UIT DE PERS
Langzamerhand is het traditie geworden, dat elk jaar in de tweede week na Pasen in Utrecht — de stad onzer bijeenkomsten — de jaarlijkse vergadering van Hervormde predikanten wordt gehouden. Het is opvallend, hoe weinig predikanten uit onze kring deze samenkomsten bezoeken. Zeker zijn hiervoor oorzaken aan te wijzen, waarvan er een gelegen zal zijn in het feit, dat omstreeks die tijd ook de jaarvergadering van de Geref. Bond plaats vindt.
't Is goed te weten, waar deze predikantenvergadering zich zoal mee heeft bezig gehouden. Uit de vele verslagen over het ter vergadering behandelde in de diverse kerkelijke periodieken volgt hieronder een korte weergave.
Allereerst iets over het referaat van de Islam-kenner dr. A. Th. van Leeuwen over het onderwerp „De kerk in de spiegel van de Islam, " geciteerd uit het „Hervormd Weekblad — De Gereformeerde Kerk".
Aanvanteelijk {7e en Se eeuw) gingen christenen en mohammedanen met elfeander om. alsof de Islam, een sekte van het dhristendom was. Daarop kwam de fatale scheiding, die continenten van elkander scheidde. Sedertdien- oefende de Islam druk uit aan de grenzen van het Romeinse imperium, met als gevolg een tegenbeweging, die zich openbaarde in kruistochten en zendingsactiviteit. Deze tegenbeweging duurt tot op heden voort. De vraag is hoe moeten wij tegenover de Islam gaan staan? Het verdient ernstige overweging, dat men standpunten herziet. De geschiedenis, die wij achter ons heben, moeten wij wegdenken, opdat wij, evenals met de Grieks orthodoxe en Koptische kerken het geval is, het gesprek op gang brengen. Misschien ligt, naar de mening van spreker, het archimedisch punt, waarop wij de Islam, zonder Goliaths harnas kunnen ontmoeten, wel in Israël. Zowel het christendom als de Islam is een vrucht van. de Joodse geest. De synagoge noemt christenen en mohammedanen als staande met het ene been in de poort. Men vraagt zich af, of God met de politieke spanning rondom de staat Israël geen zeer bepaalde heilsbedoeling heeft. Opmerkelijk is, dat de wereld nu het tweede moment toeleeft, dat Israël een doorn in het vlees is voor de mohammedaanse wereld. Evenals indertijd in Medina gaat 't om het „to be or not to be". Achter de haat tegen feraël, speelt de haat tegen het vervloekte Albion, tegen de christelijke superioriteit, die altijd weer een deurtje vindt om binnen te dringen.
Dr. van Leeuwen stipte de volgende karakteristica van de Islam aan: er is structuurgemeenschap met Rome. Met name het ideaal van de broederschap van alle mensen heeft zij gemeen. Met het protestantisme heeft zij het protest gemeen tegen bepaalde dogmata als de Mariaverering en de hiërarchie. Opmerkelijk is, dat onverzoenlijke richtingen broederlijk kunnen samengaan. Orthodox kan tegelijk vrijzinnig zijn. Geweldig is de openheid voor de cultuur en het moderne leven. Vandaar dat men de Islam wel een „geseculariseerde theocratie noemt. Maar is onze kerkgeschiedenis ook niet één lang verhaal van hetzelfde? In de reactie hiertegen (nl. tegen dit ingekapseld christendom) is er overeenkomst met de geestelijke structuur van het communisme. Moskou èn Mekka beschouwen zich als de laatste wending der geschiedenis, terwijl ook bij: beide het eschatologisch aspect ontbreekt.
Dr. van Leeuwen wees op de nood zaak van te komen tot een gesprek ook met de Islam, welke godsdienst geen zendingsobject, maar gesprekspartner zou zijn, en meende, dat het hierbij om dezelfde vragen en beslissingen gaat als die ook aan de orde zijn in het gesprek met Israël, in de verhouding Vrijzinnig- Rechtzinnig, Rome-Reformatie, Kerk en Staat, Kerk en Communisme.
