De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

11 minuten leestijd

Uit de slotzitting: van de Synode van Utrecht — Over de situatie in Zuid- Afrika — Dr. Knibbe's artikelen in Ned. Gedachten — Terug in het vaderland — Naar Pinksteren.

Vrijdag 13 mei jl. is de Generale Synode der Geref. Kerken gesloten, na een klein jaar, met de nodige onderbrekingen, bijeen te zijn geweest. In die slotzitting heeft ze een m.i. wijs besluit genomen ten aanzien van vragen uit de classis Rotterdam en van de kerk van Giessendam-Hardinxveld, die er op neerkwamen, dat de Synode „zich uit zou spreken" — aldus „Trouw" dd. 14 mei ll. — „over de apartheidspolitiek" in Zuid- Afrika." De Synode heeft dit niet gedaan en daarvoor als motivering gegeven: „dat het voor de synode niet mogeUjk is te treden in een beoordeling van de politieke oplossing van het uiterst gecompliceerde vraagstuk van de onderlinge verhoudingen der rassen in Zuid-Afrika.". Hieraan ging vooraf de overweging: „omdat de synode zich uiteraard onthoudt van elke beoordeling van de jongste gebeurtenissen in Zuid-Afrika".

Dit is een besluit, dat in de lijn is van de nationaal-gereformeerde kerk onder de republiek. Zelfs in tijden van grote spanningen in „het Gemeenebest" hielden zich de classis afzijdig van inmenging in politieke zaken.

Meerdere kerken hebben niet de gedragslijn gevolgd, die de synode van Utrecht heeft aangehouden. Men weet van de brief van het moderamen onzer synode, gericht aan de kerken in Zuid- Afrika, waarmede de onze „in correspondentie" is. Die brief was kalm gesteld, doch naar mijn smaak niet in stijl met die, van de „kerk der vaderen".

Meerdere kerken hebben zich — en dan in veel scherpere bewoordingen — in deze Zuid-Afrikaanse aangelegenheid gemengd. Paus Johannes XXIII heeft zijn Paasboodschap er voor gebruikt. Het hoofd van de Anglicaanse Kerk, de aartsbisschop van Canterbury, eveneens. Vooral ten opzichte van de laatste kan men zich afvragen: vanwaar de durf tot dit alles, gegeven een apartheidspolitiek door Engeland bedreven en bedrijvend.zij het ook met verschil in vorm. De strijd der Engelsen in Noord- en Zuid-Rhodesia met Niassaland tegen de negerbevolking doet er alleszins aan denken, blijkens wat de N.R.Crt. dd. 13-5-'60 vermeldde. Hoe dat ook zij, de synode van Utrecht ging niet in dat spoor. Zij nam bovengenoemd m.i. wijs besluit.

Over wat men „apartheidspolitiek" noemt zijn we de laatste tijd royaal ingelicht. Niet alle dagbladen hebben op zo ruime schaal voorKchting gegeven als de N.R.Crt., welke, behalve in haar gewone berichtgeving, ook nog in 21 artikelen van de hand van een speciale correspondent, de heer J. Huizinga, haar lezers de finesses en problemen betreffende deze zaak voorschotelde. Toch hebben ook de overige persorganen het hunne over de aangelegenheid gezegd. Of het in het generaal objectieve berichtgeving was? Ik wil aannemen, dat men er naar gestreefd heeft. „Trouw" nam ook nog een paar maal een stuk op van lezers, die het met de belichting van de redactie niet eens waren.

Vanwaar al die interesse voor deze aangelegenheid, welke een interne zaak is van ons broedervolk in Zuid-Afrika? Ze staat, meen ik, niet los van het algemene eenheidsstreven, dat een tijdsverschijnsel is, waarmede gepaard gaat een kosmopolitische en humanistische bewogenheid met minder ontwikkelde gebieden, waarin de drang naar vrijheid en democratie zich openbaart. Men zou een parallel kunnen trekken met strevingen en stromingen in de tijd rondom de opkomst van het christendom.

Er zijn nu eenmaal tijden in de wereldgeschiedenis, gevolg van diep insnijdend gebeuren met een catastrophaal karakter, die het volkerenleven in heel zijn structuur niet onberoerd laten. De ontwaking van Aziatische en Afrikaanse volken staat er niet los van. Met name de drang naar zelfstandigheid in Afrikaanse landen, met al de revolutionaire deiningen — men denke aan de Kongo — doet zijn invloed in de Zuid-Afrikaanse beroeringen gelden.

Nu heeft het mijn aandacht getroffen, dat wij naast de doorsnee-voorlichting, zo weinig reactie daartegen hoorden. Mannen, die in Zuid-Afrika een tijd lang werkten, — ik denk aan dr. Gravemeyer — zwegen, naar mijn weten, over dit zeer gecompliceerd probleem. De zaak ligt, bij een verhoudhig van 1 blanke op 5 Bantoes — zo werd onlangs in een beschouwing voor de microfoon de verhouding gesteld — niet zo eenvoudig. Trouwens, ook in meerdere gebieden in Afrika — ik wees er hiervóór reeds op — heeft de blanke bevolking grote moeite zich te handhaven tot leiding geven.

