Armoede en rijkdom bij het ledige graf
We kunnen getroffen worden door de rijkdom bij de aanblik van het ledige graf des Heeren, als we iets verstaan van de overwinning van de dood door Christus, de Vorst des levens, d.w.z. als we de vernieuwende kracht van Zijn opstanding hebben leren kennen.
We kunnen echter ook getroffen worden door de armoede rondom dit ledige graf, armoede van ongeloof en twijfel. Denk aan de vrouwen, die zich vroeg op maakten om het graf te bezien. Zij hebben geen gedachte aan opstanding, geen flauw vermoeden, dat de Heere Jezus zou zijn opgestaan, hoewel Hij het gezegd had. Zij gaan naar het graf om in droefenis te gedenken, om een offer van liefde en dankbare herinnering te brengen, specerijen en mirre.
Zelfs de aanblik van het ledige graf is niet genoeg om ze te herinneren aan het Woord des Heeren. Het bemoedigende woord van de engel en de terechtwijzing eerst bepaalt ze bij de heel bijzondere betekenis van de dingen, die ze zien. „Hij is hier niet, Hij is opgestaan, gelijk Hij gezegd heeft" (Matth. 28 : 6).
De discipelen, door de vrouwen van Zijn opstanding verwittigd, hebben zich zelf klaarblijkelijk ook niets herinnerd. IJdel geklap! (Lukas 24 : 11). Van Johannes wordt het eerst gemeld, dat hij geloofde (Joh. 20 : 8). Diezelfde Johannes getuigt ook: „Zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan" (Joh. 20: 9).
We zouden nog van de Emmaüsgangers en van Thomas kunnen spreken, als voorbeelden van deze geestelijke armoede.
Hoe moeten wij dit nu verstaan? Men mag n.l. niet onderstellen, dat deze mannen en vrouwen zo vreemd stonden tegenover het geloof in de opstanding. Israël als zodanig geloofde in een opstanding uit de dood en wel aan een opstanding aan het einde der dagen.
Dat was niet slechts het geloof der echte Israëlietische vroomheid, maar de opstanding maakte deel uit van de theologische discussie! Immers van de Sadduceën wordt ons medegedeeld, dat zij niet geloven aan een opstanding en ook niet aan engelen. Dat waren dus de rationalisten, de „modernen".
Paulus maakte daarvan gebruik, toen hij voor de Raad der Joden stond om verantwoording te doen. Hij wist dat de opstanding een twistgeding was tussen Sadduceën en Farizeën (Hand. 23 : 8).
Wij behoeven er niet aan te twijfelen. Het geloof aan de opstanding aan het einde der dagen was orthodox Israëlitisch. Letten wij op de woorden van Martha: „Ik weet dat hij (Lazarus) opstaan zal ten laatsten dage (Joh. 11: 24).
Men mag dus aannemen, dat de discipelen en de vrouwen, die we bij de Heere Jezus aantreffen, dat geloof deelden. Opstanding wees op de voleindiging.
Opstanding en voleindiging lagen voor het Israëhetisch geloof bij elkander.
Wat ze klaarblijkelijk niet verstonden, was de weg, waarin en de kracht, waardoor die opstanding zou plaats hebben. Zij hadden mogelijk de woorden van Christus ook zo verstaan als Martha: aan het einde der dagen en dat eind kon zeer nabij zijn voor de Israëliet. Voor de Oud-testamentische profetie vallen de komst van de Messias en de voleindiging tezamen.
Het is ook Nieuw-testamentisch, dat de laatste dagen met de overwinning van Christus begonnen zijn. We weten bovendien, dat ook de discipelen de oprichting van het Koninkrijk in hun dagen verwachtten: „Heere, zult Gij in deze tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten? " zo vragen zij de Heere bij de hemelvaart (Hand. 1 : 6).
Na al deze dingen zouden ze het Middelaarswerk van Christus beter verstaan. Als gij bekeerd zult zijn, zo had de Heere gesproken.
Zij kregen onder de leiding van de Heilige Geest, die hun alles indachtig zou maken, wat de Heere Jezus Christus gezegd had, gezicht op de betekenis van Zijn geboorte uit een vrouw, op die van Zijn lijden en sterven, en daardoor op de betekenis van Zijn opstanding.
Als zo straks de Grieken in Corinthe gaan zeggen, dat er geen opstanding der doden is, dan zegt Paulus, als er geen opstanding is, dan is Christus niet opgestaan, dan zijn we nog in onze zonde, dan is ons geloof ijdel en onze prediking is ijdel (1 Cor. 1 : 19).
Gestorven om onze zonden! Hij heeft gedragen ons oordeel. Daarom is Hij in onze dood ingegaan, opdat wij zouden leven in Hem. Ons vlees sterfelijk en verderfelijk heeft Hij aangedaan, opdat Hij daaraan onverderfehjkheid en onsterfelijkheid zou schenken. De straf, die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden (Jes. 53 : 5).
De profeet Jesaja had het heel duidelijk gezien en gezegd. Israël kon het geleerd hebben. Was het ten onrechte, dat Christus de mannen van Emmaüs hard aansprak: „O, onverstandigen en tragen van hart om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben!" En dan: „Moest de Christus niet deze dingen lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? " (Lukas 24 : 25 vv.).
We hebben gezien, dat het met alle discipelen zo was, ondanks alle onderwijs en kennis der Schriften.
Dat is nog altoos zo, ook met de discipelen van thans. Wij hebben nodig aan deze traagheid en dit onverstand van ons zondig hart ontdekt te worden en daarvan genezen te worden door de gemeenschap met de verrezene Christus. Gemeenschap door Zijn Woord en Geest. Want gelijk Zijn Woord zich een levend
Woord Gods betoont door de Heilige Geest, zo openbaart diezelfde Geest zich als een levendmakende Geest in de mededeling van de uitnemende kennis van Christus en van de kracht Zijner opstanding.
In dit licht gaat het ledige graf spreken van uitdelging van onze schuld en van een weg ten leven in Christus Jezus, die het gezegd heeft: „Ik ben de weg".
In dit licht wordt verstaan, dat er buiten Hem geen weg ten leven is, gelijk Hij gesproken heeft: „Die in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven, maar die de Zoon ongehoorzaam is, de toorn Gods blijft op hem" (Joh. 3 : 36).
In dit licht ook wordt het ledige graf een bron van eeuwige blijdschap en heerhjkheid, omdat het getuigt van het welbehagen Gods en van Zijn eeuwige liefde; die Zijn Eniggeborene gegeven heeft, opdat een iegelijk, die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's