De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bewaar en vermeerder Uw Kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bewaar en vermeerder Uw Kerk

7 minuten leestijd

II

In „Bewaar en vermeerder Uw kerk" ligt de bede: bewaar ons bij Uw Woord wat er ook moge gebeuren, want de schapen moeten worden gehoed en gevoed worden en als de kerk dit niet doet, dan vluchten de schapen ergens anders heen waar zij denken veilige omslotenheid te krijgen. Men vlucht naar andere kerkgenootschappen en men loopt het gevaar dat men in het isolement blijft en daardoor onvruchtbaar wordt. „Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft blijft hij alleen', onvruchtbaar.

Bij „vermeerderen" denk ik aan het beeld van de vissers. Velen op het eiland leven nog van de visserij. Deze vissers hebben geen bepaald terrein waarop zij zich kunnen bewegen. Zij moeten erop uit trekken, bij nacht en ontij, bij storm en stilte. Zij vissen misschien binnen de territoriale wateren, maar ook wel er buiten. Dit is een heel ander soort leven, veel rustelozer, veel ongeregelder, met veel meer risico, gevaren en spanningen. Petrus was een visser en Jezus Christus heeft hem in contact gebracht met de vreemdelingen in de wereld (1 Petr. 1), evenals Johannes. Ook Paulus trok er op uit. Waar vinden de vissers hun vangst? Soms kurmen zij een nacht doorbrengen met hun arbeid, en dan is nog de vangst niets, en soms is er dan een verrassende vangst, zodat het net scheurt. Dit is het apostolaat.

De kerk moet deze twee, het pastoraat en het apostolaat, zó in zich verenigen, dat ze elkaar niet kwijtraken. De kerk heeft alle twee nodig. Ook in de nieuwe situatie is dit nodig. Het is vaak zo, dat mensen die naar de overkant zijn gegaan daar onkerkelijk worden. Dit is vaak een gevolg van de manier waarop het werk vroeger is aangepakt.

Er zijn twee typen van mensen: introvert, dus naar binnen gekeerd, en extrovert, naar buiten gekeerd, Zijn de Gereformeerde Bonders vaak niet veel te introvert wat betreft de prediking en de houding tegenover de kerk? Wij moeten zowel introvert als extrovert zijn. Wij hebben nodig schaapskooien en voederbakken, maar ook schepen en tuig. Men moet erop uitgaan, en dan „op hoop van zegen", hopende de vangst biimen te krijgen. Wij zijn er als kerk niet als wij zeggen „de kerk staat open en wie erin komt, die kome er in", terwijl men verder geen boodschap heeft. Een visser zet zijn netten niet uit in de haven, maar hij moet de zee op. Anders worden wij geen vissers van mensen.

Dit moeten wij ons in deze nieuwe situatie, maar ook afgezien daarvan voor ogen houden. Er zijn verschillende netten om vis te vangen. Wij kunnen niet met één recept toe en kunnen ook maar niet zonder meer zeggen „zo moet het en niet anders". Dan komt de rijkdom van het evangelie tekort.

Ik denk in dit verband aan Paulus! Paulus handelt altijd in de situatie waarin God hem heeft geplaatst met het oog op de mensen, niet alleen denkende aan zichzelf en aan zijn eigen persoonlijk heil, maar denkende aan de mensen waarmee hij in aanraking wordt gebracht. Wij zullen in zekere zin de overkanter *) een overkanter dienen te worden, opdat we velen voor Christus mogen gewinnen. Wat wij weren moeten is de zonde, in welke vorm dan ook, maar niet de mens, niet de zondaar. Wij mogen niet lijken op mensen die in een reddingsboot zitten en al psalmzingend naar de kust varen en rustig andere mensen laten verdrinken.

De overkanters zijn geen ander soort mensen dan wij. Er is volgens Rom. 3 geen onderscheid tussen de mensen. Ik geloof dat juist het gereformeerd-protestantisme, waarvan wij op Flakkee de banier zo hoog willen houden, hier een bijzondere roeping heeft. Dit gereformeerd-protestantisme kent geen mensen die bijzondere kwaliteiten hebben; het kent alleen verloren zondaren. Daarom mag men niet zeggen, dat met deze bepaalde mensen niets meer te beginnen is. Het gaat om Gods kerk, en wat bij ons onmogelijk is, is mogelijk bij God.

