De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

TOT OP DEZE DAG

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOT OP DEZE DAG

5 minuten leestijd

Lengte der preken

21

Het meten van preken behoort zeker wel tot de buitengewone werkzaamheden. Toch is het niet zo buitengewoon als wij misschien denken. Men deed het eertijds en men doet het nog.

Wanneer een dominee intree en vooral wanneer hij afscheid preekt, gaan nuchtere mensen nog al eens aan het meten en komen dan soms tot de conclusie: „Zie zo! dat heeft al weer 2 1/2 á 3 uur geduurd". Geweldig, wat veel kerkgangers toch een geduld hebben! Zij zouden zo'n gelegenheid voor geen geld willen missen, omdat zij er op verzot zijn al die toespraken en al die sprekers te horen. Om de waarheid te zeggen, zijn ze daarvoor naar de kerk gegaan, niet voor de preek, maar voor de toespraken.

Trouwens, voor lange preken was men oudtijds over het algemeen niet zo bang. De ene dominee was nu eenmaal wat langer van stof dan de andere. De ene kon, zoals men wel eens zei, het eind niet krijgen. Hij wilde dat vooreerst ook niet, want de dienst moest, naar zijn gedachten, een bepaalde tijd duren. Hij blééf de mensen maar op het hart drukken, wat hij een paar maal tevoren al had gezegd. Wij zouden hen kunnen noemen: de tijdrekkende dominees; anderen eindigden wat meer abrupt. Hun „amen" overviel u plotseling.

Oudtijds kwam het op een half uur niet aan. Een kerkganger zei wel eens: „Dominee, had de preek een half uur langer geduurd, het zou mij niet verveeld hebben".

De mensen hepen soms uren, om een goede preek te horen. Afstanden van twee uur konden voor enkelen geen bezwaar zijn. Ze hadden hun boterham meegebracht en bleven de middag over, om de tweede dienst ook mee te maken. Daarna ging het dan weer huiswaarts. Denk u dat in: vier uren te voet op de dag des Heeren, om Gods Woord te horen.

Dat is nu heel anders geworden. De jonge mensen praten nu meer mee. Het is wel zaak, om er acht op te slaan, wat er onder hen leeft, die tenminste nog naar de kerk gaan, want het jonge geslacht van deze tijd heeft al vroeg een eigen opinie.

Ook ouderen halen thans al gauw de duimstok nu voor de dag, wanneer naar hun gedachte de preek lang duurt.

U kunt wel raden, wie dat voor een goed deel zijn. Dat zijn vooral degenen, die vinden dat een preek geen hoofdzaak meer is. Voorstanders van mummificering. Ze hebben liturgische kruiden ontdekt, die de balsem van de oude Egyptenaren nog overtreffen.

„Preek toch korter!" „Preek toch korter!" roepen ze. Een toespraak van een kwartier is voldoende. De jeugd wil niet lang meer in de kerk zitten. Iets van het jagen en jachten van deze tijd is in de mensenzielen gevaren. Misschien heeft de wereldoorlog het gedaan. Misschien ook de machine, waarvan de mens meer en meer slaaf wordt. In elk geval: het verschijnsel is er; de eerbied voor de Heilige Schrift neemt af. De jongeren nemen geen blad meer voor de mond.

De vraag is: wat hiertegen te doen op het terrein van de kerkdienst? In de oude tred voortgaan van 1 1/2 a 2 uur of de dienst inkorten? In sommige plaatsen heeft men in dat opzicht niet eens meer te beslissen. Daar, waar dubbele morgendiensten zijn, kunnen die vaak niet langer duren dan 5 kwartier. Daardoor moet de preek vanzelf korter.

Maar hoe moet het nu, waar dat niet het geval is?

Ik weet, dat er zijn, die de 1 1/2 uur toch nog volhouden, ja, er zelfs overheen gaan.

Waarom doet men dat? Preekt men alleen voor oude of ook voor jonge mensen? Wil men dan de werkelijkheid niet zien?

„Ik geef niet toe aan de tijdgeest!" hoor ik iemand zeggen. Broeder, ik beschuldig u niet, maar wil wel vragen: waardoor worden wij soms geleid, door principe of koppigheid? Of moeten de jonge mensen speciaal naar ons maar wat langer luisteren dan naar een ander, omdat wij het zo heel bijzonder zeggen?

Laten wij toch trachten, wanneer jonge mensen nog bij ons in de kerk komen, hen te boeien en te houden. Jonge mensen zijn vaak kritisch, maar ook fris. Ze hebben ook een dominee soms gauwef door, dan hij denkt.

Laten wij het Woord Gods vooral ook toepassen op hun leven en hen er dus in betrekken, zonder de ouden te vergeten.

Zeg als 't u blieft, dezelfde dingen in een preek niet drie- of viermaal want dat wekt hun weerzin en ze zeggen later koudweg: „Het was altijd weer hetzelfde!"

Ons preken moet geen zeuren worden. Zeker, de puntjes op de i, maar de preek toegepast op het hele mensenleven.

Luther's bekende woord worde tot het onze gemaakt: „Doe de mond open! Treed fris op! Houd meteen op!"

Wat de ware diepte der preek betreft, kan er niets af. Wat de lengte betreft, knip daar maar af, wat herhaling was en diende, om de tijd te rekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

TOT OP DEZE DAG

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1960

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's