De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VAN TARSUS NAAR JERUZALEM

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VAN TARSUS NAAR JERUZALEM

10 minuten leestijd

„Ik ben een joods man van Tarsen, burger van geen onvermaarde stad in Cilicië. . . ." (Hand. 21 : 39)

De eerste faze van zijn leven heeft de jonge Saulus doorgebracht in het wetsgetrouwe ouderlijke huis te Tarsus in Cilicië. Tarsus was in die dagen „een niet onvermaarde stad" — gelijk de apostel het zelf uitdrukken zal, wanneer hij jaren nadien aan een romeinse officier te Jeruzalem verlof vraagt om een enkel woord tot de Joden te mogen richten. 1) Het behoorde tot de belangrijkste handelscentra van de antieke wereld. Kooplieden en zeelui uit alle landen rond de Middellandse Zee waren er dagelijks te vinden. In zijn brieven gebruikt Paulus nu en dan beelden, die aan de handel en aan het verkeer ontleend zijn. Wij zouden de vraag kunnen stellen, of hij die misschien voor het eerst in zijn jeugd te Tarsus heeft leren kennen. Uit militair oogpunt beschouwd, was Tarsus voorts een gewichtig punt. Wie Tarsus in han­ den had, bezat de toegangsweg tot het binnenland van Klein-Azië. In deze omgeving was het, dat eenmaal Alexander de Grote zijn legerkamp opsloeg, nadat hij de bergpas overgetrokken was, om in de bekende veldslag bij de Issus de perzische koning Darius te verslaan (333 vóór Chr.). Alexander was vermoeid geweest van de lange tocht. Zonder na te denken had hij een bad genomen in het ijskoude water van de Cydnus. Met als gevolg, dat het hem bijna het leven kostte. „Hier zou zijn schitterende loopbaan geëindigd zijn, als zijn lijfarts Philippus hem niet genezen had van de brandende koorts".2) Hier was het ook, dat in het jaar 41 voor Christus de egyptische koningin Cleopatra, verkleed als Aphrodite, de griekse godin der liefde, de rivier de Cydnus kwam opvaren, ten einde de romein Marcus Antonius voor zich in te winnen.3) Best mogelijk, dat Paulus terugdenkt aan wat hij als knaap van het militaire leven reeds gezien heeft, wanneer hij decenniën later schrijft over hardlopers in het stadion, over de kroon der overwinning, en over de zegetocht.

Ook in cultureel opzicht was Saulus' geboorteplaats een stad van niet geringe betekenis. Dat weten wij o.a. uit de opmerkingen, die de Kleinaziaat Strabo in zijn „Geographia" over Tarsus maakt. Deze Strabo (63 voor Chr. tot 19 na Chr) stamde uit een aanzienlijk priestergeslacht uit Pontus bij de Zwarte Zee. Hij heeft verre reizen over het gehele romeinse imperium ondernomen. En de kennis, die hij daarbij, opgedaan heeft, heeft hij vastgelegd in verscheidene boekwerken.'') In zijn „Geographia" nu, dat uit 17 boeken bestaat — waarin achtereenvolgens de algemene geographie, Europa, Azië en Afrika behandeld worden ~ vermeldt hij ons, dat de inwoners van Tarsus opvielen door hun grote geleerdheid, hun koophandel, weelde en grootheid, en dat zij wat dat betreft met Athene en Alexandrië konden wedijveren om de eerste plaats.5) En daarmede heeft Strabo niets te veel gezegd. Het is bekend, dat Tarsus destijds een stad was, waar men boven andere steden uitstak in ijver voor de philosophic en de andere tot de toenmalige beschaving behorende wetenschappen. Haar „universiteit" was wereldberoemd. Vooral de stoïcijnse wijsbegeerte had er vermaarde aanhangers en verdedigers. Een der meest bekende was wel een zekere Athenodorus. Van huis uit was deze een boerenzoon uit de onmiddellijke nabijheid van Tarsus, die nog het onderwijs genoten had van de grote stoïcus Posidonius van Apamea — op zijn beurt weer een figuur, over wie in het wetenschappelijk onderzoek van de laatste honderd jaar veel te doen geweest is. 6)Te Apolionia in Epirus had keizer Augustus het onderricht van deze Athenodorus gevolgd. Hij werd zijn vriend en leermeester, zoals Seneca dat van Nero geweest is. En men neemt wel aan, dat de invloed van Athenodorus op het regeringsprogramma van keizer Augustus bijzonder groot geweest is. 7) De laatste twintig jaren van zijn leven heeft Athenodorus weer in Tarsus gesleten. Saulus kan hem daar, wat de tijd aangaat, nog ontmoet hebben op straat. Men weet te verhalen, dat Athenodorus zich toen sterk ingespannen heeft voor een strenge regeling van het stadsbestuur, en voor de uitbouw van het onderwijs. Na zijn dood hebben de inwoners van Tarsus dan ook uit dankbaarheid een „heroion" voor hem laten bouwen — een soort tempel tot zijn nagedachtenis, waar ieder jaar zijn sterfdag gevierd werd met een dodenmaal. Wel een bewijs, hoe groot het aanzien was, dat hij genoot.

