De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKNIEUWS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKNIEUWS

7 minuten leestijd

Voor onderstaand verslag, ingekleed in persoonlijke indrukken en opmerkingen, meende de redactie toch een plaats te moeten inruimen.

De nieuwe dominee van Stavenisse.

Het was een mooie dag, Hemelvaartsdag 1960. We reden met z'n drieën op de fiets naar Stavenisse, mijn verloofde, mijn zuster en ik. Het was een heel eind, maar we zijn er toch gekomen.

Ik moest er zijn als afgevaardigde van „Voetius". Onderweg hebben we ons al verwonderd over het feit dat er zoveel mensen gewoon aan het werk waren op het land. Die hadden blijkbaar geen behoefte om er bij te zijn in de kerk als het grote heilsgebeuren van de Hemelvaart werd herdacht in de Woordverkondiging. En ook niet om hun nieuwe predikant te begroeten, door in stilheid neer te zitten, terwijl ds. de Looze uit Hilversum het Hemelvaarts-Evangelie verkondigde en de jonge V.D.M, bevestigde. Om samen voor hem te bidden en samen de psalmen te zingen tot Gods eer of uit gewoonte. Een goede gewoonte moet men nooit nalaten.

Wij hebben in ieder geval de diensten wel bijgewoond, 's Morgens hield ds. de Looze uit Hilversum de intree-dienst. Hij had als tekst gekozen Efeze 4:11. Het was een mooie preek, waarnaar met goede aandacht werd geluisterd. De Opgevarene regeert door Zijn majesteit, genade en Geest Zijn Kerk op aarde en geeft haar op Zijn tijd ook herders en leraars. Na de preek volgde de bevestiging, waarbij zichtbare momenten van ontroering, zowel bij de jonge predikant als ook bij de gemeente waren op te merken. Vooral toen ds. Zwanenburg geknield lag en met handoplegging en toezang door de gemeente, werd gezegend, deinde de ontroering door de aanwezigen.

In de middagdienst deed ds. Zwanenburg zijn intrede met als tekst Hand. 8 : 26, 29 en 35. Ik was blij en dankbaar voor de tekstkeuze. Meestal als men uit dit gedeelte preekt, is de tekst: „En hij reisde zijn weg met blijdschap". En dan gaat men een heleboel vertellen over de kamerling. Ik heb dan altijd zo het gevoel dat de prediker niet helemaal met zijn tekst is kunnen of soms willen klaarkomen en dan maar het een en ander gaat zeggen wat hij wel eens op een gezelschap heeft gehoord. De tekstkeuze was dus goed. ,,En hij verkondigde hem Jezus".

Daartoe is iedere dienaar geroepen. Gijlieden zult Mijne getuigen zijn. Getuigen van Jezus, als de dienaar daar vol van is dan is de preek goed.

Toen het Amen op de preek gezegd was, had de kerk uit moeten gaan. Maar helaas is dat niet gebeurd. Dat vind ik altijd het erge van intree- en afscheids-diensten. Na de preek worden er altijd nog een heleboel mensen toegesproken en dan gaan die mensen ook nog terugpraten. Dat duurt dan zo ongeveer een uur en als je dan de kerk uitgaat heb je vreselijke hoofdpijn en je bent de preek vergeten. Ik heb eens een oude ouderling uit de Ger. Gem. horen vertellen dat hij in zijn jonge jaren eens een intrede had meegemaakt van een Ger. predikant. Deze dominee had aan het einde van de dienst gezegd; „Gemeente, nu mag je voor mijn part heel de intree-preek vergeten, als je de intree-tekst maar onthoudt". De genoemde ouderling was ongeveer 80 jaar toen ik het hem hoorde vertellen, maar hij wist de tekst nog precies en ook de onderwijzingen, die de Heere hem daaruit had gegeven.

Misschien vindt men het maar naar dat ik deze dingen zo in een artikel schrijf wat iedereen kan lezen, maar ik kan het heus niet helpen dat bij mij altijd de gedachte opkomt, als ik dergelijke diensten meemaak. „Wat zou dat een gezegende tijd zijn als men hier eens leerde wat meer Calvijnse soberheid te betrachten". Het zou, vooral in afscheidsdiensten velen bewaren voor openlijke schending van het 9e gebod. Laten we maar eerlijk zijn.

Zending.

Enige tijd geleden zijn ds. A. Meijiers en ds. J. de Lange, respectievelijk voorzitter en director van de Gereformeerde Zendingsbond in de (Ned. Herv. Kerk, teruggekeerd van een oriëntatiereis, die ze in opdracht van het hoofdbestuur van de G.Z.B. hebben gemaakt naar Zuid-Afrka. De bedoeling van deze reis was na te gaan of er — nu het bijna onmogelijk is geworden om op Celebes onder de Toradja's het zendmgswerk voort te zetten — in Zuid-Afrika ook mogelijkheden zijn om daar het Evangelie te gaan brengen. Met het oog daarop werden diverse besprekingen gevoerd met kerkelijke autoriteiten. Wat dit alles voor gevolgen zal hebben voor de G.Z.B. in de toekomst, is nog niet bekend; wel is echter vastgesteld dat er in Zuid-Afrika plaats en werk is voor de G.Z.B., zodat het waarschijnlijk is dat met verloop van tijd daar het zendingswerk zal worden opgenomen.