De „apartheidspolitiek" in Zuid-Afrika is ingezet door generaal Smuts, — „sum Jannie" door de boeren genoemd—voortgezet door dr. Malan en dr. Verwoerd. Ze is dus onder een engels-georiënteerde leider aangevangen.

In „Hervormd Nederland", dd. 7-5-'60, staat een fel artikel in de rubriek „Lezers aan het woord", dat nogal geladen is. De schrijver suggereert, dat de „hetze" tegen de Boerenregering van Engelse zijde wordt gedreven, omdat de Engels gezinde politiek van Smuts voorgoed heeft afgedaan, de Engelse taal bijzaak is, het Engelse pond vervangen wordt door een eigen munt. De schrijver die twee kinderen in Zuid-Afrika heeft, zegt o.m., dat „ds. Gravemeyer maar al te goed weet, wat daar pookt en stookt", meent dat Engeland om zijn invloed nog te redden, „het aloude middel dat hem rest, de ophitsing van de zwartjes tegen de Boerenregering", aangrijpt.

Tegen dit artikel zijn scherpe reacties gekomen in „Hervormd Nederland", dd. 21-5-'60. Sentiment ontbreekt niet in dit schrijven van „een lezer", maar het lijkt mij te heet van de naald. Of het tenvoUe verantwoord is, kan ik niet beoordelen. Het lijkt mij van overdrijving niet vrij.

Veel rustiger is de reactie van dr. P. G. Knibbe in „Nederlandse Gedachten" van 7 en 14 mei jl., opkomend uit eenzelfde liefde voor het „Broedervolk" als dat in „Hervormd Nederland'*. Ik neem het begin hier over:

„Groot is het onrecht, dat door allerlei schrijvers en sprekers, aan de Unie van Z.-Afrika tegenwoordig wordt aangedaan als over de apartheid wordt gesproken. Aan wat de beschuldigde antwoordt, wordt ternauwernood aandacht geschonken. Het schijnt alsof men liever de waarheid niet wil horen. De gegeven voorstellingen van zaken zijn zo onjuist, zo ook in Nederlandse Gedachten van 2 april 1960, dat ik mij genoodzaakt acht, terwille van waarheid en recht, te trachten een aantal van die verkeerde voorstellingen uit verschillende bladen recht te zetten."

Zeer betreurt dr. Knibbe de gebeurtenissen in Sharpeville, waar vele Bantoes het leven Heten, maar evenzeer, wat in een „Krottenstad" bij Durban geschiedde, waar de politie „zeer rechtmatig" moest optreden tegen drankmisbruik waarbij in een gevecht met een bende, opgehitst door vrouwen van lichte zeden, een negental agenten omkwamen. Dr. Knibbe zegt dat Zuid-Afrika weinig vrienden in het buitenland heeft, dank zij socialistische en communistische agitatie. De r.k. bevolking, die in Zuid- Afrika 5% van de blanke bevolking uitmaakt, voert een felle campagne tegen de regering om de Bantoes op haar hand te krijgen. Deze 5% r.k. zijn Ieren van oorsprong, vestigden zich in 1920 in de Kaapkolonie. Het waren de Ieren, die indertijd de Zuid-Afrikaanse zaken bij de V.N. brachten. „Thans heeft", zo zegt dr. Knibbe letterlijk, „onder leiding van nmiister Luns Nederland klaarblijkelijk die rol overgenomen en geheel Nederland heeft hem daarbij „gesteund" (Ned. Ged., dd. 7 mei '60). Het Pan Afrikaans Congres, 60.000 leden tellend, — nog geen 1% van de Bantoebevolking — „heeft op 21 mei jl. een manifest verspreid, dat er op neerkwam, dat er voor Blanken geen plaats was in Zuid-Afrika" (Ned. Ged. 7-5-'60).

Ook over de „gehate passen" spreekt dr. Knibbe. Het zijn volgens hem „identiteitsbewijzen" om de Bantoes uit elkaar te houden en past bij de sneue economische ontwikkeling van Zuid-Afrika en als gevolg daarvan een overmatige toestroming van Bantoes naar mijnen en industrieën. Te beginnen met juli e.k. zullen ook voor Blanken „identiteitsbewijzen" verplicht zijn.

Wat deze „passen" betreft, prof. jhr. dr. P. J. van Winter heeft zaterdag 14 mei jl. in een rede voor de Nederlands—Zuid- Afrikaanse Vereniging — ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan der Unie — gezegd, dat „hij het persoonsbewijs niet verwerpt" (N.R.Crt., dd. 16-5-'60).

