De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZONDAG EN ZONDAGSARBEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZONDAG EN ZONDAGSARBEID

6 minuten leestijd

Onder deze titel verscheen in januari j.l. in het kaderblad van het C.N.V. „Evangelie en Maatschappij" een uitvoerig rapport over dit vraagstuk.

Nadrukkelijk wordt gesteld, dat hierin niet te lezen valt het standpmit van het C.N.V. aangaande deze zaak. Het is het verslag van de sociaal-ethische commissie, die zich na een rapport in 1957 over de ploegenarbeid te hebben uitgebracht, nu apart met het vraagstuk van de zondagsarbeid heeft bezig gehouden.

Alvorens als vakverbond hierin bepaalde uitspraken te doen, wil het C.N.V. dit ontwerp-rapport aan ieder ter bezinning voorleggen en men hoopt veel reacties te krijgen om mede aan de hand daarvan tot een verantwoord oordeel te komen.

Weliswaar werd in De Waarheidsvriend van 31 maart j.l. reeds een in „De Wekker" verschenen stuk erover aangehaald, maar dit stuk besprak slechts één punt uit het rapport.

Om de lezerskring van De Waarheidsvriend erin te betrekken, wil ik trachten u een overzicht van het gebodene te geven, zonder het te beoordelen, zodat u geheel vrij bent in uw reacties, waarvan ik hoop, dat er vele uit ons midden zullen komen. Gaarne bieden wij onze bemiddeling aan om deze meningen te horen *). Misschien vloeit daar ook voor ons een nieuwe bespreking uit voort en in ieder geval zou het prettig zijn de gedachten, die daarbij naar voren komen, door te kunnen geven aan 't C.N.V.

Wij moeten allen de samenstellers zeer dankbaar zijn, dat zij over dit netelige vraagstuk hebben willen spreken. Tevens mogen wij wel weer eens op het voorrecht wijzen, dat in Nederland een christehjke vakbeweging is, die dergelijke zaken te berde brengt. Want het is ondenkbaar, dat men dit in z.g. neutrale kringen zou hebben gedaan. En de mannen, die op deze fronthjn van het maatschappehjk leven op de bres staan voor het gezag van Gods Woord, verdienen meer steun te krijgen bij hun werk, dan hun nu wel ten deel valt, ook uit onze kringen.

Daar komt nog bij, dat vragen als de onderhavige nu reeds veel meer dan vroeger ook de jongere generatie gaan beroeren, juist in de gemeenten van de Herv. Kerk, die vanouds als Herv. Geref. bekend staan. Deze gemeenten liggen overwegend op het platteland, waar het werk vrijwel uitsluitend agrarisch bepaald was. In landbouw en veeteelt is echter niet meer voor allen werk en een steeds toenemend aantal mensen, ook ouderen, komt in de industrie terecht. Op Flakkee b.v. is de laatste 10 jaar voor ± 1500 kostwinners de dag gekomen, dat zij pendelarbeiders werden. En dat moest eenvoudig, omdat er anders geen werk en dus geen brood meer is. Elders is het navenant.

Dit grijpt zeer diep in in de persoonlijke- en gezinsomstandigheden. Wij dienen elkaar als christenen niet als wij daarvoor de ogen sluiten en maar afwachten hoe het gaat. Er zijn maatschappelijke ontwikkelingen gaande, die straks velen voor ernstige gewetensconfhcten zullen plaatsen. Dat voor alle vragen een verantwoorde oplossing te geven is zal wel niemand durven zeggen, maar bij voorbaat menen, dat hier vanuit ons gereformeerd beginsel geen enkel antwoord te geven is, betekent een wel zeer lage waardering voor dat beginsel en ontrouw aan de reformatoren, die juist de ogen zozeer hebben geopend voor de eis, dat ook de maatschappij naar Gods getuigenis heeft te wandelen.

De commissie, die dit rapport opmaakte was ruim samengesteld uit mannen, die in de praktijk staan en predikanten van verschillende kerken, ook uit Herv. Geref. kring.

