De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

9 minuten leestijd

Terug van vakantie — Van het rumoer der volken — Bijbel, Zending en Kerk.

Wijlen ds. J. J. Knap begon eens een van zijn reisbeschrijvingen in „Oude Paden" met de raad een vakantie niet al te krap te nemen. Niet ieder heeft de gelegenheid dit advies op te volgen. Maar ik kon het ditmaal wel. En het is mij best bevallen. De helft van onze vakantie zijn mijn vrouw en ik binnenslands geweest en de andere helft waren wij in een klein, rustig gelegen bergdorp in Noord-Tirol. De reis was wel lang: we hebben ze in twee etappes gedaan en de treinen waren zeer comfortabel. Over Kufstein, waar de trein voor grenscontrole een tijd stil hield, en we de schone melodieën van het „helden-orgel" konden beluisteren — een waterorgel, dat 's middags en 's avonds vanuit de burcht bespeeld wordt ter herinnering aan de gevallenen in de 2e wereldoorlog — reisden we naar ons vakantieoord, dat door een Hamburger, die we daar aantroffen, betiteld werd als een plaats van „himmhsche Ruhe". Nu, rustig was het er. Geen druk verkeer, geen radio-geschetter, zelfs geen vliegtuig ronkte door de lucht. Rondom bergen, waarvan de hoogste nog een rest sneeuw vertoonden, die tijdens de milde zonnedagen iets inkromp. En in ons dal in rustig tempo — de Tirolers haasten zich niet — het werk op de bergweiden en 's morgens en 's avonds het geklingel van de bellen om de hals der naar de weiden gaande en daaruit teruggeleide koeien. Psalm 8, Psalm 19 en meerdere dergelijke gedeelten uit de H. Schrift spraken ons daar wel bijzonder aan. Zeker, het slot van Psahn 8 spreekt van de heerlijkheid van Gods Naam „op de ganse aarde", maar in dat kleine bergdorp in Tirol sprak het ons toch wel heel bijzonder toe, en in harmonie met de majesteit en indrukwekkende natuur rondom ons.

Een schaduwzijde vormen wel de zondagen. Niet, dat de bevolking ze niet hield. Ieder Het het werk rusten en ging in zondagsgewaad ter kerke; maar het is daar alles rooms-kathohek. In „Trouw", dat Ik mij heb laten opsturen, las ik, dat in geen land het Protestantisme zo toeneemt als in Oostenrijk. Ik neem dat gaarne aan. Doch in onze vakantieomgeving merkten we er niets van. Het gemis van de kerkgang noopte ons terug te vallen op het Woord — het „naakte Woord" om met Kohlbrugge te spreken — en dat kan ook zegenrijk zijn, al bedoel ik hiermede geenszins verzuim van de Dienst des Woords aan te moedigen of te vergoeilijken. Het was ons een weelde, toen we terug in het vaderland, weer konden luisteren naar een Woordbediening, waaronder we met zegen mochten verkeren.

Op de terugreis hebben we Innsbruck, de hoofdstad van Tirol „gedaan" gelijk men dat pleegt te noemen. Het is een mooie stad, rijk aan historische bijzonderheden, schier alle geconcentreerd in, of aan de Maria-Theresien-Strasse. Machtige monumenten vertolken er de voormahge grootheid van de Habsburgers, het keizerlijk huis van weleer. Maar ook de herinnering aan Andreas Hofer, de vrijheidsheld van Tirol, wiens naam nog leeft onder de bevolking, waart er wel rond.

Zo was ook de laatste dag in Oostenrijk nog een verfrissing, een historisch bad. Ook zo iets kan meewerken, tot wat een vakantie, zal het goed zijn, ons moet geven: rust, verkwikldng en sterking tot de taak, welke God van ons vraagt, en Hem te danken voor wat Hij ons wilde geven om op de plaats, waar Hij ons stelt, Hem te dienen.

