MEDITATIE
Een merkwaardige uitdrukking ,Voor een merkwaardige zaak
Welke tegen hoop op hoop geloofd heeft, dat hij zou worden een vader van vele volken. Romeinen 4:18a.
Abraham was, ten tijde dat de Heere hem een zoon beloofde uit zijn huisvrouw Sara, omstreeks honderd jaar en Sara was niet minder bedaagd en de moeder in haar was sedert lang verstorven. Twee stokoude, naar het graf neigende, vergrijsde mensen, die het leven achter de rug hadden, en menselijk gezien, iedere hoop op nakomelingschap reeds sedert tientallen van jaren hadden moeten laten varen.
ledere gedachte aan een zoon, waaruit het geslacht zal gebouwd worden, waarin de familie zal worden voortgezet, is een gedachte tegen hoop. Is, menselijk gezien, een dwaasheid. Het bestaat eenvoudig niet; het kan niet. Hoop is hier niet nodig, hoop is hier eigenlijk belachelijk.
En toch heeft Abraham, hoewel tegen hoop, op hoop geloofd! Geloofd! Aan God, Die de doden levend maakt en roept de dingen die niet zijn alsof ze waren. En hij heeft in die God en in Zijn belofte op hoop geleefd, dat wil zeggen: vast, vertrouwend, met toevoorzicht. Zonder loslating heeft hij geloofd, hoewel de menselijke wijsheid moest zeggen: er is geen hoop meer. Want het geloof betoonde zich in hem te zijn een vaste grond der dingen, die men hoopt en een bewijs der zaken, die men niet ziet. Daarom zijn ook van éne, en dat ene verstorvene, zovelen in menigte geboren, als de sterren des hemels, en als het zand, dat aan de oever der zee is, hetwelk ontallijk is.
Vanwaar dat geloof op hoop, tegen de hoop in? Vanwege de belofte Gods, en vanwege de Naam des Heeren, Die Zijns verbonds gedenkt en Die geen van Zijn woorden laat ter aarde vallen. God de Heere had het ongelooflijke aan Abraham beloofd en daarom was het geloofwaardig geworden. Gods belofte was de bron van hoop en dies mocht het geloof daaruit putten. Abraham geloofde; hij mocht het wagen louter en alleen met en op het woord van de God zijns levens.
Dat zal niet iedere dag even gemakkelijk zijn geweest. Dat heeft strijd gekost en innerlijke worsteling. Abraham heeft niet zijn ogen gesloten voor het onmiskenbare feit, dat hier wel een belofte lag, maar dat die belofte ver uitging boven wat in de natuur mogelijk was. Het ging in tegen alles wat uit de aard der natuur en van het vlees kan worden afgeleid. Maar desniettemin: Abraham houdt vast, hij mag zich vastklampen aan het woord van God, aan de belofte des hemels — en dies wordt hij groot door de kracht, wier sterkte zwakheid is en groot door de wijsheid, wier geheim dwaasheid is.
Abraham gelooft! Gelooft op hoop. Dat is de vertaling van een grieks woord, dat ontleend werd aan een hebreeuwse uitdrukking, die wijook vinden in Richteren 18 : 7, waar vertaald wordt: zijnde gelegen in zekerheid, stil en zeker zijnde. Verder in Psalm 16: 9: zeker wonen en in Psalm 78:53: Hij leidde hen zeker. Die hoop, waarin Abraham geloofde, wordt dus op andere plaatsen in Gods Woord aangeduid met het woord zeker of zekerheid! Dat is een diepe gedachte. De hoop des geloofs op God — zelfs al gaat zij dwars in tegen wat voor ogen is en wat volgens de natuur mogelijk is — betekent en is zekerheid! Hoop en zekerheid zijn. in het kader van het waarachtige geloof hetzelfde. De oorspronkelijke Bijbeltaal heeft er in zulke gevallen één woord voor, dat wil zeggen: God heeft er geen twee woorden voor nodig.
Abraham heeft tegen hoop op hoop geloofd. Schreven wij in het opschrift teveel, toen dit werd genoemd een merkwaardige uitdrukking voor een merkwaardige zaak?
Niet verzwakt zijnde in het geloof heeft hij zijn eigen lichaam niet aangemerkt dat alreeds verstorven was, noch ook dat de moeder in Sara verstorven was. En hij heeft aan de beloftenis Gods niet getwijfeld door ongeloof; maar is gesterkt geweest in het geloof, gevende God de eer.
