KRONIEK
Spanning: en ontspanning in de situatie van de kerken in het Midden-Oosten — Modaliteiten-kerk — Wie maakt de dienst uit? — Het afscheidscollege van prof. Miskotte.
De verhoudingen tussen communisme en de kerken in het Midden-Oosten hebben nog steeds haar „ups" en „downs"; of, om het anders te zeggen: de antithese, welke er wel altijd zal blijven zo lang beide grootheden haar wezenlijke principia niet verloochenen, doet zich nu eens meer en dan weer minder fel gelden.
Bisschop Dibelius, de leider der Evangelische Kerk is eigenlijk permanent in de gevechtshouding. Daarom werd, behalve dat sommige geesten er over peinzen hem gerechtelijk te doen vervolgen, onlangs een campagne tegen hem ingezet — het was toen de anti-semitisdhe wandaden in W.-Duitsland aan den dag traden — welke uitlatingen van hem onthulde, die riekte naar anti-semitisme en nazi-vriendschap.
De jongste moeilijkheden, over en weer, betreffen vooral het kerkelijk onderwijs aan de schoolgaande jeugd.
De Algemene Synode der Duitse Evangelische Kerk heeft met ruim 90 stemmen — er waren 2 tegen en 11 onthoudingen — haar vertrouwen in Dibelius uitgesproken en hem tegenover de tegen hem ingezette lastercampagne gerehabiliteerd. Tevens heeft zij bij de regering van Oost-Duitsland vrijheid voor godsdienstonderwijs bepleit. Zij overwoog om de leeftijd voor de confirmatie (kerkelijke bevestiging) van 14 op 12 jaar te stellen.
Men ziet het: de fronten zijn onverzwakt opgesteld.
In Polen heeft de leider der r. k.-kerk, kardinaal Wyszinski, de bisschop Kaczmarek met „ziekteverlof" gezonden. „Hij is echter niet ziek", zo vertelt de N.R.Crt. van 20 febr. jl., maar moest het veld ruimen, omdat hij een sta in de weg was voor Wyszinski's pogingen om de betrekkingen der r.k.-kerk met de Poolse regering te verbeteren. Het blad vermeldt er bij, dat de Pauselijke stoel meer sympathie schijnt te hebben voor de met „ziekteverlof" zijnde bisschop dan voor de leider der Poolse kerk. De laatste is het Vaticaan te „schipperend". Maar brandschoon is ook bisschop Kaczmarek niet. „In tegenstelling tot de houding van bijna de hele Poolse clerus riep hij in 1939 de Poolse bevolking op de Duitse overweldiger te steunen." Hij is dus evenmin een „zuivere strijder voor het ware geloof" als de onlangs overleden Zuidslavische kardinaal Stepinac een „martelaar des geloofs" was.
Men ziet het, antecedenten „oude plunjes", komen naar voren als het gaat spannen. Maar ondanks antipathieën of sympatiiieën van het Vaticaan betreffende bepaalde primaten zal de pauselijke stoel gemakkelijker correspondentie met de Poolse regering straks wel dankbaar aanvaarden. Want vóór alles geldt het heil der Kerk.
Ter jongste zitting van de Generale Synode der N.H.K. viel in de bijeenkomst van 8 februari het woord: „modaliteiten-kerk". Ds. P.L.M. van Galen bezigde het. Tijdens de bespreking van het schrijven van de classis Gorinchem, gericht aan de Synode met verzoek aan haar, maatregelen te treffen, dat de in Art. X K.O. vermelde belijdenisgeschriften in het kerkelijk leven tot meerder gezag zouden kunnen geraken; geen kandidaten tot de Heilige Dienst worden toegelaten dan die onomwonden en van harte met de belijdenis instemmen; en meer dergelijke „saneringen" in de kerk. Zo ongeveer was de teneur van de classicale brief, waaruit ik, om de Kroniek binnen de gestelde perken te houden, niet meer overneem.
In dat debat dan, zeide ds. Van Galen: „Wij ontvingen een Nieuwe Kerkorde en kregen een modaliteiten-kerk". Dr. Streeder, uit wiens verslag van de Synode-zitting (Herv. Weekblad dd. 25-2-'60) ik dit ontleen, is het met dat zeggen wel eens. Ten dele althans. Want hij schrijft letterlijk: „Wie als ds. Van Galen betoogt „dat men in een modaliteiten-kerk is terecht gekomen heeft enerzijds gelijk, anderzijds ongelijk, wanneer men meent, dat een modaliteitenkerk een kerk zou zijn, waarin alles kan geleerd worden". Verder zet hij dan uiteen, dat „het belijden de synode blijft ter harte gaan".
