De Dordtse Leerregels
HOOFDSTUK III/IV
Deze verborgenheid van Zijn wil heeft God in het Oude Testament aan weinigen ontdekt, doch in het Nieuwe Testament (het onderscheid der volken nu weggenomen zijnde) heeft Hij haar aan meer mensen geopenbaard. Van welke onderscheidene toebedeling de oorzaak niet moet gesteld worden in de waardigheid van het ene volk boven het andere, of in het beter gebruik van het licht der natuur, maar in het gans vrije welbehagen en de onverdiende liefde Gods; waarom ook diegenen, wien buiten, ja tegen alle verdiensten zo groot een genade geschiedt, haar met een nederig en dankbaar hart moeten erkennen, maar in de anderen, wien deze genade niet geschiedt, moeten zij, met de Apostel, de gestrengigheid en rechtvaardigheid van Gods oordelen aanbidden, en die geenszins curieuselijk onderzoeken.
Ergens in Nederland gaf een Hervormd predikant een cursus voor dames, die opgeleid werden voor de verzorging van ouden van dagen. Hij zette dit groots op, want in zijn voorbereidende les beloofde hij de dames hen wetenschappelijk over de Bijbel te willen leren denken. Zij moesten goed weten, dat grote en vele gedeelten van de H. Schrift niet bruikbaar meer waren. Deze wetenschap schijnt men bijzonder nodig te hebben voor de verpleging van ouderen. En dan wilde hij ook een belangrijke vraag in het midden der groep neerleggen. Deze vraag luidde: Is het geoorloofd om te vragen: hoe word ik een kind van God? Volgens hem was dit een ongeoorloofde, want overbodige vraag. Wij zijn immers allemaal kinderen Gods in de volle zin des woords. Wij zijn allemaal schepselen Gods, dus zijn we allemaal kinderen Gods en God is liefde, dus alles is in orde.
Men zal moeilijk kuimen beweren, dat deze predikant zijn cursus gaf in gemeenschap met de belijdenis der Kerk, hoewel ook hem dat is opgedragen. In de H. Schrift kan men ook niet vinden, dat alle mensen kinderen Gods zijn. Wij zijn van nature kinderen des toorns en kunnen in het Rijk van God niet komen tenzij wij wedergeboren worden. Het is jammer dat in onze dagen zoveel predikanten vergeten, dat God liefde is in Christus. Wij lezen Romeinen 8 : 1 aldus: „Zo is er dan geen verdoemenis". Daar zetten zij een punt. Maar dat is Schriftvervalsing. De Bijbelse leer luidt: Daar is geen verdoemenis voor degenen die in Christus Jezus zijn. Zijn misschien alle mensen in Christus? Van de enge poort staat, dat er weinige zijn, die hem vinden. Daar is nog een ander euvel. Men kan Romeinen 8 : 1 volkomen laten staan, maar dan zo preken, dat geloven en in Christus zijn als een tamehjk vanzelfsprekende zaak wordt voorgesteld. Iemand schreef mij, nadat hij veel candidaten had gehoord: Ik hoor menigmaal een goede tekstverklaring, maar ik mis vaak iets. En wat mis ik dan? Ik mis de prediking, dat de mens er voor God geheel aan moet. Deze predikers hebben blijkbaar geen besef van de diepe val des mensen. Zij weten niet van de noodzakelijkheid der kennis van zonde en ellende. Zij weten blijkbaar niet, dat een mens zich niet kan en niet wil bekeren. Het wordt niet meer als een wonder voorgesteld, dat een zondaar zalig kan worden. Men gaat min of meer de kant op van: geloof maar en neem maar aan. 't Is wel in orde. Als je dat maar gelooft.
Aangenomen dat er dit soort gebrek aan de prediking van sommige candidaten kleeft, waardoor hun preek zijn gereformeerd-bijbels karakter dreigt te verliezen, zou men gaarne de raad willen geven, om toch vooral de Dordtse leerregels met grote zorg en veel gebed te overwegen en met Gods Woord te vergelijken. Men kan en mag niet zomaar een beslissing der kerk opzij zetten. In deze leerregels nu vindt men de lijnen duidelijk getrokken. Het is niet zo, dat alle mensen kinderen Gods zijn. Dat is een buitengewoon iets, waarvan Johannes uit naam van Gods kinderen juicht: „Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij, kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent (1 Joh. 3:1). Hoe leren wij God en Christus kennen? Door openbaring. „Niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest" (1 Gor. 12 : 3). Ook lezen we: „Niemand kent de Zoon dan de Vader, noch iemand kent de Vader dan de Zoon, en wien het de Zoon wil openbaren" (Matth. 11 : 27).
