Een levensschets
van een grote uit het koninkrijk gods
Men staat voor een zware opgave, wanneer men geroepen wordt een groot man in zijn leven en in zijn werken te schetsen. Dat is het al in de eerste plaats, omdat de biograaf terstond voor de moeilijkheid gesteld wordt, dat hem niet alles bekend is, wat zich in de periode, die er ligt tussen de geboorte en de dood van een mens, heeft voorgedaan. Over het algemeen staan hem slechts enkele schriftelijke gegevens ter beschikking, die bijvoorbeeld kunnen bestaan uit een dagboek, een aantal brieven, of een reeks getuigenissen, die door anderen zijn opgetekend. Doch deze zijn lang niet voldoende om van ogenblik tot ogenblik na te gaan, wat er geschied is. Bovendien is er ook nog het grote gevaar, dat voor belangrijk gehouden wordt, wat maar van ondergeschikt belang geweest is; en dat vergeten wordt, wat voor de gang van het leven van beslissende betekenis was, doch door de onderzoeker voor een onbeduidende gebeurtenis gehouden wordt. ^)
In de tweede plaats is het een zware opgave, omdat niet volstaan worden kan met het achter elkaar opsommen van allerlei voorvallen, zoals dat wel eens gebeurt met de jaartallen van de vaderlandse geschiedenis. Een biografie, op deze wijze geschreven, maakt een zeer onbevredigende indruk op ons. Wij leren er de mens niet uit kennen, zoals hij was. De mens, zoals hij gedreven werd door verschillende innerlijke factoren, die bepalend waren voor zijn levenshouding. Zijn hart en zijn ziel zijn dan als het ware weggesneden uit het geheel, en wat er van overblijft is geen mens van vlees en bloed, maar een zielloos portret, waarin de kunstenaar geen uitdi-ukking gelegd heeft van wat het innerlijk beroert en beweegt. Maar juist ten aanzien van het innerlijke leven van het hart — van waaruit immers naar het woord der Schrift de uitgangen des levens zijn — hopen zich de onzekerheden al meer en meer op. Wij kunnen onszelf niet eens ten volle doorgronden; laat staan dan, dat wij daartoe wel bij een ander bekwaam zouden zijn. Ook de psychologie is daar niet toe bij machte. Want hoeveel moeite de psycholoog zich ook geeft, tot de diepste diepten van het innerlijk kan hij onmogelijk doordringen. Daar blijven altoos vraagtekens, die niet verdwijnen. ^)
Reeds de stoïcijnse wijsgeer Epictetus, uit ongeveer 100 na Christus, heeft dat onder woorden gebracht, toen hij neerschreef: de ziel van een goed mens is een onneembare vesting. Wij zouden hier alléén aan willen toevoegen, dat de ziel van een slecht mens evenzeer een onneembare vesting is! Dit geldt met name ook voor de verhouding van de mens tot God. Wie zou in staat zijn om in die verhouding in te dringen met zijn verstand? ")
Dat is toch onmogelijk?
Velen hebben, om een voorbeeld te noemen, geprobeerd het leven van Jezus Christus te beschrijven. Vooral in de vorige eeuw was dat in de mode. Talloze „Leben Jesu" verschenen er op de boekenmarkt. Steeds is daarbij ook gepoogd het inwendige leven van Christus te benaderen. ^) Men heeft zijn „bewustzijn" willen doorhchten. Maar het resultaat was gewoonlijk, dat het leven van Christus in het geheel niet meer geleek op wat de evangeliën ons daarvan verhalen, en dat aan de geheel enige verhouding, in welke de Christus tot de Vader staat, geen recht gedaan werd. Wat men overhield was uiteindeUjk: een goed mens, die Jezus Christus genoemd werd, en die enige zeer belangrijke zedelijke waarheden gepredikt heeft, die Hij met de dood bekopen moest.
Opmerkehjk is, dat in de laatste jaren het onderzoek naar het leven van Jezus weer in de belangstellingssfeer komt. Wij denken aan Bomkamm's: „Jesus von Nazareth", en aan de drie deeltjes, die Ethelbert Stauffer voor de Dalp-Taschenbücher schreef. ^) Dat men sedert de vorige eeuw niet zo veel verder gekomen is, bewijst vooral het laatste boekje van. Stauffer: „Die Botschaft Jesu". Men krijgt daar van Christus de indruk alsof Hij een soort moderne existentialist geweest zou zijn! Of, in andere woorden gezegd: wie leest wat Stauffer na allerlei manipulaties met de tekst van de evangeliën als de boodschap van Jezus beschouwt, die weet niet wat Christus, de gezondene des Vaders, geleerd heeft, maar die weet wel, wie E. Stauffer is, en hoe E. Stauffer denkt over naastenliefde, de verhouding van man en vrouw, de strijd tegen de armoede, de politiek, enzovoort.
