De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jaarverslag van de secretaris

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jaarverslag van de secretaris

11 minuten leestijd

Geachte leden van de Gereformeerde Bond.

Het is mij een voorrecht om ook op deze jaarvergadering van de Gereformeerde Bond verslag uit te brengen over het afgelopen verenigingsjaar.

Het is mij een dubbel voorrecht, als ik zie op het feit, dat de Heere mij van een ernstige keelaandoening, die mij het spreken belemmerde, weer heeft willen herstellen. Twee maanden lang heb ik geen spreekbeurten kunnen vervullen.

Twee maanden lag ook mijn werk in Driebergen stil. Gelukkig kon ik mijn administratief werk voor de bond voort zetten.

Elke maand vergaderde het Hoofdbestuur in Utrecht. De behandeling van de agenda eiste altijd een volle dag. Ja, soms was die agenda zo overladen, dat er spoedig weer een tweede vergadering op moest volgen.

Ook in het afgelopen jaar konden vele studenten worden geholpen om hun studie voort te zetten. Verscheidene kandidaten gingen de gemeenten in. Het aantal vacatures is de laatste jaren dan ook sterk aan het afnemen.

Het heeft het Hoofdbestuur dankbaar gestemd dat er vele collecten zijn binnen gekomen. Met vele grote en kleine giften werd onze penningmeester telkens verrast.

Ook kwam er een aanzienlijk bedrag aan contributies binnen, dank zij het feit dat het aantal leden nog steeds blijft toenemen.

Ik heb maar weinige jaarverslagen gehouden in de vele jaren van mijn secretariaat, waarin ik geen melding kon maken van de een of andere testamentaire beschikking.

Het is u reeds bekend uit De Waarheidsvriend, dat mevr. wed. Kroezeman- Pauzinga die in Dantumawoude overleden is, bij testamentaire beschikking ons een bedrag van twee honderd en vijftig gulden, vrij van successierechten, heeft nagelaten. Wat 'n schone gedachte! Niet alleen bij het leven het werk der verbreiding van de waarheid financieel te willen steunen, maar ook in het testament het werk van de gereformeerde bond te willen gedenken.

Met dankbaarheid aan de Heere mogen we ook op deze vergadering haar naam opnieuw in herinnering brengen. Eveneens de naam van mevrouw van Soest, overleden te Driebergen, die ƒ 1000, - legateerde.

Als we nu vandaag zien op het afnemen van het aantal vacatures en op de toevloed van kandidaten, dan kan ik begrijpen, dat de vraag bij iemand kan opkomen of het nog wel zo nodig is het bijeenbrengen van gelden om jonge mensen op te leiden tot het predikambt te stimuleren.

Toch is niets minder juist dan dat. Neen, dat werk mag niet worden ingekrompen, laat staan worden stopgezet.

In de loop van de jaren ging het met de opleiding steeds op en neer.

Er zijn inderdaad tijden geweest, dat we met zulk een tekort aan predikanten hadden te worstelen, dat op één kandidaat tien, twaalf of nog meer beroepen werden uitgebracht, maar dan kwam er enkele jaren later weer een tijd, dat een kandidaat op een beroep zat te wachten.

Zo kunnen we nu al opmerken, dat in de komende jaren de toevloed weer gaat afnemen.

Moet het ons niet tot blijdschap stemmen, dat gemeenten, die al meer dan tien jaar lang vacant zijn geweest, einde- Hjk ook eens aan de beurt komen?

En is het niet gebleken, dat onze kandidaten ook worden begeerd in gemeenten die te vergeefs zoeken naar een rechtzinnig prediker, die ook een gezang wil laten zingen?

Neen, neen, geachte leden, de vraag die maar even mocht opkomen over een teveel, moet onmiddellijk worden onderdrukt.

Met alle macht moeten we voort op het ingeslagen pad om, zo het mogelijk ware, de actie nog te verdubbelen.

De zaak van de vrouw en de ambten had gedurig onze belangstelling.

Twee en twintig december 1958 ontvingen we van de synode een antwoord op ons protestschrijven tegen de toelating van de vrouw tot de ambten. Een uitvoerige repliek op dit antwoord is vorig jaar bij de synode ingezonden. Het is voorts aan alle predikanten en kerkeraden, die tot de gereformeerde bond gerekend kunnen worden, toegezonden.

Een en twintig september en zes en twintig oktober 1959 heeft het Hoofdbestuur samensprekingen gehad met onze gereformeerde predikanten over de vraag welke gedragslijn ons in verschillende gevallen past, waarvoor wij in de praktijk kunnen worden geplaatst.

Op verschillende plaatsen in den lande deden zich in dit opzicht moeilijkheden voor, ondanks de vermaning van de synade om zoveel mogelijk conflicten te voorkomen.