Deze openbaring, zegt artikel 7, heeft God in het Oude Testament aan weinigen gegeven. Dat geldt voor volken zowel als mensen. God heeft eerst aan Adam de nieuwe heilsweg bekend gemaakt. Maar de kennis er van is in de eerste wereld bijna op niets uitgelopen. Ook heeft de onwederstandelijke genade bij weinigen de overwinning behaald. Na de zondvloed is het Abraham en zijn zaad. Maar het laatste weer met een beperking. „Want die zijn niet allen Israël, die uit Israël zijn, noch omdat zij Abrahams zaad zijn, zijn zij allen kinderen, maar: in Izaak zal u het zaad genoemd worden. Dat is, niet de kinderen van het vlees, die zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belofte worden voor het zaad gerekend" (Rom. 9 : 6—8). Het is dus wel geheel in strijd met Gods Woord als een predikant zegt: alle mensen zijn kinderen Gods. Het weinigen van artikel 7 gaat mee door het hele Oude Testament heen. Israël in de woestijn is daar op allerlei manier een voorbeeld van. In vergelijking met de volken betreft de openbaring aan Israël slechts weinigen. Daarvan lezen we in Deuteronomium 7 : 6—7: „Want gij zijt een heilig volk den Heere uwen God; u heeft de Heere uw God verkoren, dat gij Hem tot een volk des eigendoms zoudt zijn uit alle volken, die op de aardbodem zijn. De Heere heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren om uw talrijkheid boven alle andere volken, want gij waart het minst talrijke van alle volken." Slechts weinige, dat is duidelijk. Maar ook een ander punt wordt hier duidelijk. De verkiezing is niet alleen en niet in de eerste plaats tot dienst aan andere volken. Daar lezen we hier niets van. Israël is uitverkoren om Gods eigendom te zijn met voorbijgang der andere volken. Het gaat in de Bijbel niet om de mens in de laatste instantie, het gaat om God. Wat zegt de Heere? „Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israels, maar om Mijn Heilige Naam" (Ez. 36 : 22). Werd aan geheel Israël hoofd voor hoofd krachtdadig God geopenbaard en Zijn heilsweg in Christus? We lezen in 1 Cor. 10: „In het merendeel van hen had God geen behagen." Ik hoef dit gedeelte niet verder toe te lichten. De Heere sprak tot Elia van 7000 en Jesaja profeteert van een Overblijfsel. God maakt onderscheid, waar geen onderscheid is. „Hij maakt aan Jacob Zijn woorden bekend; aan Israël Zijn inzettingen en rechten. Alzo heeft Hij aan geen volk gedaan; en Zijn rechten, die kennen zij niet. Hallelujah!" (Psalm 147 : 19, 20).
Zijn het er onder de Nieuwe Bedeling nog weinige? Artikel 7 zegt, dat God de verborgenheid van Zijn wil aan meer mensen geopenbaard heeft. Dus niet aan allen. Ook dit vereist geen uitvoerige toelichting. Wanneer we rekenen vanaf de uitstorting van de Heilige Geest dan zien we hoeveel volken van geslacht op geslacht verstoken zijn gebleven van de prediking van het Evangehe. Omstreeks 1800 zijn de meeste streken der aarde nog onbekend met de openbaring der verborgenheid. In de 19e eeuw komt dan de machtige golf van zendingsactiviteit van de Protestantse en Anglicaanse kerken. Wat voor de volken geldt, is ook van toepassing op de enkelingen. God openbaarde zich aan meer mensen, maar het is ook in de Christelijke Kerk niet anders dan bij Israël. Het is niet alles Christen, wat Christen heet. Calvijn sprak van één tiende. Vanwaar dit on derscheid? Maken de mensen geen goed gebruik van de prediking van Gods genade? Dat doen zij inderdaad niet. Maar is dit alles? Kan de Nederlander of de Fransman zelf zijn hart ontsluiten en had alleen Lydia nodig, dat haar hart geopend werd? Kan de Amerikaan wel tot Christus komen zonder dat de Vader hem persoonlijk trekt en alleen de Jood niet? Wie durft dat beweren? Met volle kracht verwerpt elk mens de aangeboden Christus. Maar God ontfermt zich nochthans over sommigen, die Jezus eerst verwierpen en anderen verhardt Hij. De Christus wordt niet aan allen geopenbaard. Naar welke maatstaf geschiedt dan dit al of niet openbaren? „God zendt predikers tot welk volk Hij wil en wanneer Hij wil" God opent het hart van Lydia en werpt Saulus van Tarsen ter aarde, maar anderen niet. „Van welke onderscheidene toebedeling de oorzaak niet moet gesteld worden in de waardigheid van het ene volk boven het andere.... Wij kunnen nooit de rechte kijk krijgen op de verlossing als we de onmacht en vloekwaardigheid van de gevallen mens niet recht zien. Een dominee kan niet in waarheid Schriftuurlijk preken als hij niet bij bevinding aan zijn eigen verdorvenheid en schuld, onmacht en onwil, de verlorenheid van het ganse menselijk geslacht heeft leren verstaan, zoals Gods heilig Woord die leert. Ontbreekt dit dan is er het gevaar van smokkelen met de noodzakelijkheid der wedergeboorte en van het onwederstandelijk, krachtdadig ingrijpen Gods. Daar moet een wonder des Allerhoogsten aan elk mens gebeuren en zalig worden is telkens weer een onbegrijpelijk wonderwerk. De waardigheid of toegankelijkheid betekent hier niets. Waarom heeft God Israël verkoren? „Niet om uw gerechtigheid noch om de oprechtheid uws harten komt gij er heden in, om hun land te erven; maar om de goddeloosheid dezer volken verdrijft de Heere uw God ze voor uw aangezicht uit de bezitting, en om het woord te bevestigen, dat de Heere uw vaderen. Abraham, Izaak en Jacob, gezworen heeft. Weet dan, dat de Heere uw God niet om uw gerechtigheid u dit goede land geeft om dat te erven; want gij zijt een hardnekkig volk" (Deut. 9 : 5, 6).
Zo is de zaligheid alleen uit genade en welbehagen. „Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit dezelfde klomp te maken het ene vat ter ere en het andere ten onere? (Rom. 9 : 21). De verlossing is alleen Gods wil en werk. Geloofd zij God, anders kon het niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's