De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOT OP DEZE DAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOT OP DEZE DAG

7 minuten leestijd

Het vergeestelijken van teksten

20

Aan het vergeestelijken van bijbelplaatsen en teksten willen wij hier ook nog even aandacht schenken. Dit behoort dan tot de zogenaamde inlegkunde. Somnaige dominees en oefenaars hebben er een grote voorliefde voor en door dit veel in praktijk te brengen, heeft men er tenslotte een zekere handigheid in gekregen. Zulk een wijze van preken is voor degenen, die ze beoefenen, zeer verleidelijk en daarom zo gevaarlijk.

Men behoeft er niet voor te studeren. Men kan er op los fantaseren en eenvoudige hoorders, die niet beter weten, vinden dit mooier dan menige bestudeerde preek.

Dit is temeer jammer, omdat zij, die zó preken, nog wel verschillende waarheden kunnen verkondigen, maar niet de waarheid, die aan die tekst of plaats ten grondslag lag. Op die wijze wordt men niet onderwezen uit de Heilige Schrift, maar eigenhjk op een goedkoop geestelijk praatje vergast. Men legt zijn eigen gedachten in een deel van de tekst en vergeet, de Godsgedachten te ontvouwen.

Historische stukken uit de Heilige Schrift worden zo maar direct geestelijk verklaard, alsof er in 't geheel geen historie was geweest, althans akof de historie er niet toe deed.

Nog één stap verder en men is terecht gekomen in de filosofische stelling: „Al was het nooit gebeurd, dan is het toch waar!" En daarmee op het terrein van hen, die zeggen: „Wat doet het historisch feit er toe? "

Nooit echter gaan wij met dergehjke stellingen in zee. Want al zou men dat eerste kunnen toepassen op de gelijkenissen, daarom toch zeker niet op de vaststaande feiten.

In dergelijke zinsneden ligt dan ook eigenlijk de wegdoezeling van de feiten, van welke kant dat dan ook komt, hetzij van moderne, hetzij van streng orthodoxe zijde. Zo ziet men al weer, dat twee uitersten elkaar wel eens raken.

Tot welke dwaasheden en ongerijmdheden dat vergeestehjken kan leiden, zal ook wel bekend zijn. Eens las ik in een kleine Kerkbode een meditatie over Jesaja 6:13. Daarin is sprake van de eik en de haageik, „in welke na de afwerping der bladeren nog steunsel is ...". De meditatie begon aldus: „Mijne geliefden! De eik en de haageik kennen we allemaal, zowel in de natuur als in de genade".

Nu weten wij, dat er in Gods Woord wel gesproken wordt van „eikebomen der gerechtigheid", maar van een geestelijke haageik heb ik geen verstand. Die kennen wij in de genade niet en eigenhjk in de natuur in Nederland ook niet; hoogstens eikenhakhout. Of wat dimkt u van een preek over: „Mijn hefste is schoon als de maan", waarin dan de verschillende standen der maan behandeld worden in het geestehjk leven, onder anderen het eerste en het laatste kwartier?

Hiermee zijn wij meteen toegekomen aan een korte beschouwing over het Hooglied. Wij geloven zeer zeker, dat dit „Lied der liederen" meer is dan een gewoon oosters bruiloftslied, anders was het niet opgenomen in de kanon van de Bijbel.

Hierin wordt ons beschreven het liefdeleven van de Bruidegom Christus met Zijn Bruid, dat is: de Kerk. Maar wie het nu in zijn hoofd haalt, hier tekst voor tekst te gaan vergeestelijken tot in de kleinste bijzonderheden, komt soms in dwaze, ja weerzinwekkende dingen terecht en dan geldt ook hier: alle dingen stichten niet.

Laten vooral de jonge dominees hier voorzichtig zijn. Het komt nog al eens voor, dat het een of ander gemeentehd aan hen vraagt: „dominee, waarom preekt u nooit eens uit het Hooglied? "

Voor de vreesachtigen en voor hen, die gaarne een goede naam hebben, zou het een aanleiding kunnen zijn om het dan toch eens te doen. Niet, dat dit verboden terrein zou zijn, allerminst. Wanneer God de Heere Zelf ons naar een tekst uit het Hooglied heen brengt, dan kunnen wij er gerust over preken en de preek zal goed zijn.