Zoals bekend, is het gewoonte geworden in het begin van het nieuwe jaar een contio voor onze predikanten te houden om belangrijke actuele vragen met elkander te behandelen. Deze conferenties worden gewoonlijk op Woudschoten gehouden en worden goed bezocht. Ook dit jaar mocht de conferentie bijzonder geslaagd heten.

Het Hoofdbestuur was zo gelukkig zijn Excellentie de Lt.-Generaal M. R. H. Calmeyer bereid te vinden voor ons te refereren over: De zwaardmacht in het atoomtijdperk. Met grote belangstelling werd deze belangrijke rede gevolgd.

De eerste avondvergadering was gewijd aan de voor ons steeds waardevolle vraag betreffende het geloof bij Calvijn. Voorbereid door ds. G. Boer en ds. G. J. P. Lam en ingeleid door eerstgenoemde bleek in de discussie, waarin ds. Boer zich dapper weerde, hoe rijk en veelzijdig dit onderwerp is.

De tweede morgen werd het woord gevoerd door ds. L. Kievit over de vraag, die bij ons was opgekomen, wat wij in de kerkelijke strijd van Galvijn kunnen leren. Volkomen terecht stelde referent de formulering voor: Wat kunnen wij op onze plaats in de strijdende kerk van Calvijn leren? Hierdoor werd niet alleen de juiste stand van zaken getekend, maar ging een perspectief op over de behandeling, welke ook op zich zelf de bewondering der vergadering en grote waardering vond.

Het Hoofdbestuur had levendige belangstelling voor de plannen om op de Veluwe te komen tot de stichting van een opleidingsschool voor gezinsverzorgsters. Een samenspreking werd gehouden met ds. van de Boogert van Harderwijk en ds. Kleermaker van Nunspeet. De school is in Harderwijk midderwijl reeds geopend.

Ook voor de opleiding van kleuteronderwijzeressen werd onze aandacht gevraagd. We hadden in verband daarmee contact met de heer Kijkuit te Gouda.

Ds. Eijsenga en de heren de Groot en Gundlach vergaderden met het Hoofdbestuur om de stichting van een kampcentrum voor de jeugdbonden onder de ogen te zien.

Ons medebestuurslid, dr. H. Bout, gaf ook in het afgelopen jaar weer een aantal colleges voor de vrije faculteit van de protestantse theologie te Aix in Frankrijk.

Met het oog op de geestelijke verzorging van de schippers, die zondags gaarne een gereformeerde prediking begeren te beluisteren heeft de secretaris gegevens verzameld omtrent de gemeenten, waarin schippers veelal des zondags voor anker gaan. Vervolgens geeft hij aanwijzingen van plaats en tijd, waarop in die gemeenten een prediking naar Schrift en belijdenis kan worden gehoord. Een en ander heeft hij in een boekje saamgevat, dat dezer dagen zal verschijnen. Nadere publicatie zal in De Waarheidsvriend worden gedaan.

Ons orgaan mocht zich intussen verheugen in toenemende belangstelling. In het laatste halfjaar mochten we een aanwas constateren van ongeveer vijf honderd nieuwe lezers. Ik dank allen, die er aan mede geholpen hebben en spreek de wens uit, dat zij, die er tot op heden niets aan gedaan hebben, de hand aan de ploeg willen slaan en de duizend nieuwe lezers helpen vol maken. Proefnummers worden gaarne toegezonden.

Er zijn in het afgelopen jaar weer vier afdelingen bij gekomen n.l. te Bussum, te Zaltbommel, te Amstelveen en een te Nijverdal. Over de oprichting van nog enkele afdelingen worden besprekingen gevoerd.

Ik dank de secretarissen van die afdelingen, die mij de verbeterde ledenHjsten hebben toegezonden. Door vertrek, door overlijden, door bedanken en door toetreden, komen er jaarlijks verscheidene veranderingen. Als dit in mijn kaartensysteem niet zou worden bijgehouden, dan zou het na enkele jaren helemaal niet meer beantwoorden aan de werkelijkheid. Daarom doe ik een beroep op alle secretarissen om ze mij spoedig toe te zenden.

Vele afdelingen vroegen om advies aan het Hoofdbestuur in het afgelopen jaar. Te veel om te noemen. Uit het vele willen we enkele dingen aanstippen.

