De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

8 minuten leestijd

Vergaderingsweken — De Mammouth wet — Uit de voortgezette Generale Synode der Gereformeerde Kerken — De predikantenvergadering van dit jaar — Apartheid in Amsterdam.

Onderscheidene vergaderingen zijn eind april, begin mei in de oude Domstad gehouden. Na Pasen komen „De Unie, Een school met den Bijbel" en de „Schoolraad" samen om de situatie betreffende onze christelijke scholen te bezien en te bespreken. Dit jaar is vooral de „Mammouth"-wet onderwerp van kritiek geweest. Zowel prof. K. Dijk als prof. Van Itterzon, respectievehjk voorzitters van beide bovengenoemde verenigingen hebben zich er fel over uit gelaten. Een appèl van heel het christelijk schoolwezen op het volk en dan tegen het wetsvoorstel-Cals, werd zaterdag 7 mei jl. in Amsterdam gehouden. Mr. Hangelbroek, de eerste spreker op die bijeenkomst had in een encyclopaedie voor „mammouth" de betekenis „onheilsdier" gevonden. Met de onderstreping van het „nomen est omen", de naam is een voorteken", besloot hij zijn oppositie tegen het voorgestelde wetsontwerp.

Ds. Henkei en prof. mr. Scholten, gaven uit onderscheiden gezichtspunt hun kritische bijdrage. Uit al de reacties in Amsterdam en elders tegen het door minister Cals voorgestelde in dit wetsontwerp kan genoegzaam bUjken, welk een onheil ons christeHjk onderwijs bedreigt, met name het voortgezet middelbaar en hoger onderwijs, als deze wet in het staatsblad zou komen.

Eén ding kan bemoedigen: de C.H.U., — het bleek duidelijk op haar laatste algemene jaarvergadering — is pertinent tegen het wetsvoorstel en wil het desnoods op een kabinetscrisis laten aankomen. Hoe de A.R.P. — zij is ook tegen de voorgestelde wet — op het punt van kabinetscrisis staat, weet ik niet precies. Hoe dit zij, voor de vrijheid en welstand van ons christelijk onderwijs, is verwerping of principiële verandering van dit ontwerp, een zaak van levensbelang. De ambtenarij zou al te veel zeggenschap krijgen over ons onderwijs.

Van de kerkelijke vergaderingen na Pasen in Utrecht gehouden, memoreer ik allereerst de voortgezette Generale Synode der Gereformeerde Kerken. In de plaats van prof. v. d. Woude, die ontheffing vroeg, werd als praeses gekozen ds. Kruyswijk. Wat de besluiten betreft, heeft mij zeer gefrappeerd dat de synode besloot, voor hulpverlening op internationaal terrein — als voorbeeld werd genoemd: hulpverlening aan Hongarije — zich te bedienen van de organen, daarvoor door de Wereldraad in het leven geroepen. Uitdrukkelijk is gestipuleerd, dat dit geenszins inhoudt aansluiting van de Geref. Kerken bij de Wereldraad. Het gaat uitsluitend om gebruik te maken van contacten. Een faciliteitskwestie alzo. Gewezen is ter vergadering op de contacten met niet-gereformeerde instanties betreffende nieuwe zendingsterreinen.

Prof. Dijk, onderstrepend wat prof. Nauta in dezen had gezegd, memoreerde dat hij wellicht de felste tegenstander ter synode was van aansluiting bij de Wereldraad, doch dat het „bekrompen en onchristelijk zou zijn dan de goede dingen niet te willen zien". Prof. Dijk besloot zijn woorden met te zeggen, dat hij er behoefte aan had dit met nadruk uit te spreken, omdat anders een en ander in een verkeerde richting zou worden „uitgespeeld". Aldus het verslag in „Trouw", dd. 2-5-'60. De tijd zal leren in hoeverre prof. Dijk gelijk heeft gehad.

