MEDITATIE
GEEN TRANEN MEER!
En God zal alle tranen van hunne ogen afwissen. Openb. 7:19b
Wanneer u De Waarheidsvriend ontvangt is het rond de dag, waarop Nederland de bevrijding hoopt te herdenken. Dat zal een dag zijn, waarop vreugde in uw hart mag zijn en waarop dankbaarheid in uw hart moet zijn.
God heeft ons in de bevrijding een geweldige weldaad bewezen. Maar op die dag zal er ook droefheid zijn in de harten van die duizenden, die weer bepaald worden bij de geweldige verliezen, die zij geleden hebben. Ja, wat was er veel te klagen en veel geween in die bange en donkere tijd van bezetting. Ons volk heeft gebloed uit duizend wonden, wonden, die niet geheeld zijn.
En nu we al weer 15 jaar in vrijheid mogen leven, rijst de vraag: Is alles nu veel beter geworden. Is er nu geen droefheid en zijn er nu geen tranen meer? We moeten helaas constateren, dat we nog leven in een wereld vol van verdriet, van spanning en dreiging. Neen het leed en de tranen zijn nog lang niet de wereld uit.
En nu komt daar het Woord van God met de belofte: En God zal alle tranen van hunne ogen afwissen. Dat is te mooi om waar te kunnen zijn, zal iemand op kunnen merken. Misschien zijn er, die de schouders over dit woord ophalen. En toch is het waar! God heeft het beloofd. Gods beloften falen nooit!
Tranen zijn er van velerlei aard. Tranen, die vloeien in dagen van verdrukking. En wat zijn er niet vele tranen geweest in de dagen van bezetting. Tranen geschreid door vele jongens en meisjes, wier verwachtingen de bodem zijn ingeslagen. Ik denk aan de tranen van hen, die tot de ontdekking zijn gekomen dat ze ongeneeslijk ziek zijn! Ik denk aan de tranen van rouwdragenden, die het gemis van een gehefde zo heel moeilijk of nog niet kunnen overgeven.
De wereld is nog vol tranen. We kunnen ons zo moeilijk voorstellen, dat er een tijd komen zal, dat er geen tranen meer zullen zijn. Ja, dat God zelf de tranen van de ogen zal afwissen.
Wanneer we de tekst zo lezen, dan moeten we echter niet een bepaalde fout gaan maken. Onze tekst wil beslist niet zeggen, dat bij een ieder de tranen zullen worden afgewist. We mogen niet een bepaald woord van de tekst uit het oog verliezen. Dat is het woord: hunne.
Wie zijn dan die mensen? De Bijbel zegt: Het zijn zij, die uit de grote verdrukking komen, wier kleren gewassen zijn in en wit gemaakt zijn door het bloed van het Lam.
De Heere heeft tot de Zijnen gezegd: In de wereld zult ge veel verdrukking hebben. Ja Gods lederen hebben het niet gemakkelijk in deze wereld. Ze zijn in de wereld en ze zijn toch niet van de wereld. In deze wereld kennen ze de strijd. De gramschap van de vijand, een veel meedogenlozer vijand dan de bezettende macht, kan fel branden. Daar is de strijd tegen eigen vlees en hart. En het gebeurt helaas ook wel, dat Gods kinderen vallen. Ik denk aan een David, aan een Petrus. Hun tranen van berouw hebben rijkelijk gevloeid.
Maar willen wij troost hebben aan deze tekst, dan zullen ook wij de Heere Jezus moeten kermen als onze Verlosser. Daartoe hebben we nodig de Heilige Geest. Die moet ons overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Die zal ons moeten laten zien, dat we God door onze zonden zo diep hebben bedroefd. Die zal ons moeten laten zien, hoe we Gods recht hebben aangerand, hoe we God op het hoogst hebben misdaan. We zullen moeten erkennen, dat we het verdiend hebben, wanneer God ons ten onder zou laten gaan in de nacht der verlorenheid.
