De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

9 minuten leestijd

De kerkehjke pers ontbreekt het de laatste tijd zeker niet aan stof tot schrijven over allerlei geruchtmakende kwesties. Was daar eerst de zaak-prof. Smits, die vele scribenten in de pen deed klimmen, thans kimnen wij weer spreken van de zaak-dr. H. v. d. Linde, de Middelburgse Hervormde predikant, die — zoals de lezers van dit blad uit de dagbladen kunnen weten — van plan is binnenkort over te gaan naar de Roomse Kerk. Hij is niet de eerste en zal zeker ook niet de laatste theoloog zijn, die uit een reformatorische kerk overgaat naar de kerk van Rome. Uit het recente verleden zijn ons o.a. de overgangen bekend van de Hervormde predikanten dr. W. H. v. d. Pol en ds. J. Loos en de Gereformeerde predikant ds. H. B. Visser.

Vanzelfsprekend heeft het voornemen van dr. H. v. d. Linde om Rooms te worden allerwege beroering gewekt en diverse persreacties doen loskomen. Deze reacties verschillen onderling nogal enigszins ten aanzien van de principiële beoordeling van deze overgang. De een ziet deze overgang min of meer als een logische consequentie van het eenmaal door dr. v. d. Linde ingenomen standpunt met betrekking tot een mogelijke realisering van de doelstellingen van de oecumenische beweging. De ander acht deze overgang juist in tegenspraak met de gangbare visie in de oecumene op het vraagstuk van de eenheid der kerk, terwijl rooms-katholieke persstemmen deze overgang toejuichen als de enige weg tot zichtbaarmaking van de Una Sancta. Zo zouden er nog wel meer reacties te noemen zijn naar aanleiding van deze overgang.

In „Hervormd Nederland" wijdt de hoofdredactem: een artikel aan deze zaak onder de titel: „Overgang naar Rome geen weg naar oecumene". Volgens ds. Landsman was dr. v. d. Linde bezeten door een passie voor de eenheid der kerk.

Reeds zijn proefschrift in 1948 over „Rome en de Una Sancta", dat handelde over het oecumenische vraagstuk en de arbeid van Rome voor de hereniging der kerken, wees erop, hoe het oecumenische vraagstuk in de breedste zin van het woord hem boeide. Eigenlijk is dit te zwak gezegd. Eerder moet worden gesproken van een hem nimmer loslatende passie, die hem ertoe bracht hoe langer hoe meer en hoe langer hoe consequenter de zg. „katholieke" kerken en vooral ook Rome, te betrekken in een oecumenisch denken, dat er niet voor terugschrok een schema voor een oecumenische strategie op te stellen die het mogelijk zou moeten maken in een herenigde christenheid alle tradities van de Kerk der eeuwen als evenzovele sectoren van de Una Sancta, het Lichaam van Christus, te betrekken.

Dit denken deed hem langzamerhand afgroeien van de oecumenische beweging zoals deze in de Wereldraad van Kerken gestalte heeft gekregen.

Maar ook al ontketende zijn laatste bredere publikatie over „De komende oecumenische Kerk" ('56) in reformatorische kring een zeer felle discussie en al gingen er ook toen reeds vele waarschuwende stemmen op, nog was het moeilijk aan te nemen dat zijn geestelijke ontwikkelingsgang tenslotte op de beslissing zou uitlopen, die thans is genomen.

Schreef dr. v. d. L. zelf niet dat het bij het herstel van Christus' Kerk in de eerste plaats gaat om een herstel naar de diepte, kwalitatief, en niet kwantitatief?

Toch moesten wij toen reeds constateren naar aanleiding van dr. v. d. L.'s uiteenzettingen: „Zijn waardering voor de reformatie schijnt een andere te zijn dan de onder ons gangbare. Is ze voor hem niet een stadium, dat overwonnen moet worden? Dreigt hij zo niet langzaam maar zeker te vervreemden van het belijden der vaderen en van het erfgoed van de reformatie? " (H.N. 27-4-'57).