Een andere bijeenkomst in de theologische sector was de Predikantenvergadering, de 2e week na Pasen. Men weet, dat deze vereniging van hervormde orthodoxe predikanten — ze is naar ik meen nog onder medewerking of invloed van Groen van Prinsterer opgericht; de formule, onbekrompen en ondubbelzinnig aanvaarden van de BeHjdenis was van hem — nu kerkelijk is ingeschakeld, zodat alle predikanten er toegang hebben. Of instemming met de hiervóór vermelde formule, voorheen bij het begin van de vergadering van alle samengekomenen gevraagd, na de kerkelijke inlijving, nog verzocht wordt, weet ik niet. Ik herinner mij niet zulks gelezen te hebben. Dit gebruik zal wel afgeschaft zijn sinds het „centraal" wórden dezer vergadering, d.w.z. sinds orthodoxe en vrijzinnige predikantenvergaderingen er in bewilligden een gezamenlijke bijeenkomst te houden onder leiding der Synode. Begrijpehjk is, dat in de huidige fase van haar bestaan de praeses der Synode ambtshalve voorzitter der vergadering is. In zijn openingswoord was m.i. iets te beluisteren van wat de N.R.Crt. d.d. 23-4-'60 als opschrift plaatste boven haar verslag: „Aftasten van bewegende scheidingslijnen".

Dr. A. Th. van Leeuwen, een Islamkenner, refereerde over de Islam in verband met de zending. Begrijp ik, — naar de verslagen althans; ik las er ook een in de N.R.Crt. — dan zal volgens dr. Van Leeuwen meer het „gesprek" moeten gehanteerd worden met de Islam dan de eigenlijke zending onder de Mohammedanen. Zulks dan vanwege meerdere aanknopingspunten in de Islam voor het christelijk geloof.

Nu kan het iedere theoloog, die bij de „Geschiedenis van de godsdiensten" ook de Islam bestudeerde, bekend zijn, dat er inderdaad overeenkomsten zijn tussen het Mohammedanisme en het christendom. Ook de Islam erkent bijv. Mozes en Christus, maar als profeten. Doch is daarom het „gesprek" de methode?

Paulus predikte op de Areopagus voor een gehoor van Stoïcijnen en Epicureën. Tussen de leer van de Stoa en wat Paulus verkondigde, waren ook wel overeenkomsten. Maar Paulus zocht niet in een „gesprek" zijn kracht, maar predikte „dat God alle mensem alom verkondigt, dat zij zich bekeren" (Hand. 17 : 30). Nu weet ik, dat „men", wel meent, dat Paulus' rede op de Areopagus, in opzet en uitwerking minder gelukkig was, en dat ze daarom zo weinig vrucht afwierp. Doch dat moet ik weerspreken. En daarom meen ik, dat de weg van Paulus te prefereren is boven het „gesprek".

Iets nieuws was het optreden van de r.k. professor Weterman, r.-bibl. aan het Groot Seminarie te Rijsenburg, die refereerde over de „théologie nouvelle", een nieuwe stroming in de huidige r.k. theologie. Dit experiment komt mij bedenkelijk voor. Zeker, de „theologie nouvelle" kan interessant zijn. Doch vele artikelen zijn er over verschenen. Is het dan nodig die ideeën door een hartstochtelijk voorstander te laten bepleiten? Dit contact op deze nu officieel kerkelijke vergadering, wijst op een infiltratie van Rome in onze kerkelijke gelederen, welke m.i. zeer gevaarlijk is. Rome werkt en overwint op vele fronten en men moge hopen op eenheid en er zich voor inzetten, het komt meermalen anders uit.

Zondag 8 mei jl. is in een stampvolle kerk in Middelburg bekend gemaakt, dat naar de r.k. kerk is overgegaan dr. H. v. d. Linde. Hij trok helaas de consequentie van zijn eenheidsbegeren. Rome blijft ondanks alles de principiële tegenstandster van de waarheid der Schriften gelijk God haar door de Reformatie weer tot de harten deed spreken.

