Zondag en Zondagsarbeid
In het vorige week genoemde C.N.V.rapport wordt vervolgens gepoogd de betekenis en het karakter van de zondag te bepalen. Uiteraard komt hier het vierde gebod ter sprake aangaande de sabbat. Men wil de sabbat verstaan als een teken van Gods bemoeienis met Zijn volk, naar luidt van Ezech. 20 : 12, 20. Als dag der rust wijst hij heen naar de rust, die God Zijn volk wil geven. Maar de sabbat hoort ook tot de dingen, „die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest, terwijl de werkehjkheid van Christus is" (Col. 2 : 17).
Tevens had de sabbat een sociale functie. In Deut. 5 : 14 wordt Israël herinnerd aan de uittocht uit Egypte; ddar heerste slavernij, nu is Israël vrij.
Daarna komt aan de orde de oude vraag of met Christus ook de sabbat niet is vervuld. Gelukkig noemt men hier de godsdienstige en sociale functie van de rustdag als onverkort van kracht. Daaraan wordt echter als in één adem toegevoegd, dat de zondag ook een recreatieve functie heeft. Dat geschiedt in de samenkomst der gemeente, maar ook door zich te verlustigen in het werk van Zijn handen. Dit laatste roept wel enige vraagtekens op.
Nader tracht men dan te bepalen, wat nu eigenlijk het welzijn van de mens uitmaakt. Voorop gaan de roeping om God te dienen met de naaste in de gemeente, maar ook om te rusten op Gods dag van de arbeid, die niet in slavernij mag ontaarden. Dit welzijn vraagt om een zekere mate van welvaart, omdat schrijnende armoede b.v. een verhindering van het welzijn moet wezen.
Verder zijn ook de beleving van de gezinsband en de gemeenschap met anderen belangrijke aspecten van de zondagsviering.
Apart wordt nog weer gewezen op de behoefte aan recreatie, door de moderne arbeidsmethoden en het wonen in grote stadswijken bevorderd. Duidelikk blijkt uit dit alles, dat een verantwoorde vormgeving van de zondagsviering niet zo eenvoudig is, omdat wij in een zondige wereld leven.
Een aparte kant van de zaak is de vraag tot welk offer men bereid moet zijn om de zondag als zodanig tot zijn recht te laten komen en tevens in het belang van de naaste te helpen. Daaruit vloeien de volgende praktische vragen voort.
Mag men zich aan bepaalde zondagsarbeid onttrekken? Mag men alleen een bepaalde groep zondagsarbeid laten verrichten? Moet men i.v.m.de werkgelegenheid het offer van een vrije zondag brengen? Is men bereid de gevolgen van zijn beslissing ten volle te aanvaarden?
Daartegen wordt voorop gesteld, dat men bereid zal moeten zijn als christen iets van de welvaart prijs te geven als zondagsarbeid algemeen dreigt te worden. Werken op zondag is niet zonder meer als zonde te betitelen, maar dit zou het kuimen worden als lichamenlijk en geestelijk welzijn van de mens op het spel komen te staan.
Anderzijds zou in een bepaalde bedrijfstak het niet willen doen van zondagsarbeid voor anderen, die op het bedrijf werkzaam zijn, leiden tot volslagen verlies van de zondagsrust.
Hoe moet nu de zondagsarbeid beoordeeld worden als al of niet aanvaardbaar? Op deze vraag wordt positief gesteld, dat handhaving van de zondagsrust van het grootste belang is voor mens en samenleving. Afgezien van de primaire eis daartoe in Gods gebod, heeft de praktijk de schadeUjke invloed van zondagsarbeid overvloedig bewezen.
Verder is het rapport van mening, dat over de zondagsarbeid niet beshst moet worden door technische noodzakelijkheid, maar dat als maatstaf te nemen valt het welzijn van mens en samenleving. Als afwijzing van zondagsarbeid in bepaalde takken tot grote werkeloosheid zou leiden zou het de commissie moeilijk vallen vóór de werkeloosheid te kiezen.
Derhalve wordt gepleit voor zeer grondige bestudering van andere mogelijkheden, alvorens men zou instemmen met z.g. onvermijdelijke vermeerdering van de zondagsarbeid.
Daarop volgt dan de paragraaf over de recreatie, die reeds besproken is in bovengenoemd persverslag. Vermelding verdient nog, dat niet alle leden van de commissie met de gewraakte soepelheid t.a.v. recreatie op zondag instemmen.
De conclusies geven een samenvatting van het bovenstaande en tevens het voorstel, dat indien iemand op grond van geloofsovertuiging zondagsarbeid zou menen te moeten weigeren, hij dan als onvrijwilhg werkeloos zou dienen te worden beschouwd.
Dezer dagen zal over dit rapport een conferentie met predikanten plaats hebben. Daarover valt wellicht ook iets te melden, maar aangezien alles nog zeer voorlopig is, hopen wij op reacties uit de lezerskring, die bij kunnen dragen tot een verantwoorde standpuntbepaling in deze moeilijke zaak.
Daartoe geven, wij enige punten, die o.i. nadere overweging verdienen.
a. Moet zowel in het persoonlijk leven als in het georganiseerd verband (m.n. dan het C.N.V.) niet sterker worden gewezen op de betekenis van het vierde gebod, dan hier geschiedt?
b. Zal dan ook als gevolg moeten worden aanvaard, dat de christenheid met de zondagsviering apart of zelfs terzijde komt te staan?
c. De in dit ontwerp-rapport gegeven beschouwing omtrent de zondag kan niet los gezien worden van de functie, die de plaatselijke kerkehjke gemeente vervult voor het geestelijk leven der leden. In hoeverre is die niet overdrachtelijk?
d. Hinkt het rapport t.a.v. de recreatie niet op twee gedachten? Terwille van sommige groepen, die hierdoor tot werk worden genoopt zou deze beperkt moeten worden en voor de grote meerderheid der anderen acht men die min of meer noodzakelijk. In hoeverre is de toenemende recreatie een weelde — of mode — verschijnsel?
Gaarne zien wij reacties uit onze lezerskring tegemoet.
(Ooltgensplaat)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's