Tenslotte nog een enkel woord over het godsdienstige leven, gelijk dat in Saulus' jeugdjaren te Tarsus aangetroffen werd. Tarsus lag op de scheiding van Oost en West. Hier ontmoetten elkaar de Oosterse en de Westerse religiositeit. De mysterie-godsdiensten zullen er ongetwijfeld hun aanhangers gehad hebben, evenals dat over het gehele romeinse rijk het geval was. Isis, Attis, Osiris, Magna Mater Cybele, Mithras — het zullen alle godennamen geweest zijn, die in Tarsus niet onbekend geweest zijn. 8) In het Muntenkabinet te Berlijn wordt een muntstuk bewaard, waarop een god, Ba'al-Tars geheten, voorkomt, zittend op een stoel met korenaren en wijndruiven. Deze was een van de oude hoofdgoden van Saulus' geboorteplaats. Hij werd voorgesteld als „een god in ruste", als de verhevene, die zich niet inliet met het dagelijkse leven. Verder is daar óók nog een munt, waarop 'n zekere god Sandan staat afgebeeld, rijdend in een pyramidewagen. 9) Sandan was eveneens een van de belangrijkste goden van Tarsus. Ieder jaar opnieuw werd hij in een praalwagen door de stad gereden, om aan het einde van die tocht op een brandstapel plechtig verbrand te worden. Vandaar die afbeelding op de tweede niunt, die wij genoemd hebben. De ganse stad was dan in rep en roer vanwege deze processie. Men vierde bij die gelegenheid de dood van deze vruchtbaarheidsgod. Wanneer Sandan verbrand werd, was dat een symbool, beter nog: een dramatische opvoering, van de Vruchtbaarheid, die onder de verzengende stralen van de zomerzon stierf, maar die met het ontwaken van de natuur weer opstond tot nieuw leven.

Het valt ons niet moeilijk onszelf voor te stellen, hoe men in het gezin van Saulus' vader tegenover al deze uitingen van godsdienstigheid gestaan heeft. Met deze zal men wel niet van doen hebben willen hebben. Zij zullen als afgoderij beschouwd zijn. Uit alles blijkt immers, dat de ouders van Saulus strenge joodse opvattingen waren toegedaan. Wij hebben een vorige maal daar reeds op gewezen. Daarom zal hun houding tegenover de rehgieuze verschijnselen van het heidense Tarsus niet anders geweest zijn dan die van elke orthodoxe jood in de diaspora. Zichzelf bewust van de enorme kloof, die er in godsdienstig opzicht tussen jodendom en heidendom bestaat, zullen zij al het mogelijke gedaan hebben om vast te houden aan de inzettingen der vaderen. En dat was toenmaals bij lange na niet gemakkelijk. Want dat bracht consequenties met zich mede voor het praktische leven van elke dag. Denk slechts aan de viering van de sabbath, en aan de reinheidswetten. Wat moeten dat moeilijke punten geweest zijn voor een beginselvaste jood van farizeesen huize. Geen wonder, dat sommigen deze spanning niet volhouden konden en naar een compromis zochten met het hellenistische cultuurleven van die tijd. Dat laat zich licht verklaren. Ook is het begrijpehjk, dat anderzijds al het mogelijke gedaan werd om temidden van een heidense omgeving het eigene te bewaren, soms zelfs onder veel smaad en hoon, en dat er geijverd werd voor verbreiding van het strenge joodse geloof onder diegenen, die in het heidendom grootgeworden waren. De mentaliteit van dit zelfbewuste jodendom uit de verstrooiing heeft Paulus in zijn Brief aan de Romeinen goed weergegeven, als hij schrijft: „Zie, gij wordt een jood genaamd, en rust op de wet, en roemt op God; en gij weet Zijn wil en beproeft de dingen, die daarvan verschillen, zijnde onderwezen uit de Wet; en gij betrouwt uzelf te zijn een leidsman der blinden, een hcht dergenen, die in duisternis zijn, een onderrichter der onwijzen en een leermeester der onwetenden, hebbende de gedaante der kennis en der waarheid in de Wet".10)