De Islam zelf bedrijft ook zending, ook in ons land, terwijl onze zending onder de Mohammedanen niet zo veel schijnt te bereiken. Om de situatie duidelijk te tekenen, besloot dr. Van Leeuwen zijn referaat met het ernstige grapje — geciteerd uit „Kerk en Wereld":
Toen enige tijd geleden een Haags predikant een propagandapamflet van deze beweging in zijn brievenbus vond, schokte hem dat zeer en hij schreef er een artikel over, dat eindigde met de verontwaardigde vraag; wat doen die mensen hier en wie is verantwoordelijk voor hun toelating? Welnu, besloot dr. Van Leeuwen, dat zijn nu precies de vragen, die vele Mohammedanen in het Oosten stellen, ten aanzien van de chrisitelijke zending...
Een belangrijk onderdeel van de vergadering was het forum, dat onder leiding van ds. M. Groenenberg een aantal vragen beantwoordde uit de kerkelijke praktijk. Vanzelfsprekend kwam ook de „kwestie prof. Smits" aan de orde. „Is het niet de kerk onwaardig, dat de synode nog geen positief geluid heeft laten horen in de zaak Smits? ", zo luidde een vraag aan het forum.
Dr. Emmen merkte naar aanleiding van deze vraag op:
dat bet schromelijk overdreven is te menen dat door één artikel het belijden der kerk ondermijnd kan worden. De synode houdt ziich wel degelijk met deze zaak bezig en binnenskamers is een voortdurend overleg over de aamgelegenheid. De synode zal zich evenwel moeten uitspreken op de wijze van de synode en niet op de manier die sommigen wensen.
Wij menen, dat dr. Emmen zich hier radicaal vergist. Wel degelijk kan door één artikel het belijden der kerk ondermijnd worden, zeker, als het gaat om het hart van de prediking der kerk: de verzoening door het bloed van Christus. De synode zal zich niet slechts hebben uit te spreken — dat heeft ze al meer gedaan, zonder enig resultaat soms; wij denken aan de uitspraak naar aanleiding van een paasartikel van dr. A. de Wilde —; zij zal ook hebben te handelen in gehoorzaamheid aan de Heilige Schrift door prof. Smits zijn emeritaatsrechten te ontnemen en hem tot bekering op te roepen.
Van de andere gestelde vragen met hun beantwoording vermeldt het „Hervormd Weekblad" nog de volgende:
1. Kerken met bijgebouwen verdienen de voorkeur boven kerken alleen. Rondom de dienst van woord en sacrament is er ook dienst aan de wereld en het onderhouden van de gespreksgemeenschap.
2. Over de vraag, of de kerkbouwactie moet worden voortgezet, wordt de kerk momenteel afgetast.
3. Gebruiken volgens de dorps-adat {zoals spaarzame kerkgang van ambtsdragers, na belijdenis éénmaal aan avondmaal deelnemen) dienen door het evangelie doorbroken te worden. Doch men handele hier voorzichtig. Men moet de betrokkenen pogen in de war te brengen door contact met levend gelovigen.
4. Volgens de eenheid der ambten zal een predikaat ook zonder ouderling moeten kunnen voorgaan in de dienst des Woords.
5. Het vieren van het Heilig Avondmaal buiten de kerkeraad om ontstaat soms, waar een behoefte in de gemeente naar veelvulddger viering, door de kerkeraad niet wordt gehonoreerd. Men dient er in te voorzien.
6. Een ouderling laat zich overdopen. Is nu ongeschikt voor zijn ambt? Neen, mits hiji de kinderdoop niet verwerpt. Want zijn kerk erkent deze nadrukkelijk.
7. De pastorale psychologie aan de universiteit kan al te grote specialisiatie van krachten in de kerk overbodig maken.
9. T.a.v. de voetbaltoto lijkt mij dat coll. Koolhaas het bij het rechte eind had, dat hij de niet zo gunstige invloed op het volksleven constateren moest. Prof. Berkhof signaleerde de toenemende goklust bij het publiek als een bewijs, dat de risico uit de wereld verdwenen is. De opvatting van ds. Faber (Emmen) dat de kerk zich aan bemoeizucht schuldig heeft gemaakt in zijn Uitspraak tegen de toto lijkt mij ernaast.
Op de laatste dag van deze predikantenvergadering heeft de r.k. prof. J. A. M. Weterman gesproken over de zg. „Theologie norwelle".
Dit is een stroming, die vanuit Lyon/Fourvière ontstaan is en een brede kring van R.K. theologen in zich heeft opgenomen en door een her-interpretatie der Openbaringswerkelijkheid een nieuwe verhouding tracht op te bouwen tussen kerk en wereld en tussen de christelijke kerken onderling.