Deze vrees is dus bewaarheid geworden. Ds. Landsman betreurt dit ten zeerste. Hij schrijft verder:

In 1950 verscheen het „Herderlijk Schrijven van de generale synode betreffende de Rooms-Katholieke Kerk", waaraan ook dr. v. d. L. nog zijn medewerking verleende. Daarin werd, uitgaande van officiële leeruitspraken van de R.K.-kerk, die nooit werden herroepen, duidelijk, op schriftuurlijke gronden, stelling genomen tegen Rome's Maria-leer, de mensbeschouwing, de genadeleer, de sacramentsopvatting, de leer omtrent de ambten en die over de goede werken.

In hetzelfde jaar heeft een vijftal hoogleraren van de R-K. Universiteit te Nijmegen daarop geantwoord in een vrij omvangrijk geschrift. Daarop is nooit officieel ingegaan. Dit is temeer te betreuren waar deze hoogleraren het hervormde schrijven als simplistisch kwalificeerden en ijverig probeerden de glasheldere uitspraken van Trente en het Vaticaans Concilie te relativeren met een verwijzing naar de geheimenisvol-genuanceerde rijkdom van de geloofswaarheden. Sindsdien is de daardoor ontstane onklaarheid nog toegenomen ten gevolge van het feit dat in Nederland, evenals in Frankrijk, de invloed  van de „nieuwe theologie" sterk is toegenomen en althans hier te lande vele vooraanstaande rooms-katholieken zich de weelde kimnen veroorloven zich soms vrij kritisch uit te laten over menig aspect van de kerkelijke leer en praktijk.

Leidt deze „nieuwe theologie" in de Roomse kerk tot correcties in de officiële Roomse leerstellingen, waardoor de overgang van dr. v. d. Linde wat meer begrijpelijk zou worden? Neen!

Veeleer kan men zeggen dat als de kerk zich uitsprak over deze vernieuwingspogingen, zoals b.v. gebeurde in de encycliek „Humani generis" van 1950, zij zich fel keerde tegen wat zij toeschreef aan „ongezonde vernieuwingszucht".

En wat de kerkelijke praktijk betreft: het oecumenische concilie waar progressieve katholieken zoveel verwachtingen van koesterden en waar ook sommige protestanten wonderveel van verwachtten, blijkt een zuiver intern-Roomse aangelegenheid te zijn en eerder dienstbaar gemaakt te zullen worden aan een versteviging van eeuwenoude posities dan dat het de bedoeling zou hebben de Kerk van Rome open te breken naar de „wereldkerk", zoals wij die als reformatorische christenen hebben leren ontdekken.

Hoe moet nu verder onze houding zijn tegenover de huidige gang van zaken bij Rome? Ds. Landsman meent, dat het „gesprek met Rome" moet worden voortgezet. Bovendien is voortdurende bezinningsarbeid nodig. Het gaat om de relevantie van het erfgoed der reformatie, ook nu. Wij dienen goed te weten, waar wij met Rome aan toe zijn.

Welnu, dat weten wij nog steeds! Maar helaas weten dat lang niet alle Hervormde theologen. Is er wel werkelijk een gesprek met Rome mogelijk, zonder het erfgoed der Reformatie te verloochenen? Wat doen wij in deze situatie met de belijdenis der vaderen, dat de Roomse kerk de valse kerk is? Geldt deze belijdenis ook heden nog of is zij achterhaald door de feiten? Wij menen, dat het huidige theologische denken in deze veel te synthetisch is en te weinig de antithese ziet tussen Rome en de Reformatie.

Ook het blad „De Wekker" schenkt aandacht aan deze overgang. In zijn wekelijkse rubriek „Voor de lens" noemt ds. Velema te Apeldoorn deze overgang een teken. Zij is niet plotseling opgekomen, maar reeds lang in dr. v. d. Linde's theologisch denken voorbereid geworden. Zijn boekje „De komende oecumenische kerk" (uit 1956) bevat deze zinsneden:

„Onze tijd is bezig het mysterie van de kerk opnieuw te ontdekken of te beleven. Het besef van dit mysterie is o.i. het zuiverst en rijkst bewaard in de z.g. katholieke traditie van de Kerk in Oost en West. Dan moeten we daarheen terug. Of liever daarheen vooruit. De andere tradities hebben binnen dit bestek een kostelijke bijdrage te schenken. Zo wordt een reële weg naar de Una Sancta gewezen".