Ook over de gelijkenissen des Heeren zou ik iets willen zeggen.

Wanneer de Heere in gelijkenistaal tot het volk spreekt, dan wil Hij daarmee één hoofdgedachte weergeven. De discipelen hadden namehjk aan de Heere gevraagd: „Waarom spreeekt Gij tot hen door gelijkenissen? " En de Heere Jezus antwoordde: „U is het gegeven, de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen te verstaan, maar hun is dat niet gegeven". Daarom wil de Heere Zich voor de schare zo eenvoudig mogelijk uitdrukken en Hij zal dus met onderdelen van de gelijkenis weer niet iets geestelijks apart hebben bedoeld.

Houden wij de hoofdgedachte alzo niet vast, dan komen wij op zijsporen terecht, en wij zien dan vanwege de veelheid der bomen het bos niet meer.

Een voorbeeld: In Lucas 15 staan 3 gelijkenissen, namelijk van het verloren schaap, de verloren penning en de verloren zoon. Hoofdgedachte is hier: de zoekende liefde Gods. De wijze, waarop God de Heere de verloren zondaar zoekt, wordt daar niet nader weergegeven. Het modernisme redeneert hier als volgt: „De verloren zoon heeft berouw en keert weer. Vader opent de armen en de zoon is weer thuis. Geen sprake dus van een Middelaar". Maar deze redenering gelijkt nergens naar. Dat is zo iets, als wanneer men zegt: „In het Boek Esther komt de Naam van God niet voor, dus gelooft men daar niet in God".

De zaak ligt, dunkt mij, eenvoudig zó: De kwestie van Christus' middelaarschap is in Lucas 15 niet aan de orde, al wordt dat middelaarschap ook daar zeker verondersteld. Het ligt er op de achtergrond. Zonder meer wordt ons daar de zoekende liefde Gods getekend in het schaap dat verloren was; in de penning, die gevonden werd en in de zoon, die uit genade weer aangenomen werd.

Eén ding moeten wij dus nooit proberen, namelijk iets gaan zoeken, wat misschien op middelaarschap of iets anders gelijkt. Sommigen hebben dat immers gezien in het gemeste kalf. Eerlijk gezegd vind ik deze gedachte vrij stuitend.

En nu tenslotte de vraag: Mag dan een Bijbeltekst of plaats in het geheel niet vergeestelijkt worden? Antwoord: daar waar de Schrift het zelf doet, zeer zeker,

In I Cor. 10 zegt Paulus: „En zij dronken uit de steenrots, die volgde en de steenrots was Christus".

In Gal. 4 spreekt hij over Izaak en Hagar (Ismaël): „Deze zijn de twee verbonden".

In de Hebreeënbrief wordt gesproken over Melchizedek, de koning van Salem. Het is duidehjk, dat Paulus met die persoon Christus bedoelt. Daarmee vervalt de historie niet van Melchizedek, die Abraham tegemoet trok, Paulus ziet in hem het type van de Christus en werkt dit nader uit.

Om kort te gaan: De Heilige Schrift geeft ons zelf voldoende aanwijzing, welke dingen geestelijke betekenis hebben. Dat geldt ook ten opzichte van de ceremoniële wetten onder Israël, Daarin staat als het ware Christus overal tussen de regels. Als wij ons hieraan houden, blijven wij meteen bewaard voor het wandelen buiten de Schrift om en wij behoeven niet bang te zijn, dat wij dan armoede aan stof zullen hebben.

Of er dan in verschillende feiten en gebeiurtenissen in de Heilige Schrift verhaald, geen geestelijke betekenis hgt? Zeer zeker en wij mogen dat ook gerust zeggen, als wij de feiten de feiten maar laten en daaruit een toepassing putten op ons geestelijk leven.

Om u een voorbeeld te noemen: Wanneer wij preken over de storm op zee, waarna de Heere de stilte schiep, dan staan wij stil bij dat wonder van Christus als historisch feit; maar wat zou ons verhinderen daarna te vermelden, hoe de Heere nog altijd de stormen stilt, stormen van allerlei aard, ook in de harten der Zijnen?

Overigens staat Gods Woord zelf vol van teksten, die ons de belevenissen van Gods volk verhalen. Daarover mogen de dominees preken, als de grondgedachten maar uit de tekst genomen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TOT OP DEZE DAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's