In een 2e artikel (Ned. Ged., dd. 14 mei '60), bespreekt dr. Knibbe „Het doel der Zuid-Afrikaanse regering: Verheffing der Bantoes". Hij geeft daarin een overzicht van de maatregelen tot zelfbestuur der Bantoes door stamhoofden en hun raden en hun wonen in „reservaten". Ik kan hierover niet uitvoerige mededehngen doen, aangezien dat teveel plaats zou vragen. Alleen nog dit: dr. Knibbe vertelt ook: „Gelukkig zijn er veel kerken waar de andere rassen niet worden geweerd. Ook van Afrikaans sprekende kerken". Het „zendingscentrum in Baarn beweerde — in een gebedsbrief — dat de apartheidswet dit verbiedt." Toen dr. Knibbe „de zendingsman van Baarn dit bestreed en hem aanried de ambassade van de Unie daarover op te bellen, om de eer van het broedervolk te redden", weigerde hij dit „met de meeste beslistheid".

Dr. Knibbe erkent, dat er van regeringswege fouten zijn gemaakt — welke regering maakt ze niet? — dat er verkeerde dingen geschied zijn en nog geschieden, en hij zegt ronduit, dat die fouten moeten hersteld. Hij heeft vertrouwen in de Unie-regering. Maar hij neemt het op tegen een „hetze", waarin allerlei motieven en verkeerde meningen opgeld doen, terwijl men vergeet, dat zonder maatregelen van de overheid de chaos in Zuid-Afrika gaat heersen. Hij pleit voor een ontwikkeHng — en heeft er hoop op — die wij zouden kunnen noemen „een vreedzame coixistentie", en die hij betitelt als: „eigensoortige of evenwijdige ontwikkeling en ook zelfontwikkeling".

Ik meende goed te doen tegenover de doorsneemening, welke bij velen er reeds inging, dit „wederhoor" te geven. Het gaat om de eer van een broedervolk, dat geofferd heeft „goed en bloed", dat mede door concentratiekampen voor vrouwen en kinderen is geknecht, onder Gods leiding tot vrijheid kwam, al kwam die in een andere weg dan Paul Kruger hoopte. Zijn werk, en gebed zijn niet ongezegend gebleven al heeft hij het niet gezien. Hij stierf in Utrecht, het „vaderland in de verte". Het blijft de eer van H.M. Koningin Wilhelmina, dat zij de grijze president de „Gelderland" zond, om hem uit nood te redden en voor gevangenschap te behoeden.

Met blijdschap heb ik gelezen de behouden terugkeer van ds. Meijers en ds. De Lange na hun exploratiereis in Zuid- Afrika. Van hun eerste bevindingen had het laatste nummer van „Alle den Volke" al een en ander bericht. Onlangs las ik in een brief van de hand van mevr. Tichelaar-Winkel, die als afgevaardigde namens de „Hervormde Vrouwendienst" ook in Z.-Afrika was geweest, en nu daar nog haar contacten heeft, hoezeer daar voor de zending wordt gewerkt. Zij kan zich met de gevoerde politiek niet verenigen, doch voelde zich gedrongen de zendingsliefde te roemen. De brief stond in het WeekbuUetin van 7 mei jl. van „Hervormd Persbureau".

Van harte hoop ik, dat de voorzitter en de directeur van de G.Z.B, dergehjke ervaringen hebben opgedaan. Natuurlijk zien wij allen spanningsvol uit naar het in uitzicht gestelde rapport, zijn perspectieven en adviezen. Zal het kunnen komen tot expansie van onze zendingsarbeid in het ontwakende Afrika?

We hopen en bidden. Ik zeg met opzet „wij", want het is een zaak, die onze ganse gereformeerde beweging aangaat. Op de jaarvergadering van onze Zondagsscholenbond en de huishoudelijke vergadering van onze Mannenbond is, behalve de betuiging, dat wij van onze kerk niet willen scheiden, — was er bijzondere reden voor die verklaring? — aangedrongen op eenheid in onze kring. Daarvoor is wel oorzaak, naar ik meen. En tevens voor het Apostolisch vermaan uit Hebreen 12 : 12: „Daarom, richt weder op de trage handen en de slappe knieën". Is daartegen een betere remedie dan een gezamenlijke, nieuwe roeping, een nieuw perspectief? Acties verslappen zo hcht, wanneer de perspectieven ontbreken of niet gezien worden.

We trekken op naar Pinksteren. Joëls Pinksterprofetie, door Petrus als vervuld verkondigd op de grote dag van het Pinksterfeest, geeft perspectieven! Hoor slechts: „Uwe zonen en dochters zullen profeteren, en uwe jongehngen zullen gezichten zien en uwe ouden zullen dromen dromen, en ook op mijne dienstknechten en op mijne dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijnen Geest uitstorten en zij zullen profeteren".

Laat Pinksteren in zijn herdenking ons een roep worden tot die wondere genade, om te leren pleiten op die beloften. Zalig, als de Geest van Christus ons zo aangrijpt. Dan geschieden er wonderen, welke alle wonderen der techniek overtreffen.

Een volk vindt zijn eenheid en openbaart zich als volk des Heeren, bereid tot bidden, werken, worstelen en Ujden, als het moet, om Gods opdracht in heilige bereidheid te vervullen.

Zou de God van Pinksteren iets te wonderlijk zijn?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's