De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

ZALIGHEID

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ZALIGHEID

5 minuten leestijd

De zaligheid is in geen Ander. Handelingen 4 : 12.

Na de wonderlijke genezing van de kreupele aan de Schone poort des tempels, houdt Petrus tot de saamgestroomde menigte een preek, raak en recht op de man af. Een vlijmscherpe preek was het. Zijn woorden waren als pijlen zo scherp. „Gij hebt gedood de Vorst des levens, welke God opgewekt heeft uit de doden". Hij klaagt zijn hoorders aan en stelt hun zonde hun voor ogen. „Moordenaars zijt gij van Gods geliefde Zoon, Jezus Christus de Nazarener".

De schare, verslagen van hart, staat als aan de grond genageld. Het woord van Petrus blijft niet zonder uitwerking, het treft doel, en doorwondt veler hart. De Heilige Geest wrocht mede. Velen zijn door schuldbesef getroffen en verslagen.

En als Petrus de Heere Jezus voorstelt als Zaligmaker van zondaren en hen oproept zich tot Hem te bekeren, dan zijn er velen die door innerlijke nood gedreven en door de Heilige Geest getrokken, van klare armoede de Heere Jezus aannemen als hun Verlosser en Zaligmaker.

Het aantal lidmaten der gemeente breidt zich uit tot 5000. Welk een vreugde en innige blijdschap heeft de harten der discipelen vervuld, maar ook welk een haat heeft het hart der vijanden des Heeren vervuld!

Deze haat moet zich ontladen, de maat is vol. Het Sanhedrin arresteert Petrus en Johannes en roept hen tot verantwoording. De eerste vraag die hen gesteld wordt luidt: „Door wat kracht of door wat naam hebt gijheden de kreupele genezen? "

Met de beantwoording van deze vraag raakt Petrus niet in verlegenheid. Geen mooier vraag hadden zij hem kunnen stellen. Deze vraag geeft hem gelegenheid om zijn Heiland te belijden wat hij dan ook onbevreesd en vrijmoedig doet.

Hij zegt: het wonder is geschied door de Naam van Jezus Christus de Nazarener, die gij gekruisigd hebt, welke God van de doden opgewekt heeft.

Petrus, vol des Heiligen Geestes, gaat verder en zegt „de zaligheid is in geen Ander".

Hier, voor het vijandig Sanhedrin, legt Petrus deze schone belijdenis af. De zaligheid is in geen Ander.

Het gaat in deze woorden van Petrus over een zaak van groot gewicht, over niets minder dan de zaligheid.

„Zaligheid" is een heel gebruikelijk woord en door het gebruik is dit woord afgesleten. Zoals bij een muntstuk, dat lange tijd in omloop is, het opschrift afslijt en haast onleesbaar wordt, zo is het nu ook met dat woord „zaligheid".

Laten wij daarom eens nagaan wat dit woord wel inhoudt. Zaligheid is verlossing van alle kwaad, alle ellende, alle nood. Zaligheid is bevrijding van alles wat bedrukt en bezwaart. Zaligheid dat betekent: geen tranen, geen verdriet, geen smart.

Zaligheid dat is: een overvloed, een volheid van blijvende vreugde en van bestendige blijdschap.

Zaligheid houdt in: verlossing van zonden en van alle kwade gevolgen van de zonden.

Zaligheid dat is: nabij de Heere te zijn, het Hoogst en Eeuwig Goed. Zaligheid dat is: zich verlustigen en verblijden in het vriendelijk licht van Gods vertroostend aangezicht.

U ziet dat het woord „zaligheid" een onmetelijke inhoud heeft en van een onuitsprekelijke rijkdom.

Het tegenovergestelde van zaligheid is vloek, oordeel, ellende, verdoemenis, dus rampzaligheid, waar wening zal zijn en knersing der tanden.

Zaligheid is een woord zwaar van inhoud.

Als wij het woord zaligheid horen, dan spitsen wij de oren, want dat interesseert ons. Wie stelt er nu geen belang in zaligheid? Zaligheid dat roept ons de Paradijsweelde in herinnering. Daar was geen verdriet dat de vreugde verstoorde. Daar was het zaligheid.

Maar ach, het Paradijs zijn wij kwijt en de zaligheid heeft plaats gemaakt voor ellende.

Wij hebben de God der volkomen zahgheid de rug toegekeerd. Wij hebben onszelf in diepe ellende doen neerstorten. Wij hebben het zelf gedaan, 't Is allemaal eigen schuld. En herstellen wat stak gemaakt is, achterhalen wat verloren is, is ondoenlijk, ligt boven ons vermogen.

Moeten wij de zaligheid dan maar helemaal afschrijven? Neen! Petrus zegt, vervuld met de Heilige Geest: „De zaligheid is in geen ander dan in Jezus Christus, de Nazarener".

De zaligheid is er. Maar wij kunnen haar niet vinden in onszelf, in ons werken, ook niet bij andere mensen. De zaligheid ligt buiten ons, buiten ons pogen en werken. De zaligheid is in Jezus Christus. Hij beschikt er over. Hij kan en wil de zaligheid geven aan rampzaligen in zichzelf, door hen te reinigen van hun zonden en hen weer tot God te brengen, tot de God van volkomen zaligheid. De zaligheid is in geen Ander.

Zo getuigt Petrus voor vijanden van de enige Zaligmaker. Daar waar hij kort te voren zijn Heiland verloochend had, daar belijdt hij Hem nu. Hij schaamt zich voor Christus niet. Petrus roept daarvoor vijanden de Naam van zijn Zaligmaker uit, opdat anderen deze Naam gaan aanroepen. Een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.

De zaligheid is in geen Ander, dan in Jezus Christus, de Nazarener. Hij is Immanuël. God met ons. Hij is de Weg uit onze ellende tot de Heere, de God der volkomen zaligheid.

Bent u om deze zaligheid verlegen? Ja? Bij de Heere Jezus Christus kunt u terecht, bij Hem alleen.

Zonder Hem of langs Hem heen is er geen zaligheid te krijgen. Hoe zou een zondaar zonder Christus bij de God der volkomen zaligheid kunnen verkeren. Hij zou verteren. Onze God immers is een verterend vuur en een eeuwige gloed voor alle onreinen.

De Heere is te rein van ogen dan dat Hij de zonde zou kunnen aanschouwen.

Buiten en zonder Christus geen zaligheid. De zaligheid is in geen Ander.

Lokt de zaligheid u nog niet? De zaligheid is niet voor zaligen of reinen in zichzelf. Christus heeft de weg der zaligheid gebaand in Zijn lijden en sterven voor rampzalige zondaren.

Uw zonde en schuld behoeven u niet in de weg te staan. Bij Christus kunt u terecht. Hij wil ook uw vuile hart reinigen. Een rein hart, daarvan zegt Christus: zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien, de God van volkomen zaligheid.

't Is mij goed, mijn zaligst lot Nabij te wezen hij mijn God.

(Goudswaard)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

ZALIGHEID

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's