Het onderwerp is verre van eenvoudig, zoals voor ieder duidehjk zal zijn. Zodra wij over zondagsheiliging gaan spreken, betreden wij een terrein vol voetangels en klemmen, dat sinds de Reformatie tot zeer uiteenlopende meningen heeft geleid. Opmerkelijk is wel, dat in ruimere kring de zondagsviering in de aandacht staat, getuige het feit, dat dezer dagen ook van het Ned. Gesprekscentrum een brochure verscheen onder de titel: „De zin van de zondag." Deze laten wij nu echter onbesproken.

Het begin van het rapport behandelt de huidige omvang van de zondagsarbeid, nadat gewezen is op de zeer geringe betekenis ervan voorheen, toen zondagswerk vrijwel beperkt bleef tot dingen, die door de natuur werden opgelegd.

De tijd staat echter niet stil en nu is daar de grote plaats van de industrie, de recreatie en het toegenomen verkeer als de elementen, die het leven belangrijk beïnvloeden. Onweersprekelijk was en is er de noodzaak voor ons volk om in de industrie voor de groeiende bevolking werk te zoeken en dus gaan tallozen, die vroeger op het land werkten, nu naar de fabriek.

Nu neemt het aantal bedrijven, dat om technische redenen niet stil gezet kan worden, toe. Met het feit, dat gas- en electriciteitscentrales ook 's zondags werken, hebben wij ons reeds lang verzoend en ieder gebruikt de daardoor geproduceerde zaken ook 's zondags zonder wroeging. Maar er zijn daarnaast bedrijven gekomen, die meer mensen vragen en ook 's zondags door moeten werken, zoals hoogovens en raffinaderijen.

De technische noodzaak van het doorgaan van het productieproces op zondag in zulke bedrijven is onmiskenbaar. Het is gebruikelijk daarbij de personeelsbezetting op zondag zo gering mogelijk te doen zijn. Er zijn doorgaans wel takken van dienst in zulke bedrijven, die niet zó direct bij het proces betrokken zijn, dat hun arbeid niet één of anderhalve dag zou kunnen worden onderbroken, zonder het hele productieproces in zon bedrijf onmogelijk te maken.

Toch betekent zulk een wekelijks terugkerende vermindering van de personeelsbezetting ook in bedrijven, waar dat mogelijk is — dat is veelal het geval — een bedrijfseconomisch nadeel. Vandaar dat men in bepaalde kringen, waar het confHct met het gebod tot zondagsheiliging niet zo wordt gevoeld, oren heeft naar een oplossing, waarbij de vrije dag niet steeds op zondag valt, maar telkens opschuift. Men spreekt dan van de glijdende werkweek. Daarbij heeft elke dag van de week een even groot deel van het personeel een vrije dag; uiteraard telkens een ander deel. Zo is dus de hele week door ook de personeelsbezetting even groot. Dat maakt een economischer productie mogelijk.

Enerzijds dus zondagsarbeid, die onontkoombaar is, omdat anders het productieproces in zó'n bedrijf onmogehjk zou worden; anderzijds bij de glijdende werkweek, zondagsarbeid, omdat het voordeliger uitkomt.

De behoefte aan recreatie (ontspanning) neemt steeds toe en leidt tot enorme vermeerdering van het verkeer; daaruit vloeien een zware belasting van het politiepersoneel en het vervoerswezen (treinen, bussen) voort, juist ook op de zondag.

Is dat nu allemaal onvermijdelijk, zodat wij er ons mettertijd, zij het node, bij neer moeten leggen? Gewezen wordt dan op het feit, dat in de maatschappelijke ontwikkeling de mens toch een zeer beslissende rol zal blijven spelen.

Hier wordt de vraag opgeworpen in het rapport, of zondagsarbeid het welzijn van de mens bevordert. En welvaart betekent lang niet altijd hetzelfde als welzijn.

(Wordt vervolgd.)


*) Men schrijve daartoe aEiii ds. J. van Drenth, Hervormde pastorie, Ooltgensplaat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZONDAG EN ZONDAGSARBEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 mei 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's