De Synode wilde van „een voortijdige sanering" gelijk de bedoeling van de classes Gorinchem en diverse classes, die adhaesie met haar brief hadden betuigd, werd getypeerd, niet weten. Het verslag zegt dan verder:
„Wat de voorgestelde maatregelen betreft, werd verwezen naar wat de kerkorde voorschrijft en als verzekeringen biedt. Bovendien werd er op gewezen, dat tot vandaag de in ord. 11, hoofdstuk IV beschreven weg, door niemand is bewandeld. Tot heden staat de weg open een klacht tegen een predikant in te dienen, wegens diens prediking en onderricht, volgens ord. 11, art. 14-16. Er kan, wanneer de klacht gegrond is, een veroordehng dezer gevoelens volgen (dit is de weg der judiciële leertucht). Deze weg is tot heden tegenover wie dan ook niet betreden."
Een en ander nog eens in het oog vattend, is het begrijpelijk, dat het verslag zegt:
„Op deze wijze werd de synode gedwongen zich bezig te houden met de verlegenheid onzer kerk, wanneer het vraagstuk van haar belijden in het geding is ".
Dit was het tweede verslag van de hand van dr. Streeder, dat ik onder ogen kreeg. In „Herv. Nederland", dd. 13-2-'60, heeft hij „Indrukken" van deze Synodezitting gegeven. Het kan aan mij liggen, doch dat verslag ademde, dacht ik, meer optimisme dan dit, waaraan het bovenstaande werd ontleend. Zeker, ook hier ontbrak niet, wat ook in dat van „Herv. Nederland" staat, dat „men elkander wilde vasthouden." Zelfs lees ik, dat niemand over „afscheiding" of „afsnijding" sprak. Neen, dat zal wel. Maar of iets dergelijks, nu gezwegen van de woorden „afscheiden" of „afsnijden" in geen moment der discussie aanwezig was, zonder bepaald uitgesproken te zijn, lijkt mij iets te veel verondersteld. Hoe dan ook, de Synode is wel geconfronteerd met „de verlegenheid onzer kerk".
Is onze kerk ook verlegen met prof. Smits of met de zaak-Smits? Het heeft er veel van. In de discussie van 8 februari zal ter Synode van die zaak wel niet gerept zijn, want toen was zij nog „subjudice", onder de rechter. Het bericht van de uitspraak der Generale commissie voor het opzicht was 10 februari 's morgens 8 uur in het „nieuws". Neen, mijn vraag vond haar aanleiding in wat vanwege Synode en verdere instanties betreffende deze zaak werd geadviseerd en getracteerd. De Synode, haar breed moderamen, berichtte (juli '59) aan het moderamen der P.K.V. van Zuid-Holland dat gehandeld moest worden naar ord. 13 en niet naar ord. 11. De commissie Zuid-Holland deed alzo en sprak uit: ontzetting uit emeritaatsrechten. Prof. Smits ging in hoger beroep bij de Generale commissie voor het opzicht. Resultaat: vernietiging van de uitspraak Zuid-Holland. De uitspraak zag ik nog niet gepubliceerd. Alleen ds. Landsman lichtte in zijn artikel: „Misvattingen. Kanttekeningen bij een uitspraak van de Generale commissie voor het opzicht", een tip van de sluier op. Prof. Van Itterzon, voor de 3e maal over de kwestie schrijvend zegt in „Herv. Weekblad" dd. 25-2-'60, daaruit het voornaamste citerend:
„Nu blijkt uit wat ds. Landsman ons heeft onthuld, dat de generale commissie als haar oordeel heeft uitgesproken, dat de zaak moet worden behandeld als een geval van leertucht volgens de procedure van het 4e hoofdstuk van Ord. 11."
Hij laat daarop volgen: „Tegen deze zienswijze meen ik, in het belang der zaak en van de gehele kerk zelf, met de meeste klem te moeten opkomen. De generale commissie voor het opzicht heeft geen recht wetten en bepalingen te maken. Zij mag die alleen hanteren en uitvoeren."
In dit stuk het ik enkele woorden cursief drukken, om er de aandacht op te vestigen hoe de Generale commissie voor het opzicht meent hier de dienst uit te kunnen maken. Prof. Van Itterzon, die dit zeer rustig maar ter snede signaleert, houdt met klem van redenen de kerk voor, dat de zaak moet getracteerd worden naar ord. 13.29.