Bij de evangelisatiearbeid moet men de mensen niet benaderen vanaf een hoge toren, en ook niet beginnen bij de buitenkant van het gebod. Men moet met tact, en daardoor niet te rigoreus aan het werk gaan. Men moet de mens plaatsen voor het hart van Gods wet en voor het hart van Gods evangelie.

Men moet niet domweg conservatief of progressief zijn. Soms zijn er mensen, die draven maar voor de gemeente uit en verliezen daardoor het contact met de achterban. Hiervoor wil ik waarschuwen. Men moet luisteren ook naar andere mensen. Er zijn inderdaad psychologische en sociologische verschillen in de kerk. We werken immers met mensen.

Maar het evangelie is niet naar de mens en wij mogen dit evangelie niet terwille van de mens reduceren, verkorten en iets afdoen aan de absoluutheid van Gods genade. Dit moet in zijn volle omvang blijven staan. Wij moeten ook niet vergeten dat Christus „waarachtig" mens is geworden. Er is een Hogepriester die medelijden heeft met de dwalenden, ook met ons.

Wij mogen ook niet vergeten dat de tijden in Gods hand zijn.

Wij lopen ook niet meer gekleed als de mensen die vroeger leefden. Wij moeten geen curiositeiten zijn. Wij zullen het vaak niet met een bepaald soort prediking eens zijn, maar wij moeten de verhouding „natuur en genade" wel doordenken. Er is geen scheiding tussen geloof en leven. Als men zich afvraagt wat „natuur" is dan kan men antwoorden dat dat de zonde is en dus iets in tegenstelling tot genade. Maar als men aan Gods schepping en Gods gaven denkt dan is natuur niet in tegenstelling met genade.

Wij moeten denken aan de jeugd. Er moeten gebouwen zijn waar wij hen kunnen ontvangen en dan kunnen wij een gesprek over allerlei dingen met hen hebben en hen zo onopzettelijk benaderen. De jeugd mag echt jong zijn, ondanks al de gevaren die dit met zich meebrengt. Wat de bijbel ons voor ogen stelt is een eeuwige jeugd. Wij moeten ons gaan afvragen of er nog niet meer vormen van werk voor de jeugd zijn, die wellicht risico meebrengen, maar waardoor wij toch contact met de jeugd kunnen krijgen. Aan de jeugd zal moeten worden geleerd en voorgehouden dat haar woord een tweede woord moet zijn. De jeugd moet leren dat het eerste woord van God komt, en het woord van de jeugd mag alleen een antwoord zijn op het woord van God.

De weg die in de nieuwe situatie moet worden gegaan is een smal pad dat leidt tussen een wereldwijd secularisme en een eng farizeïsme door. Er zijn vele mogelijkheden om andere mensen te benaderen en te ontvangen. Wij moeten niet wachten tot er een volmaakte kerk is, want die komt pas met de wederkomst van Christus, maar wij zullen veroordeeld worden wanneer wij niet iets vertonen van de bewogenheid van Jezus Christus. Wij hebben een bepaalde adat en wij moeten niet alle vormen overboord gooien, maar aan de andere kant moeten wij oppassen voor vormelijkheid.

„Bewaren en vermeerderen" houdt in een mobilisatie, waarin men defensief en offensief bezig moet zijn. Het gaat om het leven der gemeente, daar is tact voor nodig, een combinatie van wijsheid en liefde, anders komen er onnodige botsingen. Paulus zegt dat wie zielen vangt, wijs is. Wij moeten toezien dat men zich niet aan ons stoot, omdat wij zo slechte christenen zijn, maar vanuit de ernst van wet en evangelie.

Het gaat om de brug van oud naar nieuw. Het is een erezaak van de kerk dat zij niet achteraan komt, maar dat zij vanuit de belijdenis die zij voorstaat een brug slaat tussen oud en nieuw. Dit is een zo hoge roeping en vraagt heel wat van de predikanten en gemeente. Het is niet „wij" moeten en „wij" zullen, maar bewaar en vermeer „Uw" kerk, want zonder „U" kunnen wij niets doen. Het is en blijft een zaak met als achtergrond het gebed „Uw koninkrijk kome".

(Muiden)


*) Een overkanter is „iemand van de overkant" (van het Haringvliet), een niet-Flakkee-enaar.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Bewaar en vermeerder Uw Kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's