DE ZEGEPRAAL DER RENAISSANCE
„De reformatie is er inet in geslaagd het laatste antwoord der genade op het probleem van de schuld te verbinden met al de rechtstreekse en zijdelingse problemen en antwoorden van het leven". Alzo prof. Reinhold Niebuhr in zijn: Wezen en bestemming van de mens" (dl. II, blz. 185, Vertaling Mees).
Onmiddellijk rijst de vraag, of de taak der Reformatie zo mag worden gesteld, hetgeen wij, zacht gezegd, betwijfelen ook zelfs, als men voor Reformatie de Christelijke Kerk, kortweg de Kerk mag stellen, of wat mogelijk nog beter is: het Christelijk geloof.
Wel staat er geschreven, dat het geloof de wereld overwint, ja, de overwinning der wereld is: „Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwint, n.l. ons geloof. Wie is het, die de wereld overwint, dan die gelooft, dat Jezus is de Zoon van God" (1 Joh. 5:4 en 5).
De overwinning des geloofs, welke hier bedoeld wordt, gaat rechtstreeks terug op de overwinning van de Heere Jezus: „In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen" (Joh. 16 : 33).
De Reformatie heeft de Kerk teruggeroepen tot het Woord Gods. Of is deze wijze van uitdrukken glad verkeerd en is het niet zó, dat God de „reformatoren" heeft teruggeroepen tot het Woord Gods? Men zou ook kunnen zeggen: tot de ontdekking van de Heilige Schrift als het Woord Gods, dat Hij door hun woord velen heeft doen delen in het licht, dat Hij daarover deed opgaan.
En wie zal ontkennen, dat er heerschappij van dat Woord is uitgegaan op heel het leven? En dat niet alleen op kerkelijk en aanverwant gebied. Want zonder tegenspraak kan men beweren, dat ook de moderne filosofen, de leidslieden van de moderne cultuur, de onmiskenbare tekenen van de invloed der Christelijke religie op hun denkbeelden vertonen.
Prof. Niebuhr zal dat niet ontkennen, maar het beantwoordt niet aan het ideaal, dat hij zich voorstelt. In dat licht noemt hij de Reformatie een mislukking en spreekt hij van de zegepraal der Renaissance.
Onwillekeurig roept de bovenaangehaalde zinsnede de herinnering op aan Berkouwers' boek De triumf der genade! Daarin heeft Berkouwer de kern en de strekking van Barth's theologie getroffen en door diezelfde gedachtengang is Niebuhr geïnspireerd.
Daarbij past niet de zegepraal der Renaissance, maar daaraan zou naar het inzicht van Niebuhr de Reformatie beantwoord hebben, als zij geslaagd ware. Doch nu is zij volgens zijn idee in gebreke gebleven.
De Renaissance is haar eigen weg gegaan met haar strevingen, problemen en — wij mogen ook wd zeggen — eisen. De geest van de Renaissance heeft gezegepraald.
Voor hen, die nog trouw bleven aan het orthodoxe geloof, is het niet zo vreemd. Zij hebben niet anders verwacht. Zij zien in dit verband volstrekt niet een mislukking der Reformatie, omdat zij deze anders zien. Wel zijn ze van oordeel, dat de Reformatie allengs haar leven en kracht zag verdorren en verstarren, zodat deformatie intrad, waar dit proces doordrong. De invloed op het volksleven begon te tanen naarmate het interne leven der kerk haar geestelijke kracht inboette.
Evenredig aan dit toenemend verval vond de geest der Renaissance gelegenheid tot vrije ontplooiing van zijn strevingen. De Renaissance had ook overigens de wind in de zeilen, zodat Niebuhr zelf moet opmerken: „Ook al was de Reformatie niet te kort geschoten in het volledig recht doen aan de aspecten der geschiedenis, die door de Renaissance in het licht waren gesteld, dan zou deze laatste waarschijnlijk toch de zege hebben behaald als gevolg van de speciale omstandigheden van de nieuwere geschiedenis" (II blz. 164).
Prof. Niebuhr heeft daarbij het oog gericht op het optimisme van een humanistische geest, die een heilstaat op aarde verwachtte en zich inbeeldde aan de opbouw daarvan bezig te zijn. Ondanks de teleurstellingen van de 19e en 20e eeuw leeft het geslacht van dergelijke utopisten telkens weer op.