Allereerst denk ik aan de afdeling Barendrecht. In de aula van een schoolgebouw was men in Barendrecht begonnen om op zondagmiddag spreekbeurten te organiseren, nadat alle onderhandelingen met de kerkeraad over vervulling van beurten op zondagen door herv. gereformeerde predikanten waren vast gelopen. Verscheidene predikanten hebben daar beurten vervuld, o.a. ds. Broere, ds. van Galen, ds. de Waard en ds. Goedhart. Terwijl in het gehele land van rechts tot links straffeloos wordt geevangehseerd, heeft de commissie voor opzicht en tucht van Zuid-Holland gemeend deze predikanten te moeten bedreigen met schorsing, als ze zouden oortgaan om voor die afdeling op zonagen meerdere beurten te vervullen.

Dè afdeling Alblasserdam vroeg om onze medewerking om er bij de kerkeraad van Alblasserdam op aan te dringen, dat er bij de stichting van een derde predikantsplaats aan een hervormd gereformeerd predikant zou gedacht worden.

De afdeling Krimpen aan de IJssel deelde ons mede, dat de beurten in de kerk, die door hervormd gereformeerde predikanten mochten vervuld worden, zijn ingekrompen. Van het beroepen van een gereformeerd predikant is nog geen sprake, hoewel ook de visitatoren generaal de kerkeraad adviseerden een tweede predikantsplaats te stichten. Alles stuitte af op de onwil van de kerkeraad. Men zal zich moeten beraden welke weg nu het beste kan worden ingeslagen. Ook de commissie van de minderheden had een samenspreking met het bestuur van de afdeling en het evangelisatiebestuur bij monde van ds. A. Vroegindeweij, de heer van Woerden en de secretaris.

Zutfen's afdeling is begonnen om op zondagen spreekbeurten te laten vervullen.

Te Driebergen is de evangelisatie gesloten, nadat de kerkeraad had besloten om zeventig spreekbeurten in de kerken door gereformeerde predikanten te laten vervullen. Daarbij bleef het niet. Na het vertrek van ds. van Druten besloot de kerkeraad ds. van Dijk van Garderen te beroepen. Deze bedankte, maar met algemene stemmen werd toen een beroep op ds. Moll van Schoonhoven uitgebracht, die dit beroep tot onze blijdschap inmiddels heeft aangenomen.

Ook te Shedrecht werd de evangelisatie gesloten na de overkomst van ds. den Boer.

Verscheidene predikanten werden lid van de gereformeerde bond.

Het predikantenbureau voorziet nog steeds in een grote behoefte. Enige honderden beurten heb ik in het afgelopen jaar kunnen regelen. Het zou nog beter functioneren als de predikanten en de kerkeraden en de godsdienstonderwijzers, die door bemiddehng van het bureau beurten aannamen, mij daarvan ook onmiddellijk wilden verwittigen. Dat liet helaas nog al wat te wensen over.

Ook in het jaar wat weer achter ons ligt, werd ik gedurig verrast met zendingen boeken voor onze studenten. Het was voor mij een prettige taak om ze te distribueren.

Ook mijn hartelijke dank aan allen die mij met giften hebben verblijd. Daardoor was het mogelijk om nog weer enige nieuwe werken aan te schaffen voor onze studenten.

Zo ben. ik dan langzamerhand gekomen aan het einde van mijn jaarverslag. Ik hoop niet dat ge in dit verslag een toon van zelfgenoegzaamheid hebt beluisterd vanwege al hetgeen door het Hoofdbestuur gedaan is.

Zeker, wij moesten u van het een en het ander op de hoogte stellen. Voor zelfverheerlijking is er echter geen plaats. Wat was ons werk gebrekkig! Wat kleefde er veel zonde en tekortkoming aan. En dat niet alleen. Laten we ook eens denken aan de zonde van de nalatigheid, aan zoveel, waarin wij in gebreke zijn gebleven. Als de ogen daarvoor mogen opengaan bij het licht van Gods ontdekkende genade, dan past ook ons de bede van Daniël: O Heere wij hebben tegen U gezondigd, wij en onze vaders.

Dan moet de bede wel opstijgen naar omhoog, dat de Heere ons werk niet verlate, maar dat Hij om Christus wil al onze schuld en al ons tekort genadig moge verzoenen en dat Hij bij de voortgang de gereformeerde bond nog moge gebruiken als een middel om onze kerk, die zo ver is afgeweken, weer terug te roepen tot de reformatie.

Moge het werk van de bond gedragen worden door het gebed van vele bidders en bidsters in onze vaderlandse kerk.

Er zijn blijde tekenen! In vele delen van ons vaderland horen we weer van de vraag naar gereformeerde prediking.

En al mogen we dan in de ogen van velen, die zich niet met ons verenigen kunnen, gelijken op die amechtige Joden, die onder allerlei moeilijkheden de oude verwoeste tempel weer trachten op te bouwen, laten we ons toch vastklemmen door het geloof aan het woord van Nehemia de Godsman: „En God van de hemel zal het ons doen gelukken".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Jaarverslag van de secretaris

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's