij geeft haar nog niet over". Dat kan, want Hij r^geert en zal al Zijn welbehagen doen.

Maar als we zulk een verwachting

mogen koesteren, laat ons dan waakzaam zijn en de krachten, die God ons nog gegeven heeft, inspannen tot het uiterste om te zaaien aan alle wateren — en dat in getrouwheid aan het Woord. Want, indien die kerken zo straks bevolkt zullen worden door een heilbegerig geslacht, dat God zoekt, zal Zijn Geest vaardig worden en zij zullen uitgedreven worden om te prediken en te horen het Evangelie des Koninkrijks. Als dat mag geschieden, zal het ook anders gaan in de kerk. Waar het Woord des Konings is, daar is heerschappij. Thans wordt die heerschappij niet zelden in de weg gestaan door theologische meningen en — denk maar aan de zaak Smits — door kerkordehjke spitsvondigheden.

Wij hebben echter met een God van doen, die de uitvluchten van degenen, die genodigd waren, met oordeel en algehele uitsluiting van Zi n avondmaal tegenkomt, en tot Zijn dienaar zegt: Ga uit in de wegen en heggen; en dwing ze in te komen, opdat Mijn huis

vol worde. (Lukas 14 : 23, 24).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

LEGITIEM CONFESSIONEEL?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 maart 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's