Er was, — ik keer nog even tot de predikantenvergadering terug — dit jaar in plaats van „zaken die haken" een forum, waardoor diverse vragen behandeld werden. De zaak prof. Smits kwam natuurlijk aan de orde. Dienaangaande zeide ar. Emmen:

„dat het schromelijk overdreven is te menen dat door één artikel het belijden der kerk ondermijnd kan worden. De synode houdt zich wel degehjk met deze zaak bezig en binnenskamers is een voortdurend overleg over de aangelegenheid. De synode zal zich evenwel moeten uitspreken op de wijze van de synode en niet op de manier die sommigen wen­sen. Het eerste stuk hiervan klopt niet met het tweede; over een zaak, die niet ernstig is, behoeft de Synode geen moeite en hoofdbrekens te hebben. Of komen de moeilijkheden door wat ik maar huiselijk noem: „de kool en de geit sparen? ". Gelukkig is de zaak „Smits" nog aan de orde en nog niet „in een impasse", zoals prof. Lekkerkerker in de Kroniek van „Kerk en Theologie", 2e afl. '60 schreef. Tenslotte zij nog vermeld, dat men er over denkt, „de kerkbouwactie" te beëindigen. Ze bracht, meent men, meer op dan verwacht werd. Het kan zijn, hoewel 10 millioen is 6 miliioen minder dan 16. In elk geval klopt dit niet met de enthousiaste perspectieven en voorspellingen betreffende de 16 millioen; welke misschien meer wensdroom dan van nuchtere werkelijkheidszin waren.

Traditiegetrouw hebben de vrijzinnige theologen, ook al zijn ze wel ter Utrechtse predikantenvergadering geweest, hun eigen samenkomst te Amsterdam gehouden. Ondanks „kerkelijke inlijving" en oecumenisch bewustzijn een zeker apartheidsstreven.

De rechtse flank van de grote predikantenvergadering schijnt tot een dergelijke bezinning in eigen kring geen behoefte te hebben.

In Amsterdam hebben prof. Smits en dr. Sperna Weiland, hervormd predikant te Rotterdam, over hun inzichten in het verlossend werk Gods gesproken. Beiden wilden liever — aldus een verslag in de N.R.Crt. — niet spreken van „zonde" en „verzoening", maar van „vervreemding" en „bevrijding". In tegenstelling met prof. Smits, aanvaardt dr. Sperna Weiland Christus verlossingswerk als „een eenmalig, objectief, fixeerbaar gebeuren in de geschiedenis, dat Christus in zijn leven en in zijn dood heeft volbracht, wat wij, vervreemd van het leven Gods niet kunnen volbrengen, dat Christus gestaan heeft op de plaats waar God de mens wilde hebben en ons daardoor op zijn plaats brengt." Zo gaf het G.W., dd. 7-5-'60 de kern van het betoog van dr. Sperna Weiland weer. Ik zal niet beweren, dat hierin geen waarheidselementen schuilen. Maar de klare, nuchtere toepassing, gehjk de Heilige Schrift ons die geeft, ontbreekt m.i. te veel. Hoe wordt dit alles bedoeld? En dan die verwisseling van „zonde en verzoening" door „vervreemding" en „bevrijding".

We leven in een tijd van vervlakking, van mystificatie en „verdamping van de heilsfeiten". Inderdaad een ernstige tijd. Prof. Severijn wees daarop terecht ter jaarvergadering van de Gereformeerde Bond, 4 mei j.l. Ook een „aparte" vergadering. Maar het is goed die „apartheid" te kweken. Ze kan tot fimdering en verrijking des geloofs dienen. Het referaat van ds. Kievit was daartoe zeer dienend. Eenvoudig, helder én stimulerend. Ach ja, er zijn nog goede dingen in Israël. Gode de dank en ons de zegen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's