Wat de zending op Nieuw Guinea betreft is er een samenwerking tot stand gekomen— naar het Zendingsblad van mei 1960 meldt — tussen de Evangelisch Christeiijfce (Kerk in Nieuw Guinea en de Rheinische Mission in Barmen, Duitsland. Als gevolg van deze samenwerking zullen binnenkort in de Baliemvallei zendingsposten kunnen worden geopend. Tot nu toe bleef het zendingswerk veelal beperkt tot de kuststreken van Nieuw Guinea; de binnenlanden waren wegens gebrek aan mensen en middelen nog niet te bewerken. Door de tot stand gekomen samenwerking zal dat nu ecahter gaan veranderen. Voortaan zal het offensief van het Evangelie ook gericht worden op streken, die voorheen onbereikbaar waren.

Het Evangelie in Zuid-Amerika.

De r.k. priester Willem Schenk van Santiago in Chili verklaarde, dat de protestanten op weg zijn in twintig jaar meer bekeerlingen te maken dan de katholieken in bijna 100 jaar door al hun zendingsarbeid in de gehele wereld hebben gemaakt.

Hij merkte op, dat alleen in Santiago gedurende de laatste 15 jaar 24 protestantse kerken zijn gebouwd. Hij schreef de groei van het protestantisme in Zuid-Amerika toe aan de protestantse zendingsijver, de geest van opoffering, meer lekenanbeiders en sterke financiële steun.

Grote toekomst voor 't Braziliaans Protestantisme.

Prof. Meijer vertelt van de verblijdende groei, die de protestantse kerken de laatste jaren mogen meemaken. Pinkstergemeenten en Baptisten hebben reeds een ledental, dat het half miljoen nadert. De Presbyteriaanse Kerk — nu honderd jaar geleden gesticht — heeft 160.000 leden, een andere „onafhankeiijke'' Presbyteriaanse Kerk, ook het resultaat van Amerikaanse zendingsarbeid, telt 60.000 leden. Beide kerken werken zeer vriendschappelijk samen en hopen zich in de nabije toekomst te verenigen. De groei der kerken is ongeëvenaard. Natuurlijk is men in r.k. kring hierover zeer verontrust; er heerst daar een groot tekort aan priesters, waardoor men o.a. aan de r.k. kerk in de Verenigde Staten om zendelingen moest vragen.

De Presbyteriaanse Kerken nemen jaarlijks 21000 personen als lid op. 't Is een heel probleem, om tijdig voldoende theologen op te leiden voor de zich zo snel uitbreidende kerken. De Presbyteriaanse Kerk heeft op het ogenblik 550 predikanten om te zorgen voor 637 georganiseerde kerken, 237 regelmatige samenkomsten en 1766 zendingsposten (d.w.z. plaatsen, waar slechts weinig of helemaal geen leden zijn, maar waar regelmatig wekelijks een dienst wordt gehouden).

(Centraal Weekblad)

Naar „'Missionary (Monthly" van oktober 1958 meedeelt, heeft de r.k. bisschop Agnelo Bossil verklaard, dat het aantal Protestanten in Brazilië in 3 jaar tij ds verdubbeld is, nl. van 2 miljoen in 1954 tot ongeveer 4 á 5 miljoen in 1957, De bisschop waarschuwde, dat, als dit zo doorging, Brazilië binnen enkele jaren 'n protestants land zou worden. Hij schreef: „Het Katholicisme is stervende in verschillende Latijns Amerikaanse landen, Brazilië inbegrepen, terwijl daarentegen de protestantse ketterij; blijkbaar welig tiert".

T.V. en gezinsleven.

De Saambinder, het weekblad van de Gereformeerde Gemeenten, is van oordeel, dat het gebruik van televisie het Christelijlk gezinsleven, „dat het fundament van kerk en staat is", grondig verwoest. „Voor ieder van ons", schrijft het blad, „moet het duidelijk zijn, dat het behoren tot de gemeente en het kijken naar de televisie twee dingen zijn, die onmogelijk met elkaar te verenigen zijn". De schrijver wijst op Paulus' woord, „dat de werking des satans is in alle kracht en tekenen en wonderen der leugen" (2 Thess. 2 : 9) en is van mening, dat in dit woord ook de televisie begrepen is.

Kerken in Rusland.

De laatste gids voor de stad Moskou, die gepubliceerd werd in een oplage van 100.000 exemplaren, bevat" een lijst, vier bladzijden lang, van historische kerken, kloosters en kathedralen. Deze gids maakt het gemakkelijk alle 55 kerken te vinden, die in de lijst worden opgesomd. 29 van deze 55 kerken worden echter beschreven als „voormalige" kerken, die niet langer voor kerkelijke doeleinden worden gebruikt, maar van architectonische betekenis zijn en daarvoor voor bezoekers zijn opengesteld.

(Uit Belijden en Beleven.) 13 mei 1960.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KERKNIEUWS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's