De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE KERKDIENST IN VROEGER TIJDEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE KERKDIENST IN VROEGER TIJDEN

2 minuten leestijd

6. Het orgelspel.

„Aangaande het spelen der orgelen in de kerken houdt men, dat het gans behoort afgezet te worden, volgens de leer van Paulus in 1 Cor. 14:19. Aldus de synode van Dordrecht in 1574.

De tekst in 1 Corinthie luidt als volgt: Maar ik wil liever in de gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tienduizend woorden in een vreemde taal.

Zong men dan met begeleiding van orgelspel? Hier en daar slechts; in veel kerken werd er alleen vóór en na de dienst orgel gespeeld.

Ook dit keurde de synode van Dordrecht van 1574 af. Hoort u maar:

En hoewel men het alsnog in sommige kerken alleen in het einde der predikatiën gebruikt op het scheiden van het volk, zo dient het nochtans meest om te doen vergeten, wat men te voren gehoord heeft.

Vier jaar later wekte de nationale synode van Dordrecht de predikanten op, hun best te doen, dat de orgels, gelijk ze voor een tijd geduld waren, zo spoedig mogelijk en op het allervoegelijks weggenomen zouden worden!

Maar de meeste dominees kregen het niet voor elkaar, ook al scholden zij heftig tegen de orgels. Onze vaderen konden machtig schelden. Zij duidden het orgel bijvoorbeeld aan als „paradijsslang", „verleidelijk beest", „helletrekker".

Toen Voelius in 1634 hoogleraar werd in Utrecht, sprak hij zich ook uit als tegenstander van orgelspel in de kerk.

Maar toen was men toch hier en daar al wat gematigder over deze zaak gaan denken, want in 1638 sprak de Delftse synode uit dat het is „een middelmatige zaak", die zij in de vrijheid van elke kerk liet. Ondanks het feit, dat er nog steeds waren, die vonden dat het zingen der gemeente bedorven werd „door het gerammel in de oren van het geluid der stomme afgoden, namelijk de orgelpijpen".

Bekend is dat vooral Constantijn Huygens het gebruik van het kerkorgel krachtig verdedigde.

Van lieverlee raakte het allerwege in gebruik en juist de laatste tijd gaat men al meer inzien dat de taak van de orgelist in de eredienst een zeer belangrijke is, juist wanneer hij zijn spelen ziet als dienst, als hulp aan de gemeente tot een eerbiedige en levende kerkdienst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE KERKDIENST IN VROEGER TIJDEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's