Een van de beste middelen om de specifiek joodse traditie bewaard te laten blijven, was wel de opvoeding der kinderen. Reeds toen werd het verstaan: wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Vandaar dan ook, dat het jodendom van het begin onzer christelijke jaartelling al zo veel waarde hechtte aan de school en aan het onderwijs in de Torah. Dat komt wel tot uiting in een heel oud joods verhaal, dat als volgt luidt: „Geen filosofen zijn er in de wereld opgestaan gelijk Bileam, de zoon van Beor, en Oenomaos van Gadara. Alle heidenen verzamelden zich rond laatstgenoemde, en zeiden tot hem: Vertel ons, hoe wij met goed gevolg kunnen strijden tegen het volk Israël. Hij gaf ten antwoord: Ga naar hun synagogen en scholen, en als ge daar het rumoer hoort van kinderen, die hun lessen opzeggen, dan kunt ge nimmer over hen zegevieren; want aldus heeft hun aartsvader verzekerd: de stem is Jacobs stem en de handen zijn Ezau's handen (Gen. 27 : 22), daarmede bedoelend, dat wanneer Jacobs stem gehoord wordt in de vergaderhuizen, de handen van Ezau krachteloos zijn".11) Prachtig is in deze legende onder woorden gebracht, welke de geweldige invloed is, die er volgens het jodendom van de school en van het onderwijs aan de kinderen uitgaat. In elke stad, waar een joodse kolonie gevestigd was, vond men derhalve een synagoge, waar niet alleen op de sabbath het volk bijeenkwam, maar waar ook de kinderen onderricht werden in de kennis der Schriften en der historie van het joodse volk. Op ongeveer vijfjarige leeftijd moest een jongen de hoofdinhoud van de Wet, het Hallel (Psalm 113- 118), en de betekenis van de grote feesten kennen. Vanaf zijn zesde jaar werd hij op een synagogeschool ingewijd in de kennis van de heilige geschiedenis, ter­wijl op zijn tiende jaar begonnen werd hem de mondelinge wet bij te brengen. Omstreeks zijn vijftiende levensjaar moest hij dan nog bekend gemaakt worden met de leer.12) Wij behoeven er niet aan te twijfelen, of ook Saulus is volgens dit systeem opgevoed. Daarom zal hij een knaap van een jaar of vijftien geweest zijn, toen zijn vader hem naar Jeruzalem zond om daar door rabbi Gamaliël ingeleid te worden in de kennis der joodse leer.


1) Hand. 21 : 39. Nieuwe. Vertaling: „een welbekende stad in Cilicië". Zó vertaald, gaat echter het fijne van de stijlfiguur, die Paulus hier gebruikt, te loor.

2) Cf. W. W. Tarn: „Alexander the Great", Cambridge, 1948.

3) Cf. H. Volkmann; „Cleopatra", Ned. Vert., Zeist, 1959, pag. 66 v., waar aan de hand van gegevens van Plutarchus een prachtige beschrijving van dit feit gegeven wordt. Zie ook: E. Stauffer: „Christus und die Caesaren", Hamburg, s.a., S. 64 f. En: M. Rostovtzeff; „De oude wereld", Utrecht, 1955, deel H, p. 124.

4) Cf. J. van IJzeren; „Geschiedenis der klassieke literatuur", Utrecht, 1958, deel I, p. 195 v. 

5) De tekst van Strabo is aangehaald volgens de „Verklaring van de Handelingen der Apostelen. . . . etc", door Joan van den Honert, T. H. Zoon, Amsterdam, 1753, op Hand. 21 : 39. Deze haalt daar ook nog een uitspraak van Dio Chrysostomus aan (Oratio 33 ad Tarsenses), die zegt, dat de inwoners van Tarsus zich zeer beroemden op de oudheid van hun stad.

6) J. H. Waszink e.a.: „Het oudste Christendom en de antieke Cultuur", Haarlem, 1951, deel I, p. 319 v.v.

7) Cf. J. H. Waszink, a.w., deel I, p. 373; H. Wagen voort: „Varia Vita", Groningen, 1946, p. 48 en 81.

8) Cf. F. Cumont: „The Oriental Religions in Roman Paganism", New York, '1956; idem: „The Mysteries of Mithra", New York, 1956, waarin ook Tarsus vermeld wordt als een „plaats, waar monumenten, uit de Mithras-cultus afkomstig", gevonden zijn. '' Zie ook: M. J. Vermaseren: „Mithras, de geheimzinnige god", Amsterdam-Brussel, 1959.

9) Foto's van deze munten zijn te vinden bij: Josef Holzner: „Paulus", Voorhout-Antwerpen, 1955, p. 32.

10) Rom. 2 : 17-20. R. H. Pfeiffer: „History of New Testament Times", New York, 1949, noemt deze plaats „Paul's summary of Hellenistic Judaism". Zie ook: J. L. Koole; „De Joden in de verstrooiing", Franeker, z. j., p. 22 v.v.

11) Cf. A. Cohen: „Everyman's Talmud", London, 1949, p. 173'f.

12) Cf. G. F. Moore: „Judaism", Cambridge, 1954, p. 320.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VAN TARSUS NAAR JERUZALEM

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's