Meditatie
En niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest. 1 Corinthe 12 : 3b.
Hier spreekt de Schrift van de geestelijke gaven die de Heere aan Zijn Kerk heeft geschonken om elkander te dienen. Het zijn geestehjke gaven daar zij door de Geest van Christus worden gegeven. Bij de verscheidenheid der gaven is het dezelfde Geest, dezelfde Heere en dezelfde God die alles in allen werkt.
Toen de Corinthiërs in hun eertijds de afgoden dienden, werden zij voortgedreven door de geest van Satan en noemden zij Jezus een vervloeking. Dit kan en zal nooit gezegd worden door de Geest Gods die ons loflijk leert denken en spreken van de Heere Jezus. En niemand kan zeggen Jezus de Heere te zijn dan door de Heilige Geest.
Bij het gebruik van de geestelijke gaven gaat het om de geestelijke geloofsgemeenschap met de Heere Christus. Want het bezit en het gebruik van de geestelijke gaven gaan niet altijd gepaard met het bezit van een nieuw geestehjk leven. Saul, Judas, Demas en vele anderen hebben wel geestelijke gaven gehad, maar geen nieuw geestelijk leven. Hierom hebben wij onszelf te beproeven of wij door de Heihge Geest hebben leren zeggen dat Jezus de Heere is.
Dit leert de Heihge Geest ons allereerst door een innerlijke vereniging met Jezus de Heere. Onder en door de prediking van het Evangelie werkt de H. Geest die innerlijke geloofsvereniging met Hem door ons af te snijden van de wilde olijfboom en in te enten in Jezus Christus, de goede olijfboom. Hierdoor haalt de Heere de zondaar op uit de staat van de dood, de staat van het ongeloof en stelt Hij de zondaar in de staat van het leven, de staat van genade. Dit werkt de Heere door de krachtige werking van de H. Geest, zodat het verstand verlicht wordt en de zondaar God leert kennen in Zijn algenoegzaamheid, Jezus Christus in Zijn dierbaarheid en zichzelf in zijn vloekwaardigheid. Het wordt de hartelijke keus om God te dienen, wat een haat tegen de zonde teweeg brengt en een begeerte om in Zijn wegen te wandelen. Door deze vereniging heeft de H. Geest de discipelen leren zeggen Jezus de Heere te zijn, zodat zij tot niets en niemand anders wilden gaan dan tot Jezus de Heere, „want Gij hebt de woorden des eeuwigen levens". Zo doet de H. Geest dierbaarheid en onmisbaarheid zien in de Heere Jezus doordat Hij het hart aan Hem verbindt. De noodzakelijkheid van deze werking van de H. Geest wege ons allen op het hart opdat in ons aller hart deze werking van Gods Geest tot verbinding aan de Heere Christus gevonden moge worden zodat het geopende oog van het hart gaat zien dat Jezus de Heere is, de enige en volkomen door God gegeven Zaligmaker. Want de Heihge Geest ontdekt, ontbloot het hart zodat de zondaar zijn verlorenheid in Adam en zijn verdoemelijkheid in zichzelf voor God gaat zien, zodat het een heilige noodzaak wordt in Hem geborgen te worden door Hem aan te nemen als de door God gegeven Zaligmaker. De H. Geest laat de zondaar in zijn verlorenheid Jezus de Heere zien in Zijn reddende en zaligende kracht zodat er een innige betrekking op de Heere Christus komt, waardoor het hart aan Hem verbonden wordt.
Maar in de tweede plaats leert de H. Geest dit zeggen door de verzoening die in Christus Jezus gevonden wordt. Want God was in Christus de wereld met zichzelf verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende. De vergeving der zonde, d.i. de verzoening met God, is alleen in Jezus Christus. Die verzoening nu past de H. Geest toe aan het hart. De H. Geest geeft het hart vrijmoedigheid om de Heere Christus aan te nemen in het hart en Hem in het geloof te omhelzen als het geschenk van de Vader. Dan gaan de gelovigen zeggen Jezus de Heere te zijn door te getuigen: Hij is de mijne en ik ben de Zijne. Daar zien zij Hem in de heerlijkheid van Zijn middelaarsbediening en zeggen ze: Al wat aan Hem is, is gans begeerlijk. Hij is onze Verzoening. Hij is onze Gerechtigheid. Hij is onze Vrede. Hij is ons alles. Hij is Jezus de Heere.
Dit nu kan niemand zeggen dan door de Geest. Want de Geest leert spreken, nadat Hij het verstand en het hart geopend heeft, van de heerlijkheid van die Heere.
Als wij dit niet kunnen zeggen, dat dat gemis ons dan tot smart en droefheid moge zijn om ons te drijven tot de troon van Gods genade om de onmisbare werking van de H. Geest af te smeken. En als we het in beginsel mochten stamelen, laten we dan te meer smeken om de bearbeiding van de Heilige Geest om met meer kracht te kunnen getuigen dat Jezus de Heere is.
Zo wordt Zijn Naam met lofgejuich geprezen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1960
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's