De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking van Gods Woord en de bevinding des geloofs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking van Gods Woord en de bevinding des geloofs

6 minuten leestijd

Bevinding en Nadere Reformatie.

Na onze bijbelse uiteenzetting willen we nog een historische toelichting geven, niet met de bedoeling om een vergelijkende studie te maken, maar alleen om aan te tonen dat de zaak van de bevinding meer kanten heeft die de Bijbel ons leert om zo tot een voller verstaan van de bevinding te komen.

Het gebruik van het woord bevinding komt voomamelijk op in de I7e en 18e eeuw. Het rationalisme komt opzetten en neemt hoe langer hoe meer de harten in. Het rationalisme zet de ratio, d.i. de rede op de troon, zodat deze stelregel algemeen erkend en aanvaard wordt om alleen datgene als waarheid te aanvaarden, wat door het menselijk intellect, de rede, het verstand, begrepen en doorzien kan worden. Onder leiding en invloed van de twee grote filosofen Cartesius en Spinoza dringt deze gedachte de kerk binnen, allereerst op de preekstoel, maar ook spoedig daaronder. Het gaat het gehele theologisch en godsdienstig denken beheersen. Alleen datgene wat door het verstand verklaard kan worden van de Bijbelse waarheden wordt aanvaard. De mens met zijn (verdorven) verstand maakt nu zelf uit wat goed en wat kwaad is van de geopenbaarde Waarheid en stoot zo de Heere evenals in het Paradijs van de troon en zet de rede er op.

Maar dit heeft grote gevolgen. Waar de bron van het geestelijke leven, d.i. Gods Woord aangetast wordt, heeft dit zijn ernstige terugslag in het geestelijke leven. Geloof is nu dit, dat men dat aanvaardt wat in overeenstemming is met de redelijke en zedelijke autonomie van de mens. Duidelijk is het dat hiermee alle geestelijk leven gesmoord wordt daar alles gebracht wordt naar het terrein van de verstandelijke overtuiging. Hier wordt het werk van de Heilige Geest die geestelijk overtuigt van zonde, gerechtigheid en oordeel tegengestaan, zo niet uitgeblust.

Zo is de explicatio (= uitleg) van de Heilige Schrift onderworpen aan de redehjkheid van zijn uitlegger en is de appliatio (= toepassing) van de Heilige Schrift geheel verdwenen.

Gelukkig is hiertegen verzet gekomen. Zo dit niet gebeurd ware en hier niet krachtig tegen getuigd ware, zou het geestelijk leven vergaan zijn. En hier denken we direct aan de mannen van de „Nadere Reformatie" of wel de „Oude Schrijvers", die hier in de bres hebben gestaan. Zij brengen met klem naar voren dat de Waarheid niet onderworpen moet worden aan het verstand, maar dat die als geopenbaarde Waarheid Gods bevindelijk geleerd en gekend moet worden.

Wij zouden de interpretatie van het woord bevinding bij hen aldus kunnen laten luiden:

Bevinding is de persoonlijke beleving van de geopenbaarde Waarheid Gods door de werking van Gods Geest.

Het heil moet niet alleen met het hoofd verstaan worden, maar ook met het hart beleefd en met de hand in praktijk gebracht worden. Ze komen op voor de onscheidbaarheid van hoofd, hart en leven in het kennen en uitdragen van de Waarheid Gods. Want de Waarheid grijpt de gehele mens aan en is een zaak van de totale mens.

We gaan nu dieper op de vraag in: wat verstaan de mannen van de Nadere Reformatie onder bevinding.

Eén van de hoofdfiguren, Gijsbertus Voetius, brengt het ongeveer op deze wijze onder woorden:

Niemand heeft meer bevallingen meegemaakt dan een arts. Verstandelijk weet hij door de theorie en door de praktijk er ontzaglijk veel van te zeggen, maar in wezen heeft hij er geen kennis aan. Hij weet niet uit eigen persoonlijke beleving wat het is, te bevallen.

Zo is het nu met het heil. Wij kunnen er ontzaglijk veel van weten uit theorie en praktijk, wij kunnen er heel veel over zeggen en over spreken: over de roeping, over de bekering, over de rechtvaardigmaking, over de heiligmaking, maar om er nu uit te kunnen spreken moet het persoonlijk en geestelijk beleefd zijn in het hart.

Het gaat dus in de bevinding om de persoonlijke doorleving van het heü in Jezus Christus door de Heilige Geest. Daar vallen explicatio en applicatio samen door de bediening van de Heilige Geest.

We hebben dus gezien vanuit de Schrift dat bevinding is: beproefdheid van het geloof.

Nu zien we vanuit de historie dat het is: persoonlijke geestelijke kennis van het heil. En dit tweede is even wezenlijk en noodzakelijk als het eerste.

Want als de vijf dwaze maagden niet kunnen ingaan is de reden deze: dat ze wel kennis hadden van de explicatio, d.w.z dat ze wel verstandelijke kennis hadden van de Bruidegom. Maar dat ze de olie misten, betekent, dat ze de applicatio, dat is: de geestelijke toepassing van het heil door de Heilige Geest misten.

Een andere uitdrukking die we in de Reformatie en de Nadere Reformatie nogal eens tegenkomen en die dezelfde zaak uitdrukt is: de oefening des geloofs. Als Calvijn in zijn Institutie (II, 1, 4) handelt over het Paradijs, dan zegt hij: „de belofte, volgens welke de mens mocht hopen op het eeuwig leven, en de vreselijke aankondiging van de dood had de bedoeling zijn geloof te beproeven en te oefenen".

Voetius zegt: „Het gaat om de oefe­ ningen der vroomheid die ons het nauwst met God verenigen en de mens geestelijk maken.

Ook dit is m.i, een zuiver bijbelse zaak. Waar het geloof in zijn wezen geschonken is, moet het geoefend worden. Een kind dat bij de geboorte gezonde voetjes ontvangt, moet geoefend worden in het lopen. Zo moet ook het geloof geoefend worden opdat het krachtiger en sterker worde. Hoe duidelijk zien we niet dat de aartsvaders geoefend worden in het geloof. En waar nu die oefeningen niet zijn wordt het wezen des geloofs gemist, want het geloof wil zich oefenen. Hoe wordt in het leger de soldaat niet geoefend om sterk te staan tegenover de vijand.

En spreekt Efeze 6 niet van de wapenrusting des geloofs om de vurige aanvallen van de boze te weerstaan. Waar het hart nog vijandig bezit is, zal de vijand geen pijlen schieten, maar daar waar het ware geloof door Gods Geest in het hart is uitgestort daar gaat de satan zijn dodelijke pijlen afschieten op het hart.

Vele oefeningen moeten geleerd worden en de soldaat van Jezus Christus komt nooit uitgeoefend daar hij in de strijdende kerk is en de strijd des geloofs hem brengt tot de oefeningen des geloofs.

En, hoe meer oefening, kennis en beproefdheid de soldaat heeft in de strijd, des te krachtiger zal zijn tegenstand zijn tegen de vijand. Vandaar dat de uitdrukking: een geoefend christen nog al eens voor komt voor een gelovige die in zijn leven veel bevonden heeft.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

De prediking van Gods Woord en de bevinding des geloofs

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's