Ondanks deze woorden — zo schrijft ds. Velema — kon dr. v. d. Linde rustig in de Hervormde Kerk blijven. Helaas, dat kon!

Dit boekje was het voorspel op de stap, die nu bekend geworden is. Ds. Velema acht het nodig — en o.i. terecht — in dit verband een waarschuwing te laten horen tegen de Wereldraad van Kerken. In de Nederlandse afdeling van de wereldraad is nl. dr. v. d. Linde een tijd lang secretaris geweest.

Nu zouden we aan dit hele geval niet zoveel aandacht besteden, als het hier niet betrof de figuur juist van deze dominee, die een zeer vooraanstaand man is geweest in de Nederlandse afdeling van de Wereldraad van Kerken en die op zeer duidelijke wijze, de idee van de Wereldraad van Kerken heeft gepropageerd.

Dr. v. d. Linde is niet de eerste de beste, maar hij was een uitgesproken Wereldraadman. Zeker, de laatste 7 jaar was hij weer „gewoon" predikant, en hij groeide langzamerhand af van de oecumenische beweging, zoals deze in de Wereldraad van Kerken gestalte heeft gekregen.

Maar dat neemt niet weg dat er m.i. verband bestaat tussen zijn Wereldraad-idealen en deze overgang naar de Roomse Kerk.

Dr. v. d. Linde was gegrepen door de eenheidsgedachte, de oecumenische gedachte van de kerk der toekomst. Hij is op weg gegaan om deze idealen, er eenmaal door gegrepen, te verwezenlijken.

Vanzelfsprekend is dit een groeiproces geweest.

De Middelburgse dominee heeft niet anders gedaan dan de consequentie getrokken uit deze idealen en gezien dat, gegeven deze idealen, er maar één weg is; overgaan naar Rome. Daarom is deze overgang een teken!

Een teken van de richting, waarin Wereldraad zich beweegt. de

Een teken van de consequentie van de eenheidsgedachte.

Het is daarom goed deze overgang scherp te signaleren.

Inderdaad, er zijn vele wegen die naar Rome leiden — aldus ds. Velema. Er is een weg via de liturgische beweging. Voorbeelden hiervan zijn dr. W. H. v. d. Pol en ds. J. Loos. Er blijkt dus nu ook een weg te zijn via de oecumenische beweging — getuige dr. H. v. d. Linde, wiens oecumenische idealen hem bij, Rome hebben gebracht.

Hoe anders was de weg van Luther. Zijn weg naar en door Rome voerde hem juist tot de Reformatie, en anderen zijn hem gevolgd. Deze wegen zijn diametraal, elkaar tegengesteld.

Het zuivert alleen maar de lucht, wanneer de consequenties op deze wijze openbaar komen. En tegelijk is deze overgang een waarschuwing voor ieder, die zich door dit eenheidsideaal laat leiden.

De toenadering die er in Roomse kring tot de Wereldraad van Kerken is te bespeuren doet daar niets aan af. Rome blijft zichzelf gelijk en kan niet anders dan de oplossing; van de verdeeldheid prediken: terugkeer tot de Moederkerk,

Die prediking heeft bij dr. v. d. Linde reeds vrucht gedragen.

Daarom zij men gewaarschuwd.

Geen christendom boven geloofsverdeeldheid, maar de eenheid in de waarheid, de enigheid van het ware geloof!

Verontrustend is bovenal ook de wijze waarop de kerkeraad van de Hervormde Gemeente te Middelburg deze zaak voor de gemeente heeft getracteerd. In haar verklaring zijn de motieven voor deze overgang genoemd, niet minder de schriftuurlijke bezwaren tegen het Roomse leersysteem. Dit alles is correct. Maar wij bespeuren niets van heilige verontwaardiging over deze afval van het reformatorische geloof, noch enige oproep tot bekering aan of gebed voor dr. v. d. Linde. Het verval der kerk schrijdt wel haastig voort.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's