De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOT OP DEZE DAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOT OP DEZE DAG

6 minuten leestijd

Vervolg van:HUISBEZOEK EN AVONDMAALSVRAAG

12

Wij zagen de vorige week, dat daar, waar bij huisbezoek blijkt dat de prediking „aanslaat", de vraag naar het H. Avondmaal op haar plaats is.

Was zij dat elders dan niet? Neen, althans niet in die zin.

Wanneer wij onze Belijdenisschriften opslaan, dan lezen wij daar als de kenmerken der ware Kerk: de rechte prediking van het Woord en de Bediening der heilige Sacramenten naar de instelhng van Christus. Het Woord dus voorop: de H. Sacramenten daarna.

Het Woord Gods is onmisbaar tot zaligheid; de H. Sacramenten zijn dat niet. Hoe gevaarlijk het ook kan wezen, dit laatste te zeggen, het is toch waar, dus mag en moet het gezegd worden; als wij er dan ook maar wat bij zeggen, namelijk dit, dat een belijdend lid er hiermee niet af is, maar zichzelf heeft te beproeven, eer hij tot het Avondmaal des Heeren komt. Een waarlijk hongerende en dorstige ziel zal de gemeenschap met zijn Heere immers niet kunnen missen. Hij heeft ook dagelijks nodig de versterking van het geloof.

Het Woord Gods echter is wel onmisbaar tot zaligheid. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door het Woord Gods.

Wij krijgen zo de indruk alsof dat in deze dagen weleens anders wordt voorgesteld. De Sacramentsbediening schijnt meer en meer op de voorgrond te treden, ja zelfs in de eerste plaats te komen.

Een jaar of wat geleden preekte ik eens in een nieuwe stadse kerk. Er was daar een breed podium. Daarop stond de Avondmaalstafel, precies in het midden. Daarachter tegen de muur het lege kruis. Heel opzij, achter, enigszins in een uithoek de kansel. De dienaar des Woords stond dus niet recht voor de schare, maar enigszins tegen de muur, op een wijze alsof hij min of meer verstoppertje speelde met hetgeen hij te zeggen had.

Ik moet u zeggen, dat mij dit geërgerd heeft en ik was dan ook zo vrij, het „kanseltje", dat van achter geheel open lag, te verlaten en met het Woord Gods vóór de Avondmaalstafel en midden voor de mensen te gaan staan.

Ik wil er maar mee zeggen: Het Woord Gods voorop! Ik kan mij desnoods denken: het Woord Gods zonder de Heilige Sacramenten, maar niet: de Sacramenten zonder het Woord.

Daarmee bedoel ik niets minderwaardigs te zeggen van het H. Sacrament.

Integendeel: de H. Sacramenten zijn de liefdevole bevestigingen en verzegelingen Gods van het zoenoffer van Christus en de levende christen houdt ze in volle waarde. Ze zijn voor hem het geestelijk onderhoud, de versterkende middelen op de weg der genade, de bevestigingen Gods van Zijn Woord.

Ook daarom verontrust ons wel eens de gang der dingen in de aardse kerken. Er worden soms conferenties, christelijke wereldconferenties gehouden van afgevaardigden van allerlei kerken. En wat lezen wij dan nogal eens? „Aan het einde zaten al die honderden aan het Heilig Avondmaal". Daaruit moet dan de eenheid bhjken. Maar wordt het eigenlijk niet vaak een soort christelijke demonstratie? Ik zeg of vraag dit niet, om hier alleen te veroordelen.

Of is het niet waar, dat over de verzoening van de zondaar met God de een toch heel anders denkt dan de andere? Hiermee wil ik niet zeggen, dat alle aanzittende gasten precies hetzelfde moeten denken en beleven en voelen, maar hierover zullen wij het toch eens moeten zijn, dat Christus de enige weg ten leven is door de verzoening in Zijn bloed. Ontbreekt hier eensgezindheid, dan kan er toch geen gemeenschap der heiligen en geen innerlijke eenheid zijn.

Wanneer ik dus met een ouderling op huisbezoek ga en bij kerkse mensen binnenkom, dan vallen wij niet in huis met de vraag: „Komt u aan het Heilig Avondmaal? " Deze vraag is dan nog niet direct aan.de orde. Ons bezoek moet niet neerkomen op een soort klopjacht voor het H. Avondmaal.

Het omgekeerde mag trouwens evenmin het geval zijn, namelijk de bedoeling om de mensen van het Avondmaal af te praten of terug te houden. Dat komt ook voor. Om zo iets te doen, moet men er goede gronden voor hebben, die gelden voor Gods heilig Aangezicht.

Wanneer wij op huisbezoek in een gezin belangstelling vinden, dan is de vi-aag naar het bezoeken van het H. Avondmaal zeker aan de orde.

Ik kan er vrede mee hebben, dat men die vraag ook stelt aan kerkgangers, die, kort of lang geleden, belijdenis des geloofs hebben afgelegd. Dan komen er soms allerlei antwoorden. De een zal zeggen, dat hij wel belijdenis deed, maar aan het H. Avondmaal nooit deelnam. De dominee bij wie hij had gecatechiseerd, had over het H. Avondmaal weinig gesproken. Zij hadden de indruk gekregen, dat hun leraar er niets anders in zag dan een lidmaat worden van de aardse kerk. Voor aangaan aan de Tafel des Heeren was bekering noodzakelijk. Maar aldus worden belijdenis doen en bekering haast tegenstellingen en de middelen eigenlijk daarmee uitgeschakeld. Een ander kan zeggen: „Neen, ik kom niet aan het Avondmaal, want als ik die of die daar zie zitten, dan heb ik al genoeg". Dat zijn degenen, die hever in de Commissie zitten voor de censura morum; de censura morum over anderen dan, wel te verstaan.

De Avondmaalsvraag is pas echt op haar plaats bij degenen, die zich zelf vanwege hun zonden en schulden mishagen en zich daarover voor God verootmoedigen. Daar moet een ziel opgebeurd en vertroost worden, en niet nog verder worden neergedrukt. Zij moet heengewezen worden, naar het Lam Gods, dat al onze zonden op Zich nam.

Er zijn ook mensen die altijd aangaan en vraagt men hun: „Waarom?" antwoorden: „ook al heb ik geen behoefte, dan ga ik nog uit gehoorzaamheid".

Ik heb eens een lang gesprek gehad met iemand, die zei, dat hij vóór de vroegdoop was uitgehoorzaamheid, want de Doop was een bevel.

Wat zijn die mensen theoretisch consekwent, zou men zeggen. Intussen: zij vergissen zich. In het H. Sacrament mag mijn gehoorzaamheid niet op de voorgrond treden, maar alleen Gods genade in Christus.

De hoofdgedachte van het H. Sacrament is niet: bevel (dat ik opvolg), maar Gods liefde-eis en genade voor een in zich zelf verloren volk.

Dat is heerlijk huisbezoek, waar dit woord tot de moeden in huis ter rechtertiid kan worden gesproken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TOT OP DEZE DAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 maart 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's