De kerkdienst in vroegere tijden
11. Toezicht en klachtenboek.
In 1586 kregen de classicale visitatoren de opdracht af en toe eens te gaan luisteren bij de predikanten in hun district, zowel wat de inhoud van de preek betreft, of die zuiver was in de leer, als ook, of de manier van preken dienstig was voor de gemeente.
In Friesland gebeurde iets dergelijks ook en in Utrecht. Onverwacht verschenen er dan classicale hoorders in de kerk. Maar erg lang is het schijnbaar niet volgehouden. Overigens bleek het ook niet voldoende uiteraard.
Koelman heeft tenminste in zijn „De Pointen van Nodige Reformatie" (1678) legio klachten over dominees en preken.
Hoort u maar:
„Vele leraren in 't land zijn traag om te preken, onttrekkende zich, waar zij kunnen; in veel dorpen preken zij maar eens des Rustdags, voorts loopt het volk in 't wild en schendt de Sabbat; op de werkdagen, zelfs in groter dorpen, preken zij niet eens, ten ware in de winterse avonden, en dan nog niet, tenzij hun tractement daar over vermeerderd wordt; 't preken is voor velen een lastig werk en geen lust."
En als ze dan preken, is het er ook naar, vindt Koelman:
„Vele leraren preken zeer flauw en slaperig en lusteloos, zoekende maar gedaan te hebben, 't moet toch gedaan worden, en zo zijn ze bij als 't prediken maar gedaan is, als 't uur maar dóór is; hun woorden bevriezen bijna op hun lippen, zodat de mensen nauwelijks kunnen geloven, dat die dingen als waarheden op hun hart liggen".
En met de voorbereiding tot de preek was het ook niet zo best gesteld, blijkens dezelfde zegsman:
„Vele leraren komen zeer onbereid op stoel, hebbende geen behoorlijke tijd genomen tot hun studie, zodat zij ternauwernood de hoofdstukken van hun predikatie in hun hoofd en memorie hebben geprent; zodat zij, in de kerk komende, nog onder of op de preekstoel zitten en lezen en leren hun predikatiën, terwijl de gemeente Gode psalmen zingt, alsof dat hun plicht ook niet en was; ja een goed deel van de Rustdag brengen zij door met de predikatie te maken en te leren en in grote steden bHjven zij wel 's morgens uit de kerk om te studeren, en 's middags of 's avonds te kunnen preken; alsof de Rustdag was om te studeren".
U merkt wel, ook toen mankeerde er wel wat aan.
Op him beurt hadden de dominees ook wel reden zich te beklagen. Bijvoorbeeld over het gebruik, dat er meteen na de dienst op het kerkplein, maar op vele plaatsen ook in de kerk zelf, allerlei afkondigingen geschiedden, het openbare leven betreffende. Van verkopingen en verpachtingen, door de voorzanger of een bode of een deurwaarder.
Op die manier wordt psalm, gebed en prediking uit het hart van de hoorders gedreven, klaagden zij terecht, en komt de wereld er voor in de plaats.
Intussen is dit toch lange tijd gebruik gebleven, hier en daar tot in het begin van deze eeuw toe.
Al met al, wij hebben wel ontdekt in onze vluchtige verkenning van de kerkdienst-gewoonten in de 16e en 17e eeuw, dat elke tijd zijn eigen misstanden en vergroeiingen heeft.
Waarbij we niet vergeten, dat de aparte zaken én personen het meest opvallen en in de pers komen, maar zo heel veel anderen in trouw en eerbied hun ambt hebben vervuld tot opbouw van de kerk, die gelukkig hogere leiding heeft dan menselijke.
En hiermee is dan onze serie artikeltjes over deze zaak beëindigd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's