MEDITATIE
JEZUS IN HET MIDDEN
Alwaar zij Hem kruisigden en met Hem twee anderen aan elke zijde één en Jezus in het midden. Johannes 19 : 18.
Met onze tekst worden wij in gedachten verplaatst naar Golgotha.
Wat is het somber hier, wat droevig en bang. Is ooit een onschuldige behandeld, zoals Jezus behandeld is? Zie daar hangt de Zoon des mensen aan Zijn kruis. Wie moet Hem nog in hemel en op aarde? De aarde stoot Hem van zich in niets ontziende haat en de hemel ontvangt Hem niet.
Ziedaar de vloek, die Jezus dragen moet en ook dragen wil, gewillig en stil.
Toch, nog erger wordt de smaad, Hem aangedaan. Immers, wat is de plaats, waar Hij hangt? Rechts of links? Noch rechts, noch links, met opzet hangt Hij in het midden, d.i. Hij hangt daar als de grootste en ergste misdadiger in duldeloze pijn.
Als wij Jezus daar zien hangen, aan Zijn kruis met al Zijn smaad en pijn, dan onwillekeurig grijpt ontroering ons aan, en zeggen we: „wat was dat lijden zwaar en fel". Begrijpelijk is dit alles.
Maar is alleen maar ontroering genoeg? Dan komen we in de lijn van die wenende vrouwen die langs de weg staan, de kinderen aan de hand, en die alleen maar het oordeel beluisteren, als het zo blijft.
Zolang de lidensgeschiedenis een gevoel van deernis bij ons opwekt, is de waarheid van dat lijden nog langs ons heengegaan en is alle zegen er van weg. Wie waarachtig gelooft blijft bij een enkele ontroering niet staan, maar ziet dieper en kijkt zijn ogen uit op alles wat hier op Golgotha gebeurt.
Hij ziet hier eigen schuld en vloek openbaar worden, en kan zich alleen maar verootmoedigen voor de Heere.
Hij ziet Jezus in zijn plaats en kan alleen maar zich verwonderen over zoveel liefde en zelfverloochening die hier wordt getoond tot zijn behoud.
Zo wordt het kruis met zijn plaatsbekledend lijden wel van grote laracht en betekenis voor ons aller leven. Valt hier eigenlijk niet de beslissing van ons eeuwig lot? Inderdaad, al naardat onze verhouding tegenover de gekruiste Christus is, is het óf behouden óf verloren.
Trouwens spreekt daarvan niet de plaats die Jezus inneemt daar tussen die twee moordenaars? Het feit dat Jezus daar in het midden hangt, tekent ons de scheiding, die zich door Hem alle eeuwen door voltrokken heeft en zich vandaag nog voltrekt onder allen, die met Hem in aanraking komen.
Christus scheidt de mensheid in tweeen, waarin het is óf voor óf tegen, óf aannemen óf verwerpen. Zie slechts hoe beide moordenaars zich tegenover Jezus gedragen.
De eerste kan het in zijn grote lijden zelfs niet laten de spot met Hem te drijven en met de anderen mee te doen. Hij kan alleen maar honen: „indien Gij de Christus zijt, zo verlos Uzelf en ons".
Is hier ook maar één goed woord over te zeggen? Hier is alles even afschuwelijk en harteloos en moet het oordeel wel volgen.
Wat bij de één echter hoon en spot oproept is bij de ander oorzaak van zelfinkeer, van vermaan zelfaanklacht en de bede om gena. Hoor maar wat hij zegt: „vreest gij ook God niet, daar gij in hetzelfde oordeel zijt en wij toch rechtvaardig, want wij ontvangen straf, waardig hetgeen wij gedaan hebben; maar Deze heeft niets onbehoorlijks gedaan".
En dan de bede: „Heere gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk gekomen zijt.
Gelukkige moordenaar, zo te reageren, zo te bidden op de rand der eeuwigheid.
Is zo'n bede tevergeefs?
Hier geldt maar één antwoord: heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Ziedaar de situatie, daar op Golgotha getekend. Met twee moordenaars hing Jezus aan het kruis. Hij in het midden en Hij scheidde ze voor altijd.
Dat is wel een ontzettende gedachte, dat Jezus scheiding teweeg brengt hier in beginsel en straks volkomen.
Maar is het anders, ook nu?
Als Jezus in het midden verschijnt, dan is het altijd óf ten leven óf ten dode, óf ten vloek óf ten zegen. Christus trekt een scheur door de mensheid, wat zeg ik. Hij trekt die scheur dwars door de kerk zelfs door onze gezinnen heen. Twee zullen samen op één bed zijn, de één zal aangenomen de ander zal verlaten worden.
Twee zullen naast elkander zitten onder hetzelfde Woord, de één zal zich verharden, de ander tot bekering komen.
Tegenover/Christus kunnen wij nooit neutraal blijven. Wat de een tot verandering brengt, tot zelfaanklacht en gebed, roept bij de ander tegeüstand op, hoon en spot. Met Christus is de scheiding gegeven, een onoverbrugbare kloof.
Ik weet het, niet altijd wordt de kloof even duidelijk openbaar.
Wij kimnen als fatsoenlijke mensen hebben geleefd, wij kuimen trouw ter kerk komen, wij kunnen zelfs ontroerd zijn geweest onder de lijdensprediking en toch aan de verkeerde kant staan, 't Gaat er maar om wat Christus in ons leven is. 't Gaat er niet om of wij een vrome mens zijn geworden, maar zondaar voor God, niet of wij weleens ontroerd zijn geweest, maar of wij getreurd hebben over eigen schuldig leven en daarna alles van de Man van Smarten hebben verwacht. Niet wie boos is geworden op de Joden, de krijgsknechten, die éne moordenaar staat aan de goede kant, maar die gelooft d.i. die op de rechte wijze met Christus van doen krijgt die met Hiskia bidt: „Heere wees Gij mijn borg".
Voor die is de lijdenstijd de slechtste tijd niet. Immers de geschiedenis heeft Golgotha gehad, en Golgotha zegt: Hier is het pleit beslecht voor allen die van Christus zijn. Hier is het oordeel gedragen tot op het hout. Wie hier gelooft en aanbidt gaat als een bevrijd, een gerechtvaardigd en geheiligd zondaar naar huis en zingt Gode zelfs lofzangen in de nacht.
Arnhem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's