Zie, wanneer een mens ontdekt wordt aan zijn zonden, dan zullen de tranen niet achterwege kuimen blijven. Dan zijn er tranen van berouw!
En nu is het de grote vraag of u daar iets van kent in uw leven. Zo niet, dan wordt het toch ten hoogste tijd. Wat moet ik dan doen, zult ge vragen? Wel, bidden om de Heihge Geest. Bidden of Hij u de schatten en gaven door de Heere Jezus verworven, wil deelachtig maken.
Valse gerustheid zal u niet baten. Uw braafheid zal u niet de garantie geven van de afwissing uwer tranen. U moet heel goed beseffen, dat de weg onherroepelijk is afgesloten voor een ieder, die niet kent de tranen van berouw.
Alleen diegenen zullen de vervulling van deze belofte smaken, die hier op aarde het werk des Geestes in eigen hart en leven hebben leren kennen.
Welk een troost is er dan.
Gods kinderen kennen de verdrukking der wereld, maar daarnaast kennen ze ook de droefheid, die ieder ander mens kent.
Ook op de dag der bevrijdingsherdenking zullen zij denken aan hen, die him zijn ontvallen. Ook zij kennen het persoonlijk verdriet. Ook zij hebben een kruis te dragen. Maar ze mogen het dragen achter de Heere.
De Heere geeft de Zijnen een kruis, opdat ze Hem steeds meer nodig zullen hebben, opdat ze steeds meer gelouterd zullen worden.
Maar ze weten: Gods genade is hun genoeg. Daardoor kunnen ze ook het kruis dragen.
En in deze dagen van herdenking mogen ze de troost putten uit de genoemde tekst. Ze weten het: Aan onze droefheid zal eens een radicaal einde komen. Eens zal het moment aanbreken, dat de Heere God Zich over hen in hefde zal heenbuigen en persoonlijk alle tranen zal afwissen.
Dan zal daar een storenloze vreugde zijn.
Dan zal er geen scheiding meer zijn, geen verdrukking, geen benauwdheid, geen strijd meer.
Geen tranen zullen er zijn, waar de Heere Zijn kinderen eenmaal brengen zal. Dat moment kan vandaag, kan morgen aanbreken. Het kan ook nog een hele tijd duren, maar het moment komt. Dat staat vast.
Naar dat moment ziet de Kerk uit, naar dat moment verlangt de Kerk.
En lezer(es), is dat ook uw verlangen, ook uw uitzicht?
Zo niet, mag ik u er dan op attent maken, dat de Heere heden nog roept, heden nog lokt en heden nog trekken wil? De Heere vraagt het u zo heel persoonlijk: Laat Mij u helpen. Laat Mij u bevrijden uit de macht der duisternis, opdat ge straks de grote bevrijding vieren moogt.
Bedroefden en beproefden: 't Hoofd omhoog en het hart naar boven. Daar is de Heere, de grote Trooster! Bij Hem is er uitkomst te vinden. Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht. Zoek het dan ook bij Hem alleen.
Eens komt de tijd, dat ge met de schare, staande voor de troon van God, gekleed in lange witte klederen en de palmtak in de hand, moogt zingen: Amen, de lof en heerlijkheid en wijsheid, dankzegging en kracht en sterkte zij onze God in alle eeuwigheid.
Ja, dat is God inderdaad waardig toegezongen te worden.
God heeft de tranen van hun ogen afgewist. Zij komen uit de verdrukking. Maar die is nu ten einde.
Al 't lijden, al 't strijden is vergeten hier omhoog. Want de zonde is daarbuiten. God wist alle tranen van 't oog.
Daarom zingen ze nu, elkander daartoe opwekkende:
Laat ieder 's Heeren goedheid loven Want goed is de Oppermajesteit. Zijn goedheid gaat het al te boven Zijn goedheid duurt in eeuwigheid.
(Barneveld)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's