Uit dat sterke, hechte, door God gewerkte, gezegende en rijk bekroonde geloof mag en moet de nieuw-testamentische kerk een les trekken. Het geloof is Abraham gerekend tot rechtvaardigheid. En dat is niet alleen om zijnentwil beschreven in Gods Woord, — maar ook om onzentwil, welke het zal toegerekend worden, namelijk degenen, die geloven in Hem, Die Jezus, onze Heere, uit de doden opgewekt heeft; Welke overgeleverd is om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
Wat is de toepassing?
Ver boven alle menselijkheid van natuur en vlees en menselijke berekeningen staat de belofte Gods; God regelt Zich niet naar de natuur, maar de natuur heeft zich te regelen naar God. Zo is het ook in het geestelijk leven, in het leven der ziel, waarmede Gods Geest Zijn zegenrijke arbeid is aangevangen. De natuurlijke mens begrijpt niet de dingen Gods; maar de Geest onderwijst de wedergeborene tot een levende hoop, in de weg des geloofs. Geloven wil niet zeggen twijfelen; een zalige twijfel bestaat alleen in het verduisterd verstand van over-geestelijke mensen, die naast de Schrift leven. Abraham heeft niet getwijfeld door ongeloof; hij heeft geweten, dat wie twijfelt aan een baar der zee gelijk is. Maar Abraham is ten volle verzekerd geweest — niet van zijn eigen bekeerdheid, of ingeleid-zijn, of aangename toestanden — neen, hij is verzekerd geweest dat de Heere machtig was om te volbrengen hetgeen Hij beloofd had. Onze God is toch in de hemel; Hij doet al wat Hem behaagt.
Te veronderstellen dat Abraham in dit sterke geloof altoos geleefd heeft, ware echter een miskenning van de onvolkomenheid van het geestelijke leven in deze bedeling. Ook aan Abraham zal niets menselijks vreemd zijn geweest. De Hebreeën-brief rangschikt ook Sara in de rij der geloofshelden, maar in Genesis lezen wij, dat zij lacht om het woord der belofte; het geloof heeft zijn rijpingstijd nodig. Zal Abraham van deze innerlijke strijd verschoond zijn gebleven? Het is ondenkbaar, het is onmogelijk.
Abraham leerde afzien van wat voor ogen is en hij leerde opzien tot God, Die beloofd had. En zo kreeg zijn geloof die vastheid, waardoor hij God de eer kon geven, al was het dan ook tegen hoop in. Want aan God kan geen meerder eer worden toegebracht dan dat wij in geloof Zijn waarachtigheid bezegelen; daarom is dit een voornaam stuk in Zijn dienst: Zijn beloften gehoorzaam te omhelzen; en de ware religie begint met geloof.
Het voorbeeld van Abraham is niet een plaat, waarnaar gij wat kijken kimt om daarna over te gaan tot de orde van de dag. Gij moet daarmede tot uzelf inkeren en het alles zien bij het licht, dat straalt uit het graf van de verrezen Christus. In Hem eindigt alles; óók de levensverwachting van Abraham, dewijl de Messias naar het vlees uit hem zou voortkomen. Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham. Gods vervulde belofte van de Messias ontspringt, voor wat de natuur aangaat, uit de verstorven lendenen van de honderdjarige Abraham en uit de verstorven moederschoot van de oude Sara. Opdat geen vlees zou roemen voor Hem. En de vervulde belofte verrijst tot hemelse heerlijkheid uit het verstorven vlees van het ware Kind der belofte, Jezus Christus, Die door Zijn dood de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer, namelijk de zonde, weggenomen heeft. Gods belofte van nieuw leven wordt altoos vervuld in de weg van het stervend tarwegraan. Zo gaat het immers ook in het geestelijk leven? Wie zijn leven zal verliezen, die zal het behouden.
En boven dit alles glanst, als een regenboog van genade, Gods belofte voor al Zijn gekende, getrokken en geleide volk in Christus de Heere: Die gestorven is, die is gerechtvaardigd van de zonde. Zalig de ziel, die hierop, niet aanziende wat voor ogen is en afziende van zichzelf, door Gods Geest geleid, mag opzien tot Hem, Die het beloofd heeft en Die getrouw is! En die, niet twijfelende. God mag aangrijpen in Zijn onwankelbare belofte en daarop zeggen mag, in overgegevenheid des harten en in het waarachtige geloof, dat kennen en vertrouwen is: Wij zijn dan met Hem begraven, door de doop in de dood, opdat gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden.
En in dat nieuwe leven triumfeert het geloof, dat tegen hoop op hoop leven doet in de onschokbare zekerheid: God is getrouw: Zijn woord is eeuwig vast.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's