In aansluiting aan deze vergadering werd in Amsterdam de vergadering van vrijzinnige theologen gehouden, met als onderwerp: de verzoening, ingeleid door twee referenten, t.w. prof. Smits als representant van de Hnkerflank en dr. Sperna Weiland als vertegenwoordiger van de rechtervleugel der vrijzinnigheid.
Uit de referaten en discussies meldt „Kerk en Wereld" o.a. het volgende:
In methodisch opzicht konden de beide inleiders zich hierin vinden, dat de Bijbel geen leer der verzoening kent met een gesloten systematiek. Maar terwijl prof. Smits als criterium vooral de empirische godsdienstige ervaring hanteerde, legde Sperna Weiland een veel sterker theologisch accent; de leer der verzoening kan niet worden opgebouwd op de anithropologie (leer van de mens), al moet de theologie wel „answering theology" (Tillich) zijn. Volgens ds. de Nie van de Vrije Gemeente ging Smits nog lang niet ver genoeg in zijn luisteren naar de moderne mens. Er was volgens hem te veel bijbels conformisme bij de moderne theologenvergadering. Vergeleken bij De Nie voelde prof. Smits zich dan ook een Gereformeerde Bonder! Aan de andere kant wilde ds. Buskes in een overigens zeer sympathiek en algemeen gewaardeerd betoog kennelijk verder gaan dan Sperna Weiland. Hij stelde dan ook goed Barthiaans, dat de theologie niet heeft te spreken over God op zichzelf en de mens op zichzelf, maar van de relatie God-mens en kwam zo tot de bepaling van de grondstructuur der verzoening: „God met ons". Ook dr. Strijd kon zich methodisch totaal niet met prof. Smits verenigen: de theologie verdampt zo tot anthropologie, waardoor er geen enkel vast punt meer ovenblijft, omdat het moderne levensgevoel normatief wordt geacht.
Waarom staat prof. Smits zo critisch t.o. de bijbelse gegevens? Omdat hij het z.i. mythische denken van de Bijbel niet meer volgen kan. De Bijlbel moet echter niet volgens de methode Bultmann ontmytiliseerd worden, maar de mythe moet symbolisch worden doorlicht. Met een toeroep op Troeltsoh toonde prof. Smits nu aan, dat wij: onmogelijk een historische zondeval van een eerste mens kunnen loochenen (wat namelijk de meeste theologen van deze tijd doen)en dan toch een eenmalig historisch verzoenend gebeurnen in Christus handhaven. Dit sluit elkaar logisch uit.
Volkomen terecht! Men kan hier niet op twee gedachten blijven hinken. Dit doet dr. Spema Weiland, die van mening is het eenmalig gebeuren van Christus wél te kunnen verdedigen. Genesis 3 acht deze rechts-vrijzinnige theoloog mythologisch, maar Christus' kruisdood historisch. Prof. Smits is consequenter. Tegelijkertijd laat hij ons echter zien, met dr. Spema Weiland, wat nu eigenlijk de crisis van de moderne theologie is. Deze is de negatie van het goddehjk gezag van de H. Schrift. Daarom zijn alle discussies in de kerk over centraal-theologische leerstukken zo vrijblijvend. Ze nopen niet tot beslissingen, omdat ze nagenoeg alle plaats vinden binnen het raam van een niet-reformatorische schriftopvatting. Elke discussie over de christologie zal verzanden, zolang men niet ronduit en voluit het reformatorisch schriftgeloof belijdt.
De commentator van deze moderne tlieologenvergadering merkt aan het slot van zijn beschouwing op:
De geest van deze vergadering was dan ook zodanig, dat m.i ook mocht worden, gesproken van een verzoening tussen links en rechts, die in het afgelopen jaar nog al eens tegenover elkaar hebben gestaan.
Dit is voor hem een reden tot verheugenis. Vanuit zijn gezichtspunt bezien, is dat te verstaan. Maar tegelijkertijd is hiermee gezegd, dat de verschillen tussen rechts en links dus niet principieel, maar gradueel zijn, niet qualitatief, maar quantitatief. En dat is voor ons geen reden tot blijdschap, want daarmee is uitgesproken, dat er bij de vrijzinnigheid toch niet zoveel veranderd is, als men ons de laatste jaren wil doen geloven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's