In de tijd, dat de Kroniek niet verscheen, is er nogal het een en ander gebeurd, op het wereldterrein en op het kerkelijk erf. Natuurlijk gaat het niet aan dat alles de revue te laten passeren. Ik moet beperking toepassen, en een keus doen.

De beroeringen in Japan in verband met het verdrag met de V.S. en het aangekondigde bezoek van President Eisenhower, hebben de regering in Toldo bakzeil doen halen en Amerika's president verzocht het voorgenomen bezoek niet te brengen. Een echec voor de Japanse regering, maar niet minder voor Eisenhower, wiens weg na zijn triomftocht door het midden-oosten waarhjk niet over rozen leidt. Een integere figuur — en ik meen, dat die typering Eisenhower kan gelden — heeft het in de hoge pohtiek zelden gemakkelijk. Maar is het ondanks alles niet een zegen, juist voor de groten der aarde, als op hen van toepassing mag zijn Vondel's versregels: „een hoofd vol kreuken, maar een geweten zonder rimpel"?

Bij de bewapeningsbespreldngen te Geneve hebben de Russen de aftocht geblazen. De schuld daarvoor schuiven ze de Westelijke landen in de schoenen. Is dat het sein voor de „koude oorlog"? De schrijver van „Buitenlands Weekoverzicht" meent — zie de N.R.Crt. dd. 2 juli jl. — van niet. De contacten met het Westen worden voorlopig „in de ijskast" gezet, veronderstelt hij, tot in de V.S. de presidentsverkiezingen zijn gehouden. „De ontspanningspolitiek onder de vlag „coëxistentie" blijft het troetelkind van Chroesjtsjow". Hij heeft deze op de communistische topconferentie te Boekarest tegen de Chinezen weten door te zetten.

Na de topconferentie is Chroestsjow met heel zijn familie Oostenrijk gaan bezoeken, een bezoek, dat volle negen dagen heeft geduurd.

De Kongo is inmiddels vrij en zelfstandig geworden. Koning Boudewijn heeft de jonge staat de eer aangedaan op zijn geboortefeest aanwezig te zijn. Hij heeft een nogal idealistisch gekleurde lofrede gehouden op het Belgisch bewind en de „geniale' politiek van Leopold II inzake de vroegere kolonie.

Was die rede misschien de oorzaak, dat de nieuwe premier, Loemoemba, onbeheerst en fel uitviel over het verleden en dat in bewoordingen die Koning Boudewijn wel hebben doen overwegen om niet aan het banket aan te zitten? Dank zij de tussenkomst van de president van Kongo — zo verluidt het althans — heeft Loemoemba zich later in loffelijke bewoordingen uitgelaten over de Belgische regering, zodat aUes nog in „pais en vree" is verlopen. Of het verder „pais en vree" in de Kongo zal zijn? De eerste berichten vermeldden het tegendeel. De grote vraag is, of Kongo's zelfstandigheid niet een „tevroeg gegrepen triomf" is. En dan voorts: Rusland schijnt alles in het werk te stellen in Afrika invloed te krijgen. Het communisme vist uiteraard gaarne in troebel water.

Zal dat straks ook blijken in Nieuw- Guinea, dan natuurlijk via Soekamo, die de wereld tracht te overtuigen, dat Nederland met agressieve bedoelingen de „Karel Doorman" en troepen naar West- Irian zond.

Het „rumoer der wateren" in de wereld van onze dagen is groot. Wat zal uit dat alles geboren worden? Het kan ons bij die vraag bang te moede worden. Er is maar één troost, „Het Lam, dat in het midden des troons is", heeft de leiding. Het boek, de rol van binnen en van buiten beschreven en met 7 zegelen verzegeld, — de geschiedenis van wereld en kerk — ligt in Zijn handen en Hij is werkzaam het te openen en te realiseren (Openb. 5; 6 en V.V.).

„De geschiedenis der Kerk" noemde ik zopas in één adem met die der wereld. Beide liggen in „de rol" verweven. Ook de realisering van de geschiedenis der Kerk geschiedt door „Het Lam".