Datzelfde gevaar bestaat óók, wanneer wij pogen zullen een korte levensschets te geven van Saulus van Tarsus, van wie de Heere tot Ananias zegt, dat Hij hem uitverkoren heeft om Zijn Naam te brengen voor de heidenen, de koningen en de kinderen Israels. Ook hij is sinds de 19e eeuw het onderwerp geweest van vele biografische studies, die elk op eigen wijze hem belicht hebben — menigmaal tegen de duidehjke uitspraken der tekst in. De één heeft van hem een Luther willen maken door hem evenals deze reformator vóór zijn bekering een lange zieleworsteling te laten doormaken, aan welke een einde kwam, toen hij op de weg naar Damascus ter aarde viel voor het licht dat hem omscheen, en voor de stem, die tot hem kwam. De ander heeft al zijn wetenschappelijke gaven en talenten er aan gewijd om te kunnen bewijzen, dat Saulus na zijn bekering niet meer geweest is dan een mens met veel Griekse ideeën, over welke een christelijk vernisje lag. Een derde heeft alle krachten ingespannen om aan te tonen, dat de gedachtenwereld, uit welke de apostel leefde, een joodse achtergrond gehad heeft. En een vierde tenslotte heeft hem beschreven als een twee-mens, in wie na zijn bekering Joodse en Griekse elementen in een christelijke eenheid samengevoegd waren. Daar zijn er geweest, die met klem van argumenten betoogd hebben, dat aan alles op te merken valt, dat Saulus in Tarsus geboren is en daar de invloed van zijn omgeving in zeer hoge mate heeft ondergaan. Daar zijn er óók geweest, die met nadruk er op gewezen hebben, dat de jaren, in Tarsus doorgebracht, van geringe waarde geweest zijn voor zijn latere levensloop, maar dat wij al onze aandacht moeten richten op die periode, in welke hij aan de voeten van Gamaliel gezeten heeft. Daar zou de sleutel liggen tot de verklaring van het geheim van zijn leven en niet in het minst ook van zijn geschriften, zoals ons die door Gods voorzienigheid en wijs bestel in het Nieuwe Testament bewaard gebleven zijn om tezamen met de andere boeken van het Oude en het Nieuwe Testament te zijn tot een onfeilbare regel des geloofs, op grond waarvan alles verworpen moet worden, wat daarmede niet overeenstemt.")
Onzes inziens is het niet mogelijk de apostel in het juiste licht te zien, wanneer men er geen aandacht aan schenkt, in welke verhouding hij vóór en na zijn bekering tot God gestaan heeft. Ziet men dit over het hoofd, dan kan er een leven van Paulus geconstrueerd worden, dat niet de geringste overeenkomst vertoont met wat in de Heilige Schrift ons omtrent hem is overgeleverd. Dan kan men zelfs zó ver gaan, dat er een tegenstelling tussen Christus en Paulus gemaakt wordt, die verwonderd doet vragen: hoe is het mogelijk, dat beiden in dezelfde Bijbel voorkomen? Een tegenstelling, waarbij tegenover de zogenaamde „eenvoudige Jezus" de „onverstaanbare theoloog Paulus" gezet wordt. En het bhjft nog maar de vraag, of Christus inderdaad zo eenvoudig geweest is, als wel eens wordt voorgesteld! Er is een tijd geweest, waarin bestreden werd, dat in de evangeliën de praedestinatie voorkwam, zoals die door Paulus geleerd en gepredikt wordt. Wie echter het sublieme opstel van dr. Noordmans over dit onderwerp gelezen heeft, ^) die zal het voor immer verleerd zijn om in dit opzicht een tegenstelling tussen Christus en Paulus te maken.
Waar het op aan komt, dat is — om dr. Noordmans te citeren — in Paulus „de apostel des Geestes" te zien, ^) die méér geweest is dan alleen een produkt van wat hij door opvoeding en leerschool meegekregen had. De apostel van die Geest, van wie Christus in de synagoge te Nazareth uit de rol van Jesaja voorleest: „De Geest des Heeren is op Mij; daarom heeft Hij Mij gezalfd; Hij heeft Mij gezonden om de armen het evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken zijn van hart; om de gevangenen te prediken loslating, en de blinden het gezicht; om de verslagenen heen te zenden in vrijheid; om te prediken het aangename jaar des Heeren". En als Hij het boek toegedaan had — zo zegt Lukas — begon Hij tot hen te zeggen: heden is deze schrift in uw oren vervuld ....
De Geest van Christus, die de Geest des Heeren is, is ook die Geest, die Paulus geleid, geleerd en gelouterd heeft. Beiden zijn dus „eens-geestes".
Vanuit deze vooronderstelling nu willen wij de volgende maal, nauw bij de Schrift aansluitend, een schets geven van het leven van Saulus van Tarsus, een grote uit het Koninkrijk Gods.
1) Vergelijk b.v. het onderzoek betreffende Kierkegaard bij: W. Lowrie „A Short Life of Kierkegaard" — Ned. Vertaling, Utrecht 1959.
2) Cf. E. Franzen: „De psychologische test", Utrecht, 1959, voornamelijk hoofdstuk I.
3) Cf. J. Severijn: „Het profetisme", Kampen 1926; N. Berdjajew: „Vrijheid en Geest", Den Haag, z.j.
4) Cf. A. Schweitzer: „Geschichte der Leben- Jesu-Forschung", Tubingen, 1933.
5) Bedoeld worden de van grote geleerdheid getuigende pocketboeken van E. Stauffer: „Jerusalem und Rom", Bern 1957; „Jesus", Bern 1957; en „Die Botschaft Jesu", Bern 1959. Ons bezwaar gaat vooral tegen de „Rejudaisierung des Christentums", die prof. S. nodig heeft om zijn standpimt te verdedigen. Schrapte men vroeger wèg, wat hinderlijk en storend was voor een bepaald Christus-beeld, dat men zichzelf ontworpen had — thans wordt dat voor „weer verjoodst" verklaard, dus voor terugval in het Jodendom. Wat is hier de norm?
6) Cf. Art. III der Ned. Gel. Bel.
7) Cf. O. Noordmans „Geestelijke Perspectieven", Amsterdam, z.j. p.l. v.v.
8) Cf. O. Noordmans: „Gestalte en Geest", Amsterdam, 1956, p. 252. Het gaat in dit verband slechts om de uitdrukking van dr. N., niet om de wijze, waarop hij deze „vult".
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's