TOT OP DEZE DAG
Vervolg van ZIEKENBEZOEK
16
Het komt er op aan, dit schone werk trouw en geregeld te verrichten. Wel zijn er aan sommige ziekenhuizen, met name aan diakonessenhuizen, predikanten verbonden, om ook dit werk te doen, maar de zieken denken natuurlijk veel aan eigen huis en gemeente en hebben liever hun dominee, die zij kennen.
Is hier dus ware volharding nodig, evenzeer is dat het geval bij zieken, die al maanden, soms jaren hebben gelegen. Hoe licht raakt hier het bezoeken op de achtergrond. En van uitstel komt ook hier vaak afstel. De chronische kwaal heeft soms een eigenaardig stempel gedrukt op de mens, die daar neerligt. Men is aan de ziekte min of meer gewoon geworden; men voelt er zich zelfs wel wat behagelijk in, wanneer er ongeveer geen pijn geleden wordt. Men vindt het dan wel gewichtig om ziek te zijn. Daarom was die vraag van Christus tot die 38jarige kranke bij het badwater Bethesda ook zo juist: „Wilt gij gezond worden? "
De ziekenbezoeker komt dan te staan voor dit grote bezwaar, dat hij altijd eerst een heel verhaal over de ziekte zal krijgen. Dit wordt zo eentonig. Laat dan de vraag bij ons bovenkomen: Gingen wij, om van die mens nu eens wat bijzonders, wat nieuws te horen, of om hem van 's Heeren wege wat te brengen? Was er bij ons zelf wel iets nieuws onder de zon?
Hoe het ook zij: Wij zetten ons neer voor de gewone taak. Misschien praten we even over het wereldgebeuren, maar wij keren altijd weer terug tot het Woord Gods en spreken daar een ogenblik over, waarbij wij ook wel eens iets uit de preek van afgelopen zondag vertellen. Wij hebben dan stof genoeg, om er samen mee in het gebed te gaan.
Wat het bezoeken van stervenden aangaat, natuurlijk gaat de pastor er heen, wanneer hij geroepen wordt. Al liggen hier soms moeilijkheden. Vergun mij deze vreemde vraag: Welke zieken zijn het moeilijkst? Antwoord: Zij, die u, dat is „de mens" het meest nodig hebben. Hoe dikwijls heeft mij dat benauwd in mijn ambtelijk leven: pas was je bij een zieke geweest en 's nachts kwam er weer een boodschap: „Of u nog eens even komt!"
De 38-jarige kranke zei tot de Heere Jezus: „Ik heb geen mens!" Helaas, hoevelen zijn er, die in lichaamslijden ook roepen: „Ik heb geen mens!" maar niet: „Ik heb geen God!" Zulke zieken verwachten alles van een dominee. Hij moet maar met hen bidden.
Zo is het ook nog al eens bij stervenden. Het gebeurt wel, dat men u tijdens de hele ziekteperiode niet heeft gewaarschuwd, maar als het einde komt, dan roept men. Dan moet er gebeden worden, ook als de patiënt niet eens meer bij kennis is.
Ik zeg niet dat ik dit nooit deed. Dan tenminste wel, wanneer er leden van het gezin meeleefden en er behoefte aan hadden. Was dit echter niet het geval en haalde men mij eenvoudig er bij, om een gebed te doen als een soort van laatste sacrament, of als een „in de hemel bidden", dan ben ik ook wel eens zo weer heengegaan.
Over gebedsgenezing behoef ik hier in het bijzonder niet te schrijven. Daarover is, met name ook de laatste tijd, genoeg gesproken en geschreven. Mochten er echter op dit punt onder onze lezers nog weifelaars zijn, zo wil ik hun gaarne vertellen, wat ik zelf zou doen in geval van ziekte of langdurig lijden. Zou üi mij dan naar het Malieveld in Den Haag of naar een andere plaats laten brengen, waar dan zulk een gebedsmeeting was met wie ook als voorganger?
Neen, dat zou ik niet. Ik zou onderweg heel ongerust zijn en mij afvragen: Wat ga ik nu toch doen? Wanneer de Heere mij in Wierden een kruis heeft opgelegd, moet ik dan proberen, in Den Haag er van bevrijd te worden?
Ik ben niet tegen de middelen. Wanneer er een operatie moet plaats hebben, ergens, in een stadsziekenhuis, dan mag ik de Heere vragen of Zijn Aangezicht mee wil gaan om mij gerust te stellen. Maar dat is heel iets anders dan om van huis te gaan en onder bijzondere gebedsdrang (of dwang) te komen van iemand in Den Haag. Het Woord zou mij vervolgen: „Is de Heere niet te Sion? Is zijn Koning niet bij haar? " Is dat Sion niet in Wierden, maar op een andere plaats? Zou Hij hier niet luisteren naar een ootmoedig smeekgebed?
Ik moet dan denken aan die hoofdman over honderd, die zei: „Heere, Gij behoeft niet met mij mee te gaan. Spreek uit de verte maar één woord, en mijn knecht zal genezen zijn".
Wie dat met hem heeft leren geloven, die blijft rustig thuis. Want die leerde ook verstaan, dat het in alle kwalen en krankheden er niet in de eerste plaats om gaat, om weer beter te worden, maar opdat de heerlijkheid Gods aan ons en door ons zou worden geopenbaard.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's