Men ziet, het onderwerp is van genoegzaam belang om de gedachten, waardoor prof. Niebuhr zich heeft laten leiden nader te onderzoeken. Wat bedoelt hij met het niet slagen van de Reformatie, omschreven als niet het laatste antwoord der genade op het probleem van de schuld te verbinden met al de rechtstreekse en zijdelingse problemen en antwoorden van het leven"?
Het laatste antwoord der genade op het probleem van de schuld? Wat is het probleem van de schuld? Het woord probleem wijst altijd op het rationeel onverklaarbare, het niet passen van een verschijnsel of ervaring in de structuur van ons kunnen en denken. In de werkelijkheid hebben we in de eerste plaats met de schuld, het schuldgevoel en onze verantwoordelijkheid van doen. Niet als probleem, maar als feit.
Het eerste antwoord der genade op de schuld en de vrees, dat wij in de Heilige Schrift vinden, is: Gods zoekende liefde. Adam waar zijt gij? (Gen. 3 : 9).
Het tweede antwoord der genade is Gods ontdekkende liefde: Hebt gij van die boom gegeten, van welke Ik u gebood, dat gij daarvan niet eten zoudt? (Gen. 3 : 11 vv).
Het derde antwoord der genade is gericht, stiaf en belofte (Gen. 3 : 14-19).
Het laatste antwoord is bedekking van de schande, verzoening van de schuld, vergeving van de zonde, vernieuwing des levens, eeuwige heerHjkheid in Christus Jezus (Gen. 3 : 15 tot Openbaringen 22).
Dit antwoord omvat de gehele geschiedenis der openbaring als de vervulling van wat God gesproken heeft in dat eerst aangewezen woord Gen. 3 : 15: „Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; datzelve zal u de kop vermorzelen, en gij zult het de verzenen vermorzelen".
Misschien voor velen een beetje al te eenvoudig om niet te zeggen simpel. Doch het is Bijbels en zegt, dat God heel de historie zet onder het aspect van strijd, van gericht en genade, van ondergang en vernieuwing.
Wij hebben echter begrepen, dat prof. Niebuhr de zaak als boven aangehaald stelt; in verband met zijn visie op de relatie tussen de Renaissance en de Reformatie. Omdat hij de synthese zoekt tussen die beide, terwijl wij op grond van Genesis 3 : 15 veeleer aan een antithese denken, is het van belang nader te onderzoeken, welke argumenten hij aanvoert voor zijn beschouwing en hoe hij deze verdedigt.
Op blz. 145 (dl. II) schrijft hij het volgende: „Wanneer wij zeggen, dat het debat tussen Renaissance en Reformatie dient heropend te worden, sluit dit niet in, dat de Renaissance vroeger volkomen ongeHjk en de Reformatie volkomen gelijk had bij haar waardering van de menselijke situatie. Het wil alleen zeggen, dat de Renaissance niet zo in allen dele gelijk had, en de Reformatie niet zo volkomen ongelijk had als uit het resultaat van de strijd tussen die beiden scheen te blijken. Intussen is het debat inderdaad heropend met de opkomst der dialectische theologie".
Men ziet een merkwaardige zin, die voomamelijk in verband met de nieuwe theologie de moeite waard is in zijn nadere betekenis te onderzoeken. „Ongelukkerwijze", zo luidt het verder, „ging deze theologie er van uit, dat de Renaissance het volkomen mis had, en de Reformatie het volkomen bij het rechte eind had". Wij laten dit oordeel voorlopig voor rekening van de schrijver, doch dat deze theologie „het denken der Kerk grondig heeft beinvloed, maar dan in uitsluitend negatieve zin", kan moeilijk worden weersproken.
Overigens is prof. Niebuhr van oordeel, dat de nieuwe theologie op het buitenkerkelijk deriken „hoegenaamd geen invloed" heeft gehad. Hij schrijft dat toe aan haar afwijzende houding „tegenover al het goede in de cultuur der Renaissance" en haar onvermogen om de vinger te leggen op het verkeerde daarin (blz. 146, dl. II). Dat mag alles zo zijn, doch wij vragen, stond de vorm, waarin de nieuwe theologie zich presenteerde, stond zij ook naar de inhoud niet al te ver af van de bevatting der buitenkerkelijkheid?
De nieuwe theologie moge voorts op het buitenkerkelijk denken geen noemenswaardige invloed gehad hebben, haar invloed binnen de Kerk is niet onschuldig aan een sedert dien toenemende buitenkerkelijkheid. Daarom ook willen we prof. Niebuhr nader over deze dingen horen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 maart 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's