Hij gaat daarbij tamelijk uitvoerig ord. 11, hoofdstuk IV onder de loupe nemen en laat zien, dat deze artikelen de dienstdoende predikanten betreffen en uitsluitend hun; en dat emeriti predikanten en met hen gelijk gestelden hieronder niet kunnen vallen, wijl ze geen dienaren des Woords zijn in kerkordehjke zin. Hij laat zien dat de hier bedoelde weg — het is er een met 13 stations — vastloopt, dat er telkens prikkeldraadversperringen zijn. En daarom adviseert hij met klem, dat gehandeld worde naar ord. 13 art. 29, Hd 5. In ons blad van 25 febr. jl is dat afgedrukt. Als daar in het slot staat:
,,welke bevoegdheden hem echter door het breed moderamen der generale synode bij met redenen omkleed besluit kimnen worden ontnomen, indien het voortdnemen daarvan niet strookt met de waardigheid of de belangen der kerk", zou ik zeggen, hier is de weg duidelijk aangegeven.
Met klem van argumenten bindt prof. Van Itterzon a.h.w. het breed moderamen op het hart deze weg te gaan. Zal het daartoe komen?
Hier behoeft toch niet gesproken te worden van „onze verlegenheid". NatuurUjk kan het breed moderamen der Synode voor en aleer het naar ord. 13 handelt alle mogelijke adviezen inwinnen. Prof. Van Itterzon zegt dit in zijn aangehaalde artikel met alle nadruk. Ik zou willen vragen: Is dat „uitgebreid advies inwinnen" nog nodig? Is wat prof. S. herhaaldelijk uitsprak niet luce clarius, zo helder als het zonlicht, een „aantasten van de fundamenten der kerk"? Of ben ik te simphstisch? Het zij zo. Als het moet gaan in de weg van de Generale commissie kan ik verstaan, dat „een van onze invloedrijkste en meest betekenisvolle mensen" in een brief aan prof. Van Itterzon repte van „het hoogste recht, het hoogste onrecht". En ook, dat in de „Reformatie" de hoogleraar J. Kamphuis de wrange uitspraak deed, betreffende de zaak-Smits: „de hiërarchie vraagt allereerst respect voor haar beslissingen: het Evangelie kan wachten" (Trouw dd. 27-2-'60). Juist om het Evangelie en de ere van Christus, het hoofd Zijner Kerk, mag deze zaak niet verzanden of op dood spoor komen. Het zou een ramp zijn voor de kerk, die „moet blaffen als een waakhond als het Evangelie vervalst wordt", gelijk Buskes zegt.
Onder de titel „De grote vermoeienis", gaf vele jaren geleden dr. Miskotte een preek uit in een bundel „jeugdpreken", welke van bijzondere compositie en gehalte was.
Aan die titel — de preek was over Jes. 40 : 29-31 — moest ik onwillekeurig denken, toen ik in de jongste aflevering van „Kerk en Theologie" (jan. '60) het afscheidscollege van prof. Miskotte, daarin opgenomen met als titel: „De moderne dogmaticus als dilettant en dirigent", las. De oratie vangt aan met de woorden: „Het is misschien geen schande moe te zijn in een tijd waar de vermoeienis als een epidemie rondwaart".
Is de „grote vermoeienis" ook over hem gekomen? Is dat de reden van zijn voortijdig afscheid? Het zal wel.
Verdriet — en het werd hem niet bespaard — kan moe maken.
Toch meen ik, na lezing en reflexie van de rede, dat in wat ik noemde niet alleen de oorzaak van 't „moe zijn" moet gezocht worden. De rede maakte op mij de indruk van teleurstelling in het ambt.
Van wat Miskotte zich als ideaal voor de „moderne" dogmaticus van deze tijd stelde, is te weinig gegrepen. Neen zo zegt hij het niet. Maar, vergis ik mij niet al te zeer, dan spreekt dit uit de hele rede.
De dogmaticus, wil hij in deze tijd nog iets van de erepositie, voorheen aan de dogmatiek te midden der theologische vakken toegekend, redden, moet haar beoefenen kunnen in een faculteit, die zich geeft als een „team", „teamwork" wil. En dan zou de dogmaticus, dilettant in vele vakken, moeten bezielen als dirigent. Zo ongeveer is het ideaal, dat ik in de rede meen te zien oplichten. De rede is van schone conceptie en van een uitwerking in stijl.
Als zo de zaken hggen, kan het oude „in magnis voluisse sat est", zijn willen op het grote gericht te hebben, volstaan, iets van troost geven, de grote, de vermoeienis overwinnende, troost hgt in het „verwachten van de Heere, Die de moeden kracht geeft." Die zegen zij de emeritus-hoogleraar rijkelijk ten deel. Dan zal de herfstvrucht niet uitblijven. Zij kome spoedig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's