Het „Ned. Bijbel Genootschap" hield midden juni zijn jaarvergadering in Amsterdam. Het werk der Bijbelverspreiding eist onnoemelijke offers. Meerdere inkomsten zijn nodig. Het Bijbelgenootschap is de instantie, welke de zending in haar werk op loffelijke wijze steunt en stimuleert. Wij weten dat uit wat dr. v.d. Veen door zijn Bijbelvertaling voor de Toradja's deed voor onze G.Z.B.

Naar aanleiding van de jaarvergadering van het N.B.G. schreef prof. Berkouwer een lezenswaardig artikel in „Trouw", dd. 18-6-'60 met als titel: „Valse schaamte". Hij betoogde, dat wij ons voor de Bijbel niet moeten schamen, ook niet door de Bijbel, als er aanleiding is, niet te lezen in trein of hotel. Het was terecht. Hoe vaak vergeten zij, die in een ziekenhuis worden opgenomen hun Bijbel. En hoevele vakantiegangers gaan zonder deze gids op reis?

Niettemin, ook al zijn we onschuldig aan deze euvelen, dit ontheft ons niet van de eis pal te staan voor de Bijbel in ons kerkelijk leven, ook al geeft dat sommigen wel eens aanleiding het woord „fundamentalisme" te noemen. We hebben te staan naar een kerkehjk leven naar de H. Schrift. Ik weet, dat zulks met een leuze niet klaar is. Er zijn vele en velerlei problemen dienaangaande, met name in ons huidig kerkelijk leven. ledere synode-zitting kan het ons zeggen, Ook de jongste?

Ik ben op het moment nog niet in bezit van een getrouw verslag. Wel las ik van enkele besluiten, o.m. dat de jaarlijkse bijdrage voor de Generale Kas op ƒ 2, 50 dient gesteld te worden.

Tegen de Generale Kas heb ik altijd mijn bezwaren gehad. Toen die indertijd — het was nog onder het reglement van 1816 — is ingesteld, heeft wijlen dr. P.J. Kromsigt alarm geblazen en er zich fel tegen verzet. Zijn motief was, naar ik me meen te herinneren, dat de Synode geen recht had de individuele kerkleden een zekere belasting op te leggen. Dat motief geldt voor mij nog. Een verouderd standpunt? Zo zal men het wellicht qualificeren en dan ziende op het nut, de verhoging accepteren. Er komt meer geld in het laadje. En dat is nodig. vooral nu de „Kerkbouwactie" — men zal ze later, werd gezegd, wel weer ter hand nemen — is beëindigd. Het zal wel. Doch het principe is in.i., gelijk gezegd, onjuist, en daarom mijn bezwaar,

Ook over de werkzaamheden van de commissie voor het beroepingswerk is gesproken, naar men mij meedeelde. In de zin, dat zij, de commissie, het recht krijgt van verplaatsing van predikanten, Het zou dan alleen in de klassen V en IV gelden. Ik ga 'hier niet op door, ik heb het officiële verslag nog niet. Maar indien waar, dan laat het zien, dat ook inzake de commissie voor beroepingswerk geldt, „langs lijnen van geleidelijkheid" tot het beoogde doel: predikantsverplaatsing van bovenaf. En dat is, dacht ik, tegen de Schrift, en de Confessie, tegen heel het gereformeerd kerk-recht.

Tenslotte nog over een benoeming.  

Dr. A. A. Koolhaas is benoemd tot conrector van het Theologisch seminarium, in de plaats van dr. De Jong, die rector werd, opvolger dus, van prof. Berkhof,

Van harte onze gelukwens aan dr. Koolhaas. Makkelijk zal hij het daar niet hebben. God geve hem de krachten, het inzicht en de wijsheid om onze a.s. predikanten te leiden in de paden des Woords, opdat zij leren kennen de Waarheid Gods, gelijk het gereformeerd protestantisme die ontdekt en de eeuwen door beleden heeft.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 juli 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's