De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De doorstroming naar en het rendement van het V.H.M.O. en het U.L.O. in N.-Brabant

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De doorstroming naar en het rendement van het V.H.M.O. en het U.L.O. in N.-Brabant

5 minuten leestijd

Intermezzo.

(5)

We hebben vaak gemopperd, dat het toelatingsexamen tot de h.b.s. zo weinig betrouwbaar was. Dat is ook zo, maar ik ben van plan niet meer te mopperen. Want, wanneer ik zie, dat met de schoolvorderingentest we het niet verder brengen dan 75% en ik bedenk, dat schoolvorderingentest en toelatingsexamen zeker niet gelijk gesteld mogen worden, maar dat zij wel dezelfde stof onderzoeken, die de leerlingen moeten kennen, dan overweeg ik, dat we van het toelatingsexamen moeilijk meer kunnen verwachten dan van deze schoolvorderingentest. Wanneer ik voorts bedenk hoe groot de betekenis bleek te zijn van het oordeel van de onderwijzer in dit onderzoek en hoe zeer wij ook bij het toelatingsexamen hiermee rekening houden, dan denk ik: zo slecht is dat toelatingsexamen toch ook weer niet. Wel krijgen ook die scholen een steuntje in de rug, die van mening zijn met het oordeel van de onderwijzer wel te kunnen volstaan, onder voorbehoud natuurlijk, dat dit een bekwaam onderwijzer is. Dit onderzoek ondersteunt dan ook het voorstel van de minister om het toelatingsexamen facultatief te stellen.

Het rendement van het u.l.o.

Dit werd op dezelfde wijze behandeld als het rendement van het v.h.m.o. Het rapport komt tot de volgende conclusies: De S-score en het oordeel van de onderwijzer beide konden het rendementsver- Hes ten dele verklaarbaar maken. Ten dele, want van de kinderen met de hoogste S-score bleek altijd nog 28% (jongens), resp. 15% (meisjes) het ulo zonder diploma te verlaten, terwijl van de kinderen met de in ons materiaal laagste scores nog altijd 43% (zowel bij jongens als bij meisjes) in het ulo succesvol was. Hét oordeel van de onderwijzer vormt een nog minder betekenende indikatie voor het rendementsverlies: zij die voor het ulo geschikt beoordeeld waren, vertrokken voor 46% resp. 36% voortijdig terwijl zij, die voor het nijverheidsonderwijs of een „lager" schooltype geschikt geacht moesten worden, voor niet meer dan 67% resp. 65% faalden.

Van degenen, die met onvoldoende schoolresultaten het ulo voor het behalen van het diploma verlaten hebben, is niet minder dan ca. 75% — zowel bij de jongens als bij de meisjes — nooit gedoubleerd. Het is wel mogelijk, dat zij in de klas, waaruit zij vertrokken, niet bevorderd werden, doch zij hebben deze klas niet opnieuw doorlopen. Deze 75% heeft dus zonder vertraging het ulo verlaten.

De eindconclusie luidt: De conclusie moet dan ook luiden, dat niet bepaald kan worden aan welke voorwaarden een kind in het algemeen moet voldoen om het u.l.o.-diploma te kuimen halen.

Enige conclusies.

Ruim 1/3 van de jongens en meisjes, van wie men toch, gezien de lagereschool-prestaties, minimaal een opleiding op v.h.m.o.- of u.l.o.-niveau zou mogen verwachten, is niet aan een van deze typen van onderwijs toegekomen.

Bij de hoofdarbeiders ontvangen bijna alle kinderen, die op de lagere school goede of zeer goede prestaties leverden, een opleiding voor vhmo- of ulo-niveau (nl. 90%); bij de middenstand evenwel bHjft ruim 1/3 van deze kinderen nog beneden het ulo-niveau, terwijl bij de boeren en handarbeiders zelfs meer dan de helft van de kinderen nog geen uloniveau weet te bereiken.

De mening, als zou de democratisering van het voortgezet onderwijs zich wreken in een groot aantal mislukkingen (van leerlingen uit de lagere sociale milieus) wordt door ons onderzoek niet bevestigd.

Duidelijk is aan het licht gekomen, dat naast de S-score, niet zozeer de makro-sociologische milieuvoorwaarden (o.m. het beroep) doch juist de mikrosociologische voorwaarden (o.m. het gezinsklimaat) waarin het kind verkeert, ons een inzicht geven in de aard en de bronnen van het rendementsverlies. Een combinatie van beiden moet als een zeer betrouwbaar prognosemiddel voor het v.h.m.o. worden aangemerkt.

Het kan o.i. niet betwijfeld worden, dat er — uitgaande van de verhoudingen in de schoolgeneratie die in 1952 de lagere school doorlopen had — in Noord- Brabant een aanzienlijke reserve van niet optimaal ontplooide intelligentie bestaat, waaruit het v.h.m.o. zou kunnen putten; al kan niet precies worden aangegeven, hoe groot deze reserve is.

Deze reserve komt in alle „delen" (typologisch gezien) van de provincie voor.

Toepassing.

Hoe kan deze reserve geactiveerd worden? De meest belangrijke taak is hier weggelegd voor de onderwijzer, het hoofd der lagere school, waarop zich een dergelijke leerling bevindt. Deze weet, wat de leerling waard is, deze heeft als regel het vertrouwen der ouders, deze behoort de ouders te adviseren en voor te lichten omtrent de schoolkeuze na de lagere school.

Daarnaast zal het dienstig zijn, dat er meer voorlichting gegeven wordt ook in de pers, ook op ouderavonden van lagere scholen, zodat de betreffende ouders weten weUce belangen er op het spel staan en welke mogelijkheden er voor de toekomst hunner kinderen zijn.

Dit onderzoek betrof Noord-Brabant, maar ik geloof, dat ook voor vele andere streken van ons land gelijksoortige conclusies getrokken zouden kunnen worden. Daarom geloof ik, dat dit onderzoek een stimulans kan zijn, niet alleen maar voor de provincie Noord-Brabant, maar voor ons gehele land.

Trouwens allerwege in het land, waar nieuwe h.b.s.-en werden geopend, zag men een onverwachte groei en toevloed van leerlingen. Dit is wel een krachtig argument, dat er allerwegen nog geschikte leerlingen voor het vhmo te vinden waren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De doorstroming naar en het rendement van het V.H.M.O. en het U.L.O. in N.-Brabant

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's