De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De kerkdienst in vroegere tijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De kerkdienst in vroegere tijden

4 minuten leestijd

10. De preekstoel als steekstoel.

In Gorcum stond rond 1650 een zeer ijverig en gezien predikant, ds. Alutarius. Hij heeft zich eens in een preek laten gaan over de lage traktementen van de dominees. Zijn uitlatingen geven een boeiend staaltje van de overvloedige preektrant uit dit dagen en van de karige uitbetalingen aan de domineesgezinnen. Ik heb al eerder geschreven dat onze vaderen zo machtig konden schelden, ook dat blijkt hier.

Ik geef u het preekcitaat zoveel mogelijk in de vormgeving van die tijd, al heb ik wel hier en daar de taal wat leesbaarder gemaakt voor u. Let u eens op de bijzonder lange zinnen.

Daar komt het dan. Over de maatschappelijke positie van de dominees dus:

„Wij mogen er de kost van krijgen en dat schaars genoeg.

Wij kunnen er geen vette soepen van maken, noch onze vrouwen en kinderen grote rijkdommen nalaten, gelijk de be­delmonniken, zelfs hun kloosters.

Men kan van het sober traktementje, dat ze krijgen, niet overdadig zijn zonder schulden te maken en die te betalen uit zijn patrimonie (vaderlijk erfdeel) of, indien men dat niet heeft, gelijk 't met de meesten gelegen is, (want weinige rijken zullen hun kinderen predikant laten worden, en hun dochters aan predikanten geven, op zo'n schraal teerkostje), door een Oost- of West-Indische reis.

Men mag ook niet fatsoenlijk en burgerlijk tot herstel zijner gezondheid van een door studie zwakke maag of eerlijk vermaak, van een veelszins gebroken hoofd, van zijn arbeidsloon leven, zonder niet alleen ergernis te geven aan de onverstandig eenvoudigen, maar zelfs de lastermond te openen, en allermeest van die der trotse libertijnen (liberalen), die uit geveinsde nederigheid of tot verkleining van de predikanten en hun ambt, zeggen, dat ze nog te véél krijgen, al te weelderig worden en in plaats van hoenderen erwten en bonen behoorden te eten, en in plaats van wijn karnemelk of water te drinken, en zouden wel boeren en bedelaars van ze willen maken.

Men behoeft ze de soberheid niet al te zeer te recommanderen, noch hen van al te grote gierigheid beschuldigen, waar acht of tien hongerige magen alle dagen roepen om een groot brood, en daar al het naarstig studeren en deftig preken van een geleerd en vroom predikant in een heel jaar niet meer dan een klein broodje en een grof kleedje (dat nog somtijds besneden en beschoren wordt, eer 't in de mond of aan het lijf komt) kan uitgeven, daar kan men niet sparen en weinig sobereren, indien men niet van honger en kommer zal vergaan.

Men mag de zodanigen huurlingen noemen en zeggen, dat ze om winst preken, ze hebben er weinig schuld aan.

Hun magere kaken en sobere klederen betonen wel wat zij daarmede winnen en die behoren hen ook wel te verdedigen, als ze zich vertonen moeten als ootmoedige supplianten (smekelingen), met honger in de maag en beurs, de nood en smart in 't hart, de tranen in de ogen, het smeken in de mond en de hoed in de hand en dan nog, of, niets krijgen, vooral als er een Judas roept: waartoe dit verlies? of, een klein brokje wordt toegesmeten, dat ze dat nog moeten horen en Hjden, dat ze tot spijt der gehele orde, gescholden worden voor zwarte vliegen en dat van die dartele hoofse scharrebijters, bonte, onnutte hommelbijen, gele stekende horzelen en groene paarden- en drekvliegen, die weleer kleiner en ver achter waren dan zij, of van hun nijdige vijanden, die grauwe venijnige Macchiavellische spinnekoppen, die hun gedurig netten breien en daarin op hen loeren om hen te vangen en op te eten, of, met hun heilloos spinneweb zo te bewinden, dat ze zich niet roeren kunnen.

.Hoe kunnen ze hen zwarte vliegen noemen, daar ze zien, dat de zwarte kleur van hun klederen al lang verdwenen en geheel blauw geworden is? "

Een stukje taalbeheersing, dat er zijn mag, zoals u ziet. Overigens is het wel bedenkelijk, dat de preek voor dergelijke ontboezemingen gebruikt werd. Een zeker toezicht op de prediking werd dan ook noodzakelijk geacht. Waarover volgende keer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De kerkdienst in vroegere tijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's